ColumnIbtihal Jadib

Bomans wist wel raad met humor als wapen tegen neerslachtigheid

null Beeld

Ik kreeg een juweel cadeau. Verrast keek ik naar het glimmende cellofaan: onaangekondigde geschenken zijn het leukst. De geest heeft dan nog geen kans gehad enig verlangen te scheppen waardoor elk geschenk in een wolkje geluk valt. Bij het hebberig openscheuren zag ik een lichtblauw boekje verschijnen: De Brandmeester van niemand minder dan Godfried Bomans. Ik kon me niet herinneren dat ik ooit iets van hem had gelezen. Had er niet een titel van zijn hand op mijn literatuurlijst gestaan? Ik twijfelde, die episode in m’n leven was verdrongen door puberale weerzin tegen een lijst van boeken die gelezen móésten worden, met examenvragen in het achterhoofd. Ik zocht op internet zijn bibliografie op, glazig scrolde ik door de eindeloze opsomming. Terwijl, ik zou zweren dat ik ooit een Bomans-museum heb bezocht, een vaag besef van een schoolreisje kwam naar boven. Had ik zelfs daarna nooit een boek van hem opgepakt?

Het voordeel van opgroeien in een a-literair migranten- of arbeidersgezin bestaat hierin dat je een leven lang tegen fantastische ontdekkingen blijft aanlopen. Vooruit, je kunt ook gebukt gaan onder het schaamtevolle besef dat je als een onwetend schaap door het leven struikelt, maar dat is een kwestie van perspectief. Bij late openbaringen heb je bovendien, als het goed is, een rijpere geest tot je beschikking, waardoor de pareltjes van het leven in vruchtbare aarde vallen.

De Brandmeester is onmiskenbaar zo’n parel. Ik kon het bijna niet aan, zoveel verrukking is niet goed voor een mens, maar de ene prachtregel was nog niet verteerd of de volgende diende zich al weer aan. Wat te denken van deze bijvoorbeeld: ‘Met verstandige dingen kun je halverwege ophouden, absurditeiten echter dienen voltooid te worden, omdat zij geen andere rechtvaardiging dan hun consequent doorzetten bezitten’. Bomans plaatst zo’n uitspraak schijnbaar nonchalant in een anekdote over zijn vader, maar de uitwerking ervan blijft nog dagen in je hoofd rondzingen. Tijdens het lezen maakte Bomans een verdrietige indruk op me. Gelukkig had hij daartegen een formidabel wapen ontwikkeld: humor. Bomans beschrijft humor als een bloem die bloeit op de mestvaalt van het verval. Wat een meevaller dat er in de wereld genoeg verval is waarin Godfried heeft kunnen zaaien. Zo leidt hij een stukje in met de volgende tekst: ‘Wat mij in het beroep van geneesheer altijd heeft aangetrokken is de mogelijkheid om vrouwelijke patiënten terstond bij haar binnentreden, als van enige verstandhouding nog nauwelijks sprake is, op korzelige toon toe te voegen: ‘Trekt u alles maar uit.’ Wanneer men dit vergelijkt met het mateloos getob van andere stervelingen om het zover te krijgen, dan is er reden om de heelmeester te benijden.’ Ik kan zo’n stukje driemaal achter elkaar lezen, kirrend van geluk. Het liefst zou ik hier het hele boek aan u voordragen, maar dat zal de redactie niet plezieren. Vooruit, nog eentje dan, ik ben in een ongehoorzame bui vandaag. Bomans weet de strijd van de rede met religie zo te beslechten: ‘Ze menen met een eenvoudige non te praten, maar wat ze vergeten is dat ze optornen tegen de tweeduizend jaar lang bijgevijlde casuïstiek, die er onder zo’n kap verborgen zit en dat red je niet met zeven jaar universiteit, je gaat regelrecht de mist in’.

Over 33 jaar dient mijn pensioen zich aan, waarna ik alle dagen lezend kan doorbrengen. Ze zullen me met rollator en al onder de boeken moeten uitgraven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden