Column Sylvia Witteman

Binnenkort zal het begrip ‘speelgoedwinkel’ slechts een ongrijpbaar vage herinnering zijn, als het verzonken Atlantis

Het gaat slecht met de speelgoedwinkel Intertoys, las ik. De schuldigen heten, zoals gebruikelijk, Bol, Coolblue en AliExpress. Binnenkort zal het begrip ‘speelgoedwinkel’ slechts een ongrijpbaar vage herinnering zijn, als het verzonken Atlantis.

Ik besloot er nog eens te gaan kijken, al kende mijn weemoed grenzen, want ik kocht daar eigenlijk weinig anders dan cadeaubonnen. Dat was het favoriete geschenk op kinderverjaarspartijtjes, voor de gevers zowel als de ontvangers: Handig, want dan kocht je nooit de verkéérde Lego, en hoefde je niet aan de moeder van Ties, Fender, Pax of Pijke te vragen of het gewenste pistool een ‘Accustrike Disruptor’ een ‘Falconfire Blaster’ dan wel een ‘Zombie Jolt’ moest wezen.

In het filiaal aan de Kalverstraat stond een jongeman een stapel Dokter Bibber-dozen te rangschikken. Ach ja, Dokter Bibber, dat hadden mijn kinderen ook! Het komt erop neer dat je 35 euro betaalt voor een ‘patiënt’ van bordkarton, van wie na één keer spelen zijn lever, milt en/of ellepijp al onvindbaar zijn. Die moet je dan inderhaast vervangen door een paperclip of een vochtig dropje, en kom op, jongens, kunnen we nou verdomme niet één keer gezellig een spelletje doen zonder dat jullie de hele tijd op die telefoons zitten te kijken? Nee? Nou, prima, want ik vind er zelf ook geen flikker aan.

Met de moed der wanhoop brengen de spelletjesfabrikanten eigentijds bedoelde – en daarom des te tragischer – varianten van hun oude succesnummers op de markt, zag ik: Monopoly met ‘elektronisch bankieren’, ach gos, Mens erger je niet ‘met dobbelautomaat’ en ‘Blinddoek-twister; lach je krom om de gekke posities waarin spelers belanden’. Ja, dat is vast een stuk spannender dan naaktfoto’s van je klasgenootjes rond-appen, of chillen in zo’n shishalounge waar geregeld afgehakte hoofden voor de deur liggen.

Ik bekeek een fleurig zakje waar de wervende tekst ‘Maak zelf je eigen slijm!’ op stond (de meeste kleine kinderen zijn trouwens uitstekend in staat tot het maken van hun eigen slijm, zónder zakjes of andere toevoegingen, zeker in de winter) toen er een lange, bleke oude man aan kwam lopen die behoedzaam een doos naar de kassa droeg. Het was een legpuzzel van een berglandschap. 1000 stukjes. ‘Magic of the mountains’ stond erop.

‘Jarig kleinkind?’, vroeg de caissière kneuterig. ‘Nee, ’t is voor mijn vrouw’, zei de man. ‘Puzzelen is ’t enige dat ze nog kan. Nou ja, ze kan het eigenlijk niet meer, hoor. Maar ze dénkt dat ze het nog kan. Dus...’

De caissière knikte begrijpend en begon de puzzel in te pakken.

Er is nog hoop voor de speelgoedwinkel.

Een laatste sprankje. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden