Column Eva Hoeke

Buutvrij, vier volle dagen, en in mijn hoofd reeg de ene mogelijkheid zich aan de ­andere

De Man ging op vakantie.

Vijf dagen, naar Zuid-Frankrijk, in de vakantiewoning van een vriend in goeden doen die zijn huis het hele jaar door verhuurt en er in laagtij zelf nog weleens wil zitten, liefst zonder vrouw en kind. ‘Ja tuurlijk, ga!’, had ik ­geroepen toen de Man kwam vertellen dat ook hij was uitgenodigd voor dit feest van ­sigaren roken en onbeperkt chips eten. ‘Wij redden ons wel.’ Een week eerder had ik ­toevallig met een vriendin naar het weer op Mykonos zitten kijken, met het oog op wisselgeld kon het geen kwaad nu alvast de royale vrouw uit te hangen.

Terwijl ik hem naarmate de vertrekdatum ­naderde steeds vaker hoorde gniffelen om ­berichtjes in de vakantie-appgroep, begon ik me steeds meer te verheugen op de dagen die voor me lagen. In je eentje thuis zijn met twee kinderen zou onherroepelijk voor extra werk zorgen, maar dat alles zou niet opwegen tegen het werk dat me door zijn afwezigheid uit handen werd genomen. Vier dagen lang geen lukraak opengetrokken lades, geen chaos in de keuken na het koken, geen gezoek naar mijn telefoonlader omdat de zijne weer eens kwijt was. Geen paniek om niet of ternauwernood gehaalde deadlines, geen gevloek om gestrande treinen, geen gesnurk, geen gestress, geen krant die je van de bodem af opnieuw moet ­opbouwen omdat iemand anders hem eerst had en niet normaal kan vouwen.

Wat wel: buutvrij, vier volle dagen, en in mijn hoofd reeg de ene mogelijkheid zich aan de ­andere, alsof ík degene was met vakantie.

Nou ja, dat was ook zo, in zekere zin.

Allereerst hing ik de dekbedden aan de lijn om die eens flink te laten uitwaaien, wat ik nooit doe, en ’s avonds keek ik onderuitgekieperd op de bank naar een programma waarin opgespoten exen elkaar het leven zuur maken. Fijn, dat er ondertussen niemand snuivend voorbijliep. Toen hij halverwege inbelde om te informeren hoe het ging, zei ik naar waarheid dat ik hem nog niet miste. Nou, dat was wederzijds, zij stonden op het punt naar Saint-Tropez te gaan, op de achtergrond hoorde ik iemand loeien dat de mensen daar nog veel meer huizen bezitten.

Ook op de Dochters (2 en 3) had de afwezigheid van vader een kalmerend effect. Vooral de oudste, tegen wie ik had gezegd dat ze me goed moest helpen nu we er alleen voor stonden, hoorde nu duidelijk bij de volwassenen en deed niet langer moeilijk met naar bed gaan, haren kammen en al die andere dingen waarover 3-­jarigen normaal gesproken in razernij ontsteken. Kijk, dacht ik tevreden terwijl ik in de tuin een kop koffie dronk en de oudste haar zuster een stuk brood zag voeren. ‘Zo kan het dus ook.’

Ik sliep als een os, kwam overal op tijd en ’s avonds belde ik mensen, alsof het weer even 2009 was en ik in mijn eentje op de Amsterdamse Haarlemmerdijk woonde. ‘Nee, dat is helemaal niet vreemd’, zei mijn vriendin Carolien toen ik haar aan de telefoon had. ‘Mijn vader was laatst vier dagen fietsen. Heb mijn moeder nog nooit zo vrolijk gezien.’

Op woensdagavond kreeg ik hem weer terug, bruin, brak en blij. Op de vraag wat het hoogtepunt van de vakantie was geweest, vertelde hij over tien, twaalf uur in je bed liggen, lunches op wijnkastelen, potjes tafeltennis en vurige discussies over de politieke aspiraties van zijn vriend in goeden doen, maar dat had het allemaal niet gehaald bij die keer dat hij om twee uur ’s nachts een tosti had gemaakt en die in bed had zitten opeten, met het licht aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden