Interview Bo van Spilbeeck

Bo Van Spilbeeck: ‘Mijn vrouw is de werkelijke heldin van dit verhaal’

Bo van Spilbeeck. Beeld Charlie De Keersmaecker

Sinds een jaar gaat de Vlaamse verslaggever Bo Van Spilbeeck fulltime als vrouw door het leven, waar ze dat voorheen alleen af en toe heimelijk deed. 

Het was 1986, Bo Van Spilbeeck was 27 en keek met haar geliefde naar de talkshow Rondom tien. Voor het eerst zag ze op televisie mensen die net zo waren als zij. Dit, besloot Van Spilbeeck, die toen nog als Boudewijn door het leven ging, moest dan maar het moment zijn dat ze het aan haar vriendin Marianne zou vertellen. Ze hadden al jaren een relatie en waren van plan te trouwen.

‘Ik ben ook zo’, zei ze.

Van Spilbeeck, opgewekt: ‘Dat was een bekentenis, absoluut, maar ik kon het niet meer voor me houden. Dat er anderen waren die hier ook mee zaten en dat over het onderwerp zelfs een televisieuitzending werd gemaakt, gaf me de moed het aan haar te vertellen.’

Hoe reageerde ze?

Denkt even na. ‘Het is lastig om het allemaal terug te halen. Ik moet veel hebben verdrongen. Maar ze heeft het aanvaard. Onze wederzijdse liefde was groter dan dat obstakel, dat die dag plots aan het licht kwam.’

En u beloofde haar: dit gaat wel over.

‘Daar was ik echt van overtuigd. Ik dacht dat het na onze bruiloft wel weg zou ebben. Ik dacht: ik zet het opzij. En effectief lukte dat ook, de eerste maanden van ons huwelijk. Maar al snel moest ik weer vechten. Er zijn zaken die ik gewist heb, vergeten ben, maar wat ik wel weet, is dat ik constant in gevecht was. Aantrekken en afstoten. Ik wilde het verdringen en tegenhouden, omdat het zo niet hoorde en ik getrouwd was, maar ik wilde er tegelijkertijd juist aan toegeven.’

Het zou nog 32 jaar duren voor Van Spilbeeck (60) de stap zou zetten om te doen wat ze eigenlijk al die tijd wilde: voltijds leven als vrouw. In haar geval betekende die beslissing geen coming-out in besloten kring, maar een coming-out voor heel Vlaanderen, waar ze als Boudewijn Van Spilbeeck al decennia een bekend tv-gezicht was als verslaggever van VTM Nieuws, bij de Vlaamse commerciële omroep. Ze geldt als specialist op het gebied van defensie en ruimtevaart, deed verslag in Burundi, Rwanda, Somalië, Kosovo en Afghanistan en spreekt vijf talen vloeiend. Op 29 januari 2018 deed Bo, als Boudewijn, om 19.37 uur een mededeling in de live-uitzending van het VTM-nieuws: vanaf morgen ben ik vrouw.

De ene dag ging Van Spilbeeck nog als man naar de redactie, de volgende dag was ze Bo, met blonde pruik en in vrouwenkleding. ‘Ik dacht dat ik na mijn coming-out een berichtje achterin de kranten zou zijn. Maar de ochtend waarop ik ook voor het eerst als vrouw op de redactie kwam, lagen alle kranten op de redactietafel, en op alle voorpagina’s zag ik een grote foto van mezelf. Het was overweldigend. En niet alleen de Vlaamse pers dook erop, ik zat ook bij De Wereld Draait Door, bij de BBC. Zelfs nu, deze week nog, heb ik honderden berichten beantwoord. Ik heb een duizendtal vriendschapsverzoeken die ik nog moet beoordelen. Ik ben door zowat elke uitgeverij in Vlaanderen benaderd om een boek te maken. En dat boek, Eindelijk vrouw, heb ik ook geschreven, omdat ik denk dat ik met mijn getuigenis anderen kan steunen. Ik wil inzichtelijk maken wat het werkelijk betekent om je in een verkeerd lichaam te voelen.’

Opvallend is dat u als journalist vrij ‘mannelijke’ specialismen koos: defensie, luchtvaart en ruimtevaart.

‘Ik denk dat dat ergens ook compensatiegedrag is geweest. Het extra mannelijke doen, juist vanwege mijn vrouwelijke gevoelens. Eigenlijk had ik ook graag mode gedaan. Maar ik ben nooit naar Milaan of Parijs gestuurd, want dat vond mijn werkgever voor een man toch een beetje raar. Vliegtuigen vind ik overigens echt interessant, maar met tanks of geweren heb ik niks. Toen ik in militaire dienst ging, bleek uit de psychologische tests dat ik zéér plichtsbewust was, maar een groot probleem had met alles wat met vechten te maken had.’

Bo van Spilbeeck: ‘Ik dacht dat ik na mijn coming-out een berichtje achterin de kranten zou zijn. Maar op alle voorpagina’s zag ik een grote foto van mezelf.’ Beeld Charlie De Keersmaecker

Wanneer wist u dat u als vrouw wilde leven?

‘Bij mij was het niet zo dat ik het als jong kind al wist. De mogelijkheid kwam niet in me op. Ik zat op een katholiek jongenscollege met alleen mannelijke leerkrachten. In mijn leven waren weinig vrouwen, alleen mijn moeder en, meer op afstand, mijn nichtjes. De eerste keer dat ik me bewust werd van vrouwelijke gevoelens, was met het schooltoneel.’

U wilde, als 8-jarige, graag als vrouw verkleed gaan.

‘Ik vind het woord ‘verkleed’ een verkeerd woord. Je hebt het nu over toneel, dus dan is het misschien juist, maar ik ben er een beetje allergisch voor. Ik zeg liever: ‘gekleed’. Die nuance is belangrijk. Het is geen carnaval. René van der Gijp, die was verkleed als vrouw. Ik niet. Nooit. Ook niet vóór mijn transitie.’

Was u gekwetst door René van der Gijp, die u op de hak nam door met blonde pruik als ‘Renate’ in Voetbal Inside te verschijnen?

‘Dat niet, maar ik vond het zeer flauwe humor. De volgende dag belde RTL Boulevard, of ik wilde reageren. Ik heb er nooit iets over willen zeggen, ik wil het niet groter maken door het aandacht te geven. Het is prima als mensen mij niet leuk vinden, dat is hun goed recht. Wel vond ik het een beetje jammer dat (oud-voetballer, red.) Jan Boskamp, die ik nota bene persoonlijk ken omdat hij op VTM voetbalcommentaar geeft, ook mee zat te lachen.’

Terug naar het schooltoneel. U wilde graag de rol van een vrouw vertolken.

‘Een jongen die twee jaar ouder was, mocht een omroepster spelen, en ik was stikjaloers. Het jaar daarop, in de volgende voorstelling, was ik een van de majorettes. Dat voelde heerlijk, maar ik kon die gevoelens nog niet plaatsen. Nadat ik op kamers ging, liep ik kringloopwinkels af om vrouwenkleren te kopen. Mijn behoefte kreeg meer vaste vorm, maar het bleef een worsteling. Ik heb drie keer al mijn vrouwenkleding weggegooid, uit schaamte, omdat ik dacht of hoopte dat ik zo van dat gevoel af kon komen. Hoewel ik van mijn vriendin, mijn huidige vrouw, hield, durfde ik het haar niet te vertellen. Ik voelde me er gigantisch schuldig over. Ik had ruimdenkende ouders, maar toch had ik zeer sterk het gevoel dat het niet hoorde. Ik was een jongen, jongens worden verliefd op meisjes, trouwen met meisjes en worden de vader van kinderen - zo moest het.’

Bij wijze van uitlaatklep ging u af en toe als vrouw naar het winkelcentrum.

‘Ik had op zolder een plek waar ik me af en toe omkleedde, en soms ging ik zo ook boodschappen doen. Dat deed veel deugd. Als ik een dag als vrouw doorbracht, kon ik er als man een week weer tegen.’

U bent in België een bekende televisiejournalist. Was u niet bang herkend te worden?

‘Jawel, jawel. Maar meestal was mijn vrouwelijk uiterlijk een schild. Alleen mijn stem kon mij verraden, en dat is ook een keer gebeurd, in een winkel waar ik vrouwenkleding wilde kopen en werd herkend door de verkoopster. Vroeger ben ik wel eens door een groepje onfatsoenlijke jongeren omringd, die steeds dichter bij me kwamen staan - je bent dan natuurlijk als de dood. Wel vond ik het leuk als ik een vrachtwagen inhaalde, de chauffeur mijn blonde haar ziet en dan seinde met zijn groot licht. Omdat het iets is wat vrouwen blijkbaar meemaken. Maar ik spreek nu over tien jaar geleden, het laatste jaar zijn me dat soort dingen niet meer overkomen.’

Voelde u zich als jongen aangetrokken tot vrouwen?

‘Zeker. Homoseksuele gevoelens heb ik als man nooit gehad. Ik heb een vrouw, nog steeds, ik heb twee kinderen. Maar ik kijk tegenwoordig anders naar mannen, en mannen kijken anders naar mij. Het is ineens oké om mannen leuk en aantrekkelijk te vinden. Geen sprake van dat ik eraan zou denken om een relatie met een man te beginnen, want ik heb al een relatie. Maar mocht de situatie ooit veranderen, door god weet wat, dan zou ik mijn blik misschien wijder richten. Transgender zijn heeft niet met seksuele voorkeur te maken, maar met hoe je je niet in het juiste lichaam voelt. Zou ik eventuele homoseksuele gevoelens vroeger misschien onbewust verdrongen hebben? Ik weet het niet. Feitelijk heb ik met mijn vrouw nu een lesbische relatie, maar zo zie ik het niet. Ik denk niet in die hokjes, en mijn vrouw is niet lesbisch.’

Het gevoel dat ze een vrouw was, ging nooit weg, vertelt Van Spilbeeck in het Antwerpse pand van haar uitgever. Toen haar echtgenote, jaren geleden, een mooie jurk kocht voor het huwelijk van haar broer, voelde ze afgunst. Die had zij willen dragen. En toen ze met vrouw, zoon en dochter - allen zijn grote Disney-fans - een halve marathon zouden lopen door Disneyland Parijs, en dat verkleed moest, wilde Van Spilbeeck het liefst als Cruella de Vil. ‘Met mijn vrouw, zoon en dochter als dalmatiërs. Of: ik als boze stiefmoeder, Marianne als Sneeuwwitje en de kinderen als dwergen. Het kwam niet in mij op dat ik ook de prins kon zijn die Sneeuwwitje wakker kust. Helaas wilden mijn vrouw en kinderen als The Incredibles, een superheldenfamilie. Ik moest de vader zijn, een enorme spierbundel. Ik heb me verzet, maar ze wilden niks anders.’

Van Spilbeeck als verslaggever met defensie als specialisme: ‘Stoere reportages als deel van mijn camouflage’, schrijft ze in haar boek.
Als jongetje in 1967, het eerste jaar dat het besef er was ‘dat meisje zijn wel leuk is’.

Heeft u eerder in uw leven overwogen om in transitie te gaan?

‘Natuurlijk had ik eerder als vrouw willen leven, maar ik zag niet hoe. Ik zou mijn baan verliezen, dacht ik, misschien zelfs mijn huwelijk. Ik durfde niet. Ik was een van de belangrijke gezichten van het nieuws, een vader met een hypotheek die ik moest afbetalen. Een collega bij VTM, Estelle, heeft twintig jaar geleden de stap gezet. En zij werd absoluut niet aanvaard zoals ik nu ben aanvaard, zij werd niet in de armen gesloten door de toenmalige directie en hoofdredactie. Zij mocht niet meer op reportage, en werd veroordeeld tot een baan achter het bureau. Ze is uiteindelijk ook weggegaan. De laatste maanden heb ik haar af en toe gesproken, en ik voel dat het wringt, bij haar, dat verschil in aanvaarding. Het zijn echt andere tijden.’

U wilde, gezagsgetrouw als u bent, koste wat kost op het pad blijven dat u voor uzelf had uitgestippeld?

‘Zo zal het zijn geweest. De maatschappij vraagt dat je het op een bepaalde manier doet, dertig jaar geleden natuurlijk nog meer dan vandaag. En ik vond het moeilijk daar tegenin te gaan.’

Totdat de keuze om als vrouw te gaan leven ‘onafwendbaar’ werd, zoals u schrijft.

‘Het internet heeft in het proces een grote rol gespeeld. Ik ging steeds meer lezen, bekeek YouTube-filmpjes van transgenders zoals Andreja Pejic, een Australisch fotomodel, en vlogger Gigi Gorgeous. Jonge, prachtige, eigenlijk perfecte vrouwen. Voor mij een volstrekt onbereikbaar ideaal. Die boot had ik gemist. Soms deed het zelfs fysiek pijn om naar die filmpjes te kijken. Was ik nu maar 16 geweest, dacht ik, kon ik de tijd maar dertig jaar terugdraaien.’

Wat was voor u de ommekeer?

‘De coming-out van Caitlyn Jenner in 2015, die 65 was toen ze als vrouw ging leven. Ik herinner mij Bruce Jenner nog heel goed, de Olympisch Kampioen tienkamp in 1976. We schelen bijna tien jaar. Ik dacht: als zij het kan, kan ik het ook.’

Er kwam vanuit de transgendergemeenschap ook kritiek op Jenner. Zij zou, onder andere vanwege haar privileges en rijkdom, geen geschikt rolmodel zijn.

‘Ik heb zelf natuurlijk ook privileges. Ik heb een baan waarvoor ik niet hoef te vrezen, wat me een zeker financieel comfort oplevert. Gezichtsoperaties worden niet vergoed en er zijn veel transgenders die ze niet kunnen betalen. Ik heb, alles bij elkaar, toch wel de prijs van een auto uitgegeven. Ik kan me voorstellen dat het een stuk ingewikkelder is als je de middelen niet hebt.’

Ik zag een interview met u, waarin u Belgisch onderzoek aanhaalt: acht op de tien transgender personen heeft ooit aan zelfdoding gedacht.

‘En 40 procent heeft zelfs een keer een poging ondernomen. Ik heb weet van minstens zes transgender personen die in 2018 uit het leven zijn gestapt. Een transpersoon die vóór zijn of haar transitie ongelukkig is, is dat nadien vaak nog steeds. Dat komt door sociaal isolement, bijvoorbeeld. Je bent dan eindelijk de vrouw of man die je altijd al was, maar door anderen word je niet op die manier aanvaard.’

U bent in de laatste jaren voor uw transitie ook heel ongelukkig geweest.

‘Inderdaad, ook ik was uiteindelijk op een punt beland dat het niet meer ging. Ik wilde, en kon, op deze manier niet verder. Terwijl ik nooit helemáál ongelukkig ben geweest, omdat ik een fijne relatie had met mijn vrouw en twee fijne kinderen. Een stukje van mij was ongelukkig, maar dat stukje werd groter. Er was ook meer ruimte voor: mijn kinderen waren volwassen, ik had professioneel bereikt wat ik wilde bereiken. Uiterlijk begon ik te evolueren. Ik ging me vrouwelijker kleden, ook in het dagelijks leven. Ik liet mijn haar langer groeien, droeg doorschijnende nagellak, af en toe mascara, blouses in plaats van overhemden, vrouwenlaarzen met lage hak in plaats van herenschoenen. Ik had de behoefte steeds verder te gaan. Het begon op te vallen. Een vrouwelijke collega zei: ‘Het lijkt alsof je onbewust hoopt dat je geout zal worden, dat iemand anders die stap voor je zal zetten.’’

In het voorjaar van 2017 bekent Bo Van Spilbeeck haar worsteling aan gynaecologieprofessor Petra de Sutter, zelf transgender, als ze haar voor een item in het nieuws moet interviewen. ‘Een Spaanse vrouw van 64 die bevallen was van een tweeling, en ik zou Petra vragen naar de ethische bezwaren. Toen we even alleen waren, zei ik: ‘Ik voel me niet goed in mijn vel, ik voel mij vrouw en wil vrouw worden, net als jij.’ Ik heb haar op mijn smartphone foto’s van mezelf als vrouw getoond, verteld dat ik Bo genoemd wilde worden. Bij het afscheid pakte ze me vast: ‘Bo, we gaan snel verder praten.’ Mijn noodkreet was opgepikt. In september heb ik mijn eerste gesprek met een psychiater gehad. Hij liet mij kort daarna met de hormoonkuur beginnen. De effecten op mijn lichaam en gemoedstoestand waren enorm, veel heviger dan ik had verwacht. Bij mijn laatste klus voor de camera als man, op 17 januari 2018, was ik vijf weken bezig met de hormonen. Toen waren mijn borsten al zichtbaar als ik een t-shirt droeg. Ik had heftige stemmingswisselingen, kon overal om huilen. Het was of ik permanent PMS had.’

Bo van Spilbeeck: ‘Een vrouwelijke collega zei: ‘Het lijkt alsof je onbewust hoopt dat je geout zal worden, dat iemand anders die stap voor je zal zetten.’’ Beeld Charlie De Keersmaecker

Vond u die emotionaliteit prettig?

‘In zekere zin wel. Ik mócht nu huilen, waar ik dat vroeger nogal eens had weggestopt. De andere kant van het verhaal is dat ik erg in de put heb gezeten na mijn eerste gezichtsoperatie. Ik merkte dat bij mij het herstel trager verliep dan bij anderen. Er bleek een zenuw geraakt te zijn. Ik voelde me vreselijk en zag er vreselijk uit, was bang dat ik nooit meer op televisie zou kunnen verschijnen. Ik kon het totaal niet relativeren, zag alleen het negatieve - het zou goed kunnen dat de hormonen daarbij ook een rol hebben gespeeld.’

Is uw transitie voor uw gevoel nu voltooid?

‘Ik heb drie gezichtsoperaties en, drie maanden geleden, mijn geslachtsoperatie achter de rug. Het is snel gegaan: tussen mijn eerste gesprek met een psychiater en de geslachtsoperatie zaten 14 maanden. Ik kon terecht in Sint Niklaas, bij een jonge dokter van 36. Een man met gouden handjes, hoorde ik van de verpleegsters, hij zou er een kunstwerkje van maken. Er kan van alles misgaan: hechtingen die niet goed zitten, ontstekingen, de plasstraal die niet de juiste richting op gaat - van vervelend tot ernstig. Gelukkig heb ik nergens last van gehad. Er is nog één punt waar ik eventueel iets aan wil doen, en dat is mijn haar. Ik heb een pruik, en naar gelang hoe die gekamd is ziet dat er natuurlijker of minder natuurlijk uit. Ik zou het liefst mijn eigen haar willen, maar vooraan is het nog te dun, er zijn inkepingen. Ik zou een transplantatie moeten doen, waarbij haar van mijn achterhoofd aan de voorkant wordt ingeplant. Maar ik heb het wel even gehad met operaties. Als ik foto’s bekijk van mezelf als vrouw van vóór mijn coming-out, dan zie ik een man met een goedkope nylonpruik. Ik zie er nu toch echt veel vrouwelijker uit.’

Toch bent u, las ik in uw boek, nog steeds erg kritisch op uzelf. U vraagt zich op elk moment af: ben ik wel vrouwelijk genoeg?

‘Is niet elke vrouw kritisch op zichzelf? Soms als ik mezelf terugzie op foto’s, denk ik: verdorie, die benen moeten dichter bijeen! Mijn houding, daar moet ik op blijven letten. Een beetje op één been steunen, zodat het er vrouwelijk uitziet. Idem met mijn stem - een stem verandert bij een transitie niet mee, dus die moet ik trainen, met logopedie. Ik heb vandaag een interview gegeven, en toen ik het terughoorde, dacht ik: oh my god, veel te laag. Dat is een aandachtspunt. Het is een geheel. Hoe je met je ogen knippert, hoe je glimlacht, hoe je je handen beweegt.’

Bent u zich van al die dingen de hele tijd bewust?

Gaat verzitten. ‘Eh, voor een deel wel. Soms wel. Vind jij nu dat ik er vrouwelijk bijzit? Het is complex. Ik ben natuurlijk decennia een vrouw in de luwte geweest. Het is iets heel anders om echt als vrouw te leven. Ik denk niet dat ik ooit voor honderd procent tevreden zal zijn.’

Voor de buitenwereld was uw verhaal vooral een vrolijk verhaal. Uw coming- out werd door iedereen omarmd, u zou nu eindelijk gelukkig zijn. Maar het was toch ingewikkelder dan dat.

‘Ja, veel ingewikkelder. Ook omdat ik in mijn relatie met mijn vrouw aan een nieuw hoofdstuk moest beginnen.’

U schrijft: ‘Achteraf denk ik dat ik mijn keuze misschien niet even duidelijk gecommuniceerd heb naar mijn gezin toe, hoewel de stap voor mij heel duidelijk was.’

‘Op het moment zelf dacht ik dat ik het wel gezegd had. Maar nu moet ik concluderen dat ik niet duidelijk genoeg ben geweest. En zij heeft het misschien niet wíllen horen, onbewust. Ik was te omfloerst in mijn omschrijving van wat ik van plan was: voltijds als vrouw leven en alle stappen zetten die daarbij horen, met alle lichamelijke aanpassingen. Dat is toch iets fundamenteel anders dan af en toe als vrouw de dag doorbrengen. Mijn vrouw heeft in voorjaar 2017, na mijn noodkreet bij Petra de Sutter, tegen mij gezegd dat ze het niet zag zitten als ik voltijds als vrouw zou gaan leven. Eerder heb ik gedacht: als Marianne het niet wil, ga ik er niet mee door. Maar ik was inmiddels op het punt gekomen dat ik dacht: no way dat ik het níet doe. Ik ga er alles aan doen om haar dit te laten aanvaarden, maar terugkrabbelen is geen optie meer.’

U noemt het in uw boek ‘een egoïstische keuze’.

‘Omdat het een keuze is die alleen met mezelf te maken heeft. Tegelijkertijd wás het eigenlijk geen keuze. Want ik kan oprecht zeggen dat het leven voor mij anders geen zin meer had gehad.’

En uw vrouw heeft uw keuze uiteindelijk omarmd, hoe moeilijk dat ook voor haar was.

‘Ik zeg altijd: zij is de werkelijke heldin van dit verhaal. Lang heeft ze gehoopt dat ik ook parttime als vrouw kon leven. Daarna was voor haar de vraag: raak ik mijn man kwijt? Het was voor haar veel moeilijker dan mijn kinderen, die volwassen zijn en niet meer thuis wonen. Mijn zoon en dochter zeggen nu ‘papsie’ tegen mij. Dat klinkt iets vrouwelijker dan papa. Maar ze zullen me nooit mama noemen, want ik ben hun mama niet.’

Bo van Spilbeeck: ‘Er zijn twee data belangrijk: 30 januari, de dag dat ik voltijds als vrouw begon te leven. Maar natuurlijk ook 7 november 2018, de dag van mijn geslachtsoperatie.’ Beeld Charlie De Keersmaecker

Bent u voor uw vrouw een ander mens geworden?

‘Zij vindt dat ik veranderd ben. Ik denk zelf altijd van niet, ik ben dezelfde als vroeger. Voor mij is het natuurlijk ook een geleidelijk proces geweest. Maar voor haar, en voor de rest van de wereld, was er een cesuur. Van man plots naar vrouw. Marianne vindt dat ik meer als een vrouw op de dingen reageer - emotioneler, bijvoorbeeld.’

Heeft u, sinds u als vrouw leeft, nog een liefdesrelatie met uw vrouw?

‘Er zijn twee data belangrijk: 30 januari, de dag dat ik voltijds als vrouw begon te leven. Maar natuurlijk ook 7 november 2018, de dag van mijn geslachtsoperatie. Want vóór die dag leefde ik weliswaar als vrouw, maar had ik nog wel de mannelijke attributen. Sinds 7 november is het een herontdekking, een zoektocht. En die zoektocht is nog bezig. Mijn vrouw is de heldin van dit verhaal, dat had ik al gezegd. En dit is natuurlijk alleen maar mogelijk omdat wij al zo lang samen zijn en elkaar zo goed kennen.’

Uw verhaal is eigenlijk ook een heel romantisch verhaal.

‘Pas op: we zijn nog aan het zoeken, hoor. Wij blijven partners en slapen in één bed, maar we zijn er nog niet. Zeker dat ene aspect, dat is nog ingewikkeld. Maar de wil is er. Op straat hand in hand lopen, dat is ook zoiets. We hebben het al eens gedaan, maar doen het zeker niet altijd. Het is aftasten, maar Marianne heeft de intentie om de vrouw in mij volledig te aanvaarden. Ze corrigeert mij. Trek je bloesje aan de schouders wat naar voren, anders staat het niet mooi. Je bewegingen zijn te groot, niet vrouwelijk genoeg. Ze waakt erover.’

U schrijft: ‘In de complexiteit van het vrouw-zijn zit een rijkdom en een verscheidenheid die ik nu kan koesteren.’ Vrouwen zijn complexere mensen dan mannen?

‘Ik heb die indruk wel. In een van de eerste interviews na mijn coming-out heb ik gezegd: een man heeft een aan/uit-knop, een vrouw heeft een heel toetsenbord. Dat is overdreven natuurlijk, er zijn ook mannen die complexer in elkaar zitten. Maar er zit een kern van waarheid in. Ik heb in mij de complexiteit altijd gevoeld, ik ben nooit die man met de aan/uit-knop geweest, en dat was, onder veel meer, wat het leven als man voor mij zo moeilijk maakte. Mannen zijn jagers, die in een vingerknip beslissingen nemen. Ik kon dat helemaal niet. Een vrouw heeft een grotere mentale gelaagdheid. En eindelijk kan ik die nu ook uiten.’

CV Bo Van Spilbeeck

Bo van Spilbeeck werd op 7 februari 1959 geboren in Antwerpen. Ze studeerde Romaanse filologie aan de Universiteit Antwerpen en werkte vervolgens als journalist bij de BRT. In 1999 stapte ze over naar VTM, waar ze bij de Nieuwsdienst werkt. Deze maand verschijnt haar boek: Eindelijk vrouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden