Buitenland ziet weinig terug van Nederlandse taaiheid en tolerantie

door Paul Brill..

In het dagblad Le Monde van donderdag trok een grote reportage uit Marokko de aandacht. Een alarmerende reportage. Hoofdpersoon in het verhaal was een universitaire docente, die om veiligheidsredenen alleen bij haar voornaam, Soukaina, werd genoemd. Ook werd niet gespecificeerd aan welke universiteit en in welk vak ze werkzaam was.

Toen Soukaina twintig jaar geleden werd aangesteld, waren er al een paar vrouwelijke docenten. Slechts een van hen droeg een hoofddoek. In de loop der jaren werd haar universiteit bevolkt door steeds meer vrouwen, zowel docenten als studenten. Ook het aantal hoofddoekjes en gezichtssluiers nam toe. Geleidelijk, maar onafwendbaar. Op een gegeven moment moest Soukaina vaststellen dat aan haar faculteit zij nog de enige vrouw was die haar hoofd niet bedekte.

Mocht ze het zelf niet meteen hebben gemerkt, dan werd ze er wel door anderen op geattendeerd. Collega’s begonnen aanmerkingen te maken als ze een blouse met korte mouwen droeg of als ze haar lippen had gestift. Bij herhaling legden onbekenden een hoofddoek in haar opbergkastje. Nooit werd ze rechtstreeks bedreigd, maar er was een constante druk om zich te conformeren. Die druk werd uiteindelijk zo groot, dat ze besloot tijdelijk op te houden met werken.

In sommige gevallen nemen de hoeders van de islamitische gedragsregels wel degelijk hun toevlucht tot rechtstreekse intimidatie. Dat ondervonden onlangs de enige vijf vrouwelijke studenten aan de kunstacademie van Meknès die nog blootshoofds door het leven gaan. In hun postvakje troffen ze een anonieme missive aan waarin hun in naam van de islam werd verordonneerd een sluier te gaan dragen.

Le Monde: ‘Er is sprake van een stille revolutie. Een revolutie in de kleur van de islam: groen.’ In de mondaine centra van de grote steden valt het niet op. Maar loop een volkswijk in of bezoek een kleinere stad, en dan zie je: ‘De islamitische sluier is regel geworden.’

Het verhaal over de sluipende islamisering in Marokko riep bij mij onwillekeurig associaties op met de affaire die deze week het Nederlandse nieuws beheerste en waaraan ook de buitenlandse media de nodige aandacht besteedden: de denaturalisatie van Ayaan Hirsi Ali (of althans de poging daartoe). De feitelijke instigator van deze affaire is makkelijk aan te wijzen: dat is minister Verdonk die, wellicht met het oog op haar campagne voor het lijsttrekkerschap van de VVD, meende juist ook in dit geval recht door zee te moeten gaan en iedereen, inclusief haar collega-ministers, voor het blok te moeten zetten. Maar dit koninginnendrama, met zijn singuliere, bijna Shakespeareaanse ingrediënten, komt niet helemaal uit de lucht vallen. Het is de ontknoping van wat je een sluipende excommunicatie zou kunnen noemen.

Net zoals in het verhaal over Marokko (dat niet helemaal toevallig gaat over de opkomst van de strenge islam, waartegen Hirsi Ali bij uitstek waarschuwt), werd er geen gerichte hetze tegen haar gevoerd, maar werd haar persoon geleidelijk van meerdere kanten op de korrel genomen. Door de bekende pamflettist die haar nazistische propagandatechnieken toedichtte. Door de columnisten die haar desavoueerden en vonden dat ze zich met haar standpunten buiten de Nederlandse orde plaatste. Door de wetenschappers die haar tot persona non grata uitriepen bij een herdenking van homo-slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog of die haar wilden weren als spreekster bij een universitaire plechtigheid. Door collega-parlementariërs die, bijna altijd off the record, verkondigden dat ze het nederige handwerk verwaarloosde en eigenlijk niet in de Kamer thuishoorde. Door de medebewoners van haar appartementencomplex, die zich stoorden aan de beveiligingsmaatregelen en bij de rechter gedaan kregen dat ze opnieuw haar biezen moet pakken, een beslissing waarop in Nederland met oorverdovende stilte werd gereageerd.

De fatale dolkstoot kwam ten slotte van rechts, van iemand die als geestverwant gold. Maar het gebeurde in een klimaat dat er, van links tot rechts, rijp voor was. Menigeen zag haar kritiek op de politieke islam als een groter gevaar dan het extremisme als zodanig. Ze verstoorde onze multiculturele rust of wat daarvoor doorgaat. En laten we niet het aantal mensen onderschatten die vinden dat zo’n gekleurde nieuwkomer op z’n minst een toontje lager moet zingen.

Die politieke en maatschappelijke context kwam nadrukkelijk aan bod in de internationale berichtgeving over de affaire, en dat maakte het lezen van de buitenlandse kranten deze week bepaald niet tot een opwekkende bezigheid. Het overheersende beeld was dat van een land dat eerst de integratieproblemen van de allochtone bevolking heeft miskend en nu ook nog eens de ogen sluit voor het mede daardoor aangewakkerde moslim-extremisme. Een land dat zich graag beroemt op zijn taaiheid en tolerantie, maar dat met een markante persoonlijkheid als Hirsi Ali lelijk in zijn maag blijkt te zitten.

Amerikaanse kranten verbaasden zich met name over de huisvestingsperikelen. The Washington Post kopte boven het commentaar: ‘Onverdraagzaam Nederland’. Maar ook van dichterbij klonken ongeloof en meewarigheid. Dirk Verhofstadt, voorman van een Belgische liberale denktank en broer van de premier, schreef een internet-column, waarin hij een ‘Nederland op zijn smalst’ ontwaarde: ‘niet in staat om de grenzen van zijn eigen mediocriteit te overstijgen.’ Aanbevolen lectuur voor Hans Dijkstal en Hans Wiegel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden