Meelopen in de Vierdaagse Dag 1

Blanche (85): ‘Als ik volgend jaar nog kan lopen, loop ik de veertig kilometer’

Onze verslaggever Pepijn de Lange loopt de Vierdaagse in Nijmegen en ontmoet bijzondere wandelaars. Vandaag: de oudste debutante.

Blanche Troost-Tompot

Het is nog donker als dinsdagochtend onder de startbogen op het Nijmeegse Vierdaagseplein duizenden mensen samendrommen. De feesten in de stad aan de Waal zijn zaterdag al begonnen: zeven dagen en zeven nachten lang ligt het normale leven op z’n gat. Maar hier, in het holst van de nacht, begint het echte werk. 44.702 deelnemers van over de hele wereld lopen vier dagen lang hun voetzolen stuk op de wegen rondom Nijmegen.

Bij de start komen de twee gezichten van de Vierdaagse samen. Langs de kant staan de laatste feestvierders hun stemmen schor te schreeuwen en te zingen, om de vroege lopers uit te zwaaien. ‘Jullie kunnen het!’ High five. ‘Zet hem op!’ High five.

Dinsdag is de dag van Elst. Op deze plek liepen de Romeinen al rond. Nu hangt aan de 15de-eeuwse toren van de protestantse Grote Kerk een spandoek waarop staat dat er binnen toiletten zijn.

In Elst lopen we Blanche Troost-Tompot tegen het lijf.  Ze loopt de 30 kilometer, voor de eerste keer. Met haar 85 jaar is ze de oudste debutant. ‘Ja, ja, dat is zo’, zegt ze – alsof het niks is.

Waarom de Vierdaagse? ‘Mijn jongste zoon Frank heeft hem vorig jaar voor het eerst gelopen. Hij zei: ma, dit is wel iets voor jou. Zal ik je opgeven? Welja, dacht ik, ik word toch uitgeloot.’ Dus niet. 

Woningnood

De naam Tompot is van haarzelf, Troost is van haar man Harry. In de zomer van 1950 ontmoette ze op vakantie in Baarle-Nassau de man met wie ze zes jaar later in haar geboortestad Rotterdam zou trouwen. De naoorlogse woningnood dreef hen naar Dinteloord. Hij werkte in de scheepsbouw, zij voedde drie zonen op. ‘Zo gaan die dingen.’

Na zijn pensioen kwam de tijd: ze verhuisden naar Roosendaal en verkenden wandelend Europa. ‘We hebben in Oostenrijk gelopen, Polen, Tsjechië en Slowakije. We liepen eigenlijk altijd samen. Maar een jaar geleden is mijn man heel onverwacht overleden.’ 

Korte stilte. Dan zegt ze rustig: ‘Je moet gewoon door.’

Dus is ze blijven wandelen. Bijvoorbeeld in Portugal, waar ze haar winters doorbrengt. Het kost haar weinig moeite. ‘Vandaag liep ik een groot stuk met de militairen mee. Die lopen lekker door.’

Van de mensenmassa om haar heen heeft Blanche geen last. ‘Nee, ik ben Rotterdamse, hè. Daar is het dikwijls ook druk.’ Dan, lachend: ‘Als ik volgend jaar nog kan lopen, loop ik de veertig.’ 

Zo gaan die dingen. Je moet gewoon door.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden