InterviewTheatermaker en actrice

Bodil de la Parra schreef een roman over haar Surinaamse familie. ‘Ik twijfelde of ik het kon.’

Bodil de la Parra: ‘Mijn ambitie was om een familie te schetsen die gedurende veertig jaar contact houdt, zelfs overzee.’Beeld Frank Ruiter

Bodil de la Parra (56) is actrice, theatermaker en toneelschrijver. Deze week verschijnt haar romandebuut, Het Verbrande Huis, over haar Surinaamse familie. 

Het Verbrande Huis de voorstelling of Het Verbrande Huis het boek?

‘Nu zeg ik natuurlijk het boek. Omdat het boek nu verschijnt, en dat voor mij een ongelofelijk avontuur is. Maar dat avontuur is begonnen bij de voorstelling die ik maakte in 2018. Daarin pluis ik de geschiedenis uit van de De La Parra’s, van oorsprong Sefardische Joden, in Suriname. Ik vertel de verhalen van mijn opa en oma, mijn vader (filmmaker Pim de la Parra, red.), mijn tantes en neefjes, met als middelpunt steeds het huis aan de Zwartenhovenbrugstraat 140 in Paramaribo, waar de apotheek van mijn opa gevestigd was en waar ik sinds mijn 6de elke zomer heb gelogeerd. In 2012 is het houten huis tot de grond toe afgebrand.

‘In de proloog van het boek beschrijf ik het moment in 2014 dat ik samen met mijn vader die zwartgeblakerde plek bezoek. Mijn vader kon het vrij gemakkelijk loslaten, maar ik besloot op dat moment: nu moet ik alles op gaan schrijven. Ik wilde de verhalen, de herinneringen bewaren.

‘Redacteur Jasper Henderson van uitgeverij Lebowski was enthousiast over het materiaal. Hij zei: ‘Dit wordt een boek!’ En ik zei: ‘Ja, maar eerst wordt het een voorstelling.’

‘Theatermaken: schrijven en spelen, dat is mijn eerste natuur. Maar mooi aan een boek is dat het blijvend is. Ik heb meerdere voorstellingen gemaakt over mijn familiegeschiedenis, maar daar blijft niks van over. Een boek is een tastbare herinnering.’

Toneel of romans schrijven?

‘Het creëren voor toneel ging vrij natuurlijk omdat ik weet wat het is om op toneel te staan – meestal speelde ik mijn teksten zelf. Maar de laatste jaren ontwikkel ik me steeds meer puur als toneelschrijver.

‘Een roman is weer echt iets anders; ik heb getwijfeld of ik het kon. Bij toneel kan ik alles oplossen in dialoog, en ik kan het inkleuren met mijn spel, met stemmetjes en accenten, mimiek en gestiek. In een roman moet je heel veel beschrijven: de couleur locale, de geuren, kleuren en smaken van Suriname. Hoe ruiken tamarinde en zoete papaya? Het zintuiglijke moet nu uit de taal komen.’

De kleurrijke verhalen van de familie De la Parra in Paramaribo, waargebeurd of fictie?

‘Ik noem het oral history: een combinatie van feiten, herinneringen en verbeelding. Voor het boek heb ik de toneeltekst uitgebreid en aangevuld. Ik moest zaken toevoegen, ervaringen uit mijn eigen leven hier in Amsterdam. Persoonlijke episodes die ik op toneel niet vertel, maar waarvan ik besefte dat ze in het boek niet konden ontbreken. Zoals de zelfgekozen dood van mijn broer in 2002. Dat was, en is nog altijd, zo pijnlijk, dat ik niet wist of ik het wel wilde delen.

‘Maar mijn ambitie was om een familie te schetsen die gedurende veertig jaar contact houdt, zelfs overzee. Een familie die er voor elkaar is, ondanks de afstand. Er waren tragedies aan die kant en aan deze kant, en die zijn met elkaar verbonden. Als ik dat wil beschrijven, kan ik mijn eigen ervaringen en verdriet niet onbenoemd laten, dat voelt niet eerlijk. Ik wilde de diepe steun invoelbaar maken die ik heb ervaren van mijn familie, ook al waren ze ver weg.

‘Sommige bezoekers zeiden na de voorstelling: ik heb precies zo’n familie, maar dan in Limburg. Dus het is óók een universeel verhaal. Ik denk dat dat inzicht verbindend werkt.’

Witte pier of pinda?

‘In Suriname was mijn vader altijd ‘de witte pier’, want hij heeft Schotse voorouders van zijn moederskant. Tegelijk is hij ook echt heel Surinaams, en spreekt hij Sranantongo.

‘Ik voelde me in Suriname altijd precies hetzelfde als mijn neven. Totdat een meisje zei: ‘Wat ben jij wit, je bent niet van hier!’ Ik was 7 ofzo, en toen ging ik ineens zien dat ik anders was. Ze zeggen weleens dat kinderen kleurenblind zijn. Misschien. Ik herinner me in elk geval levendig het moment waarop ik werd gewezen op ons verschil in kleur, en ik voelde me heel erg buitengesloten.

‘Daardoor kan ik me ook goed voorstellen hoe zwarte mensen zich hier buitengesloten voelen. Ik denk dat ik een béétje weet hoe het voelt als je 6 bent en de leraar noemt jou ‘kankerzwart’, zoals Akwasi overkwam. Dat is verschrikkelijk, en dat vormt je. Daar springen de tranen van in mijn ogen.

‘In Nederland ben ik dan weer een pinda. Het duurde even voor ik mijn weg had gevonden in het witte Nederlandse theaterlandschap. Na de Kleinkunstacademie ben ik een paar jaar zoekende geweest; ik voelde me nooit helemaal thuis in de Tsjechovs. Dat veranderde toen ik mijn eigen stukken ging schrijven en verhalen over mijn familie ging vertellen, zoals in Orgeade Overzee (1995).Het homogene Nederlandse landschap kan veel meer van dit soort verhalen gebruiken.

‘In Suriname heb ik meestal een heel blij gevoel, omdat iedereen daar door elkaar leeft: Libanees, Javaans, Creools, Hindoestaans, Joods-Portugees, Braziliaans, Chinees, alles. De verschillen daar worden heel expliciet benoemd, maar daar wordt minder bij geoordeeld. Het samenleven is vanzelfsprekender. Alhoewel: nu hebben de Chinezen het daar wel gedaan, maar dat is echt een gevolg van het beleid van Bouterse, die Chinese investeerders veel te veel invloed geeft in het land.’

Desi Bouterse of de nieuw verkozen president Santokhi?

‘Santokhi natuurlijk. Iedereen in mijn familie slaakt nu een zucht van verlichting. Als het goed is, wordt eind juni de nieuwe regering gevormd. De hoop is vooral dat er dan wat aan het financiële wanbeleid en de corruptie onder de regering-Bouterse gebeurt. Het economische beleid van Bouterse is desastreus geweest.

‘De laatste jaren zag ik elke keer dat ik er kwam de armoede toenemen. De Surinaamse dollar devalueert razendsnel; elke keer dat ik daar pin, zijn mijn euro’s meer waard, dat doet gewoon pijn in mijn hart. Het land is bankroet en ik maak me zorgen om mijn nichten en hun jonge gezinnen, om hun toekomst.

‘Ik vind het belangrijk om een Nederlands lezerspubliek te vertellen over Suriname, omdat die twee landen zo met elkaar zijn verbonden. Weinig Nederlanders weten er iets van, terwijl het een voormalige kolonie is. In de jaren negentig ontdekte ik dat de De la Parra’s plantages hadden, en dat ik afstam van zowel slavenhouders als tot slaaf gemaakten. Dat was een schok. De effecten van die geschiedenis werken tot op de dag van vandaag door, in Nederland én Suriname. Die kun je niet zomaar afschudden.’

Nederlands, Surinaams of Indonesisch?

‘Joh, mijn familie stamt af van Joods-Portugezen, maar we hebben ook Creools en Hindoestaans bloed, het is één grote mengelmoes, Moksi Meti, zoals ze in Suriname zeggen, naar het vleesgerecht.

‘Van mijn moeders kant ben ik Chinees-Indonesisch. Ik ben opgegroeid in Osdorp, waar ik plat Amsterdams praatte met mijn buurjongens, maar ging tegelijk ook naar het Barlaeus Gymnasium. Ik kon me overal heel goed aanpassen.

‘Maar ik vraag me weleens af: waarom paste ik me zo aan? Want in Suriname komt er een grote kracht in mij vrij. Ik weet het niet, ik vond het vaak gênant om anders te zijn, en vermoeiend om steeds het hele verhaal uit te leggen. Mijn slimme klasgenoten op het Barlaeus wisten ook van niks: hoe is dat in PA-RI-MA-RI-BO? Ik ging dat gesprek ontwijken. Ja, dat is ook een beetje het type kind dat je bent, denk ik. Wat heb je meegemaakt, hoe sterk sta je in je schoenen, hoe makkelijk pas je je aan? Over die vragen wil ik volgend jaar een voorstelling maken.’

Jong of oud?

‘Ik heb in het begin van mijn schrijfcarrière vooral over oudere personages geschreven, ik weet niet waarom, maar die spraken me het meest aan. Later heb ik juist meer over kinderen geschreven, voor het jeugdtheater. En in dit boek doe ik allebei: ik schrijf over mezelf en mijn broertje als kind, maar ook over de oudere generaties. Het leukst vind ik het als het allemaal door elkaar loopt.

‘Maar als ik moet kiezen, kies ik voor oud. Vanwege de weemoed en de rijkdom aan verhalen. Ik ben nostalgisch ingesteld; ik ben steeds degene die de dingen wil bewaren en de verhalen door wil geven. Terwijl, er is niets mooiers dan de jeugd natuurlijk.

‘Mijn zoon Jim (Gotu Jim, red.) heeft leren lopen in het huis aan de Zwartenhovenbrugstraat. En nu is hij opeens een rapper! Eerst was het gewoon een beetje muziek maken voor de lol, maar opeens is hij mega opgepikt vorig jaar, met 1,7  miljoen streams op Spotify. Hij zou de hele zomer op festivals staan. En wij hadden geen flauw benul, hahaha, hij heeft ons daarmee totaal overvallen. Echt een giller.’

Bodil de la Parra, Het Verbrande Huis. Lebowski; 240 pagina’s; € 22,99. 

Bodil de la Parra

1963 Geboren in Amsterdam

1989 Studeert af aan de Kleinkunst Academie in Amsterdam

1989-1995 Speelt bij diverse gezelschappen

1994 – nu Speelt in verschillende films en tv-series, zoals Toren C, Klem en Baantjer

1995 Schrijft eerste eigen toneelstuk, Orgeade Overzee

1995 – nu Schrijft en speelt in meerdere eigen producties, zoals Temple, Taylor & Garland, Onder Vrouwen, Onder Mannen, Ouwe Pinda’s en Gouwe Pinda’s. Maakt ook voorstellingen in Suriname.

2000 Nominatie Taalunie Toneelschrijfprijs voor Victor & ik

2018 Het Verbrande Huis, de voorstelling

2020 Het Verbrande Huis, het boek

Bodil de la Parra is getrouwd met acteur/theatermaker Geert Lageveen. Ze hebben twee kinderen en wonen in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden