INTERVIEWS

‘Bijna alle Afghanen willen dat de Amerikaanse soldaten weggaan, niet alleen de Taliban’

Na twintig jaar verlaten de Verenigde Staten en hun bondgenoten Afghanistan. De Taliban staan klaar om de macht weer over te nemen. Glijdt het land terug naar af? Is de jarenlange strijd voor niks geweest? Drie Afghaanse Nederlanders over de toekomst van hun vaderland.

Sarajuddin Farhad, Utrecht. Beeld Sabine van Wechem
Sarajuddin Farhad, Utrecht.Beeld Sabine van Wechem

De Verenigde Staten en de Navo zijn zaterdag begonnen aan de laatste operatie in Afghanistan: het terugtrekken van alle troepen. Daarmee breekt een onzekere periode aan voor het land. De Taliban hebben meerdere steden omsingeld en lijken zich op te maken voor een groot offensief. Dat de Taliban op de geplande vredesonderhandelingen van 24 april niet kwamen opdagen, is geen goed voorteken.

Amerika zoekt een eervol einde voor zijn langste oorlog. De laatste soldaten moeten op 11 september zijn vertrokken, precies twintig jaar na 9/11. Het waren deze terroristische aanslagen die de Verenigde Staten deden besluiten het land waar Al Qaida zich schuilhield aan te vallen en de regering van de Taliban te verdrijven. Afghanistan zou vervolgens opgebouwd moeten worden tot een modern, veilig en democratisch land.

Daar is weinig van terechtgekomen. De Taliban zijn alles behalve verdwenen, armoede heerst en Afghanistan is een van de gevaarlijkste landen ter wereld. Wie banden met het voormalige communistische regime of ‘westerse’ organisaties en bedrijven heeft, loopt nog meer risico. Miljoenen mensen zijn het land ontvlucht. In Nederland wonen meer dan 40 duizend Afghaanse Nederlanders, die het nieuws over hun vaderland op de voet volgen.

Sarajuddin Farhad: ‘Waarom werk je voor de Amerikanen? Ben je een verrader?’

Sarajuddin Farhad (38) werkte 14 jaar als tolk voor het Amerikaanse leger in Afghanistan. Acht keer werd zijn asielaanvraag afgewezen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), wegens gebrek aan bewijs. Toen Farhad zijn verhaal naar buiten bracht, kreeg hij steun van politieke partijen, vluchtelingenorganisaties en militairen. In 2019 besloot de Tweede Kamer dat tolken die hebben gewerkt voor internationale vredesmissies in Afghanistan bescherming moeten krijgen in Nederland.

‘De eerste jaren hadden veel Afghanen vertrouwen in het Amerikaanse leger, maar het sentiment sloeg al snel om. Steeds vaker vroegen mensen mij waarom ik voor de Amerikanen werkte. Ben je een verrader? Ben je geen moslim meer? Op een dag verklaarde een commandant van de populaire islamitische partij Jamiat dat ik een spion was en het geen misdaad zou zijn mij te doden. Ik moest mijn gezin achterlaten en onmiddellijk vluchten.

‘De Amerikanen zijn niet naar Afghanistan gekomen om het land op te bouwen. De soldaten brachten wapens, tanks en vliegtuigen naar Afghanistan om ze te kunnen gebruiken. Amerika wilde laten zien hoe machtig het is.

‘Ik geloof niet dat de Amerikaanse militairen echt zullen vertrekken. Amerika heeft miljarden uitgegeven aan de missie in Afghanistan en heeft daar een belangrijke positie in de regio. Bovendien staan Pakistan, Iran, Rusland en China te springen om de plaats van de Amerikanen in te nemen. President Obama kondigde in 2014 het vertrek van de Amerikaanse troepen al aan, maar dat ging op het laatste moment ook niet door.

‘Mijn hele familie verblijft nog in Afghanistan, in de hoofdstad Kabul. Alles is geregeld voor onze gezinshereniging, maar door het coronavirus kunnen mijn vrouw en kinderen nog niet naar Nederland komen. Ik hoop natuurlijk dat er vrede komt, maar daarvoor moet er heel veel veranderen. Afghanen hebben een zeer negatieve mindset door het geweld en de armoede. Mensen vertrouwen elkaar niet meer.’

Parwana Rezai, Broek op Langedijk. Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle
Parwana Rezai, Broek op Langedijk.Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle

Parwana Rezai: ‘Mijn vader heeft op tijd kunnen vluchten. Ik zou Afghanistan graag terugzien’

Parwana Rezai (21) groeide op in het zuidwesten van Afghanistan, waar haar vader en zijn familie voor internationale bedrijven werkten. De familie liep groot gevaar omdat de Taliban hen als verraders beschouwden. Toen Parwana 8 jaar was, vluchtte ze met haar vader en tante naar Nederland.

‘Mijn vader heeft op tijd kunnen vluchten, maar mijn opa en mijn oom zijn vermoord door de Taliban. Hoewel ik nog jong was, staat de vlucht op mijn netvlies gebrand. We reisden met allerlei vervoermiddelen, vrachtwagens, paarden en boten. Ik weet nog goed dat we in het donker over allemaal rotsen moesten klimmen. Ik zag niets en viel de hele tijd. Pas toen we in Ter Apel (asielzoekerscentrum, red.) aankwamen, konden we eindelijk slapen en rusten. Twee jaar later mochten mijn moeder, broertje en zusje ook overkomen.

‘Ik probeer altijd op de hoogte te blijven van de situatie in Afghanistan. Deze winter was er een aanslag op de universiteit van Kabul, waarbij meer dan twintig studenten omkwamen. Ik kende de slachtoffers niet, maar ik was helemaal van de kaart. Deze studenten zouden de toekomst van het land moeten vormen en juist zij worden aangevallen.

‘Ik ben bang dat de Taliban hun kans grijpen als de Amerikanen weggaan. De Amerikaanse overheid heeft de Taliban gelegitimeerd met de vredesonderhandelingen, om daarna zo abrupt te vertrekken. Het voelt voor mij alsof Amerika een statement wil maken met de verwijzing naar 9/11, terwijl heel veel onschuldige Afghanen zijn omgekomen bij Amerikaanse acties en er geen significante vooruitgang is geboekt.

‘Ik ben sinds kort actief bij Girl Up Afghanistan, een project van de VN voor de empowerment van vrouwen door middel van scholing en inspiratie. Ik wil goede connecties opbouwen met vrouwen in Afghanistan zodat ik hen na mijn studie kan helpen het land op te bouwen. Ik zou er veel voor over hebben om Afghanistan weer terug te kunnen zien.’

Yousuf Sabir, Amsterdam. Beeld Sabine van Wechem
Yousuf Sabir, Amsterdam.Beeld Sabine van Wechem

Yousuf Sabir: ‘Er dreigt een burgeroorlog. Want zowel de overheid als de Taliban zeggen: wij hebben de macht’

Yousuf Sabir (42) woont in Haarlem met zijn vrouw en kinderen. Hij was regiomanager voor hulporganisatie Save the Children in het zuiden van Afghanistan, toen hij acht jaar geleden een dreigbrief van de Taliban ontving.

‘Ik voelde mij al langer niet veilig en durfde niet meer in de officiële auto van Save the Children te rijden. Vanwege een anoniem dreigtelefoontje werd ik overgeplaatst naar de hoofdstad Kabul. Enkele collega's van mij waren toen al verdwenen. In Kabul ontving ik een officiële brief van de Taliban waarin stond dat ik onmiddellijk moest stoppen met mijn werk.

‘De Taliban hadden het grootste deel van Afghanistan in handen toen ik jong was. De eerste drie jaar na de komst van de Amerikanen was Afghanistan iets veiliger, maar daarna ging het steeds slechter.

‘Ik denk dat bijna alle Afghanen willen dat de Amerikaanse soldaten weggaan, niet alleen de Taliban. Steun in de vorm van geld en kennis is veel waardevoller.

‘Ik ben wel bang dat er na de terugtrekking van de soldaten een burgeroorlog uitbreekt. Heel misschien slagen de vredesonderhandelingen en komt er samenwerking. Ik vrees echter dat zowel de Taliban als de overheid zeggen: wij hebben hier de macht, wij zijn de baas. Dan wordt het weer oorlog.

‘Er moet meer aandacht komen voor de leefomstandigheden van kinderen in Afghanistan. Veel van hen hebben niet eens kleding of voedsel en krijgen geen scholing. Het is belangrijk dat financiële hulp naar lokale organisaties gaat die begrijpen hoe het land werkt en die goede contacten hebben. Ik droom ervan terug te gaan naar Afghanistan, maar eerst moeten mijn kinderen veilig in Nederland opgroeien en hun diploma halen.’

Nederland is streng voor Afghaanse vluchteling

Vorig jaar vroegen 390 Afghanen asiel aan in Nederland. Tussen de 40- en 60 duizend Afghanen vluchten jaarlijks naar Europa, veelal vanwege de dreiging van de Taliban. Het is voor de vluchtelingen moeilijk aan te tonen dat zij gevaar lopen, omdat zij meestal geen officiële dreigbrief hebben ontvangen. Italië en Frankrijk willigen daarom bijna alle asielverzoeken van Afghanen in. Nederland hanteert een streng asielbeleid en stuurt een aanzienlijk deel van de Afghaanse vluchtelingen terug. Hoewel Afghanistan volgens het toonaangevende Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy een van de gevaarlijkste landen ter wereld is, ziet de Nederlandse overheid delen van het land als veilig.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden