Britse burger niet meer beschermd tegen belediging

Premier Blair lette niet op en daardoor is in Groot-Brittannië de vrijheid van meningsuiting nu wettelijk vastgelegd, juicht Salman Rushdie....

Gun mij in deze tijd van belegering een moment van vreugde over een bescheiden maar cruciale overwinning voor de vrijheid van meningsuiting.

Na een lange campagne van de schrijversorganisatie PEN, onder aanvoering van Lisa Appignanesi, bondgenoten in beide huizen van het Britse parlement en een groot gezelschap van figuren uit de kunstwereld, zoals Rowan Atkinson en Nicholas Hytner, de directeur van het National Theatre, tegen een Britse regering die langzamerhand berucht is om haar halsstarrige weigering naar andermans argumenten te luisteren, heeft het Lagerhuis het pleit uiteindelijk in ons voordeel beslecht.

Vorige week nam het Lagerhuis in twee stemronden een afgezwakte versie aan van de Racial and Religious Hatred Bill, waardoor de bescherming van de vrijheid van meningsuiting gewaarborgd blijft en 'grove en kwetsende uitlatingen' niet strafbaar worden gesteld. Daarmee hebben de democratische vrijheden gezegevierd over politiek opportunisme.

Die uitkomst werd in de kranten vooral gekenschetst als een blamage voor premier Tony Blair, omdat hij de nederlaag van zijn regering, met maar een stem verschil, had kunnen voorkomen als hij zelf was komen opdagen. Maar hoe verleidelijk de genoegens van leedvermaak ook mogen zijn, dergelijke reacties gaan voorbij aan de principekwestie die op het spel stond. Dat het ook de regering zelf ontging wat op het spel stond, is geen verrassing. Terwijl ze met tegenzin moest toezien dat haar wet in afgezwakte vorm werd aangenomen, erkende de regering maar één les van haar nederlaag te hebben geleerd: dat de premier maar beter zijn partijtje kan meeblazen als weer eens over een omstreden voorstel - bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs - wordt gestemd. En dat kan hij waarschijnlijk inderdaad maar beter doen.

Na afloop van de stemming in het Lagerhuis sprak Hanif Kurei-shi van 'een groot succes voor schrijvers en intellectuelen als ze de rijen sluiten'. Philip Pullman wees erop dat waakzaamheid geboden blijft. Atkinson zag het optimistisch als een afloop die voor iedereen een overwinning is.

Ze hebben allemaal op hun manier gelijk, maar Pullman zit het dichtst bij de waarheid. 'Degenen die denken dat deze vrijheid een zachte luxe is... komen straks van een andere kant terug om haar te vernietigen', zegt hij. 'Degenen onder ons die weten dat het een harde noodzaak is, moeten daarop berekend zijn.'

Zelf was ik na de stemming aanvankelijk vooral blij met het parlementaire systeem, waarin het Hogerhuis zo'n felle strijd had geleverd en uiteindelijk genoeg leden van het Lagerhuis over de streep had getrokken. Maar na enig nadenken voel ik eigenlijk een enorme opluchting. Want het is echt kantje boord geweest. Nipter dan met één stem verschil kan een overwinning niet zijn, en als de 'whips' van de Labour-partij zich beter van hun taak hadden gekweten, had het er nu niet zo fantastisch voor ons uitgezien.

Bij gebrek aan een geschreven grondwet vormt de gewijzigde Racial and Religious Hatred Act nu de wettelijke grondslag van de vrijheid van meningsuiting, die zeer ruim en vergaand is. De Britse burger heeft nu het wettelijke recht zijn mening te uiten, hoe kwetsend die ook voor anderen kan zijn, tenzij de opzet om haat te zaaien kan worden bewezen. Het zogenaamde 'recht om niet beledigd te worden', dat nooit echt heeft bestaan, is nu bij wet afgeschaft.

Groot-Brittannië heeft nu min of meer bij toeval een soort eigen Eerste Amendement gekregen, een onbedoeld gevolg, dat misschien nog wel het waardevolste resultaat is van deze lange en soms bittere strijd. Het wetsontwerp werd alom als een poging gezien om de Britse moslims te paaien, die zich van de Labour-partij hadden afgekeerd vanwege haar steun aan het Irak-beleid van president George W. Bush. Maar zelfs sommige moslims kwamen tot de conclusie dat ze geen behoefte hadden aan die zogenaamde bescherming, omdat die ook hun eigen vrijheid van meningsuiting aan banden legde.

Een regering van zo'n geloofsmens als Blair zal altijd de neiging hebben het religieuze clubs naar de zin te maken. Maar het zou kunnen dat de regering door haar verlangen alle geloofsgemeenschappen te vriend te houden - iets wat in India ook zo veel problemen geeft - haar aansluiting met het Britse volk heeft verloren.

Dit is, kortom, het moment om het initiatief te nemen. Hytner heeft al de eerste klanken van een nieuwe campagne laten horen. 'De regering moet nu over de brug komen', zegt hij. 'Ze moet maar eens bewijzen dat ze tegen religieuze discriminatie is, door het verbod op godslastering af te schaffen.'

Je zou het niet zeggen als je de knievallen ziet die Blair en minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw voor religieuze groepen maken, maar een van de aantrekkelijkste kanten van het leven in het moderne Groot-Brittannië is dat de Britten, met uitzondering van de moslimminderheid, een sterk geseculariseerd volk zijn geworden, met een wereldbeeld waarin godsdienst geen rol van betekenis meer speelt.

De gedachte dat men nog altijd in de cel kan belanden wegens belastering van de Anglicaanse kerk is in de ogen van de meeste burgers van het land van Monty Python een lachwekkende absurditeit. Het feit dat deze bescherming alleen voor christenen geldt, is een flagrante ongelijkheid die andere geloofsgemeenschappen geregeld aangrijpen om een vergelijkbare bescherming op te eisen. Verreweg de meeste Britten vinden volgens mij dat dit de wereld op zijn kop is: die bescherming zou juist voor iedereen moeten worden afgeschaft.

Nu er een happy end gekomen is aan de drie pogingen van de Britse regering om verschillende versies van de Racial and Religious Ha-tred Bill erdoor te krijgen, zonder dat ze zich bewust was van de gevaren voor de Britse vrijheid van meningsuiting, zou het geweldig zijn als New Labour, dat de mond vol heeft van modernisering van Groot-Brittannië, eens iets zou doen waardoor Groot-Brittannië écht moderner kan worden. Dus wat dacht u ervan, Mr. Blair? Want het is precies zoals op het T-shirt staat dat ik ooit kreeg van iemand die me een hart onder de riem wilde steken: 'Godslastering is een misdrijf zonder slachtoffer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden