Blijf arme landen steunen

De consequenties van de crisis zijn het ergst in arme landen, betoogt Bert Koenders. Dat probleem moet snel internationaal aangepakt worden....

In de grootste economische crisis sinds de jaren dertig gaat de aandacht begrijpelijk genoeg uit naar het eigen land. Maar de consequenties voor de armste landen zijn veel ernstiger.

Volgens de Wereldbank zijn door de crisis al meer dan 100 miljoen mensen tot armoede vervallen. Dit komt bovenop de 150 miljoen mensen die in 2008 onder de armoedegrens terechtkwamen door de energie- en voedselcrisis. De bank verwacht dat als de economische crisis aanhoudt, jaarlijks 200- tot 400 duizend kinderen extra zullen sterven. Dat is des te wranger als men beseft dat veel van deze landen de laatste jaren aanzienlijke groeicijfers lieten zien.

De gevolgen van de crisis voor ontwikkelingslanden worden steeds duidelijker: afnemende internationale handel, nieuwe vormen van protectionisme, teruglopende overmakingen van westerse immigranten naar herkomstlanden, minder buitenlandse investeringen en onzekere hulpbudgetten. In veel landen neemt door de crisis de binnenlandse politieke stabiliteit af.

Ontwikkelingslanden worden direct geraakt door het inzakken van hun export naar het Westen en opkomende markten als China. Tegelijk zien we een perverse kapitaalstroom van arme naar rijke landen op gang komen. Westerse banken, beleggingsfondsen en institutionele beleggers trekken fondsen terug uit ontwikkelingslanden om de balansen thuis beter op orde te brengen. Dit gaat vaak gepaard met een financieel nationalisme en protectionisme dat funest is voor de arme landen en de wereldeconomie als geheel.

Het ontbreekt ontwikkelingslanden aan de middelen om, net als westerse landen, anticyclisch beleid te voeren. Zij kunnen het zich niet veroorloven om kredietverlening aan de armsten op peil te houden of de werkgelegenheid tijdelijk te beschermen.

Om uit deze crisis te komen, zullen alle landen, rijk en arm, op basis van gedeelde belangen moeten samenwerken. Terecht worden wereldwijd macro-economische stimuli overwogen om de vraaguitval te keren. Essentieel is dat deze financieel verantwoord zijn en internationaal goed gecoördineerd worden. Alleen dan kan hun effect maximaal zijn.

Alleen samen kunnen we iets doen aan de onevenwichtigheden in de internationale financieel-economische verhoudingen die deze crisis hebben veroorzaakt. Internationale reserves moeten eerlijker gemanaged worden, en private en publieke investeringen in armoedebestrijding, klimaatbeleid en voedselzekerheid moeten worden opgevoerd. De aanstaande vergaderingen van de G20, het IMF en de Wereldbank zullen forse internationale maatregelen op deze terreinen moeten agenderen. Nederland, de 16de economie ter wereld die een belangrijke rol heeft in ontwikkelingsfinanciering, kan de roep om een internationaal antwoord op de crisis versterken.

Maar eerst moet de internationale gemeenschap de ergste nood lenigen. Nederland is bereid hieraan mee te werken. Ondanks de teruglopende middelen door de verlaging van het bnp heeft het ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking concrete maatregelen genomen om de negatieve gevolgen van de crisis op de allerarmsten te beperken. Zo is in een aantal partnerlanden het cash-for-workprogramma uitgebreid om arme boeren te helpen. Deze vangnetconstructies voorzien de allerarmsten tijdelijk van betaalde arbeid.

Ook is een extra bijdrage toegezegd aan het Massif-programma van de Nederlandse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden. Dit draagt bij aan de ontwikkeling van financiële dienstverlening voor het midden- en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden. Bovendien gaan we binnenkort de aanleg van een ontwikkelingsrelevante infrastructuur stimuleren. Het verleden leert dat het juist in tijden van economische crisis van groot belang is in ontwikkelingslanden te blijven investeren.

Internationaal behoeft de anticyclische rol van het IMF en de Wereldbank versterking. Onlangs is hiervoor 500 miljoen dollar aan het IMF ter beschikking gesteld. Meer is nodig. Denk aan het versoepelen van de uitleenmogelijkheden van de Wereldbank en de versterking van de rol van de private sector. Ook moeten rijke landen ontwikkelingslanden verzekeren dat zij zich aan de gemaakte hulpafspraken houden. Voor ontwikkelingslanden is deze hulp een van de weinige voorspelbare kapitaalstromen voor het bereiken van de Millennium Ontwikkelingsdoelen. Terugkomen op deze afspraken is penny wise, pound foolish.

Tot slot moet de discussie binnen de internationale financiële instellingen over de vertegenwoordiging van ontwikkelingslanden een sterke impuls krijgen. Om de crisis effectief te kunnen bestrijden heeft de wereld behoefte aan sterke mondiale instellingen, die kunnen rekenen op de steun van een zo groot mogelijke groep landen. Hiervoor is nodig dat de stem van ontwikkelingslanden sterker gehoord wordt.

De G20-top van begin april in Londen kan in veel opzichten belangrijke voortgang boeken. Dat op deze top geen enkel arm ontwikkelingsland aanwezig zal zijn, is veelzeggend en onderstreept hoe groot de verantwoordelijkheid is die rust op de aanwezigen bij de G20, waaronder Nederland.

‘Londen’ wordt een belangrijk ijkpunt in de mondiale bestrijding van de crisis. Niet alleen moeten de wereldleiders het vertrouwen in de financiële markten herstellen en de mondiale economie weer aan de praat krijgen, zij moeten daadwerkelijk mondiaal leiderschap tonen. Het is tijd voor een New Global Deal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden