Interview Carnavalsliefdes

Carnavalsliefdes: deze mensen leerden elkaar kennen met een slok én een gekke pruik op

Carnaval is een uitstekende broedplaats voor de liefde voor even én de liefde voor het leven. Negen stellen over hun feestelijke ontmoeting.

Joep ter Haar en Fleur Munniks. Beeld Eva Roefs

Veel carnavalsliedjes winden er alvast geen doekjes om. Wa un lekker ding bende gij, zoenen is gaaf, ich krieg ’t heit van ’t landsjap in dien kleid, dans je de hele nacht met mij en kom in mien erme. Als rasechte carnavalsvierder groei je er min of meer mee op: carnaval is je kans om eens ongegeneerd te peilen of diegene naar wie je al weken smacht, ook een beetje ­terugsmacht – én om doortastend te handelen.

Dat hebben we trouwens niet van horen zeggen: ook de auteurs van dit stuk hebben ergens in die drie dagen voor het eerst gekust, achter een Boxtelse snackbar respectievelijk in de Limburgse discotheek Life Palace. Bij rondvraag bleken wel meer collega’s, vrienden en familieleden uit het zuiden hun ‘ontgroening’ met carnaval te hebben doorstaan. Niet gek: wie de rest van het jaar niet of nauwelijks durft, treft dan in elk geval de ideale omstandigheden voor onmiddellijke actie.

Probeer maar eens te praten in een warme, volle kroeg waar een zaate hermenie speelt; je staat alvast lekker dicht op elkaar. Tel daarbij op de ietwat lossere dubbele tong en natuurlijk de kostuums, die iedereen een reden geven om met iedereen te praten. Wie is er nou níét benaderbaar in een zacht konijnenpak, verkleed als boterham (‘Ben jij nou als bóterham?’) of als keurslager, gewapend met zelfgemaakte ‘Goed vlees’-stickers om op knappe voorbijgangers te plakken – eh ja, dat was een van ons, als begin twintiger.

Disclaimer

En als een versierpoging niet de gewenste actie-reactie uitlokt, is er altijd nog de universele disclaimer: ‘het is carnaval’. Dat oogje dat je al het hele jaar had op die jongen uit de vierde: carnaval is de gelegenheid om vrijblijvend een hengeltje uit te gooien. Hapt die jongen uit de vierde niet, dan was het allemaal gekkigheid, driewerf alaaf en zeg, zie ik daar nou een polonaise waarbij ik nodig moet aansluiten? Wie neemt jou nou serieus, je hebt nondeju een ­morsig hondenpak aan. Alles wat je in die dagen doet, kun je lekker in het vacuüm van lang-leve-de-lol laten.

Een soort buutvrije zone dus, maar voor de duidelijkheid: nee is gewoon nee, ook met carnaval. En nee, hoeren en sloeren is niet de essentie van het feest van de zotten. Dat draait van oudsher om de omkering van waarden en de dagelijkse moraal. En toch werkt het met drank overgoten gelijkheidsprincipe nu eenmaal drempelverlagend. Soms worden de drempels misschien zelfs iets te laag en gebeuren er dingen waarvan je achteraf denkt: dit had niet echt gehoeven, of: dit had echt niet gehoeven. Ook daarover kunnen wij meepraten. Maar ja, het was dus carnaval.

In andere gevallen blijkt de vrije geest van het feest een goede broedgrond voor liefdes die langer duren dan een paar Brabantse, Limburgse of waar-dan-ook-nachten. Negen stellen gingen op de foto in de uitdossing van hun ontmoeting en vertellen wat ze toen in elkaar zagen en hoe het daarna verder is gegaan. 

Joep ter Haar (30, huisarts) en Fleur Munniks de Jongh Luchsinger (32, account manager) uit Voorschoten kregen vorig jaar een carnavalsbaby: Siem. Ontmoeting: 2013, café ’t Pumpke in Oeteldonk (Den Bosch).

Fleur: ‘Ik was verkleed als scheidsrechter en had gele en rode kaarten en een stift meegenomen. Als ik een kaartje met ‘Fleur wil een biertje’ in de lucht stak, kwam het bier vanzelf mijn kant op. Geen wonder dat ik zo snel dronken werd.’

Joep: ‘Ik was op stap met mijn zus Floor, wat vriendinnen van haar en mijn maatje Thomas. In ’t Pumpke raakte Floor aan de praat met een stralende krullenbol uit Amsterdam. Even later trok zij mijn krokodillenpak van mijn hoofd om mijn gezicht te beoordelen. De scheids deelde een positieve rode kaart uit: ‘Fleur wil een kusje’. Ze bleek dus Fleur te heten, net als mijn vriendin. Mijn relatie met Fleur 1.0 werkte niet meer zo goed, daar had mijn zus al lucht van gekregen. ‘Dit is óók een leuke Fleur’, zei ze.’

Fleur: ‘Ondanks mijn beschonken staat had ik nog wel principes. Mijn telefoonnummer geven vond ik niet netjes, ik wil geen boyfriend stealer zijn.’

Joep: ‘Ik was een lul. Toen onze groep naar het volgende café vertrok, ging ik terug naar binnen en hebben we toch even gezoend. Geen uitgebreide tongsessie, maar wel fout natuurlijk. Fleur schreef haar naam zo onleesbaar mogelijk op mijn borst, en daar moest ik het mee doen.’

Fleur: ‘Dat was ik vergeten, tot hij me op Facebook berichtjes begon te sturen.’

Joep: ‘Zij hield de boot logischerwijs af. Toen mijn relatie uit was, besloot ik het nog een keer te proberen.’

Fleur: ‘Zijn Facebook-foto’s hielpen ook niet mee. Daarop leek hij 16. Toen we onze eerste date hadden in Amsterdam zag ik vanachter het raam in het café een heel knappe vent zijn fiets op slot zetten. Bleek hij op mij af te komen. Het eerste wat ik zei was: ‘Jij moet écht een andere profielfoto nemen.’

Joep: ‘Vijf maanden na die date vertrok ik voor een jaar naar Curaçao voor mijn studie geneeskunde. Gelukkig kwam Fleur op bezoek.’

Fleur: ‘Op het bloedhete vliegveld stond hij me op te wachten in zijn krokodillenpak.’

Anita Smitsmans en Karel Smitsmans. Beeld Eva Roefs

Anita Smitsmans (57, mantelzorger) en Karel Smitsmans (60, directeur woningbouwvereniging) uit Ohé en Laak. Ontmoeting: 1980, café ’t Hoekje in Aesterriek (Echt).

Anita: ‘Café ’t Hoekje, daar mocht ik van mijn vader helemaal niet komen. Het was een berucht alternatief café in die tijd, daar werd hasjiesj gerookt. Maar ja, ik ging er op carnavalszondag toch heen met wat vriendinnen en Karel was er met zijn vrienden. Een vriend van hem was geïnteresseerd in een vriendin van mij en zo raakten wij ook aan de klets. Of nou ja, het was meer schreeuwen dan praten. En springen en zingen, hè. Er werden Limburgse carnavalsliedjes gedraaid. Van: ‘As de sterre doa baove straole......Dan wil ik wandelen noa Schandele mit mien meadje.’ Op die momenten kun je dan betekenisvol naar elkaar kijken, dan flirt je op de tekst. Voor de deur van café ’t Hoekje hing een rood velours gordijn. Ik weet wel dat we die avond achter het gordijn beland zijn. Daar is gezoend, ja.

‘Ik heb een leuke jongen ontmoet’, zei ik de dag erna tegen mijn moeder. ‘Heel lief.’ Zo is hij nog steeds, heel zachtaardig. We hebben gelijk de dag erop weer afgesproken in ’t Hoekje. Het werd al snel serieuze verkering. We trouwden en kregen drie zonen. Na onze studie hebben we in Nijmegen en in Hilvarenbeek gewoond, maar met carnaval kwamen we elk jaar terug naar huis met de kinderen. Één jaar waren we onderweg naar Limburg, maar was ik de carnavalskleren vergeten. Toen ben ik alleen teruggereden. Op de terugweg hoorde ik een liedje op de radio, Gé Reinders met ‘Bloasmuziek’. Een beetje een sentimenteel liedje, maar het raakte me op dat moment. Op dat moment, dat ik terugreed naar Limburg, met op de achterbank die doos met carnavalskleren wist ik: ik ga terug verhuizen naar het zuiden.’

Bert Hana en Dagmar van Wersch. Beeld Eva Roefs

Bert Hana (36, acteur) en Dagmar van Wersch (34, beeldend kunstenaar) uit Cadier en Keer. Ontmoeting: 2009, in de trein naar Mestreech (Maastricht).

‘Als Limburger in Amsterdam had ik me in een nostalgische bui laten overhalen om mee te gaan met vrienden die carnaval gingen vieren. Het thema van ons groepje was freakshow, dus ik ging als de man met de borsten. De vrouw met de baard bleek er ook bij te zijn; in de trein zag ik Dagmar zitten, ze hoorde bij ons groepje en zat stilletjes plastic miertjes op haar kostuum te naaien. Daar viel ik als een blok voor.

‘Die avond gingen we bij haar moeder eten. Ik kende Dagmar toen een uur of vijf, maar weet nog dat ik dacht: goed, dit wordt dus mijn schoonmoeder. Ik had ontzettend geluk, want er was een lekkage. Dus ik – niet dat ik extreem handig ben, sterker nog, ik ben extreem onhandig – heb gedaan alsof ik daar wel even met een deskundig oog naar zou kijken. Ik heb met een zaklamp in de spinnenwebben geschenen, ja.

‘Als ik een moment moet aanwijzen dat we verliefd werden, dan is dat de dag erop. Al onze vrienden waren afgehaakt, maar wij stonden midden in de nacht af te wassen. Met een beetje uitgelopen schmink, zij had haar baard nog op, zongen we zachtjes carnavalsliedjes. ‘En ik spring, spring, spring wie een sprinkhaan ich zwum, zwum, zwum achter diech aan.’ Het was een heel intiem moment dat niet zozeer over fysieke lust ging, maar meer over een verbondenheid en verlangen om bij elkaar te zijn. Ik wist toen dat dit de vrouw was waarmee ik oud wilde worden. Er is niet gezoend hoor, dat kwam pas later.

‘Dat is tien jaar geleden. We zijn net terug verhuisd naar een dorp in Limburg en het eerste dat ik heb gedaan is een vlaggenhouder op de gevel schroeven om de carnavalsvlag te hijsen. We gaan als onderwaterwereld: ik ben Zeus, Dagmar is zeemeermin en onze 4-jarige dochter Sophie is een octopus.’

Saskia Kolman en Tim van Kessel. Beeld Eva Roefs

Saskia Kolman (33, medewerker burgerzaken) en Tim van Kessel (26, bouwkundige) uit Oss. Ontmoeting: 2016, café Heer Bommel in Ossekoppenrijk (Oss).

Tim: ‘In Oss is carnavalsmaandag dweilmaandag en mijn vriendengroep gaat dan traditiegetrouw de kroegen af. Vooraf hadden we bij mij thuis verzameld en ingedronken. Toen we genoeg biertjes achter de kiezen hadden gingen we de stad in. Al in het eerste café kwamen we de vriendinnengroep van Sas tegen.’

Saskia: ‘Ik was niet eens van plan om carnaval te gaan vieren, maar ik kon het niet maken om mijn vrienden af te zeggen en dat is achteraf maar goed ook. Waar Tim en ik het over gehad hebben durf ik echt niet meer te zeggen.’

Tim: ‘Dat kwam aan mijn kant ook wel een beetje door de drank. Ik heb wel gelijk tegen een van mijn vrienden gezegd: ik heb de moeder van mijn kinderen ontmoet. Ook een beetje bluffen natuurlijk, mannen onder elkaar.’

Saskia: ‘Er was direct een klik. Voor mij zat het in de blik, in zijn ogen. En hij is heel knap, dat helpt ook.’

Tim: ‘Ik voelde direct een soort warmte bij haar. Ik zag dat haar vriendinnengroep ervandoor ging en dacht bij mijn eigen: ik moet wel haar nummer vragen. Voordat ze terug was in haar eigen dorp had ze al een eerste berichtje van mij. Alles is leuk en aardig met carnaval, maar ik wilde erachter komen hoe het daarna zou zijn. Wie ontmoet er nou met carnaval zijn echte liefde? Nou, dat kan dus wel. De eerste afspraak was meteen heel vertrouwd. Toen zoenden we ook voor het eerst.’

Saskia: ‘Ja, Tim had gelijk. Ik ben op 2 april uitgerekend. Carnaval hou ik dit jaar dus minimaal: we gaan samen de optocht kijken op zondag.’

Tim: ‘Ik wil op die beruchte maandag toch even gaan. Heel eventjes.’

Guido Lebens en Annerie Claus. Beeld Eva Roefs

Guido Lebens (62, sociotherapeut) en Annerie Claus (61, informatieprofessional) uit Maastricht. Ontmoeting: carnaval 1974, jongerensoos Kombi in Mestreech (Maastricht).

Guido: ‘Vlak voor carnaval ging ik naar het carnavalsbal van de jongerensoos, waar die avond de prins werd uitgeroepen. We stonden vooraan te hossen en Annerie, die ik nog niet kende, werd omver gelopen door de meute. Ze viel in mijn armen en ja, dat beviel wel. Ik dacht meteen: dat kan ’r weleens zijn. Maar ja, op zo’n feest pak je iemand vast, je loopt een rondje en dan dans je weer met de volgende. Ik wilde wel gaan zitten om kennis te maken, en als het kon even zoenen, maar dat zat er nog niet in die avond. Annerie had het net uitgemaakt met haar vriendje en wilde eigenlijk als vrijgezel de carnaval in.

‘Ik had haar telefoonnummer niet. Dus heb ik mijn broer, die bij haar in de klas zat, als tussenpersoon gebruikt. Die vrijdag daarop zijn we naar de film geweest, M*A*S*H. Toen vroeg ze of ik op zondag ook meeging, op stap met carnaval. Ik ben haar thuis gaan ophalen met de brommer. Ik moest eerst even kennismaken met haar ouders en drie broers, de jury. De verkering ging die carnaval echt aan.

‘In 1979 zijn we getrouwd op de vrijdag voor carnaval, dezelfde dag als onze eerste date. Het stadhuis was uitbundig versierd en het Mooswief, het symbool van het Maastrichts carnaval, stond klaar in de hal voor de sleuteloverdracht op zaterdag. De bruidsnacht hebben we doorgebracht op stretchers, met een paar vrienden die carnaval kwamen vieren. Van die week moesten we wel bijkomen hoor. Als ik het vertel, denk ik: lekker bezig geweest.

Ons vijfentwintigjarig huwelijk, in 2004, vierden we op straat met carnaval. Ik had een karretje gebouwd met wat parasols, vaatjes bier, carnavalsmuziek en hapjes erop. Harmonietjes kwamen ons een serenade brengen. ‘De kar van Guido’ gaat nog elk jaar mee. Je houdt ons met geen tien paarden thuis.’

Filip van den Heuvel en Lieke Toonen. Beeld Eva Roefs

Filip van den Heuvel (31, consultant) en Lieke Toonen (30, soft skills trainer) uit Den Bosch. Ontmoeting: 2018, restaurant M’EAT in Oeteldonk (Den Bosch).

Lieke: ‘Ik had echt zin in een carnaval met vriendinnen, een carnaval zonder bezig te zijn met mannen. Zul je altijd zien. Ik zag Filip en dacht: hé, jou ken ik. In november waren we een match geweest op Happn. We hebben toen een beetje geappt, maar daar kwam niks uit voort. Ik sprak hem aan: ‘Ik ken jou van Happn.’

Filip: ‘Waarop ik direct zei: ‘Ja, jij bent Lieke!’ Het was een uurtje of 8 ’s avonds, mijn vrienden en ik stonden eigenlijk op het punt om te gaan eten. Maar toen zij voor mijn neus stond dacht ik: laat dat eten maar zitten. En daarna: ik kan nu beter effe aan de cola gaan.’

Lieke: ‘Jouw telefoon viel uit en je was uiteindelijk ook je vrienden kwijt, dus we waren overgeleverd aan elkaar.’

Filip: ‘Binnen drie minuten stonden we te zoenen. Zo snel, dat kan eigenlijk alleen met carnaval. Ik heb uiteindelijk pas om 1 uur ’s nachts gegeten.’

Lieke: ‘De volgende dag zagen we elkaar weer. Toen zei een vriendin al: ‘Dit wordt jouw nieuwe vriend.’ Eerst maar eens kijken hoe hij na carnaval is, dacht ik.’

Filip: ‘Je hebt ook geen idee hoe iemand zich in het dagelijks leven kleedt.’

Lieke: ‘De woensdag na carnaval kwam hij naar mij in Utrecht. Hij had een cadeautje meegenomen: drie repen van Tony’s Chocolonely in rood, geel en wit – de kleuren van Oeteldonk. Die had hij ingepakt in papier dat hij had beprint met het Oeteldonk-embleem van dat jaar. Toen smolt ik natuurlijk al helemáál.’

Filip: ‘Een paar weken geleden zijn we gaan samenwonen in Den Bosch.’

Lieke: ‘En de housewarming is natuurlijk met carnaval.’

Links: Mariëlle Prevoo en Rik Prinsen. Rechts: Jan Prevoo en Rosalie Prevoo-Damoiseaux. Beeld Eva Roefs

Jan Prevoo (64, was filiaalhouder elektronicazaak) en Rosalie Prevoo-Damoiseaux (62, verpleegkundige). Ontmoeting: 1974, café El Sombrero in Vallekeberg (Valkenburg).

Rosalie: ‘Jan was de avond voor onze ontmoeting te laat thuisgekomen en mocht die dinsdag eigenlijk niet meer gaan, maar daar verzon hij wat op. Hij zei tegen zijn vader dat hij even bij een vriend langsging en hupsakee.

‘Ikzelf kwam uit het dorpje Schin Op Geul, maar carnaval in het iets grotere Valkenburg was voor meisjes van 17 net wat spannender. Mijn vriendin kende de vriend met wie Jan was al, en zo raakten ook Jan en ik aan de praat. Om 12 uur moesten we naar het station om de trein naar Schin op Geul te halen. We hebben nog snel telefoonnummers uitgewisseld.

‘De volgende dag belde ik hem vanuit de telefooncel tegenover mijn ouderlijk huis – thuis zou ik waarschijnlijk vragen krijgen. Als een van onze ouders zou opnemen, hadden we afgesproken, dan hangen we op. Maar Jan nam zelf op en we maakten een afspraak voor het weekend erna, een double date met mijn vriendin en zijn vriend. Die twee zijn trouwens ook nog steeds samen.

‘We waren jong, maar toch hadden we allebei gelijk dat goede gevoel: yes, dit is het. Onze kinderen zijn van kleins af aan carnaval met ons gaan vieren. Mariëlle werd in oktober 1984 geboren. En een paar maanden later ging ze gewoon mee naar het café.’

Mariëlle Prevoo (34, onderzoeksondersteuner universiteitsbibliotheek) en Rik Prinsen (42, eigenaar escape rooms). Ontmoeting: 2018, brasserie America in Vallekeberg (Valkenburg).

Mariëlle: ‘Een vriendin had mij en twee anderen op Facebook getagged in een blind date-evenement op Valentijnsdag van een bioscoop in Leiden, waar ik woonde. Dat ging ’m niet worden voor mij, want Valentijnsdag viel op Aswoensdag en dan zou ik traditiegetrouw in Limburg zijn. Mijn vader reageerde op Facebook: ‘In Limburg kun je ook een leuke man leren kennen, kijk maar naar je moeder en mij.’

‘Zijn woorden bleken profetisch. Op carnavalsmaandag gingen mijn vriendinnen eerder naar huis dan ik had gedacht. Ik stond in de prinsentempel nog even een biertje te drinken met mijn vader tot hij het rond half 12 ook mooi geweest vond. Weet je wat, zei ik, ik ga even naar de wc en dan loop ik met je mee. Maar onderweg naar de wc werd ik opgehouden en toen kwam ik Rik tegen in zijn crocodile hunter-pak, origineel uit Australië.

‘Hij heeft tien jaar een jeugdtheater gehad in Valkenburg, dus ik kende hem wel van gezicht. We begonnen te dansen en die laatste uren vlogen voorbij. Toen de prinsentempel sloot, stelde Rik voor om nog wat te gaan drinken aan de bar bij zijn escape rooms. Daar hebben we voor het eerst gezoend. Om half zes was ik pas thuis, waar mijn moeder al bijna moest opstaan voor haar vroege dienst. Dan voel je je weer even 16. Ze had al een appje gestuurd om te checken waar ik bleef, maar ik was natuurlijk niet met mijn telefoon bezig.

‘Op Aswoensdag, Valentijnsdag, was onze eerste date. Rik was ook nog eens jarig die dag. Afgelopen januari ben ik verhuisd naar Valkenburg. Mijn ouders vinden het heerlijk dat ik in de buurt woon, maar vooral dat ik weer happy ben in de liefde.’

Marcel Aben en Miranda Aben-Van der Wal. Beeld Eva Roefs

Marcel Aben (50, medewerker groothandel) en Miranda Aben-Van der Wal (36, receptioniste) uit Slek. Ontmoeting: 2008, café Awd Extase in Aesterriek (Echt).

Marcel: ‘Miranda had een kroeg, café Awd Extase. Daar was ik met vastelaovesvereniging de Aester Sjaelen Uul aanwezig om muziek te maken en een pintje te drinken. Ik droeg het pak van de hofkapel waarin ik trompet speel en Miranda stond achter de bar in een rood-geel-groene jurk, de carnavalskleuren van Limburg. Die avond sloeg de vonk over, maar zij was getrouwd en ik was getrouwd. Zo makkelijk als het met carnaval kan gaan, ging het bij ons dus niet.

‘In 2016, het jaar dat ik Prins Marcel II was, zijn Miranda en ik getrouwd. Ik vroeg haar ten huwelijk op het kasteleinsbal in discotheek Stoba, in het bijzijn van mijn twee dochters. Het kasteleinsbal is de jaarlijkse afsluiting van het carnaval, bedoeld voor iedereen die tijdens carnaval heeft gewerkt, maar eigenlijk is iedereen die nog dorst heeft daar. Zanger Big Benny uit Roermond haalde eerst mij het podium op en daarna Miranda. Toen ze eenmaal ja had gezegd, kwam de kastelein met een fles champagne.

‘De elfde van de elfde zijn we getrouwd, ik in mijn prinsenpak, Miranda in het rood en de meiden in het groen en geel. Alle gasten hadden we gevraagd om verkleed te komen, de hofkapel en een andere joekskapel speelden liedjes en de bakker maakte een carnavalsbruidstaart: een grote narrenkap.

‘Miranda heeft tegenwoordig geen café meer, dus ze gaat zoveel mogelijk mee met de vereniging. We gaan van kroeg naar kroeg, van receptie naar receptie. Tijdens het schlagerconcours wordt een schlager van het jaar gekozen, steeds gemaakt door een andere vastelaovesgroep. Dit jaar heet het nummer ‘De Magie van Vastelaovend’. Het is een magisch feest.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.