PostuumBoris Verhagen (2000-2020)

Boris Verhagen (2000-2020): volkomen blijmoedig, een beetje beroemd

Boris Verhagen, hier 19 jaar oud. Hij leerde leven in een wereld die hij aanvankelijk niet begreep. Beeld Linelle Deunk

Boris Verhagen had van jongs af aan het vermogen ‘om heel virtuoos half aanwezig te zijn’, beschreef zijn vader en Volkskrant-redacteur Laurens Verhagen. Hij bleef een klein kind, in een uiteindelijk 1 meter 90 lang lichaam. Maar met een onbevangen gemoed waar veel volwassenen jaloers op zullen zijn. Zaterdag overleed Boris volledig onverwachts aan de gevolgen van een hersenbloeding, 20 jaar jong.

Hoezeer het verlies van een kind ook aangrijpt: het is geen gewoonte overleden dochters en zonen van medewerkers in de Volkskrant te herdenken. Maar, zoals zijn vader zegt: ‘Boris werd een beetje beroemd.’

Daar was Verhagen zelf de oorzaak van, door in deze krant twee artikelen te wijden aan zijn zoon. Het eerste verhaal, van oktober 2019, schetste de moeizame, maar uiteindelijk succesvolle zoektocht naar een fijne, eigen woonplek voor Boris

Toen hun zoon 2 jaar was, kwamen Verhagen en zijn vrouw Roelien Bolhuis erachter dat Boris ‘anders’ was. Pas recent kreeg dat een etiket: het syndroom van Phelan-McDermid. Een stukje chromosoom ontbrak. Verstandelijk bleef Boris die peuter, met alle benodigde zorg en een voorliefde voor het turen naar draaiende wasmachines. Al maakte hij de laatste jaren een grote ontwikkeling door: hij leerde leven in een wereld die hij aanvankelijk niet begreep.

Ten dele was het artikel een aanklacht, zegt Verhagen. Over soms tekortschietende zorg voor een groep die al te vaak vergeten wordt. Want waar waren de gehandicapte kinderen in de coronapersconferenties, waarin het lot van de nagelstudio’s wel uitgebreid aan bod kwam?

De publicatie hield de sector een spiegel voor. ‘Het verhaal van Boris leest als een harde realiteitscheck’, schreef Frank Bluiminck, directeur van Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. ‘Niet waargemaakte beloften veroorzaken enorme teleurstelling en frustratie.’

Maar meer nog was het een relaas over loslaten. Waar ‘normale’ kinderen zich van hun ouders afzetten, zo moesten Boris’ ouders hun zoon laten gaan. Alsof je een kind van 2 uit huis duwt, zo onnatuurlijk voelde het.

De beschrijving van die spagaat leidde tot een ongekende hoeveelheid reacties. Zoals Boris bleken er velen. En zoals zijn worstelende ouders ook. Lotgenoten voelden zich erkend. Anderen waren geraakt door de liefdevolle beschrijving van de essentie van ouderschap: de beperking ervan.

Het tweede verhaal met Boris als hoofdpersoon behandelde het dilemma waar de coronacrisis Boris’ ouders voor stelde, zoals veel andere ouders van kinderen met een beperking. Nemen we hem in huis, of laten we hem in zijn zorginstelling – met als gevolg dat we hem misschien maanden niet kunnen zien?

Met de kennis van nu, zegt Laurens Verhagen, prijzen zijn ouders zich dolgelukkig dat ze voor de eerste optie kozen. De laatste maanden van zijn leven hebben ze Boris intens dichtbij hen gehad. Zoals ze zich ook gelukkig prijzen dat hij die altijd alles bijzonder vond hen anders naar de wereld leerde kijken.

Het was niet gemakkelijk om over zijn eigen zoon te schrijven, blikt Verhagen terug. Lang vond hij er ook in gesprekken met vrienden en collega’s niet de woorden voor. Leren leven met de wetenschap dat hun zoon gehandicapt was, voelde als een rouwproces ‘waarvan steeds weer het korstje wordt afgetrokken’. Elk jaar werd de kloof tussen Boris en zijn leeftijdsgenoten groter.

Maar gaandeweg kwam er steeds meer ruimte voor trots. Op een zoon die zo volkomen vrolijk was dat hij er anderen weerloos mee liet. Die je nooit eens rustig de krant liet lezen omdat hij naar de plaatjes zocht. Die het liefst de afwasmachine uitruimde.

Een fijne plek op afstand van zijn ouders vond Boris uiteindelijk in Zorginstelling Salvia in Driebergen. Toen zijn ouders hem daar op 1 juni weer afzetten, duwde hij hen zowat terug de auto in. Alsof hij wilde zeggen: laat mij maar hier, dit is mijn plek.

DEZE VERHALEN MAAKTEN BORIS ‘EEN BEETJE BEROEMD’

Als je kind niet thuis kan wonen, wil je niets liever dan een fijne plek vinden. Bij Boris duurde de zoektocht maar liefst twee jaar en hij is lang niet de enige bij wie het zo lang duurt.

De coronacrisis stelt Boris’ ouders voor een verschrikkelijk dilemma. Terughalen voelt goed, natuurlijk. Maar is het vol te houden? En hoe lang?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden