Bijbelverhalen als mythen en sprookjes

EEN VAN DE GROTE literaire modes van het moment is de bovenmatige voorliefde voor verhalen. Een moderne schrijver moet vóór alles een verteller zijn....

YRA VAN DIJK

De nieuwste essays van Goedegebuure zijn verzameld in De veelvervige rok. De ondertitel, De Bijbel in de moderne literatuur 2, geeft aan dat de bundel moet worden gelezen als een vervolg op De Schrift herschreven uit 1993. Wie vermoedt dat er zo nog tientallen delen kunnen volgen, zou wel eens gelijk kunnen krijgen. Voorlopig heeft Goedegebuure, hoogleraar literatuurwetenschap in Tilburg en recensent, nog geen genoeg van zijn bijbelse oriëntatie: 'Het ziet er naar uit dat ik er nog lang mee zal doorgaan.'

Het principe waarop de essays gebaseerd zijn, is even onuitputtelijk als de hoeveelheid 'personages' in de Bijbel. Goedegebuure brengt steeds een bijbelse figuur ten tonele en gaat na welke rol deze speelt in de moderne Nederlandse (of soms buitenlandse) literatuur. Een enkele maal gaat het ook andersom. Een roman brengt Goedegebuure bij een bijbelverhaal, waarna hij kijkt hoe schrijvers daarmee zijn omgegaan.

Dat heeft een wat willekeurig karakter; het is maar net waar Goedegebuure toevallig tegenaan gelopen is. Wel heeft hij een voorkeur voor helden (de heldinnen zijn na De Schrift herschreven blijkbaar op) die verliezers zijn. Daarbij benadrukt hij terecht dat het in de Bijbel nooit helemaal zeker is wie precies welke rol speelt. De schriftuurlijke helden vertonen soms zeer onsympathieke trekjes, zo blijkt uit Goedgebuure's essay over de oud-testamentische figuur Jozef. 'Een positieve held of gewoon een etterstraal?'

Psychologisch gezien is Jozef een ambivalente held. Enerzijds is hij een onuitstaanbaar jongetje. Hij klikt over zijn broers, steekt ze de ogen uit met zijn 'veelvervige rok' en bazuint arrogant zijn dromen rond waaruit blijkt dat hij zijn vader en broers weldra zal overheersen.

Je kunt het Jozefs broers bijna niet kwalijk nemen dat ze hem in een put gooien en als slaaf verkopen. Maar daarna blijkt Jozef een kuise jongen die zich een opdringerige, maar gehuwde koningin van het lijf houdt, een wijs man die dromen kan uitleggen, en redder van zijn familie tijdens de zeven magere jaren. Goedegebuure laat niet alleen zien hoe de kinderbijbels met deze karakterologische paradox omgaan, maar ook hoe Vondel, Stendhal, Hubert Lampo en Astrid Lindgren de figuur begrepen hebben.

Intertekstualiteit is een vorm van interpretatie. Goedegebuure behandelt het moderne citaat als een 'betekenisverrijking van de oorspronkelijke tekst'. Het voordeel daarvan is dat De veelvervige rok niet alleen gaat over de Bijbel in de literatuur, maar ook over de literatuur in de Bijbel. Goedegebuure is zelf de grootste exegeet, die met duidelijk verstand van zaken en plezier de bijbelverhalen interpreteert en aan elkaar spiegelt.

Interessant zijn de parallellen tussen de figuren onderling. Lazarus is een voorafspiegeling van Jezus' wederopstanding, en het leven van David is een herhaling van het lot van zijn voorganger Saul, de 'manisch depressieve' koning. Goedegebuure schrikt er niet voor terug om de psychologie bij zijn betoog te betrekken, en ook de auteurs over wie hij schrijft, gaan Freud niet uit de weg. Als het hun zo uitkomt geven ze Lazarus een oedipuscomplex, of maken van Jakob een latente homoseksueel.

Door hier de nadruk op te leggen, brengt Goedegebuure de bijbelverhalen terug tot menselijke proporties, en dat is een tekortkoming van de essays. De originele metafysische betekenis van de Bijbel blijft grotendeels buiten beschouwing. De enige uitzondering is het stuk getiteld 'Jakobsladders'. Het is niet toevallig dat het hier gaat over Frans Kellendonk, een auteur die het om veel meer te doen was dan het vertellen van verhalen. Voor Kellendonk betekende het einde van de metafysische illusie niet dat de Bijbel verder kon worden ingelijfd bij de literatuurgeschiedenis, maar vormde die het begin van een schrijnend gemis. Er is voor ons geen oprecht geloof meer mogelijk, en kunst kan die leemte niet zomaar opvullen.

We kunnen de bijbelse verhalen dan ook niet klakkeloos gelijkstellen met mythen en sprookjes, zoals Goedegebuure ons meestal wil doen geloven. Het is maar zeer de vraag of de moraal-theologische aspecten van de Bijbel voor ons net zo waardevrij en onschuldig zijn als die van de mythologie. Goedegebuure gaat grotendeels voorbij aan de mystieke en religieuze aspecten en beperkt zich tot het aanwijzen van citaten en voor de hand liggende interpretaties.

Bijvoorbeeld in 'Jakob in travestie', een stuk over de roman Het verlangen van Hugo Claus. Na het verschijnen van dit boek heeft Claus zich verongelijkt uitgelaten over de critici die de parallel met de oud-testamentische figuur Jakob niet hadden opgemerkt. Goedegebuure bedient de schrijver op zijn wenken en geeft een uitgebreide interpretatie van Het verlangen. En zie! Hij stuit op een verrassende parallel met Jakobs avonturen uit Genesis. Hier valt Goedegebuure in de kuil die intertekstualiteitsonderzoek zo gevaarlijk maakt, en tegelijk zo verleidelijk; de voldoening van het puzzelen. Claus heeft de verwijzingen allemaal in zijn roman gestopt, Goedegebuure haalt ze er keurig weer uit en de lezer komt er niet meer aan te pas.

Een dergelijke beperkende leeshouding blijkt expliciet uit de inleiding van De veelvervige rok. Goedegebuure schrijft daar dat interpreteren voor hem herkennen is: 'Niet het nieuwe geeft aanzet tot de interpretatie, maar het oude en vertrouwde.' Dat is een leeswijze die misschien opgaat voor veel mensen, maar die een criticus (laat staan een literatuurwetenschapper) er niet interessanter op maakt.

Goedegebuure erkent wel dat citaten altijd de vreemde elementen in een tekst zijn. Maar zijn antwoord daarop is 'inlijven bij het bekende'. Een goed voorbeeld van hoe een leeshouding, gebaseerd op herkenning, mis kan gaan, is waar Goedegebuure refereert aan Leo Pleysiers roman Zwart van het volk. De Vlaamse hoofdpersoon Wim, die zich nergens echt thuis kan voelen, denkt aan de volgende regel uit het Hooglied: 'Ik ben zwart, maar lieflijk.' Terecht merkt Goedegebuure op dat dit citaat slaat op Wims Nigeriaanse echtgenote, die hem gelukkig maakt. 'Wie aan zijn zwarte vrouw komt, komt aan hem', concludeert Goedegebuure.

Maar zo simpel ligt het hier niet. Pleysiers hoofdpersoon voelt zich verwijderd van zijn echtgenote, en wel door haar godsdienstwaanzin. Het bijbelcitaat roept hier het onbekende op dat hem in zijn eigen vrouw beangstigt. Het mystieke Hooglied is de perfecte invocatie van de mysterieuze rituelen waaraan zij zich overgeeft. Niet zijn liefde, maar haar anders-zijn wordt bevestigd.

Goedegebuure gaat voorbij aan het feit dat een auteur niet voor niets een element van 'buiten' zijn tekst binnenhaalt, een element dat juist betekenis krijgt als het vervreemdende. Dat zijn de momenten die maken dat literatuur meer is dan alleen een feest der herkenning.

Jaap Goedegebuure: De veelvervige rok - De Bijbel in de moderne literatuur 2.

Amsterdam University Press; 146 pagina's; ¿ 29,90.

ISBN 90 5356 238 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden