Yfke Metz: ‘Het nut van de dood is dat je ’s ochtends opstaat.’

Zin van het leven Yfke Metz

Bladenmaker Yfke Metz: ‘Het nut van de dood is dat je ’s ochtends opstaat’

Yfke Metz: ‘Het nut van de dood is dat je ’s ochtends opstaat.’ Beeld Foto Jitske Schols

Yfke Metz heeft jeuk, 24 uur per dag. De zin van het leven, daar wil ze anders dan Fokke Obbema niet over nadenken. Wel over de zin van het lijden.

Wanneer ze de deur van haar nieuwbouwwoning in Lelystad opent, krabt Yfke Metz over haar hals en nek. Even ­later in haar huiskamer zegt de 41-jarige bladenmaker kalm: ‘Ik heb zes weken jeukvrij geleefd.’ Ze doelt op de eerste weken van haar bestaan in Wapserveen, waar ze geboren werd als de oudste in een gezin met vijf kinderen. Vader beroepsmilitair, moeder huisvrouw, behorend tot de ‘Gereformeerde Kerken vrijgemaakt’, een orthodoxe stroming.

Jeuk was er altijd, ze wist als kind niet beter. Tot haar achttiende viel het haar eigenlijk nog mee, meent ze nu, al waren er zware perioden. ‘Ik stond weleens met mijn hoofd tegen de muur te bonken. Mijn moeder heeft later gezegd dat ze dan bang was dat ik een einde aan mijn leven zou maken, maar die gedachte heb ik toen nooit gehad. Het geeft wel aan hoeveel jeuk ik had. Je wordt soms wanhopig, omdat je geen moment rust hebt. Ik heb het 24 uur per dag, nu ook.’

Artsen konden niets anders bieden dan hormoonzalf. ‘Daar had ik slechte ervaringen mee, omdat het aanbrengen ontzettende pijn deed. Als kind krijste ik dan het hele huis bij elkaar.’ Met haar moeder begaf ze zich in het alternatieve circuit, maar ook dat bood weinig soelaas. Toch slaagde ze erin haar leven vorm te geven. Ze ontmoette haar man en kwam in Lelystad terecht, waar ze bij de gemeente als secretaresse werkte en ook nog een hbo-opleiding facility management doorliep. In 2008 kreeg ze een zoon en in 2010 een dochter. Juist toen een mooie periode van klein gezinsgeluk had moeten aanbreken, sloeg de huid­irritatie onbarmhartig toe: ‘Mijn jeuk werd het ergst toen ik het gelukkigst hoopte te zijn.’

Niet leefbaar

De reden: haar beide zwangerschappen veroorzaakten grote hormoonschommelingen. Die leidden tot een ziekte in haar darmen, coeliakie, oftewel intolerantie voor gluten. Maar de behandelende specialisten kwamen niet tot die diagnose. ‘Je moet er maar mee leren leven’, hield een dermatoloog haar voor. ‘Een wrange grap, want juist dat kon ik niet meer.’

Alleen al het verplaatsen van lucht door te lopen deed pijn, ‘zo kapot was mijn huid’. Haar man Robert lag boven met de kinderen, zij sliep alleen op de ­benedenverdieping: ‘Iedere nacht was een hel, zoveel jeuk had ik. Vaak kon ik alleen maar huilen en kreunen, omdat ik niet wist waar ik het moest zoeken.’ Ze betwijfelde of ze het leven kon volhouden: ‘Van nature ben ik optimistisch ingesteld, maar het werd echt ondraaglijk.’

Toch iets draaglijker

Dankzij de thuiszorg kreeg het gezin 24 uur per week hulp: ‘De hoogste indicatie, maar dat was ook echt nodig. Robert bouwde een bedrijf op, hij moest twee kinderen verzorgen en had een vrouw die niet meer wilde leven.’ Niet dat ze somber was: ‘Ik was niet chagrijnig, maar wist gewoon niet meer hoe ik moest leven. Ik moest veel huilen om de pijn eruit te werken. Als je geen woorden meer hebt, kun je alleen nog huilen.’

Speurend op internet kreeg ze het vermoeden dat ze de glutenintolerantie had. Bloedtesten wezen haar gelijk uit, waarna ze haar voedingspatroon aanpaste. Sindsdien is de jeuk draaglijker. Geleidelijk kon ze weer om zich heen gaan kijken, al omschrijft ze haar toestand nog altijd als fragiel. Niettemin werd ze oprichter en creative director van haar vier keer per jaar verschijnende tijdschrift Liefke Magazine. Dat magazine met het gevoel van een boek vraagt aandacht voor ‘de schoonheid van het alledaagse’. Met haar blad voor ‘gewone mensen’ wil ze ‘een kalm tegenwicht bieden in een wereld waar ‘iets moeten’ continu overheerst.’

Wat is de zin van ons leven?

‘Ik denk daar niet over na. Ik vind mijn ­leven zo al moeilijk genoeg. Met de vraag waarom mij dit overkomt hou ik me ook niet bezig. Ik krijg daar toch geen antwoord op. Ik weet alleen dat het leven iets magisch moois is en dat je ervan moet genieten. Maar ik denk niet na over de zin, omdat ik dat verspilde energie vind.’

Vindt u het een onbelangrijke vraag?

‘Nee, dat niet. Maar ik wil er ook niet te veel over nadenken, omdat ik bang ben dan depressief te worden. Dat kan ik er niet nog bij hebben. Depressief ben ik nooit geweest. Ik zie altijd het mooie in alles.’

U bent gelovig. Heeft u tijdens uw ziekte aan God getwijfeld?

‘Nee, voor mij is zijn bestaan een gegeven. Hij steunt mij. Op een nacht was ik wanhopig. Ik was aan het bidden en had de Bijbel erbij gepakt, ik moest me aan iets kunnen vasthouden. Toen heb ik God gevraagd: ‘Laat me alsjeblieft sterven of maak me beter, want zo kan het niet langer.’ Toen voelde ik een hand over mijn rug en iemand zei tegen me: ‘Heb geduld.’

‘Die ervaring leerde me dat ik een keuze had: ik kon kiezen dood te gaan, maar ook om te blijven leven. Het stelde me in staat me op het allerbelangrijkste te richten: een positieve instelling. Voor die nacht wist ik vaak niet hoe ik een dag door moest komen. Alleen al wakker worden was zwaar, omdat door beweging het bloed ging stromen en dan kreeg ik vreselijk veel last. Dus zag ik enorm tegen uit bed komen op. Na die nacht ging ik het positief bekijken: wat kan ik? Mijn voeten naast mijn bed zetten ging ik zien als kiezen voor het leven. Stapje voor stapje ben ik zo weer opgekrabbeld.’

Dankt u die kracht aan uzelf of aan God?

‘God heeft me gemaakt, maar die kracht komt uit mezelf. Met mijn vrije wil heb ik ervoor gekozen het te doen, zoals ik het doe. Mijn beeld van God is veranderd. In 2015 heb ik me onttrokken aan de vrijgemaakte kerk. Voor mij heeft religie niks met God te maken. Ik lees de Bijbel met mijn kinderen, omdat er levensvragen in aan de orde komen. Maar ik geef ze niet het beeld mee waarmee ik ben opgegroeid, van een hele strenge God, met hel en verdoemenis en met het leven op aarde als lijdensweg.’

Die lijdensweg kunt u wel herkennen.

‘Maar toch zie ik het niet zo. Er is een Bijbeltekst die zegt dat geen beproeving voor de mens te groot is en dat je kracht zo groot is als de beproevingen die je weet te doorstaan. Nou, dan ben ik erg sterk, dat kan niet anders.’

Heeft uw lijden ook zin?

‘Ja, dat heb ik voor mezelf besloten. De gedachte dat het zinloos zou zijn, vind ik onaanvaardbaar. Dat ik hier allemaal doorheen moet voor de grap, dat kan toch niet waar zijn? Het moet wel ergens toe dienen. Het zou weleens zo kunnen zijn dat God mij voor deze taak heeft ­uitgekozen. Zodat ik hier iets te betekenen heb, hoe groot of klein dat dan ook is. Ik geloof ook dat het belangrijk is dat ik mijn verhaal vertel, wellicht kan ik ­andere mensen iets aanreiken. Dat probeer ik via mijn tijdschrift te doen. Maar of ik ze echt kan steunen, weet ik niet.’

Waarom schrikt u voor steunen ­terug?

‘Dat is zwaar, ik moet mezelf al overeind houden. Bij steunen denk ik ook: kan en mag ik dat wel? Dat heeft te maken met een gevoel over mezelf. Toen ik niet meer constant met overleven bezig was, keek ik voor het eerst in lange tijd in de spiegel. Omdat ik ook weer vrouw wilde zijn. Ik barstte in tranen uit. Juist in mijn gezicht was mijn huid versleten geraakt, terwijl ik zo van schoonheid hou. Ik ben toen in een periode van diepe schaamte terechtgekomen.’

Hoe kwam u die schaamte te boven?

‘Op een gegeven moment had ik een YouTube-filmpje van Sylvana Simons gezien. Dat ging over het kunnen houden van jezelf. Ze vertelde over een oefening: contact maken met jezelf via de spiegel. Dus niet kritisch kijken of je er goed uitziet, maar liefdevol contact met jezelf maken. Voor mij was het moeilijk niet naar mijn huid te kijken, maar puur naar mijn ogen. Toen dat lukte, kwam de vraag op: ‘Hoe heb je jezelf zo in de steek kunnen laten?’ Ik was hard geweest met het oordeel: ‘Je bent lelijk, je doet er niet toe.’ De volgende gedachte was: ‘Wat ontneem ik dan mijn man en mijn kinderen?’ Ik heb toen besloten van mezelf te gaan houden. Omdat ik niet wilde dat mijn kinderen zouden opgroeien met een moeder die zich voor zichzelf schaamde, maar ook omdat ik dacht: ‘Je hebt het overleefd, nu ga je je het leven niet laten ontnemen door het in schaamte door te brengen.’’

Hoe kijkt u inmiddels aan tegen de dood?

‘Ik noem het ‘de andere kant van het leven’. De dood zie ik als iets nuttigs. Het nut is dat je ’s ochtends opstaat. Ik zie het leven niet als lijdensweg, maar als een groot cadeau waar ik elk jaar weer iets van uitpak. Bij mijn magazine ontdek ik nu met mijn team een nieuwe manier van werken. We vergaderen helemaal niet, maar bellen als het nodig is en maken het blad met een ruime planning: er is een deadline, maar daarna geven we ons nog vier weken. Ik wil geen stress meer.’

Waarom is dat belangrijk voor u?

‘Volgens mij is stress de grootste oorzaak van ziekte. Vroeger was die reactie van vechten of vluchten nuttig, als je in gevaar kwam, maar nu is het vooral niet goed voor je lichaam. Natuurlijk heb je ook positieve stress, bijvoorbeeld tijdens een sportwedstrijdje. Die is goed, die helpt je te groeien en dat is voor mij een van de belangrijkste dingen in het leven. Maar negatieve stress vermijd ik. Ik ben nog steeds fragiel.’

Denkt u nog vaak aan de dood?

‘Soms is het nog wel zo zwaar dat ik wanhopig word. Als ik veel last van mijn huid heb, kan dat heftige emoties teweegbrengen. Ik ben het ook af en toe gruwelijk zat. Dan voel ik me zo leeg dat ik zelfs geen woede of verdriet meer kan voelen. Dat vind ik weleens verontrustend. Ik zou het niet aa­nkunnen als een van de kinderen iets overkomt. Al vermoed ik dat ik ook dat zou overleven. Dankzij mijn ziekte ben ik geworden tot wie ik nu ben. Ik ben van mezelf gaan houden. Dus ik ben ook dankbaar voor wat alle ellende me toch heeft gebracht.’

Leestip

‘Brené Brown, De kracht van kwetsbaarheid. Dit boek vergeet ik nooit, ­omdat het me veel heeft geholpen. Voor Brown is kwetsbaarheid en het tonen ervan geen teken van zwakte, maar juist de weg naar moed, betekenisvolle verbindingen en betrokkenheid. Ik heb van haar geleerd dat schaamte in het donker groeit. Door erover te vertellen en het dus in het licht te zetten, kan het verdwijnen. Dat is bij mij gebeurd.’ 

De zin van het leven
Journalist Fokke Obbema kreeg op 1 april 2017 een hartstilstand. Ruim een jaar later gaat hij in een reeks ­interviews op zoek naar de zin van ons leven. Lees hier alle andere verhalen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden