Interview

Bijna 75 en bijna 50 jaar in het vak, maar ‘never a dull moment’ met strafpleiter Spong

Gerard Spong  Beeld Valentina Vos
Gerard SpongBeeld Valentina Vos

Over een week wordt hij 75 en zit hij bijna vijftig jaar in het vak. Strafpleiter Gerard Spong werkt onverschrokken door. Altijd zijn beheerste zelf, behalve als er een smet op zijn zorgvuldig opgepoetste blazoen dreigt. ‘Sidney Smeets was een gevaar voor mijn kantoor geworden!’

Hij ontvangt in zijn kantoor aan de Amsterdamse Keizersgracht, achter een deur van kogelwerend glas. Die stamt uit de tijd dat hij aangifte deed tegen Geert Wilders wegens haatzaaien. Daarna werd hij met de dood bedreigd. Voor de zekerheid liep hij toen zelfs rond met een kogelvrij vest.

‘We hebben voor hetere vuren gestaan, Jacq’, is dan ook steevast zijn credo als hij bij mij wat ongerustheid ontwaart’, zegt secretaresse Jacqueline Arkeveld, die Spong al 36 jaar als baas kent en hem typeert als ‘een rare snuiter die soms een beetje in zijn eigen wereld leeft, maar van wie ik veel hou’.

Zo was een ander heet vuurtje toen Spong vernam dat Desi Bouterse een Colombiaanse huurmoordenaar achter hem aan had gestuurd vanwege zijn bemoeienis met het proces naar aanleiding van de Decembermoorden in zijn geboorteland Suriname, waarbij vier vooraanstaande juristen, vrienden van Spong, in opdracht van Bouterse werden geëxecuteerd.

‘Ach, never a dull moment’, relativeert de man die meermaals door zijn vakbroeders werd uitgeroepen tot beste strafrechtadvocaat van het land dan. Hij slaapt er geen minuut minder om, laat staan dat hij er schichtig gedrag van gaat vertonen. Onverzettelijk is hij altijd zijn immense, peperdure Rolls Royce langs de krappe Amsterdamse grachten blijven sturen, bij voorkeur met zijn yorkshireterriër Rex naast hem op de bordeauxrode bijrijdersstoel.

Hoe gaat het met u?

‘Goed.’

Uw beste vriend en oud-rechter Frits Lauwaars zei: ‘Gerard zit erg met Sidney Smeets.’ Volgens hem voelde het als een koude douche dat uw voormalige kantoorgenoot, kortstondig voor D66 in de Tweede Kamer, aftrad vanwege beschuldigingen van seksueel getint grensoverschrijdend gedrag.

‘Dat was een pijnlijke affaire. Ik vind het erg vervelend voor hemzelf, want hij had zich ontzettend verheugd op dat Kamerlidmaatschap. Ik vond de paginagrote foto’s van hem in de krant ook niet nodig. Uw krant heeft zich daaraan ook schuldig gemaakt. Je had kunnen volstaan met een wat serener berichtgeving. Maar ja, het ging om een Tweede Kamerlid en dan lijken ineens alle wetten van de ethiek weg te vallen. Dat is een buitengewoon betreurenswaardige bijkomstigheid van wat er is gebeurd.

‘Daarnaast deed het afbreuk aan de reputatie van mijn kantoor. En als ik voor iets ál die jaren hard heb gewerkt, is het wel de reputatie van dit kantoor. Dus ik kan het moeilijk hebben dat dat in gevaar wordt gebracht, of aangetast wordt.’

Dat Smeets werd beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de richting van jonge jongens verbaasde u niet, begreep ik van uw secretaresse.

‘Voordat wij verder gaan: ik ga hier niet een heel interview over de affaire-Smeets geven. Het enige wat ik er nog over zeggen wil, is dat ik wel wist dat hij niet van het antiquariaat was.’

We komen zeker ook over andere zaken te spreken, maar nog even: uw kantoorgenoot Bernard Sprenger zei dat u verbolgen was dat Sidney jongens van 15 jaar uit de kast trok en op kantoor uitnodigde.

‘Of dat werkelijk is gebeurd weet ik niet. Er is een jongen die dat beweert, maar ik heb daar geen bewijs over gezien en Sidney ontkent het.’

Smeets gaat nu voor zichzelf beginnen als advocaat, vertelde Sprenger. Ik begreep dat hij cliënten meekrijgt?

‘Ja, er is een aantal cliënten dat met hem meegaat. Maar het zal hem toch wel enige reputatieschade opleveren nu hij gelabeld is als een advocaat die het met zeer jonge mensen wil doen. Ook al is het net niet strafbaar wat hij zou hebben gedaan, hij zit toch in de periferie van een ethische sociale norm. En dat grijze #MeToo-gebied ligt tegenwoordig niet lekker. Maar Sidney is een heel goede advocaat, dus er zullen ook mensen zijn die dat het zwaarst laten wegen.’

Uw collega’s beschrijven u als een man die streng overkomt, maar die mensen toch vaak een tweede kans geeft. Smeets zou uw kantoor sowieso al per 1 mei gaan verlaten voor zijn politieke carrière, valt het onder die tweede kans dat hij nu toch cliënten van u meekrijgt?

‘Nee, dat heeft er puur mee te maken dat de wil van de cliënt beslissend is. Iedere burger heeft recht op een vrije advocatenkeuze. Maar daar eet ik geen hap minder om. Wij worden dagelijks overspoeld met zaken.’

Had hij ook mogen terugkomen als advocaat, als hij dat had gewild?

‘Nee. Sidney heeft mij het verzoek gedaan terug te mogen keren, maar dat verzoek heb ik niet gehonoreerd.’

Waarom niet?

‘Omdat ik een behoorlijke reputatieschade heb geleden en dat vond ik wel welletjes.’

Maar u zei net: het is hier onverminderd druk, we worden overspoeld met werk.

‘Ja, dat weet ik nu, achteraf. Maar daar was ik wel bang voor. Want we hebben hier een lawine aan telefoontjes gehad van mensen die verschrikt reageerden en per se niet wilden dat zij worden geassocieerd met hem. Ik moet hier geen advocaat op mijn kantoor hebben waar de rechtelijke macht bij wijze van spreken zijn neus voor ophaalt. Dat wil ik niet.’ Fel: ‘Sidney was een gevaar voor mijn kantoor geworden!

‘Er waren ook flink wat medewerkers die erg veel moeite hadden met wat er was gebeurd. Ik zou medewerkers gaan verliezen als ik hem weer teruggenomen had. Dat was het me niet waard. En als er bepaalde grenzen worden overschreden, ben ik bikkelhard. Integriteit staat bij mij bovenin het vaandel, daar duld ik ook geen enkele, maar dan ook geen enkele inbreuk op. Never. Dat is mijn achilleshiel. Ik vind dat zo belangrijk, dat is nauwelijks in woorden uit te drukken.’

Gerard Spong Beeld Valentina Vos
Gerard SpongBeeld Valentina Vos

Wanneer heeft u bedacht dat dat zo belangrijk is?

‘O god, mevrouwtje, oh sorry, mevrouw, dat doe ik al mijn hele leven in de advocatuur. Om die reden vind het ook heel belangrijk dat je een zekere distantie bewaart tot je cliënt. Dat kan gevoelloos en koud overkomen, maar hoe meer onafhankelijkheid en distantie je betoont des te beter je de verdediging kunt voeren, is mijn overtuiging.’

Het lijkt ook wel bij uw aard te passen om een zekere afstandelijkheid als stijlfiguur te hebben.

Geamuseerde blik: ‘O ja? Vertel eens? Licht dat eens even toe.’

U komt wel licht gereserveerd over.

Grinnikend: ‘O oké, dank u wel voor de typering en vooral voor de toevoeging ‘licht’. Maar ja, dat kan best zo zijn, het zit misschien ook wel in mijn aard. Mijn broer, die huisarts is en in Curaçao woont, is wat gevoelsmatiger en minder afstandelijk dan ik. Maar mijn vader was nog veel gereserveerder dan ik.’

Uw vader werkte met psychiatrische patiënten. Heeft u daar iets van meegenomen?

‘Kijk, u moet zich goed realiseren, ik ben eigenlijk opgegroeid in een psychiatrische inrichting. Ons huis en de keuken grensden aan de psychiatrische kliniek, het liep allemaal een beetje in elkaar over. Veel van de patiënten van mijn vader, waren mijn vrienden. Zelfs toen wij op mijn 16de van Paramaribo naar Oestgeest verhuisden, heb ik daar nog lang contact mee gehouden. Jaren later kreeg ik nog cadeautjes van Surinaamse patiënten met wie ik een hechte band had ontwikkeld in het psychiatrische ziekenhuis. Dan kreeg ik bijvoorbeeld een tandenborstel opgestuurd, want veel meer was er niet te koop in de ziekenhuiswinkel.

‘Wat ik daarvan heb meegekregen is dat je bij een psychiatrische patiënt, net als bij ieder ander persoon in de samenleving, op een menselijke manier contact moet zoeken, maar wel altijd in je achterhoofd moet houden dat je distantie bewaart. Anders laat je je te veel meeslepen en kun je als behandelaar in de fout gaan. Hetzelfde geldt in het strafrecht. Veel advocaten lijden aan het syndroom eager to please the client, en dan denk ik: god o god o god, wat ben je toch riskant bezig. Je moet dat syndroom uitbannen, want het leidt tot normoverschrijdend gedrag. Ik kan als ik wil elke week week 100 duizend euro contant krijgen van cliënten, maar dat weiger ik te allen tijde. Wat dat betreft ben ik roomser dan de paus. Het gaat ook ten koste van je zelfbeheersing als je geen afstand weet te behouden.’

Verliest u uw zelfbeheersing nooit?

‘Zelden, durf ik te zeggen. Misschien is dat een afwijking van mij. Ik vind het ook een uitdaging om de moeilijkste cliënten toch de baas te kunnen zijn. Dus ik laat ze razen, tieren, schelden en de meest onzinnige dingen vertellen, zonder dat ik mij daar zichtbaar over opwind.’

Heeft dat niet tonen van uw emoties misschien ook met uw vader te maken? Hij leed aan de ziekte Bilharzia, een parasitaire wormziekte, maar liet zich daar nooit over uit.

‘Ik denk het wel. Mijn vader was allesbehalve een pieper, en dan ga je als zoon van niet om het minste of geringste zeuren. Bilharzia leidt tot insomnia, tot algehele slapeloosheid. Hij sliep van zijn 30ste tot aan zijn dood, meer dan veertig jaar lang, hooguit anderhalf uur per nacht. De moeheid verdreef hij met urenlange, ijskoude douches. Als jochie was ik belast met het dagelijks bijvullen van een ijskoud dompelbad. Hij droeg zijn lot in eenzaamheid. Hij klaagde niet, hij zei er niks over. Ik moest het van mijn moeder horen dat hij daaraan leed.’

Het doet me denken aan de schijnexecutie die u in Suriname meemaakte. Toen u daar naartoe ging om de mensen te verdedigen die werden berecht vanwege hun tegencoup op Bouterse, werd u midden in de nacht gearresteerd en onder schot genomen. U vertelde daar nadien niets over tegenover uw toenmalige collega Mischa Wladimiroff, die met u meereisde.

‘Dat klopt, ik heb het weggestopt. En onmiddellijk daarna ging het leven als een wervelwind verder. Dus het houdt je ook wel sterk om niet om te kijken, en vooral verder te gaan. Want het is nogal wat als je midden in de nacht uit je hotelkamer wordt gehaald, drie geweerlopen op je gericht krijgt en in de veronderstelling verkeert dat elke minuut je laatste minuut is.’

Toch wist u zich zelfs op dat moment redelijk onaangedaan op te stellen, begreep ik.

‘Ze vonden mij brutaal, ja. Het begon met die arrestatie midden in de nacht, vervolgens werd ik zo’n zes uur opgesloten. Daarna werd ik onderworpen aan een verhoor door ene meneer Zeeuw en drie militairen, dat had een zeer sinister karakter. Toen ik vroeg waar ik nou precies van verdacht werd, snauwde meneer Zeeuw mij toe dat ik hoogst brutaal en arrogant was en, toen ik aandrong, dat ik verdacht werd van subversieve activiteiten tegen een wettig Surinaams staatshoofd. ‘Oh ja, bestaat die dan?’, reageerde ik, dat was nog brutaler natuurlijk. Vervolgens werd ik in dat gezelschap meegevoerd en kreeg ik de lopen van hun mitrailleurs op mij gericht. Ja, daar sta je dan.’

U heeft dan geen neiging om genade smekend op de grond te vallen?

‘Nee, dat ligt niet in mijn aard.’

De slotfase van het proces tegen Bouterse lijkt in zicht. Hoe verwacht u dat het afloopt?

‘Dat zie ik met veel vertrouwen tegemoet. Ik vermoed dat de Krijgsraad eind juni een vonnis zal wijzen, en ik twijfel er niet aan dat dat een veroordelend vonnis zal zijn. En dan moet hij de gevangenis in.’

Is het moment dat hij achter tralies gaat het moment dat u weer naar uw geboorteland durft te gaan?

‘Die vraag heb ik mijzelf menigmaal gesteld. Sinds die tijd van de schijnexecutie ben ik er nooit meer geweest. Mijn partner, Taco (van der Zwaag, red.) is enkele jaren geleden wel naar Suriname gereisd om te zien waar ik vandaan kom, maar voordat we er samen naartoe gaan wil ik toch eerst even zien hoe het zich ontwikkelt. Dus het is niet zo dat wij, zodra Bouterse wordt gearresteerd, de volgende dag op het vliegtuig stappen. Hoe graag ik het ook zou willen.’

Wat mist u aan Suriname?

‘De menselijke warmte, niet de temperatuur, want daar kan ik slecht tegen. Voor mij is het Hollandse winterseizoen het meest aangename seizoen. Maar het is de Surinaamse way of life, je kan daar altijd bij elkaar binnenvallen om een hapje mee te eten.’

U heeft in uw leven geregeld de dood in de ogen gekeken. Een paar jaar geleden kreeg u het op weg naar een bruiloft in Curaçao een halfuur voor de landing benauwd, zelfs een zuurstofmasker hielp niet. Tegen uw vriend kermde u: ‘Ik ga dood.’

‘Ja, zo voelde het ook. Maar ik geloof niet dat ik op dat moment bang was.’

In het ziekenhuis werd een goedaardige tumor zo groot als een tennisbal in uw bijnier ontdekt. Later ontdekten ze een vernauwing aan uw kransslagaders waarna u een hartoperatie moest ondergaan. Hebben die confrontaties met de eindigheid van het leven u veranderd?

‘Ik heb daar geen verheven gedachten bij, nee. Ik denk ook nooit aan de dood.’

Heeft u ook nooit de neiging om de confrontatie met het verstrijken van de jaren te verzachten met cosmetische ingrepen?

‘Ik heb mijn wallen laten weghalen, ze hebben het vet onder mijn ogen naar een andere plek geduwd, maar dat is een ijdel vertoon. Je wilt er toch een beetje hebbelijk uitzien.’

En uw haar verven?

‘Neen. Ik heb alleen maar mijn wallen verstopt. Verder sport ik veel. De vijf bypasses die ik tijdens die hartoperatie heb gekregen, hebben ervoor gezorgd dat ik een enorme energie heb gekregen. Ik kan spinnen, lopen en wandelen als nooit tevoren. Ik loop als een kieviet, dat was voor die operatie wel anders. Mijn conditie ging ineens pijlsnel achteruit. Toen ik in het ziekenhuis kwam, zei de arts: ‘u moet direct geopereerd worden.’ Jezus christus, dacht ik, het was 11 uur ’s ochtends en ze konden om 4 uur beginnen. ‘Hoe lang duurt zo’n operatie?’, vroeg ik. ‘Ongeveer vijf uur.’ ‘Dan heb ik wel een beetje een vermoeide hartchirurg aan mijn bed,’ zei ik, ‘dat heb ik toch liever niet. Kunnen we het uitstellen tot morgenochtend?’ Dat kon. De volgende ochtend ben ik toen geopereerd door een wakkere hartchirurg.’

Was uw partner ook niet een beetje in paniek?

‘Nee, hij is ook een koele kikker hoor. Ik belde hem op vanuit het ziekenhuis en zei: ‘Je moet met een koffertje komen, een paar trainingsbroeken en hemdjes, want ik moet blijven voor een openhartoperatie.’ ‘O’, zegt-ie, ‘nou ja, ik zie je zo.’ Daar hebben wij elkaar wel in gevonden.’

Is er een fase geweest waarin jullie wel met knikkende knieën van verliefdheid tegenover elkaar stonden?

‘Het moment dat je elkaar leert kennen sta je wel met zodanige knieën tegenover elkaar. Maar dat is inmiddels dertig jaar gleden.’

Gerard Spong Beeld Valentina Vos
Gerard SpongBeeld Valentina Vos

Waar hebben jullie elkaar ontmoet?

‘In de sauna.’ Ondeugende blik: ‘het was meteen raak.’

Dus de dierlijke kant van het verhaal was meteen dik in orde.

‘Ja, het is wel fijn als je weet dat dat tenminste goed zit.’

En gaat u nu nog wel eens naar de sauna met andere mannen of bent u monogaam?

‘Nee, ik ben monogaam. Bovendien, ik heb nu een sauna thuis, dus het zou grote argwaan wekken als ik zou zeggen: ‘Ik ga vanavond naar de sauna.’

Uw zoon is 30. Kende u uw vriend al toen u hem verwekte?

‘Even kijken... Xander is van 21 februari 1990, dus die is medio 1989 verwekt. Toen kende ik mijn partner nog niet, want die heb ik in september 1989 leren kennen.’

Waar kende u de moeder van uw kind van?

‘Zij was een paar maanden receptioniste op mijn advocatenkantoor.’

En u bent biseksueel?

‘Ik weet niet hoe je het noemen moet, maar ik kan best met een vrouw naar bed. Maar ik had geen weet van die verwekking, zij heeft me er zo te zeggen ingeluisd. Ik ben zes keer met haar naar bed geweest en daarna had ik nauwelijks meer contact met haar. Zij woonde bij mij in de buurt en op een gegeven moment zag ik haar met een kinderwagen. Ik liet op dat moment net mijn hondje uit. ‘Goh, jij een kinderwagen?’, zei ik tegen haar. ‘Ja’, zei zij, daarin ligt je zoon.’ Ik zeg: ‘o, dan moet ik even kijken.’

Kunt u zich de eerste ontmoeting met uw zoon nog goed herinneren?

‘Als de dag van gisteren. Ik keek in die kinderwagen en zag Xander liggen. Ik herkende hem meteen. Ik zag dat hij mijn kleurtje had. Ik zag het ook aan de vorm van zijn oren, dezelfde als ik. Dus het was voor mij duidelijk dat het mijn zoon was. Van meet af aan heb ik haar duidelijk gemaakt dat ik een goede vader voor Xander wilde zijn. Ik voelde een groot geluk. Ik had er niet op gerekend ooit vader te worden. Het was, zoals mijn moeder zei, een geschenk uit de hemel.

‘Elke dag ging ik hem om 6 uur eten geven, in bad doen en in bed stoppen. Dat nam bij elkaar twee uur in beslag, zo lang was de bezoekregeling die ik kreeg. Maar na twee jaar heeft zij het contact van de ene op de andere dag verbroken en heb ik hem jarenlang niet meer kunnen zien.

‘Daar heb ik erg veel verdriet van gehad, want ik hou veel van mijn zoon. Als zo’n jochie, 2, 3, 4 jaar oud is en je mag al die tijd geen contact hebben, dan is dat ongelooflijk. Ik schreef in die tijd brieven aan hem die ik nooit heb verzonden. Die heb ik bewaard. Mocht er iets met mij gebeuren, dan wil ik dat hij wist wie zijn vader was, en vooral hoe zijn vader zich voelde, dus ik schreef dat allemaal op. Maar dat was een vreselijke tijd, vreselijk.

‘Het heeft me jaren gekost om een omgangsregeling te krijgen. Dat is een hevig juridisch gevecht geweest. Uiteindelijk is zij uit de ouderlijke macht ontheven, en kreeg ik het volledige ouderlijk gezag.’

Was het op uw initiatief dat zij uit de ouderlijke macht is ontheven?

‘Ja.’

Dat lijkt me moeilijk.

‘Ja, dat was het ook, maar er was geen andere mogelijkheid. Het was, zeker in die tijd, ook een zeer uitzonderlijke beslissing van de kantonrechter. Het kwam niet veel voor dat een moeder uit de ouderlijke macht werd ontheven ten gunste van een gay. Het heeft veel pijn veroorzaakt. Gelukkig heb ik nu een intensief contact met mijn zoon. Hij woont hier in Amsterdam, we zien elkaar nagenoeg wekelijks. Meestal komt hij op vrijdagavond een hapje bij me eten.’

U pleitte eens voor een omgangsregeling voor een incestpleger met het kind dat hij had verwekt bij zijn minderjarige dochter. Uw pleidooi was: ook een incestpleger heeft recht om zijn kind te zien.

‘Ja, ja, dat heb ik verdedigd.’

Het lijkt me dan een dubbel gevoel om er in uw privéleven zelf ineens verantwoordelijk voor te zijn dat een moeder haar zoon niet kan zien.

‘Ja, maar dat was helemaal niet de bedoeling. Ik heb, toen ik de ouderlijke macht kreeg, er juist van alles aan gedaan om de mogelijkheid te creëren dat zij wel contact met elkaar konden onderhouden. Alleen zijn moeder heeft hem laten zitten en afgewezen. Dat was pijnlijk voor die jongen. En nog steeds, dat zit hem nog ontzettend hoog, maar zij heeft al het contact verbroken met hem en is voor ons onvindbaar.’

Waarom wilde ze dat niet?

‘Geen flauw idee. Echt geen flauw idee.’

Kreeg u het ouderlijk gezag omdat zij u jarenlang het contact ontzegde?

‘Ik kreeg het ouderlijk gezag naar aanleiding van de conclusies in de psychologische rapportages.’

Uw zoon heeft niet de zelfbeheersing die u heeft. Dat heeft hem in zijn carrière als tennisprof parten gespeeld. Zijn opvliegendheid brak hem op. Hij sloeg geregeld een tennisracket kapot.

‘Ja, hij heeft het temperament van zijn moeder.’

Hoe is dat om daarmee om te gaan als je zelf de koning van de zelfbeheersing bent?

‘Zijn tennistrainer en ik hebben ontzettend veel met hem gesproken en geprobeerd te bereiken dat hij zijn temperament op de tennisbaan een beetje in bedwang hield. We dachten dat het uiteindelijk wel een beetje zou slijten, maar het bleef de kop opsteken. Hij was een tijdje sterspeler, de eerste speler van Jong Oranje, maar op een gegeven moment begon hij de tenniscoach van Jong Oranje uit te schelden terwijl hij op de baan stond. Ja, dat pikten ze natuurlijk niet. We hebben nog een sportpsycholoog ingeschakeld, maar op een gegeven moment was het toch einde oefening voor hem.’

Zelf wilde hij later graag nog een tweede ronde wagen om zijn droom om tennisprof te worden alsnog uit te laten komen. Maar u wilde dat financieel niet meer steunen.

‘Ja, dat vond hij pijnlijk. Maar u moet zich voorstellen, je was al gauw 50 duizend euro tot 1 ton op jaarbasis kwijt. En op een gegeven moment zijn er wel grenzen.’ Zachtjes: ‘Dat vond ik gewoon te veel.’

Kwam dat ook omdat u minder hoop had dan hij dat die droom nog werkelijkheid zou kunnen worden?

‘Ja. Als je nog steeds droomt over een bepaalde toekomst, kijk je toch minder afstandelijk en rationeel tegen de werkelijkheid aan. Ik denk dat dat het verschil was tussen ons. Maar dat is verleden tijd, hij staat nu psychisch aanmerkelijk steviger in zijn schoenen. En die droom is dan wel niet uitgekomen, maar hij heeft nu een prachtige baan als tennistrainer en is geliefd bij zijn leerlingen. Hij heeft nu een andere droom, hij is nu druk bezig een tennisschool op te richten.’

Hoe is het nu met uw eigen dromen? U wordt over een week 75. Eigenlijk vroeg iedereen die ik sprak zich af: wanneer gaat hij stoppen?

Never! Zo lang ik plezier in het werk heb, en zo lang ik het geestelijk en lichamelijk kan, ga ik door.’

Wat zou er met u gebeuren als u niet meer kon werken?

‘O, dat zou ik erg moeilijk vinden. Ik speel graag harp, maar ik kan niet de hele dag harp spelen. Maar dat is nog lang niet aan de orde. Naast mijn werk geef ik lezingen, doe ik een theatertour en verzorg ik cursussen voor andere strafrechtadvocaten in het kader van de ‘Spong Law Academy’, dus voorlopig zit rustiger aan doen er niet in.’

Gerard Spong Beeld Valentina Vos
Gerard SpongBeeld Valentina Vos

Wat zou u de komende generatie nog graag mee willen geven?

‘Dat ze het Openbaar Ministerie en de rechter vakmatig op een scherpe manier de maat blijven nemen, zonder te vervallen in ordinaire scheldpartijen, want het gaat er in de rechtszaal – maar ook daarbuiten, zoals in de Tweede Kamer – steeds oorlogszuchtiger aan toe.

‘Wat mij persoonlijk ook erg hoog zit, is het etnisch profileren dat in Nederland nog altijd plaatsvindt. Dat vind ik zo’n blamage voor de samenleving. We kennen hier bijvoorbeeld de zogeheten ‘dynamische verkeerscontrole’, en dat is gewoon etnische profilering. De rechter accepteert het dat het onder bepaalde voorwaarden toelaatbaar is iemand als een verdacht persoon van een strafbaar feit aan te merken, louter omdat-ie een kleur heeft. En dat gebeurt vaak. Ik ben zelf ook wel eens in Frankrijk en in Zweden etnisch gediscrimineerd. Als ik als gekleurde in mijn dure auto zit, denken ze al snel: dat is een drugsdealer. Dat is je reinste discriminatie. Net zoals die hele toeslagenaffaire voor een groot deel etnisch profileren was.’

Zou u de nieuwe generatie met uw talent voor zelfbeheersing een cursus ‘Hoe word ik een Spong’ kunnen geven, zodat men dit alles zonder oorlogszuchtige toon kan bevechten?

‘Ik denk dat daar wel een cursus over te geven is. Je kunt jezelf aanleren eerst tot 10 te tellen voordat je iets roept. Ik vraag in de rechtszaal ook wel eens om een pauze van een kwartier. Iedereen denkt dan dat ik een plasje ga doen, maar in werkelijkheid zit ik na te denken over wat ik met die situatie aanmoet.

‘Het is iets dat ik geleerd heb dankzij mijn omgang met de psychiatrische patiënten van mijn vader. Ik zag dat ongecontroleerd en geëxalteerd reageren op situaties vaak een averechts effect sorteerde. Wellicht ben ik diep van binnen berekenend van aard, en weet ik door die ervaring in mijn jeugd dat ik te allen tijde zo’n reactie moet vermijden, want dan schiet je je doel voorbij. Door een moment van bezinning in te bouwen, kun je je beheersen en ben je ook in staat met een zekere kwinkslag te strijden. Want het hoeft niet altijd met de botte bijl, je kunt veel beter met een floret je boodschap overbrengen.’

CV Gerard Spong

9 juni 1946 Geboren in Paramaribo, Suriname.

1962Verhuist met ouders en broer naar Oestgeest.

1965-1966Politicologie, Universiteit van Amsterdam (UvA)

1966-1967 Latijn, UvA

1967-1972Rechten, UvA

1973-1976Advocaat in Suriname, civiele zaken en strafzaken.

Sinds 1976Keert terug naar Nederland en werkt als strafrechtadvocaat.

Deelde een kantoor met Mischa Wladimiroff en Oscar Hammerstein, en werkt nu onder de naam Spong Advocaten. Verdedigde vele cliënten zoals de leden van de Rote Armee Fraktion, drugshandelaar Koos Reuvers in de zogenaamde Octopuszaak, PimFortuyn, Patrick Kluivert die beschuldigd werd van verkrachting, vrouwenhandelaar Saban B, Johan V., alias De Hakkelaar.

2000-2007Adviseur van de Surinaamse regering en het Openbaar Ministerie inzake de Decembermoorden.

Schreef onder meer PS Dit is vertrouwelijk, een briefwisseling met Peter R. de Vries, De breuk en De uitvaartverzorger.

Spong woont samen met zijn partner Taco van der Zwaag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden