Postuum Anner Bijlsma (1934 - 2019)

Cellist Anner Bijlsma (1934 - 2019) bewoog zich moeiteloos tussen muziekwerelden

De Nederlandse cellist Anner Bijlsma is in de nacht van woensdag op donderdag overleden. Hij was 85 jaar en overleed in Amsterdam, maakte zijn familie bekend. Bijlsma was een van de boegbeelden van de oudemuziekbeweging, die historisch getrouwe speelwijzen propageerde.

Anner Bijlsma. Beeld Joost van den Broek

Van zelfoverschatting kon de wereldbefaamde Nederlandse cellist Anner Bijlsma moeilijk worden beticht. ‘Meestercellist? Kletskoek. De cello is de baas.’ Bijlsma, een vertolker en leraar die zich moeiteloos tussen muziekwerelden bewoog die voor anderen strikt waren begrensd, was een podiumdier met een groot hart en, als de muziek het vereiste, een dijk van een toon. Zijn visitekaartje: ‘Ik ben maar een buikspreker van de componist.’

In de nacht van woensdag op donderdag is Bijlsma, een van de gezichten van de barokopleving in Nederland, overleden, 85 jaar oud. Optreden deed hij al niet meer sinds 2006, toen bezoekers van de Amsterdamse Cello Biënnale hem voor het laatst met zijn instrument zagen vergroeien in een suite van Bach, zijn ‘enige echte meester’. Bijlsma’s credo: ‘Je moet hem wel blijven studeren, anders geeft hij straf.’

Met Schubert en Boccherini voelde Bijlsma zich net zo bevriend als met het werk van de twintigste-eeuwse avantgardist Bernd Alois Zimmermann en Nederlander Matthijs Vermeulen. Geboren in 1934 als zoon van een Haagse viooldocent, sloot Bijlsma op jonge leeftijd zijn conservatoriumstudie af met een prix d’excellence. Vijfentwintig was hij, toen hij in Mexico een zwaar bezet Pablo Casals-concours won. Daarna wist hij ‘niet meer welke kant’ hij op moest. De oudemuziekspecialist Frans Brüggen redde hem: ‘Die heeft me naar de barokcello toegepraat.’

Bijlsma werd een barokpionier zonder zich zo te willen noemen. Met de moderne cello en zijn ‘oude Venetiaan’ onderhield hij een driehoeksrelatie. Een eervolle aanstelling in 1962 als eerste cellist in het Concertgebouworkest hield Bijlsma na zes jaar weer voor gezien. Liever trad hij op in kleine barokformaties rond Gustav Leonhardt, of met Reinbert de Leeuws twintigste-eeuws georiënteerde Rondom Kwartet. Als Bijlsma tenminste niet op wereldtournee was in de rol van ‘eigengereide solist’, of met het (vooral in Amerika befaamde) darmsnaren-gezelschap Archibudelli, dat hij oprichtte met zijn vrouw, de violist Vera Beths.

Een spieraandoening en een verwaarloosde whiplash wonnen het uiteindelijk van zijn speeldrift. De whiplash dankte hij aan een auto-ongeluk dat hem in 1988 zware breuken opleverde, met op de koop toe een hersenschudding als ‘cadeautje van de cello’, die hem tegen het hoofd vloog. Twee maanden later zat Bijlsma weer op het podium voor Messiaens Kwartet voor het Einde der Tijden.

Even kenmerkend was Bijlsma’s gearticuleerde, ‘sprekende’ voordracht van Bachs Cellosuites, waarover hij zijn opvatting steeds opnieuw bijstelde. Bijlsma nam ze alle zes twee keer op, was met beide opnamen ontevreden, maar zag er verkoopcijfers van terug die ver boven de 300 duizend uit kwamen.

Leerlingen uit alle windstreken bleven aankloppen. Als ze ‘goed les namen’ boog hij voor ze. Tot zijn nabestaanden hoort de cineast Carine Bijlsma, zijn dochter. De spirituele erfenis bestaat uit tweehonderd albums, drie boeken over uitvoeringspraktijk, en gevleugelde woorden als: ‘Beethoven kun je niet leren, je moet gewoon geluk hebben. De ene dag gaat het, de andere dag niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden