Caspar kijkt even en staart prompt in de ogen van een oehoe op een nest

Caspar loopt in de steengroeve bij Winterswijk

Beeld Studio V, met dank aan Reisboekhandel Pied à Terre, Amsterdam

Dan sta ik opeens, op Goede Vrijdag, bij de steengroeve van Winterswijk, op een kilometer van de Duitse grens; iemand is zo aardig geweest me daar af te zetten. Vannacht regende het nog, gisteren was het wisselvallig, maar dit wordt dan eindelijk die dag waarop je weet dat het voorjaar niet meer te stoppen valt. Het begint al met de tjiftjaf, de vogel en zijn geluid (‘tjiftjaf’), één van de lenteboden. Voor mij pas de eerste van dit jaar, maar ik kom dan ook vanaf het noorden. Dit geluid zal me, weet ik, vanaf nu tot diep in de zomer begeleiden.

Ook een vreemde gewaarwording: hoe tv- of computerbeelden je idee van de werkelijkheid kunnen vormen. Ik ken deze plek alleen van Beleef de Lente, van de webcams die hier een broedend oehoepaar volgden. Je zag een rotsachtig landschap, op de achtergrond hoorde je vogelgeluiden en je zag dus af en toe oehoes, een ouderpaar en later de uilskuikens. Ik fantaseerde er een groot, ruig natuurgebied bij. En nu had ik de stille hoop dat ik wellicht na lang zoeken de plek kon vinden waar de oehoes opnieuw aan het broeden waren.

Vogelkijkpunt steengroeve Winterswijk Beeld RV

Met de neus in de boter

Maar de uitdaging is aanzienlijk minder groot. Rechts van een zandpad is een grote steengroeve in bedrijf, links is de oude steengroeve natuurgebied geworden. Indrukwekkend, die diepte, zeker voor Nederlandse begrippen, maar overzichtelijk, een grote rechthoek met wanden van kalksteen en wat begroeiing, van bovenaf is alles goed te overzien.

Gemak dient de mens, een paar meter verder staat een kijkscherm opgesteld, met daarbij een paar vogelaars met telescopen. Ik mag even kijken en staar prompt in de ogen van een oehoe op een nest. Er zijn al kuikens, hoor ik later, net geboren, maar die zijn nu nog verborgen onder de moederschoot. Er zijn misschien twintig broedende oehoeparen in Nederland, bij de Sint Pietersberg vooral, en hier dus. Met de neus in de boter. En dit is andere koek dan een uit gevangenschap ontsnapte ‘terroroehoe’.

Dan draaien de vogelaars zich allemaal tegelijk om. ‘Geelgors’, roept er een. Ook niet mis, een geelgors.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.