Interview Vreemde ogen dwingen

Buitenlandse studenten snappen niets van onze zesjescultuur

Buitenlandse studenten willen anderen graag laten merken dat zij dingen weten, zegt universitair docent Kathrin Twiesselmann-Steigerwald. ‘Voor de meeste Nederlanders is dat een nieuw concept.’

Foto Margo Vlamings

‘Het is heel interessant om met buitenlandse studenten over de Nederlandse zesjescultuur te praten. Daar snappen ze niets van.’ De uit Duitsland afkomstige Kathrin Twiesselmann-Steigerwald (44) is al sinds 2004 – met een onderbreking van twee jaar – verbonden aan het University College Roosevelt (UCR) in Middelburg als docent academisch Engels en Duitse taal en cultuur. In die hoedanigheid heeft zij kunnen vaststellen dat Nederlanders een meer ontspannen houding aan de dag leggen tegenover leren en werken dan hun buitenlandse concurrenten op de mondiale arbeidsmarkt.

Soms vindt zij die houding ‘heel mooi’. Maar soms vraagt zij zich af of Nederlanders zich hun ontspannenheid eigenlijk wel kunnen veroorloven. ‘Hierin klinkt enigszins de verbetenheid door van een Duitse. Duitsers werken tot ze een burn-out hebben, en daar zijn ze nog trots op ook. In Zeeland kom je daarentegen mensen tegen, die roepen: ‘Ik werk maar vier dagen per week, en daar ligt mijn boot’.’ Met die instelling, die Twiesselmann toch ook wel is gaan waarderen, onderscheidt de Nederlander zich niet alleen van de modale Duitser, maar ook van de Spanjaard – bewoner van een land waar Twiesselmann ook enige tijd heeft gewoond en gewerkt. ‘Sinds de economische crisis worden veel Spanjaarden beheerst door de angst hun baan te verliezen. Zij kunnen zich niet de luxe veroorloven om het belang van werk te relativeren.’

Hollands arbeidsethos

Het Nederlands arbeidsethos heeft ook zijn weerslag op het onderwijs. Dat merkt Twiesselmann bij de interviews met vwo’ers die toegelaten willen worden tot het UCR. ‘Buitenlandse kandidaten verschijnen met motivatiebrieven waaruit bijvoorbeeld blijkt dat ze tot de beste 5 procent van hun klas behoren. Ze zijn al bang niet voor toelating in aanmerking te komen als zij minder dan 80 procent van de maximumscore hebben gehaald. En de Nederlandse vwo’er? Die meent genoeg te hebben aan zijn diploma, ongeacht het cijfergemiddelde.’

Voor alle duidelijkheid: de Nederlandse UCR-studenten zijn zelf geen producten van de zesjescultuur, de tot levenskunst verheven gewoonte om niet meer te doen dan nodig is. ‘Maar ze kénnen haar wel’, zegt Twiesselmann, ‘en ze hebben niet geleerd om te communiceren over de dingen die zij weten. Ze zijn goed in de verwerving van informatie, maar je kunt merken dat ze op school nooit zijn beoordeeld op hun participatie in de les. In landen met een meer competitieve cultuur, dus bijna elk ander land, gaat het er niet alleen om dat je dingen weet, maar dat je anderen ook laat merken dat je die dingen weet. Voor de meeste Nederlandse studenten is dat een nieuw concept.’

Egalitaire onderwijscultuur

Nederland, met zijn egalitaire onderwijscultuur, krijgt de scholieren en de studenten die het verdient. ‘In het voortgezet onderwijs wordt weliswaar voortdurend getoetst, maar daarbij gaat het er vooral om dat de resultaten goed met elkaar zijn te vergelijken en dat de toetsen makkelijk zijn na te kijken. Dan kom je al snel bij de multiple choice terecht. Andere toetsvormen, zoals essays, zijn minder gangbaar omdat de resultaten moeilijker in een cijfer zijn uit te drukken. Onze Nederlandse studenten zijn dus niet gewend om lange stukken over biologie of filosofie te lezen of te schrijven. En ze leggen minder snel verbanden tussen verschillende dingen dan de meeste buitenlandse studenten.’

De toetsbaarheid van kennis wreekt zich vooral in het taalonderwijs, zegt Twiesselmann. ‘In het voortgezet onderwijs wordt vooral de passieve taalvaardigheid getoetst. Dus het vermogen om een anderstalige tekst te begrijpen. Maar hun actieve taalbeheersing schiet vaak te kort. Nederlanders denken vaak het Duits te beheersen, maar ze kunnen geen brief schrijven of een gedachte uiten in die taal. Anders dan Polen of Russen die Duits hebben geleerd. Eigenlijk is dat oneerlijk tegenover Nederlandse scholieren: zij worden in de waan gebracht dat ze een taal leren, maar dat doen ze niet. Ze leren alleen om voldoendes in die taal te halen. Maar taal is een stukje meer dan dat.’

Duitse zuurpruim

‘Als het om leren gaat, zijn Duitsers zuurpruimen’, relativeert Twiesselmann haar ernst. ‘Het moet serieus zijn, want het is belangrijk. Terwijl belangrijke dingen ook leuk kunnen zijn. Voor die gedachte staan Nederlanders meer open.’ Dat ondervond zij toen ze in Nederland een ehbo-cursus volgde. ‘Ik zat daar met de houding: dit is belangrijk. De houding van de Nederlandse cursisten was: ‘Leuk, we gaan een brandje blussen.’ Voor mij was die insteek helemaal nieuw.’

University College

Het university college is een driejarige, Engelstalige bacheloropleiding. Studenten, afkomstig uit alle delen van de wereld, volgen niet één studierichting, zoals aan de reguliere universiteit, maar meerdere vakken in een breed spectrum van natuur- tot menswetenschappen. Dit is de kern van het ‘liberal arts and sciences-principe’. Pas in een later stadium van hun studie leggen studenten zich toe op één richting met meerdere hoofdvakken.

Het eerste university college in Nederland werd in 1998 in Utrecht gevestigd, als onderdeel van de Universiteit Utrecht. Momenteel zijn er negen university colleges in Nederland.

Foto .

Naam: Kathrin Twiesselmann-Steigerwald

Geboren: 1974 in Neuwied, Duitsland

Werkend in Nederland: sinds 2004

Wat ze is: docent Engels en Duitse taal en cultuur aan het University College Roosevelt in Middelburg

In de reeks Vreemde ogen dwingen kijken we naar wat Nederland kan leren van buitenlandse ervaringsdeskundigen.

Lees eerdere afleveringen:

De van oorsprong Amerikaanse Gary Schwartz over het Nederlanderschap: ‘De beroemde Nederlandse tolerantie heeft iets neerbuigends.’

Eerder sprak de Duitse Dorothee von Flemming over de nonchalante omgang van de Nederlander met zijn taal. ‘De Nederlander spreekt zo bondig dat het onvriendelijk wordt.’

De Pluim

Er zijn ook zaken waarbij het buitenland juist veel van Nederland kan leren, zoals waterbeheersing, landbouwexpertise, hiv-bestrijding en omgang met transgenders. Een aantal succesverhalen verzamelden we vorig jaar in de zomerrubriek De Pluim. Lees de afleveringen hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.