Interview

'Bijna alle redacties juichen als een vliegtuig neerstort'

Marieke Poelmann studeerde journalistiek toen haar ouders omkwamen bij een vliegtuigcrash. Ze schreef er een boek over. Haar kijk op hoe de media met een ramp omgaan veranderde totaal.

Beeld René Koster

Op 30 juni 2010 staat Marieke Poelmann op het podium van de dr. Anton Philipszaal in Den Haag. Samen met haar twee broers houdt zij een toespraak over haar ouders, die ruim een maand eerder om het leven zijn gekomen bij de vliegtuigramp in Tripoli. De volgende dag staat er een foto van dat moment in De Telegraaf: 'De kinderen Poelmann konden hun tranen nauwelijks bedwingen.'

Poelmann (27) zegt nu, verontwaardigd: 'Dat was gewoon niet waar. Onze foto's hebben in meerdere kranten gestaan. De Telegraaf vond het als enige krant nodig in het onderschrift de tranen erbij te verzinnen. Wij deden ons best daar te staan en niet te breken, en dat lukte aardig. Je hoeft het niet erger te maken dan het is.'

Vele redenen

Op 12 mei 2010 stortte vlucht 8U-771 van Afriqiyah Airways neer in Libië. Alle inzittenden kwamen om het leven, op één jongetje, Ruben, na. Deze week, vijf jaar na de ramp, verschijnt Poelmanns boek Alles om jullie heen is er nog, waarin ze het verdrietige verhaal beschrijft van het verlies van haar ouders.

Poelmann, ten tijde van de ramp journalist in opleiding, had veel redenen het boek te schrijven. Een ervan formuleert ze als volgt: 'Als ik er straks mijn werk van wil maken andermans verhalen te vertellen, moet ik eerst mijn eigen verhaal vertellen.'

Op de flaptekst van haar boek staat het zo: 'Marieke Poelmann (dan 22) belandt als beginnend journalist aan de verkeerde kant van het nieuws.'

Schrijven móést

Marieke Poelmann móést een boek schrijven over het verlies van haar ouders: 'Na de ramp had ik het idee dat ik de controle over mijn leven was kwijtgeraakt. Ik had sombere gedachten: als dit mij kan overkomen, wat zal er dan nog meer fout gaan? Dat gevoel sleet pas toen ik begon te schrijven. En ik ontdekte nog iets. Ik dacht altijd dat ik de televisiejournalistiek in wilde, maar ik besefte: schrijven past veel beter bij me.'

Quootje

Ze wist al vanaf haar 13de dat ze journalist wilde worden en liep vóór de vliegramp stage bij het NOS Journaal. In haar boek beschrijft ze hoe ze na de ramp contact heeft met de verslaggever bij wie ze vlak daarvoor nog meeliep als stagiair. En als ze een quootje geeft voor de camera, denkt ze onwillekeurig: verdomme, ik ben op het 8-uurjournaal, maar niet zoals ik het had gehoopt.

Hoe kijkt Poelmann als nabestaande én journalist naar de werkwijze van media bij dit soort rampen?

'Ik heb op meerdere redacties rondgelopen en wat ik moeilijk vind, is dat er op bijna alle redacties journalisten zijn die staan te juichen als een vliegtuig neerstort. Die kicken op het avontuur. Het is natuurlijk hun en mijn werk om de gebeurtenissen in de wereld te verslaan, maar voor mij is dat toch erg raar om te zien. Journalisten kunnen er ook zo instrumenteel mee omgaan: hoeveel slachtoffers zijn er, wat zijn hun namen, hoppakee, alles moet zo snel mogelijk openbaar. Ik denk overigens niet dat het erg is er bovenop te zitten en de feiten boven tafel te willen krijgen. Maar er zijn media die dat op een hijgerige manier doen. Daar kan ik niet goed tegen.'

Delen van het op 12 mei 2010 neergestorte vliegtuig bij Tripoli.Beeld Hollandse Hoogte

Ophef

Na de Tripoli-ramp was er ophef over de media-aandacht voor de enige overlevende, de 9-jarige Ruben. Het NOS Journaal zond beelden van hem uit, De Telegraaf kreeg hem aan de telefoon in het Libische ziekenhuis waar hij lag en citeerde het jongetje in een artikel. Poelmann weet nog dat ze de ophef om de NOS-beelden niet begreep: 'Ik dacht meteen: niemand weet wie dit jongetje is. De tv-beelden kunnen ervoor zorgen dat zijn familie hem herkent en zo te weten komt dat hij nog leeft.

'Op die manier keek ik ook naar de journaalbeelden van de ramp: zie ik iets dat ik herken van mijn vader of mijn moeder? Als mijn ouders nog hadden geleefd, had ik ook gewild dat ze op tv kwamen. Maar als je er wat langer over nadenkt, is het ethisch misschien niet zo correct, een minderjarig jongetje op tv.

'Wat ik niet kan begrijpen, is dat je als Telegraaf-journalist gaat bellen naar een ziekenhuis, naar eigen zeggen per ongeluk het jongetje aan de lijn krijgt en ook nog het lef hebt hem als quootje te gebruiken in je stuk. Daar heb ik geen goed woord voor over.

MH17

'Ik snap dat media verhalen willen brengen van betrokkenen, en het liefst zo snel mogelijk. Daarmee wordt een ongeluk minder abstract. Maar de manier waarop je dat doet en de timing zijn daarbij belangrijk. Ik heb er bezwaar tegen nabestaanden vlak na een ramp te benaderen. Ik kan alleen maar voor mezelf spreken, maar ik denk dat je op zo'n moment niet toerekeningsvatbaar bent.'

Na de ramp met de MH17 vorig jaar - een van de vele confronterende momenten voor Poelmann sinds de crash in Tripoli - viel het haar op hoe snel en hoe vaak de nabestaanden van de slachtoffers uitgebreide interviews gaven in de media, in tegenstelling tot de nabestaanden van de Tripoli-ramp. Volgens haar zit het belangrijke verschil hem in het feit dat bij MH17 vrij snel duidelijk was dat het niet om een ongeluk ging, zoals dat bij de vliegtuigcrash in Tripoli wel het geval was. 'Deze nabestaanden kwamen terecht in een politiek spel. Ik denk dat ze daardoor meer de noodzaak voelden om de wereld te vertellen wat voor onrecht hun was aangedaan; de wereld moest weten wat er van ze was afgenomen.'

Ander beroep

De afgelopen vijf jaar probeerde Poelmann haar journalistieke carrière verder vorm te geven. Dat viel soms tegen. Tijdens een stage bij het Jeugdjournaal stortte een vliegtuig neer - Poelmann vluchtte naar de gang. Tijdens het eerste college van haar master-opleiding journalistiek sprak de docent over vliegrampen als 'sensationele gebeurtenissen voor de media' - Poelmann rende opnieuw het lokaal uit. Ze zegt: 'Het was makkelijker geweest als ik een ander beroep had gekozen.'

Toch voltooide Poelmann haar masteropleiding en werkt ze nu als freelancer, zij het niet voor het televisienieuws, maar als schrijvende journalist voor dagbladen. Ze is bezig met een volgend boek, een roman.

Rouw

Een ramp verslaan is niet haar eerste ambitie. Maar Poelmann wil er wel over schrijven, op haar manier. 'Ik sta niet neutraal in dit onderwerp en dat wil ik gebruiken. Voor nrc.next maak ik een serie over rouw; daarvoor spreek ik kinderen die beide ouders hebben verloren. De geïnterviewden kennen mijn verhaal, dat geeft vertrouwen. Ik kan mijn ervaring gebruiken: waar verschillen onze verhalen, waar komen ze overeen? Dat voegt hopelijk iets toe.

'En niet om belerend te klinken, maar ik zou mensen ook wel een beetje willen onderwijzen met mijn interviews en met mijn boek, want wat kunnen mensen onbedoeld vreselijke dingen zeggen. Zo'n Andries Knevel, die aan een nabestaande van de MH17 vroeg naar de staat van het lichaam - dat gaat echt te ver. Ik snap dat het gebeurde vragen oproept, en die heb ik ook willen beantwoorden. Maar dan op mijn moment en op mijn manier.'

Marieke Poelmann, Alles om jullie heen is er nog. Uitgeverij De Bezige Bij, 19,90 euro (e-book 12,99 euro).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden