Column Sylvia Witteman

Bryan Ferry had een uitstekende band bij zich, het werd alleen hoog tijd een andere zanger te zoeken

Concerten van oude rocksterren zijn bijna altijd ontluisterend, dus ik ga daar, door schade en schande wijzer geworden, niet meer naartoe. Ik zet dan thuis een plaat op van de rockster toen hij nog jong en cool was, terwijl ik met medelijden denk aan de arme bejaarde in kwestie. Die staat intussen van zijn haarimplantaten tot zijn steunzolen te zweten voor een arena vol mensen van middelbare leeftijd, die met de streekbus uit Krommenie zijn gekomen in de vergeefse hoop nog één keer die verzengende gloed van vroeger te voelen.

Maar ja, toen kwam Bryan Ferry naar Amsterdam. Bryan Ferry! (‘Nooit van gehoord’, zei mijn 30-jarige halfzus net, dus die komt er niet meer in.) Hij zou bovendien niet optreden in dat afschuwelijke Ziggo Dome, maar in het altijd beschaafde en gezellige Carré. ‘Nu kan het nog’, zei mijn broer wervend. ‘Straks is hij dood.’

Ja, daar zat wat in. Bryan Ferry is ook alweer 74. In plaats van zuipen en snuiven ligt zijn grote passie al jaren bij het kweken van rozen, maar dat is allerminst garantie voor het eeuwige leven (‘Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,/ Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood’) dus op naar Carré, dan toch maar.

Het zou om 8 uur beginnen, wel een beetje vroeg voor rock ‘n roll. Ook de maestro zelf zat blijkbaar nog aan tafel, want we kregen eerst drie meisjes voorgeschoteld die het begrip ‘voorprogramma’ op overtuigende wijze in kaart brachten met muziek die ik helaas niet anders kan omschrijven dan als lauwe vla. Toen ik deze constatering met mijn broer wilde delen maande het middelbare echtpaar voor ons, ons sissend tot zwijgen.

Nadat we heel lang vol stille haat naar hun opgeföhnde kapsels hadden gekeken, betrad eindelijk de legendarische lounge lizard het podium, breekbaar, in een te ruim pak, en begon te zingen. Het ging niet zo goed. Hij haalde de hoge noten niet meer, zei vrijwel niets tegen zijn publiek en jaste zijn greatest hits erdoorheen met een geestdrift alsof hij op de bus stond te wachten (de streekbus naar Krommenie). Hij had een uitstekende band bij zich, dat wel, het werd alleen hoog tijd een andere zanger te zoeken. De opgeföhnde kapsels vóór ons filmden desondanks alles met hun telefoon, nog steeds gemelijk zwijgend, en ergerden zich zichtbaar aan de enkeling die het waagde een nootje mee te neuriën.

‘Ik heb de hele tijd aan de dood gedacht’, zei ik tegen mijn broer toen het voorbij was, waarop hij antwoordde dat dat ‘ongetwijfeld wederzijds’ was.

Ja, in het café om de hoek wilden een kopstootje of vier, vijf daar best op smaken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden