Het eeuwige leven Bob Tenge

Bohemien die het kunstonderwijs opschudde

Hij droomde al jong van het schilders-bestaan, maar dat bracht geen brood op de plank. Dus werd de flamboyante Bob Tenge (1934-2018) docent. 

In 1969 werd Bob Tenge lector op de Academie voor Beeldende Kunst in Amsterdam. 'Dat hij daarvoor werd gevraagd, was een triomf', zegt zijn echtgenote Marian Dolkens. 'Want als leerling was hij daar in de jaren vijftig geweigerd.'

Ferry Bertholet, nu schilder en collectioneur van Chinese erotische kunst, was toen een van de leerlingen. 'Wat opviel, was zijn onconventionele manier van lesgeven. Hij was een echte bohemien. Rebels. Hij zei tegen ons: 'Gebruik verdomme toch je ogen', en rekende af met de heiligheid van het vak. Voor hem was schilderen het aanleren van bepaalde trucjes. Meestal stonden er naakte modellen voor een straalkacheltje en een bruin gordijn die je met houtskool moest natekenen. Dat was doodsaai. Hij haalde daarentegen gekke mensen binnen: een dikke circusklant die hij een paarse mantel omdeed en een Belgische buurman met een strooien hoedje. Van hem mochten we meteen met olieverf aan de gang.'

Tenge toonde zijn leerlingen ook het echte kunstenaarsleven - een soort mengeling van Pieter Bruegel en Jan Steen. 'Hij bivakkeerde op een woonboot aan de Amstel, vlak bij Zorgvlied. Het was een bonk roest die hij tot woning had verbouwd. Toen de hond van de buren een schaap had doodgebeten in een nabijgelegen weiland, haalde hij het dode beest op, legde het op het gloeiend hete teerdak van zijn woonboot en slachtte het met een bijl. Wij - zijn leerlingen, die allemaal uit een burgerlijk milieu kwamen - keken verwonderd naar deze flamboyante man. Daarna ging hij naar de buurtkroeg het Hooischip en nodigde alle stamgasten uit om bij hem schaap te komen eten. Op zijn boot zat iedereen te knagen aan een halfverbrand beest, dat met jenever werd weggespoeld.'

Tenge was zelf een flinke innemer, 'van jonge jenever tot rode wijn', zegt Bertholet. Toch werd hij 84 jaar. Hij overleed op 27 maart in het dorpje Ainvelle in het noord-oosten van Frankrijk, waar hij de laatste achttien jaar van zijn leven met zijn derde echtgenote Marian Dolkens woonde.

Tenge werd geboren in Amsterdam. Zijn vader was in dienst bij Werkspoor. Hij maakte bewust de oorlog en de Hongerwinter mee, toen hij kooltjes moest rapen om aan wat warmte te komen. Na de oorlog had hij diverse baantjes, onder meer bij een reclamebureau, de PTT en Hoogovens. Zijn droom was schilder te worden, maar er moest brood op de plank.

Met zijn eerste vrouw, Tanneke van Rijnbach, kreeg hij drie kinderen, van wie er een werd vernoemd naar de bekende Belgische kunstenaar Rik Wouters, zijn grote voorbeeld. Zelf schilderde hij figuratief en realistisch. Vaak wordt zijn werk ingedeeld bij dat van magisch realisten als Pyke Koch en Carel Willink, al werd hij niet zo beroemd als zij.

Het lectorschap op de Academie gaf hem stabiliteit. Toen hij dit werk in 1985 vaarwel zegde, ging hij weer schilderen. Hij woonde enige tijd in Vlaanderen - in een boerendorpje bij Gent waar zijn kinderen in het hooi van de stal sliepen - en later in Den Haag. Tenge was een charmeur die op een vrouw afstapte en dan zei: 'Je hebt hele mooie oren'. 'En bij hem werkte dat', aldus Bertholet. |

In Frankrijk maakte hij regelmatig kleine werken op koperplaat. Een voorbeeld hiervan was Het laatste avondmaal , waarbij hij zich voor het uitbeelden van de disgenoten liet inspireren door de dorpelingen in de Vogezen. Ook maakte hij kleurenhoutsneden die in oplages van vijfentwintig stuks werden gedrukt.

Werk van hem bevindt zich in Nederlandse musea en in binnen- en buitenlandse collecties.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.