CAMOUFLAGEPAKKEN als couleur locale

In Nepal is de orde weer enigszins hersteld. De bergen zijn nog even prachtig als altijd, maar er lopen wel veel soldaten rond....

Nee, Duits spraken ze niet, de maoïstische rebellen die Helmut (36) in de bergen tegenkwam. Maar verder waren ze alleszins voorkomend, vertelt de bruinverbrande Duitser opgewekt in de bijna verlaten bar The Enlightened Yak in Pokhara. Ongewapend waren de guerrillastrijders, en jong. Of ze misschien een donatie mochten ontvangen voor de revolutie van het Nepalese volk. Vijftien dollar slechts, alstublieft, dankuwel. Daarna kregen Helmut, loodgieter van beroep, en zijn maten een ontvangstbewijs. In rode inkt met Mao, Stalin en Lenin als logo. 'Die gaat in het fotoalbum.'

In de lobby van hotel Snowland pakt Kate (25) de hand van haar vriend Gary (34). Het Britse stel heeft de Annapurna-trek nog in het verschiet, maar nu al weten ze: ze willen weg. 'Ik ben heel gevoelig voor sfeer', zegt Gary. Maoïsten hebben Gary, medewerker van een natuurwinkel en Kate, balletlerares, nog niet gezien hier in Pokhara, wel heel veel soldaten. Het drukt op hun gemoed, zoveel geweld in de lucht. Kate zucht en kijkt zorgelijk naar Gary. 'Hadden we dit maar geweten voordat we onze reis boekten.'

Nepal is onrustig, en dat is te merken. Ook in Pokhara, de belangrijkste toeristische bestemming in Nepal na Kathmandu, vanwege de nabijheid van de Himalaya en de aangename terrasjes aan het diepblauwe meer. De stad en de omgeving zitten vol soldaten van het regeringsleger, in de bergen maken de maoïsten de dienst uit. Toeristen zijn vooralsnog nauwelijks in gevaar geweest. Maar toch. De situatie is instabiel, onlangs moest koning Gyanendra een stap terug doen na massale demonstraties.

Is Nepal nog wel een fijne reisbestemming? Menig reiziger stelt zichzelf die vraag.

O gut, dacht Jannie Binnenmars (64) toen ze een week geleden een tank zag in Kathmandu. Was dat schrikken. Voordat ze vertrok uit Den Ham had ze wel iets gehoord over het gewapende conflict in Nepal tussen maoïstische opstandelingen en het regeringsleger. Maar dat het zo erg was? 'Het is hier echt oorlog.'

Toch voelt ze zich nu, na een week in Nepal, al heel anders. Terwijl zij en haar drie reisgenoten met camera's om de nek genieten van het uitzicht op de hoogste bergen ter wereld nabij Pokhara, is achter hen een stelletje zwaar bewapende soldaten bezig toilet te maken. Tandenpoetsen, gel in de haren en tien keer opdrukken. Maar Binnenmars ziet ze niet echt. Ze begint langzaam gewend te raken aan de situatie. De wapens, de camouflagepakken, de permanente dreiging - het raakt haar niet meer zo. 'Zij doen ook maar hun werk. Ik denk er niet meer te veel bij na. En ik heb vertrouwen in de Heer.'

'Het sprookjesachtige landschap dat je bij zonsopgang vanuit de toeristische uitkijkpost Sarangkot (op 1592 meter) kunt zien, is onveranderd; je kijkt hier uit over een beboste vallei en de melkwitte Setirivier. Vandaag komt de zon op om 6 uur 16. Dan doemen tegen de blauwe hemel de besneeuwde reuzen op: de Annapurna II (7937 meter), de Dhaulagria (8167) en de heilige Machhapuchhare met z'n karakteristieke gespleten top (6997).

Een overdonderende ervaring waar zelfs gids Dhurba Kunwar (30) - geboren en getogen in de omgeving - stil van wordt. Maar vandaag is hij snel afgeleid. Onthutst wijst hij op rollen prikkeldraad langs de flanken van de uitkijkpost. Achter de opgestapelde zandzakken spelen piepjonge militairen met hun automatische geweren. 'Dit lijkt wel op een militair fort. Hier kun je niet meer ontspannen, toch?'

Gids Kunwar heeft op de terugweg van de wandeling naar Sarangkot het Tibetaanse vluchtelingenkamp Tashipalkhel als bestemming gekozen. Trekpleister is de imposante boeddhistische tempel; van binnen is elke vierkante centimeter van de tempel beschilderd. Veel rood en geel: de kleuren van boeddha die in de Nepalese plaats Lumbini zou zijn geboren. Nu staan de kranten vol van het 15-jarige Nepalese jongetje Ram Bonjom dat al maanden in trance zou verkeren. Zou hij echt zijn? De beheerder van de tempel denkt van wel.

In het heiligdom treffen we Israëliër Gadi (24) met zijn vrienden. 'Niemand gaat nu naar Nepal', zegt Gadi. Hij schudt met zijn dreadlocks, zet een grote zonnebril op en wipt van de een op de andere voet. 'In New Delhi waarschuwden andere reizigers ons dat we niet moesten gaan. Dat staat trouwens ook overal op internet.' Hij lacht. 'Maar hé, wij komen uit Israël. Denk je nou echt dat een paar lullige terroristjes ons afschrikken?'

De jongens maken een rondje door de tempel. Ze geven de gong een flinke roffel, testen de akoestiek met een paar keelklanken en knijpen in de minutieus versierde wassen beelden op een altaar. Zo, hebben ze dat ook weer gezien. De beheerder staart ze verbijsterd na.

Het groepje Israëliërs is net terug van de zestiendaagse Annapurna-trek. 'Dat was cool man.'

De Annapurna Conservation Area bij Pokhara behoort tot de beste wandelgebieden ter wereld. Voor de avontuurlijkste reizigers zijn er de uitdagende bergtoppen, maar de meesten gaan trekken of wandelen langs afgelegen dorpen, waar de bewoners samen met buffels en geiten in huis leven; langs rijstvelden, langs hindoetempels en boeddhistische kloosters, langs bossen en, hoger, langs sneeuwhellingen.

Punt van vertrek en aankomst is vaak Pokhara, waar in de Enlightened Yak of de German Bakery alle doorstane ontberingen in geuren en kleuren worden naverteld. Deze plaats - aan een groot meer, tussen de toppen van de Himalaya - is een oase voor bergliefhebbers. Blije, bruine gezichten hebben ze, sportieve kleren en stoere boots. Je ziet ze normaal gesproken overal in de straten van Pokhara, meestal op twee passen afstand gevolgd door een persoonlijke gids, die ook terug in de bewoonde wereld scherp in de gaten houdt of de gast nog iets nodig heeft.

Hotel? Bellen? Eten? Voor zo'n 15 dollar per dag heb je in Nepal een menselijk navigatiesysteem voor bergtoppen en stadscentra. En voor nog eens acht dollar per dag heb je er ook nog een sjouwer bij die je tassen draagt.

Maar nu zijn de straten van Pokhara leeg. De Lakeside, zoals de lange straat vol stalletjes, hotels en restaurants met aangename terrassen langs het meer heet, ligt er verlaten bij. In restaurant Everest Steak zit zelfs rond lunchtijd niemand, en ook de Tibetan Rice Bowl is leeg. Een lanterfanterende soldaat maakt een praatje met de Resham Giri die sjaals verkoopt van pashmina, wol van de haren van een berggeit.

Zijn nering staat op een A-locatie, tegenover het meer en het paleis van koning Gyanendra. Maar Giri (35) heeft geen klanten. 'Het is al drie uur en ik heb nog niets verkocht. En wie weet verkoop ik morgen weer niets. Ik kan mijn huur nauwelijks meer opbrengen.'

'Alstublieft, schrijf op: de maoïsten doen de toeristen geen kwaad. Dat hebben ze nooit gedaan.' De vereniging van hoteleigenaren heeft een hele delegatie afgevaardigd om de verslaggever te woord te staan over Pokhara. De voorzitter is er, evenals de vice-voorzitter én de voormalige voorzitter. Keurige heren, die op de bank in de lobby van hotel Barahi hun melkthee nippen, terwijl buiten zo'n beetje de enige gast in het zwembad plonst.

De hotelmanagers hebben vandaag alle tijd om te praten. Morgen trouwens ook. 'Misschien moet je in de bergen een donatie betalen aan de maoïsten, of loop je een dag vertraging op door een staking. Maar veel verder gaat het niet.'

Nepal zou een rooskleurige toekomst als toeristische bestemming tegemoet gaan. Zeiden ze in 1999. Dus in Pokhara werden flinke investeringen gedaan. 'Ik heb toen 20 miljoen rupees opgenomen als een lening voor mijn hotel, met het idee dat ik het in vijf jaar zou terug betalen', vertelt de eigenaar van hotel Barahi, Biplab Paudel. 'Nu is het 2006 en heb ik een lening van 40 miljoen rupees.'

Hij is niet de enige in Pokhara die in de problemen is gekomen doordat toeristen wegblijven. In 1999 hadden vijfduizend inwoners werk in een van de hotels en restaurants, nu zijn dat er nog maar vijftienhonderd. Het aantal ondernemers in de toerismesector is bijna gehalveerd. Paudel: 'We geven nu zoveel kortingen dat het niet meer rendabel is.'

Voor toeristen is dat natuurlijk weer voordelig, zegt de Duitse Helmut. 'Alles is hier goedkoop. En er zijn weinig trekkers in de bergen.'

Wie voor een wandeling of een langere trek de stad uit gaat, verlaat bij een van de vijf militaire checkpoints het gebied dat nog echt in handen is van de officiële overheid. Daarbuiten is het niet helemaal duidelijk wie de dienst uitmaakt - een vraag waarmee weinig buitenlandse bezoekers zich echt bezighouden.

Af en toe loop je opeens tegen een heus legerkamp aan. En niet zelden bevinden die zich op hoge plekken, die ook door toeristen worden bezocht. Zoals de World Peace Pagoda, een boeddhistische stoepa op een heuvel een paar kilometer buiten de stad, die fantastisch uitzicht biedt op het diepblauwe meer Phewa Tal waar Pokhara aan ligt.

Bij de laatste checkpoint van Pokhara op de Siddhartha Highway, de krakkemikkige autoweg van Nepal naar India, worden we door de taxi afgezet. Gids Dhurba Kunwar is een geschenk uit de hemel. Hij draagt mijn fles water, leert me dat ik mijn rijst met bonen moet eten met mijn rechterhand en dat mijn linker van pas komt op de wc - meestal een gat in de grond. Hij weet dat ik van besneeuwde vergezichten houd en van hot & spicy Pringles. Dus heeft hij ze voor me meegenomen.

Zo begint de wandeling door de weelderige Rani Ban (Koninginnebos), langs apen en orchideeën, omhoog naar de World Peace Pagoda.

Bij een uitstekende richel met een majestueuze boom erop staat hij stil. 'Een pipal boom', wijst hij naar de boom die eruit ziet als een vijgenboom. 'Dit is een heilige boom, die niet mag worden omgekapt.' Zittend onder precies zo'n boom zou Siddharta Gautama in de vijfde eeuw voor Christus zijn verlichting hebben gevonden. En nu heeft de 15-jarige Ram Bonjom in het Zuiden van Nepal al maanden in trance onder een soortgelijke boom gezeten.

'Ik geloof niets van dat Bonjomverhaal', zegt Kunwar, van huis uit een hindoe, die zich thans liever bezighoudt met het wereldnieuws en yoga dan met religie. Toch vliegt zijn hand even snel van voorhoofd naar borst als we een teken van godsdienst passeren, hindoeïstisch of boeddhistisch.

De tocht is prachtig; overweldigende natuur en indrukwekkende religieuze cultuurschatten wedijveren om de aandacht. En dan ligt daar oogverblindend wit op de top van de heuvel de World Peace Pagoda, met een tweetal goudkleurige Boeddha's in nissen.

Hier vandaan uit te kijken over het lieflijk blauwe water met op de achtergrond die witte toppen... Mijn camera zakt omlaag naar het meer vol kleurige bootjes; een daarvan zal ons straks terugvaren naar het hotel langs een romantische hindoetempel midden op het water en vandaar verder omlaag. En ja - daar komen zwarte soldatenkistjes in het vizier. Pal onder de World Peace Pagoda heeft het leger een tentenkamp opgericht. Klik, klik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden