InterviewBernhard Willem Holtrop

Cartoonist Willem leidt ons door zijn anarchistische wereld

Cartoonist Bernard 'Willem' HoltropBeeld Daniel Cohen

Cartoonist Bernhard Willem Holtrop (79), alias Willem, wandelt als Gids met ons door zijn wereld vol absurdisme, ironie, rock-’n-roll en anarchie. 

Omdat Willem op de tv moest heeft hij vandaag zijn swingendste kostuum aangetrokken. Oversized zwart colbert, dito broek, wit overhemd en grote witte sneakers. Achteraf bleek het een radio-optreden. Zo’n misverstand kan Willems humeur niet bederven. ‘De dingen gaan zoals ze gaan’. O? Hadden ze hem vooraf niet even kunnen bellen dan? ‘Ik heb wel zo’n mobieltje, maar soms vergeet ik ’m op te winden.’

Daar spreekt de laconieke cartoonist die we kennen van zijn spotprenten uit Charlie Hebdo en Libération: altijd voorzien van een vleugje absurdisme. ‘Ik zie mijzelf maar als een eenvoudige tekenaar van moppen. Ik ben De Moppentekenaar. Maar het is wel een mooi wapen hoor. Met een tekening kun je een idee aan de wereld opdringen. Liefst zonder woorden. Zwart-wit. en dan meteen: bafff! Dat mensen het in twee seconden te pakken hebben. Je hebt een velletje papier en een pen. Je maakt eens een tekening over geloof, ofzo, en voor je het weet zijn er demonstraties in Pakistan. Hoe is het mogelijk, hè?’

Beeld Daniel Cohen

Willem is weer eens even in Amsterdam – nu ter promotie van zijn onlangs in hardcover uitgegeven De nieuwe avonturen van de kunst. Hij is overgekomen van het eiland Groix voor de Bretonse kust, om in de Amsterdamse De Waag zijn zegje te doen. Willem – pseudoniem van de 79-jarige Bernhard Willem Holtrop – heeft als gelouterd cartoonist zo zijn eigen kijk op de wereld. Wel wil hij zich vast even verexcuseren. Hij woont nu al zo lang in Frankrijk – sinds 1968 om precies te zijn – dat hij weleens een Nederlands woordje kwijt is: ‘Stoethaspel, bijvoorbeeld.’

Dat nieuwe boek is een verzameling tragikomische gags waarin gereputeerde kunstenaars en iedereen die eromheen hangt op de hak wordt genomen. Milde satire, soms wat bijtender, de recensent van dienst bedacht in de Volkskrant (‘Tekenaar Willem zet de kunstwereld grandioos te kakken’) de bundel met 4 sterren. Vincent van Gogh, Frida Kahlo, Picasso, Banksy, Jackson Pollock, Otto Dix – allemaal komen ze voorbij, met een treffende anekdote die een geheel nieuw licht op de zaak werpt in een plaatje of zes. ‘Als het om beeldende kunst gaat, ben ik een enorme fan van Kurt Schwitters en de dadaïsten. Vanwege de chaos die ze wisten te creëren. De rotzooi die ze schopten. Alle vaste waarden omver gekegeld. Het enige juiste antwoord op de gekte van de Eerste Wereldoorlog.’

Willems kijk op kunst is een van de onderwerpen die vanmiddag ter tafel komen, maar hij mag ons ook graag langs wat andere uithoeken van zijn particuliere universum gidsen.

Beeld Daniel Cohen

Kunstvorm: Ironie

‘Een bijna verloren kunstvorm. Ironie wordt vaak niet meer begrepen, hè? De mensen zijn veel te ernstig geworden. De scherts. De omdraaiing. Ze nemen alles op het eerste gezicht voor waar aan. Laatst ben ik ook weer aangeklaagd voor ‘haatzaaien’. Het ging om een tekeningetje over Israël en Palestijnen en Druzen... (haalt schouders op). Ik stuur gewoon elke dag mijn dingen op naar de kranten en tijdschriften waarvoor ik werk en dan zien ze maar. Van ieder idee lever ik altijd twee variaties. Zij mogen kiezen. Dan heb ik verder geen gezeur aan mijn hoofd.’

‘Voor een cartoonist lijkt iemand als Trump een cadeautje, maar eigenlijk is hij té makkelijk. Iedereen tekent hem al met een grote mond, die gekke kuif en als een lelijke dikke man: geen eer meer aan te behalen. Idem voor president Macron. Maar vergis je niet hè? Na de rel om een spotprent over Trump met Netanyahu als diens blindegeleidenhond besloot The New York Times in de zomer van 2019 te stoppen met politieke cartoons. Over ironie als verloren kunstvorm gesproken... Blijkbaar zien ze cartoonisten daar inmiddels als een stelletje losgeslagen, onhandelbare idioten. Nu zeggen ze vooraf precies wat voor illustratie ze willen hebben.’

Een protest voor het kantoor van The New York Times naar aanleiding van de spotprent. Beeld LightRocket via Getty Images

Stad: Parijs

‘Net als veel van mijn generatiegenoten – Rudy Kousbroek, Karel Appel, Simon Vinkenoog, Hugo Brandt Corstius – trok ook ik midden jaren zestig naar Parijs. Dáár zou het allemaal gebeuren, en dat was ook zo. Zonder invitatie openingen aflopen van hippe galeries: er was altijd wel iets te eten of te drinken. Het bohemienleven. In het begin had ik een klein kamertje in Parijs, zonder wc of warm water. Het was niet veel, maar het was goed te betalen. Totdat ik mijn vrouw Medi ontmoette en ik dacht: tja, nu moet ik wel iets met een échte douche hebben. Dat was opeens vier tot vijf keer zo duur.

We wonen nu in Bretagne, maar ik mag nog graag in Parijs rondstruinen. Ik ben een gewoontedier, maak altijd hetzelfde rondje. Wijnbar Chez Georges aan de Rue des Canettes 11. Of het café met het mooiste adres van Parijs: 1 Rue de la Gaite: café La Liberté. Gaite als in: opgewekt, monter, vrolijk… en dan je bar De vrijheid noemen. Heerlijk. Daar ga ik dan wat zitten krabbelen op bierviltjes of in de kantlijn van een krant. En meestal komt er dan wel iets: een nieuwe cartoon.

Op ons eiland Groix hebben we twee vuurtorens, maar slechts één bioscoop. Daar gaan we nooit heen – anders moeten we na de film in het donker helemaal teruglopen. Ik rijd geen auto, hè? In Parijs was het anders: regelmatig bezoek aan theater en cinema. Toen ik daar woonde, had ik al een kroniek waarin ik schreef over alles wat los en vast zat. Eerst voor Charlie Hebdo en later voor Libération. Ik bezocht rare exposities, las comics, het was mijn eigen cultcorner. Handgeschreven, dan kon de eindredactie het niet inkorten, haha. Ik heb die kroniek trouwens nog steeds. Ik krijg veel dingen toegestuurd, en als ik in Parijs ben bezoek ik locaties. Dit jaar verschijnt er een boek van 1.000 pagina’s in groot formaat met alle kronieken die ik sinds 1968 heb gemaakt. Iets om mij op te verheugen. De titel is dezelfde als van mijn rubriek: Het goede, het ware, en het schone. Zal nog wel even op zich laten wachten, want de uitgever heeft het op zich genomen om in een register alle namen op te nemen die in het boek ter sprake komen. En dat zijn er nogal wat.’

Beeld colourbox

Tijdschrift: Charlie Hebdo

‘Het satirische maandblad Hara-Kiri – gelanceerd in 1960 – was de voorloper van Charlie Hebdo. Voor dit blad werkte de fine fleur van de Parijse cartoonisten. Hara-Kiri was politiek zo spraakmakend dat het een paar keer werd verboden. Ik leerde in Parijs al die mensen kennen, en je voelde je echt welkom. Ze waren allerhartelijkst, zoals tekenaar Maurice Sinet (pseudoniem: Siné) en multikunstenaar Roland Topor. In 1969 zeiden ze: we gaan nu een weekblad maken: Charlie Hebdo. Je kunt een pagina per week krijgen: doe je mee? Al in de derde week dacht ik: sjezus, waar ben ik aan begonnen? Maar ja: ik moest ook de nieuwe woonruimte kunnen betalen. Doorzetten dus.

Na die moordpartij van 7 januari 2015 ging het abonneebestand van Charlie Hebdo – bij wijze van steunbetuiging – enorm omhoog. We zaten op iets van 300 duizend exemplaren. Maar toen kregen de mensen het blaadje in huis, en dachten ze: hè, gatsie... wat is dit nou? Haha. Nu hebben we weer dezelfde oplage als voor de aanslag. Iets van 60 duizend exemplaren per week. Al hou ik mij daar verder niet zo mee bezig.’

Beeld Reuters

Politieke voorkeur: Anarchisme

‘Dat is heel simpel: ik wil geen mensen onder mij, en ik wil geen mensen boven mij. Een beetje gewoon met elkaar om kunnen gaan. Als dat anarchistisch is, dan ben ik dat, ja. Zo kan ik met dat hele idee van ons koningshuis niet leven. Ridicuul. Ik heb veel lol beleefd aan al die provotoestanden in Amsterdam, destijds.’

Beeld ANP

Boek: Oude Testament

‘Ik groeide op in Ermelo, in een gereformeerd gezin. Eigenlijk hadden wij ook al politiek geladen tekeningen in huis: een prachtige platenbijbel uit de 18de eeuw. Met hele steden die in de grond verzinken. Complete volkeren die worden uitgeroeid. Oudtestamentische taferelen. Heel nauwkeurige gravures, vol oog voor detail. Daar smulde ik van. Alles wat ze de islamisten nu kwalijk nemen, is in het Oude Testament allang gebeurd. Vrouwen werden gestenigd. Handen werden afgehakt. Je vraagt je af: maakt de mensheid eigenlijk wel progressie? Ook hadden we kalenders met kunstreproducties. Werken van Jan Steen, Jeroen Bosch. Die hing ik op in mijn jongenskamer. Dat waren mijn posters, zogezegd. En strips natuurlijk. Ik behoor denk ik tot de laatste generatie die is opgegroeid met de avonturen van Kapitein Rob en de lotgevallen van de particuliere detective Dick Bos.’

Beeld Alamy Stock Photo

Muziek: Little Richard

‘Eerst hield ik van jazz, maar vanaf mijn 16de werd het rock-’n-roll. Had alles te maken met de film Rock Around the Clock, die ik december 1956 in Hilversum zag. Bill Haley. Pandemonium in de bioscoop, rellen in de straten. De geboorte van de jeugdcultuur in Nederland. Direct daarna kwam The Girl Can’t Help It, met Jayne Mansfield, maar voor mij vooral met Little Richard. Hij werd spontaan mijn held. De gekste van allemaal met zijn opzwepende Tutti Frutti. A-wop-bob-a-loo-bob-a-wop-bam-boom! Die liefde is nooit meer voorbijgegaan. Chuck Berry. Jerry Lee Lewis. Bo Diddley. Dat soort werk. Elvis had net iets te veel slijmerige nummers tussendoor, die deed mij niet veel. Waar ik ook van hou is het zingen in de cafés van Dublin en Belfast. Die Ierse sing-alongs, prachtig. Ik bespeel zelf geen instrument, maar dan kan ik aardig meekomen.’

Beeld Michael Ochs Archives

Bijzondere plek: Rügen

‘Niet omwille van de schoonheid, maar juist om het megalomane karakter ervan: Rügen, een eiland in het voormalige Oost-Duitsland aan de Oostzee. Daar staat een vierenhalf kilometer lang flatgebouw uit de tijd van Hitler: Prora – een vakantiekolonie voor Duitse arbeiders uit de jaren dertig. Kraft durch Freude. Bestaat nog steeds, zo gek om te zien, al die kleine appartementenhokjes. De Oost-Duitse Volksarmee heeft het complex een tijdje in gebruik gehad, lange tijd wisten ze niet wat ze ermee aan moesten. Bij een bezoekje sta je oog in oog met de geschiedenis. Nazisme ontmoet communisme.’

Beeld Getty Images

Tekenaar: Willem van Malsen (1940-2005)

‘Het gekke van ouder worden is: je ziet veel van je tijdgenoten wegvallen. Vorig jaar augustus was ik weer eens in Amsterdam, en maakte mijn vaste rondje: de cafés aan het Spui, en even langs bij Scheltema. Maar ik trof niemand meer aan die ik kende. Was iedereen nu dood, of gewoon met vakantie? Iemand die ik mis is mijn goede vriend Willem van Malsen. Ook een Parijsganger, Willem. Hij maakte mooie kleine tekeningen en illustraties in de Haagse Post van destijds. Wat ik zo goed aan hem vond was dat hij telkens weer iets nieuws probeerde. Hij was een soort uitvinder. Hij had rijk kunnen worden met zijn geschilderde miniaturen op hout, dat liep als een trein. Maar: nee hoor, dan ging-ie weer iets heel anders doen. Objecten maken. Hij hield nooit op. En dan denk ik: dát delen we dan.’

Beeld Hollandse Hoogte / Bert Nienhuis

CV WILLEM

Op 2 april 1941 als Bernhard Willem Holtrop geboren in Ermelo in een gezin van gereformeerde Oranjegezinde huisartsen

1965 Na zijn studie aan de kunstacademies van Arnhem en Den Bosch biedt Willem zijn diensten aan bij provo. Tekent voor het anarchistische blaadje God, Nederland en Oranje alsook voor Hitweek en Aloha

1966 Veroorzaakt ophef met spotprent over koningin Juliana

1968 Vertrekt definitief naar Parijs en vindt als tekenaar/cartoonist emplooi bij Charlie Hebdo en Libération

2000 Ontvangt Stripschapprijs voor zijn gehele oeuvre

2006 Grote overzichtstentoonstelling in Centre Pompidou, Parijs

2013 Ontvangt de Grand Prix de la ville d’Angoulême – het belangrijkste stripfestival ter wereld

Willem tekende inmiddels 27 boeken en bundels bij elkaar. Zijn archief heeft hij geschonken aan de Bibliothèque Nationale in Parijs.

Woont samen met zijn vrouw Medi op het Bretonse eiland Groix.

Van Willem is in 2020 verschenen: Willem: De nieuwe avonturen van de kunst, Concerto Books, € 24,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden