Interview

Burgemeester van Haarlem Jos Wienen over rouw: ‘Alles wankelde. Wat is het leven, wat is de dood?’

Burgemeester van Haarlem Jos Wienen Beeld Imke Panhuijzen
Burgemeester van Haarlem Jos WienenBeeld Imke Panhuijzen

Als burgemeester van Haarlem hoort Jos Wienen tot het type mens dat energie haalt uit een crisis. De rouwperioden in zijn persoonlijke leven hakten er dieper in. ‘Door het mislukken van mijn huwelijk heb ik als vader en echtgenoot gefaald.’

Frénk van der Linden en Pieter Webeling

Het beeld staat in zijn herinnering geëtst. Meer dan zestig jaar getrouwd waren ze – zijn vader al jaren dementerend, zijn moeder ernstig ziek. Zij lag in een eenpersoonsbed met omhoog geklapte zijsteunen, hij iets verderop, in een eigen ledikant.

Jos Wienen: ‘Op een nacht stapte mijn vader uit bed – en klom hij in het bed van mijn moeder. Die ochtend kreeg ik een fotootje van de verpleegkundigen van het verzorgingshuis. Daar lagen ze, samen op dat smalle matras, armen om elkaar. Hij 89 jaar, zij 90. Het ontroerende me.’

Het was coronatijd, lente 2020.

‘We mochten niet bij hen. Alleen op afstand, bij de heg, met het raam van het tehuis open. Mijn vader begreep daar niets van. Wel op bezoek, maar niet binnen? ‘Kom!’ riep hij dan. Het leverde ook hilarische situaties op. Eén keer pakte hij een stoel, klauterde erop en wilde door het raam naar ons toe. ‘Nee. pap, dat kan echt niet!’

Zijn moeder overleed in juli.

‘Niet aan corona. Aan ouderdom. Ze was gewoon op. Ik herinner me nog dat we mijn vader wakker maakten om te vertellen dat mijn moeder was overleden. Hij was helemaal ontdaan. ‘Maar... dat kan toch niet, dat kán toch niet? Waarom weet ik daar niks van?’ Elke dag vroeg hij naar haar: ‘Waar is mama?’ Ik zei dan dat ze was overleden. ‘Nee. Nee!’

Elke dag beleefde hij die rouw opnieuw, als een Groundhog Day van wanhoop en pijn. Op een gegeven moment zei ik maar: ‘Ze is even weg,’ in de hoop dat het moment voorbij zou gaan. Niet lang daarna kreeg hij corona.’

‘Ik hoor nog haar schreeuw’

De burgemeester serveert koffie en thee. We zitten aan een grote eettafel in zijn privéwoning, aan een van ’s lands mooiste grachten.

‘Mijn vader is mijn morele maatstaf,’ zegt hij. ‘Eigenlijk heeft hij mij het leven vóórgeleefd.’

Gerrit Hendrik (Henk) Wienen was huisarts in Slikkerveer, vlakbij Rotterdam, met een praktijk aan huis. Zijn vrouw Henriëtte was assistent. Zoon Jos, geboren in 1960, sliep de eerste jaren bij zijn ouders; de andere twee slaapkamers dienden als spreekkamer en wachtruimte.

‘Als het druk was, zat de trap vol patiënten. Vaak waren het arbeiders van de scheepswerven. Als klein jongetje vond ik dat een beetje eng, terwijl ze mij wel vertederend vonden. Ons leven, ook dat van mijn jongere broer en zus, werd sterk gekleurd door de artsenpraktijk. Mijn vader deed ook bevallingen. Als wij op visite wilden naar mijn opa en oma in Utrecht en een van zijn patiënten was rond die tijd uitgerekend, kon het gebeuren dat we niet gingen. Of die vrouw kreeg het telefoonnummer van mijn grootouders. De bekendste persoon die mijn vader ter wereld heeft geholpen is deze maand minister geworden: Robbert Dijkgraaf.’

Jos Wienen was een vaderskind, maar al heel jong ook een kind van de Vader.

‘Op zondag wilde ik heel graag mee naar de kerk. Ik was 4 jaar toen de dominee mij vroeg: ‘Ken jij dan al psalmversjes?’ Nou, eentje. Psalm 81, vers 12: ‘Opent uwen mond.’ Toen mocht ik mee. Speciaal voor mij werd die zondag psalm 81 gezongen – geweldig. Ik zat op de kerkbank, dicht tegen mijn vader aan. Dat was voor mij de allerveiligste plek op de wereld. Beter ging het niet worden.

‘Ik bewonderde mijn vader mateloos. Door zijn kennis, zijn authenticiteit, zijn aanstekelijke enthousiasme. Papa had het wonderlijke vermogen om op een volwassen manier met een kind te praten. Ik voelde mij gekend in mijn gedachten en gevoelens, tegelijkertijd tilde hij me op en nam hij me mee naar andere werelden. De ene keer vertelde hij over de werking van het menselijk oog, de andere keer over het bouwen van kathedralen. We deelden het verlangen om alles te zien en alles te weten. Later wisselden we van gedachten over geschiedenis, over Willem van Oranje, over theologie, Augustinus, over politiek, het CDA, literatuur :Tolstoj, over muziek: Bach. Elkaar tegenspreken hoorde daarbij, maar altijd in harmonie.’

Bette Midler zei ooit: ‘Als je kind jou nooit eens hartgrondig heeft gehaat, heb je het als ouder niet goed gedaan.’

Wienen glimlacht. ‘Dan heeft mijn vader het dus niet goed gedaan, haha. Ik heb nooit een conflict met hem gehad, nooit gerebelleerd, zelfs niet in mijn puberteit. Je kunt je afvragen of dat wel gezond is, dat snap ik. Maar de ruimte die hij gaf aan zijn kinderen was heel groot. Ik ging wel vragen stellen. Existentiële vragen. Wat was er vóór de oerknal? Klopt het wel dat Jezus is verrezen uit de dood? Moet je de Bijbel in alles letterlijk nemen?

‘Predikant wilde ik niet worden, daarom ben ik geschiedenis gaan studeren. Later deed ik theologie uit interesse, maar ik dacht wel: jongens, wat móeten we met al die verschillende godsdiensten en filosofieën? Wie is God dan? Waarom doet Hij wat Hij doet? Waaróm?

‘Op 20 december 1990, de donkerste dag van het jaar, belde mijn zus Annemarie. Haar verloofde Bert kwam maar niet opdagen. Ze was ongerust. Ik zei: ‘Joh, die heeft de trein gemist, zo meteen lach je erom.’ Op een gegeven moment belde ze terug. Ik hoor nog haar schreeuw. Bert was dood. Onder de tram gekomen. Zij was 22 jaar, hij was ook nog een twintiger. Annemarie werd heel depressief. Mijn vader zat een keer bij haar en vroeg: ‘Zou je eigenlijk zelf ook het liefst dood willen?’ Het feit dat hij dat durfde te benoemen... Alles was bespreekbaar. Alles kon ze vertellen. Dat betekende veel. Dat was troostrijk.

‘Heel lang bleef Annemarie neerslachtig – tot ze een leuke, enthousiaste jongen leerde kennen. Gerof had theologie gestudeerd en was een bevlogen evangelist. Wij dachten in de familie: hoe is het mógelijk, geweldig. Op 1 juni 1997 trouwden ze. Annemarie raakte al snel in verwachting. Hetzelfde jaar, op 1 december, belde mijn vader me ’s nachts wakker.

Gerof was overleden. In zijn slaap. Hartfalen. Ik dacht: dit kan niet en mag niet. Alles wankelde. Wat is het leven, wat is de dood? En weer die vraag: wie is God dan? Mijn vader bleef standvastig in zijn geloof, maar hij leed er verschrikkelijk onder. ‘Ík had willen gaan,’ zei hij. ‘Ik had mijn leven willen geven om mijn kind dit lot te besparen.’

Jos Wienen met zijn vader. De foto is gemaakt door zijn zus Annemarie.  Beeld privéfoto
Jos Wienen met zijn vader. De foto is gemaakt door zijn zus Annemarie.Beeld privéfoto

‘In die tijd belde ik elke dag met Annemarie: hoe gaat het? Dan bleef ze stil. Ik leefde met haar mee. Hoop hoort bij de kern van het christelijk geloof. Hope staat voor: hold on, pain ends. Maar ja, waarom laat God dit toe? Mijn vader gaf haar een boekje over Job, de Bijbelse figuur die alles verloor: kinderen, rijkdom, gezondheid. God legt geen verantwoording af. Het is een raadsel waarmee je zal moeten leven. Toch was God nabij. Dat zal Annemarie ook zo hebben gevoeld. Uiteindelijk kreeg ze het vertrouwen dat God in het lijden niet afwezig is. Ze ging theologie studeren en is nu dominee. Waar ben je, wie ben je, zonder de Vader?’

Rond 1980 besloot Jos Wienen zijn geloof een politieke vertaling te geven. Hij koos voor het net opgerichte CDA, ‘al vond ik christelijke politiek door het inzetten van het allerhoogste eerlijk gezegd erg pretentieus’.

‘Ik hield toen al ontzettend van geschiedenis. En politiek is als het ware geschiedenis maken, dóórbouwen op die geschiedenis. Voor mij is een van de meest waardevolle uitgangspunten in de politiek: respect voor het individu. De een denkt dit, de ander dat. De een gelooft zus, de ander zo. Wij leven van oudsher in een samenleving die deze verschillen niet wil disciplineren, maar juist de ruimte wil geven.

‘Ik ben enorm geïnspireerd door Willem van Oranje. Alles heb ik zo ongeveer over hem gelezen, honderden boeken en geschriften. Mijn vader had die fascinatie ook, we gingen samen op vakantie naar Dillenburg, waar Willem van Oranje is geboren. Wat hem zo uitzonderlijk maakt: hij heeft zijn tolerante ideeën over de vrijheid van het individu redelijk consistent volgehouden in een tijd, de 16de eeuw, dat dat niet bepaald vanzelfsprekend was. Hij wilde een land met echte godsdienstvrijheid, waar katholieken, protestanten, joden, doopsgezinden en noem maar op hun geloof konden belijden. Dat is niet gelukt. Er kwam één heersende kerk, de gereformeerde. Maar: niemand kon vanwege zijn geloof worden vervolgd. Dat maakt Willem van Oranje in mijn ogen tot op de dag van vandaag onze geestelijke leidsman.’

Vaders – daarvan heeft Wienen er meerdere. Hij laat zich omringen door een Heilige Drie-eenheid: de Vader, de biologische vader en de vader des Vaderlands.

Hij schatert. ‘Zeker. Al zijn ze onderling onvergelijkbaar. Ik voel me er goed bij.’

‘Ik voelde me verraden’

In 2001 werd Wienen benoemd tot burgemeester van Katwijk. Hij profileerde zich als voorstander van de opvang van asielzoekers. Het veroorzaakte commotie in de gemeente.

‘Ik vind: als christen ben je in de eerste plaats wereldburger. Wat doe je dan als jouw naaste hulp nodig heeft? Mijn standpunt heeft ook een historische context. Willem van Oranje was óók een vluchteling. In 1567 week hij uit naar Duitsland, toen Filips de Tweede de hertog van Alva naar de Nederlanden stuurde voor een strafexpeditie. Hij woonde vijf jaar lang als balling in Dillenburg. Alles raakte hij kwijt, zijn zoon werd gevangen genomen.

‘Het waren dit soort dingen waarover ik graag met mijn vader debatteerde – zonder hem direct om raad te vragen of iets dergelijks.’

In hoeverre kon hij sparren met zijn ouders als het om persoonlijke problemen ging?

Het is even stil. ‘Dan... was er meer distantie. Daar waren we redelijk gesloten over. Laat ik zeggen: met emoties loop je niet te koop. Ik heb dat zelf zo ervaren bij het mislukken van mijn huwelijk, ruim elf jaar geleden. Dat zag ik als iets tussen mij en mijn vrouw. In de tijd daarvoor had mijn moeder weleens gevraagd: Jos, ben je wel genoeg bij Jeanine, doen jullie wel genoeg samen? Ik was vaak druk met andere dingen dan het gezin. Mijn moeder zag iets dat ik zelf nog niet zag.

‘De breuk kwam voor mij als een donderslag bij heldere hemel. Ik voelde me verraden. We waren bijna 25 jaar bij elkaar. Vier kinderen. Wat voor mij zo onbegrijpelijk was: je trouwt met elkaar en dat is voor altijd, for better and for worse. Natuurlijk kunnen er spanningen zijn, of dingen waar je verschillend naar kijkt, maar voor mijn gevoel raakte dat niet de diepe eenheid die je als man en vrouw hebt. Tot zij vertelde dat ze een jeugdvriend had ontmoet. Die had iets in haar losgemaakt waardoor ze het gevoel had: mijn huwelijk is vastgelopen, met deze man voel ik weer liefde en geluk.’

Hoe stelde zijn vader – zijn maatstaf – zich op?.

‘Ik kreeg later mails te zien die hij aan Jeanine had geschreven. Hij gaf haar ruimte, maar de strekking was toch: kunnen jullie niet een weg terugvinden naar elkaar?

‘Heel vaak dacht ik: als vader heb ik zijn niveau niet gehaald. Kijk, mijn vader was óók druk, als arts en lid van de kerkenraad en ik weet niet hoeveel besturen, maar hij was wel vaak thuis. Ik voelde mij als kind gezien, gekend, begrepen, geliefd. Voor hem gold: je moet er niet zijn, je moet er wezen. Heb ik dat gevoel ook kunnen geven aan mijn eigen kinderen? We zijn allemaal dol op elkaar, maar ben ik als vader wel ver genoeg meegegaan in de diverse fases van hun leven? En ja, natuurlijk voelde ik een grote verantwoordelijkheid als burgervader – als er dan weer een belangrijk debat of een ingelast gesprek met de staatssecretaris was. Klinkt erg mooi, hè. Maar ik genoot daar ook van. Er zit ijdelheid in, alsof je zo nodig bent. Ik heb de neiging om te zeggen: ben ik niet gewoon te egoïstisch geweest?

‘Ik voel me schuldig. Door het mislukken van mijn huwelijk heb ik gefaald – als vader en echtgenoot. Ik heb daar volop over gesproken met mijn zus Annemarie. In bepaalde opzichten is het verschrikkelijker, onherroepelijker om iemand totaal onverwacht te verliezen door de dood, maar het is ook onvoorstelbaar pijnlijk om iemand te verliezen aan het leven. Het besef dat die persoon er nog wel is – maar niet meer voor jou. Dat het kapot is. Eén keer was Jeanine zo boos op mij dat ze probeerde haar trouwring af te krijgen, maar dat lukte niet. Ze is naar een juwelier gegaan om hem kapot te laten knippen. Toen was er geen hoop meer. Ik denk dat je kunt zeggen dat ik heel diep heb gerouwd.

‘Hoe kom je daar weer uit? Door vergeving. Ik weet nog precies het moment. Tweeënhalf jaar na de scheiding was ik met duizenden mensen bij een paasdienst in een veilinghal. Het bekendste christelijk gebed is het Onzevader; ‘vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’, dat had ik al tienduizend keer gehoord en gezegd. Nu viel alles plotseling in elkaar. Als je nagaat hoe wij mensen tekortschieten... Ik had zelf ook fouten gemaakt. Wie ben ik dan om anderen verwijten te maken? Pas toen kon ik loslaten.’

Vijf jaar geleden kwam de benoeming tot burgemeester van Haarlem. Ziet hij het als een renaissance?

‘Ja. Een nieuwe kans. Ik had inmiddels een nieuwe liefde, Marian, en Haarlem was een geweldige uitdaging. Deze stad ademt geschiedenis. Fantastisch. De huizen, de straten, de grachten, de sprookjesachtig mooie toren van de Bavokerk...’

En een safehouse...

Hij knikt.

Had Wienen ooit kunnen bedenken dat hij een jaar zou moeten onderduiken vanwege doodsbedreigingen, mogelijk afkomstig van Hells Angels?

‘In zekere zin wel. In Katwijk was me dat al eerder gebeurd. Heel concreet. Concreter dan hier. Een man was uit huis geplaatst vanwege drugshandel, dat zag ik als noodzakelijke maatregel. Hij zei: ‘Die burgemeester ga ik omleggen. Daar heb ik wel vijftien jaar van m’n leven voor over.’

‘Ik hoor bij het type mens dat energie haalt uit een crisis. Als het ambtshalve hard tegen hard moet, word ik ijzig en onverzettelijk. Weet je wat het ook is? Mijn leven is in Gods hand. Als het afloopt, loopt het af. Maar: zo nuchter ben ik eerlijk gezegd niet meer als er op een gegeven moment honderden Haarlemmers voor mij de straat opgaan om hun solidariteit te betuigen. Dat mensen om mij heen gingen staan toen ik in dat safehouse zat... raakte me. Op zo’n moment ontstaat er iets nieuws. Een ander gevoel van verbondenheid met de stad, dieper dan ooit tevoren.’

‘Ik had meer moeten buigen’

En toen kreeg zijn vader corona.

‘Vlak voor de allereerste vaccinaties, in december 2020, was er een besmetting in het verzorgingshuis. Het overgrote deel van de achttien ouderen kreeg corona en lag ziek op bed. Niemand mocht daar meer bij. Wij, de kinderen, wilden niet dat onze vader alleen zou blijven. Door zijn dementie en het verlies van onze moeder was hij al zo in de war. Mijn broer Diederik, die werkt bij het bisdom Haarlem, heeft toen gezegd: ‘Ik blijf bij papa. In zijn kamer. Tot hij geneest. Of: tot het eind.’ Als burgemeester had ik nu eenmaal mijn verantwoordelijkheden, zeker in die spannende coronatijd. Ik kon nog wel bij het raam komen om mijn vader te zien. Soms was hij mijn naam kwijt, maar hij voelde wel dat ik zijn kind was.

‘Mijn vader verzwakte snel. In de nacht van 18 op 19 januari belde Diederik: papa was overleden. We mochten bij hem in de kamer komen. Daar stonden we, aan zijn bed, met mondkapjes en beschermende kleding. Alle drie hadden we theologie gestudeerd. We gingen met elkaar in gebed. Ik ben zo dankbaar dat wij deze vader hadden gehad. Dankbaar voor zijn enthousiasme, liefde, wijsheid en geloof. Zeven jaar daarvoor had hij de diagnose gekregen: een combinatie van Alzheimer en vasculaire dementie.

‘Voor veel mensen is dementie verwoestend, maar mijn vader heeft zo langzaam het leven kunnen loslaten. Als een long goodbye. Daar zit iets troostrijks in. Aan zijn bed had ik het gevoel: het is goed zo, hij heeft een rijk leven gehad, we geven hem nu terug in de handen van God.

‘Een paar dagen later waren we als familie bij elkaar om te praten over de begrafenis van papa. Op dezelfde dag zou de avondklok ingaan. Ik had constant contact met de politie over de situatie in Schalkwijk, een deel van Haarlem waar rellen waren aangekondigd. Die kwamen er ook: auto in brand, ramen ingeslagen, gevechten met de politie. Het plunderen van een winkel kon maar net worden voorkomen. Later denk je: man, had de loco dit laten doen. Maar op zulke momenten wil je er zijn als burgemeester. Ook dan kan ik werk en privé goed scheiden. De afweging of we de ME moeten inzetten of niet maak ik heel koel en rationeel. Het is niet zo dat ik een figuur ben zonder emotie. Integendeel. Rond het overlijden van mijn vader... Ik huil dan wel. Het komt nog wel voor dat ik de tranen achter m’n ogen voel prikken.

Jos Wienen Beeld Imke Panhuijzen
Jos WienenBeeld Imke Panhuijzen

‘In de politiek houd ik privé liever privé. De dood van mijn vader vond ik los staan van mijn ambt. De vraag is of ik daar verstandig aan heb gedaan. Een jaar geleden, op 4 januari 2021, hadden we in Haarlem een demonstratie tegen coronamaatregelen. Ik was het niet met de betogers eens, maar ik koesterde hun recht om te protesteren. Het was een duivels dilemma: konden we dan wel de veiligheid en gezondheid van de deelnemers waarborgen? Uiteindelijk wilden mensen geen anderhalve meter afstand houden en moesten we de bijeenkomst toch beëindigen. Op sociale media ontstond een storm. Mensen waren heel boos: er is een lockdown, wij kunnen niks, welke idioot laat zo’n demonstratie nou toe? De beeldvorming was: Haarlem, slappe hap. Die storm op sociale media had ik helemaal gemist.

‘Eind januari was hierover een debat in de raad. Eén dag na mijn vaders begrafenis, maar daar had ik over gezwegen. Die avond kreeg ik felle verwijten van raadsleden. Eén zei: ‘Er zijn mensen ziek, mensen gaan dood, wéét u dat wel?’ Even overwoog ik iets te zeggen, maar dan zou ik mijn vader gebruiken als schild, zo van: de burgemeester is zielig. Dat kón niet. Ik vond mezelf niet sterk in dat debat. Bij al die verwijten zat ik vrij geharnast met m’n armen over elkaar. Bozig. Afgesloten. Achteraf zeiden raadsleden: had je ons niet wat eerder kunnen vertellen over je vader? Tja. Ik vond de toon zwaar aangezet, maar inhoudelijk stelden de raadsleden terechte vragen. Ik had gewoon beter moeten luisteren, meer moeten buigen.’

En dan de liefde.

‘Ik wilde nooit meer trouwen. Zelfs niet met Marian. Hoe kun je eeuwige trouw voor een tweede keer beloven? In de zomer van 2020 was ik met haar op een wandelvakantie. Ik vroeg: waar ben je over tien jaar? Nou, ze zou naar Italië gaan, tijdje in Rome wonen, Italiaans leren... Ik reageerde van: huh? Waar ben ik in dat verhaal? Ze zei: ‘Dat moet je zelf uitmaken, Jos. Waar wil jíj over tien jaar zijn?’ De volgende dag vroeg ik haar ten huwelijk. Ik dacht: waarom neem je de huwelijkse gelofte zo zwaar? Je hebt nu deze prachtige vrouw die van je houdt, die wél voor jou kiest, die al zoveel geduld met je heeft gehad, en nu zet je de laatste stap niet?

‘Onafhankelijk van elkaar hadden mijn vader en moeder ook al gevraagd: waarom trouw je niet met Marian? Het heeft mij altijd geïntrigeerd hoe vanzelfsprekend voor hen begrippen als liefde en wederkerigheid waren. Die foto waarop ze in hun laatste dagen innig verstrengeld in dat eenpersoonsbed lagen... Ik had ondervonden dat de liefde helemaal niet zo vanzelfsprekend is, maar dat ik deze tweede kans niet mocht laten lopen. Verdrietig dat mijn ouders daar die 9de april geen getuige meer van konden zijn, maar ik wist dat ze hun zegen aan mij en Marian gaven. Het was mijn stap voorwaarts, met haar, door haar. Het klinkt als een nieuw begin. Dat was het ook.’

Hoe besta je na?

Een dierbare sterft. En dan? In de onregelmatig verschijnende serie Hoe besta je na? spreken Pieter Webeling (links op de foto) en Frénk van der Linden met mensen die een geliefde, kind, ouder of goede vriend(in) hebben verloren. Met welke herinneringen blijven we achter? Hoe rouwen we? Staat God ons bij? Is het mogelijk om een groot persoonlijk verlies betekenis te geven?

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden