interviewlichelle wong

Bij oud-turnster Lichelle Wong kwamen de pijnlijke herinneringen boven. ‘Je werd gebruikt als object. Verder deed je er niet toe’

Ze had de vernederingen en de scheldpartijen die ze als turnster heeft ondergaan ergens ver weggestopt. Het afgelopen jaar kwam het, door het onderzoek naar de misstanden in de sport, allemaal naar boven bij Lichelle Wong.

Lichelle Wong: ‘Als iemand nu iets negatiefs tegen me zegt, hoor ik ergens zijn stem nog.’ Beeld Jiri Büller
Lichelle Wong: ‘Als iemand nu iets negatiefs tegen me zegt, hoor ik ergens zijn stem nog.’Beeld Jiri Büller

Thuis voor de televisie zag oud-turnster Lichelle Wong (31) afgelopen week hoe de turnwereld is veranderd. Op de Olympische Spelen in Tokio kwamen twee turnculturen samen. Turngrootheid Simone Biles werd gesteund door haar team toen ze zich terugtrok vanwege mentale problemen.

Wong zag ook hoe sommige turnsters genegeerd werden door hun trainer als hun oefening mislukte. ‘Ik weet precies hoe je je voelt als je van het podium afstapt. Het is zo belangrijk dat de mensen om je heen zeggen: ‘volgende keer beter’’, zegt Wong.

Het bracht herinneringen aan haar eigen carrière naar boven. Nooit dacht Wong zo vaak terug aan de periode vol scheldpartijen en vernederingen als in het afgelopen jaar. Eigenlijk had ze de beelden verdrongen. Verstopt in een hoekje van haar ziel.

Een interview met oud-turntrainer Gerrit Beltman in het Noordhollands Dagblad veranderde dat. Beltman bekende een jaar geleden in de krant dat hij turnsters in het verleden mishandelde en vernederde.

De bekentenis bracht een stortvloed aan verhalen op gang over misstanden in de turnwereld. Er kwam een onderzoek van Marjan Olfers, waaruit blijkt dat tweederde van de oud-turnsters te maken had met grensoverschrijdend gedrag van trainers. Sommige turnsters kampten na hun carrière met trauma’s, depressies, gedachten aan zelfdoding of pogingen daartoe.

Turnbond KNGU zette de betrokken trainers op non-actief. Wong, de tweevoudig Nederlands kampioene op de meerkamp, maakte het ook mee. ‘Ik was veel dingen vergeten’, vertelt ze in een restaurant in Maastricht, op een steenworp afstand van het ziekenhuis waar ze nu als arts op de afdeling geriatrie werkt.

Wong trainde van haar 13de tot haar 18de bij Frank Louter in Zoetermeer. Louter was een aanhanger van de harde Beltman-methode. ‘Na al die verhalen vroeg ik me af wat ik zelf had meegemaakt. Ik heb dat ver weggestopt. Het was niet altijd even leuk, ik wilde er niet aan denken. Het was geblokt, maar het kwam langzaam terug. Ik vraag mij soms nog steeds af of het wel mishandeling was. Sommige meiden zijn al verder in dat proces. Die zeggen: het was niet oké, het was mishandeling. Andere turnsters zeggen: dit was topsport. Ik hink nog tussen die twee. Soms denk ik: ligt het niet aan mij, ben ik niet te gevoelig? Dat is het proces waar je doorheen moet als je zoiets hebt meegemaakt. Als ik er logisch over nadenk, weet ik dat het grensoverschrijdend gedrag was.’

Welke herinneringen kwamen terug?

‘We hadden zo’n elastiek wat je om je middel kon doen zodat je extra hard kon lopen als je vooruit werd getrokken. Mijn trainer Frank Louter had dat vast. Toen we klaar waren, liet hij het plotseling los. Dat ding is 20 meter lang en schoot met zo’n vaart terug op mijn benen dat ik er striemen van had. Het deed echt pijn. Maar ik zei er niks van, ik liet dat soort dingen gebeuren. Ik had zoiets wel van hem verwacht. Nu denk ik: wat een klootzak ben je dan.

‘Soms praatte hij een week niet tegen je. Dan werd je genegeerd. Je ging dan van alles proberen om hem te pleasen. Of je was zo stil mogelijk zodat hij geen last van je had. Als hij eindelijk weer goedemorgen tegen me zei, was ik zo blij. Ik was een soort robot. Ik kon niet meer zelfstandig nadenken.’

Hadden jouw ouders niks door?

‘Ik had het met mijn ouders nooit over dat soort dingen. Veel van wat er gebeurde was vervelend. Ik vond het niet leuk en ik wilde er niet over praten of aan herinnerd worden. Hup, hoofdstuk afgesloten. Ik moest er maar op mijn eigen manier mee dealen. Ze zagen het in die tijd ook niet. Ouders mochten de zaal niet in. Die striemen bijvoorbeeld hebben ze ook nooit gezien, ik droeg altijd wijde kleding en tussen alle schrammen en blauwe plekken die je altijd al hebt bij turnen viel het ook niet op. Ik heb het er nu nog steeds niet met ze over. Ik blijf het lastig vinden. Ik vind het makkelijker om er met mensen over te praten die het zelf hebben meegemaakt.’

Wat heeft het met je gedaan?

‘Wat er gebeurde is natuurlijk om te huilen, maar ik had daar toen weinig gevoel bij. Ik was afgestompt, afgemat. Alle emoties schakelde ik uit. Ik begon met turnen toen ik 8 jaar was. Als kind had ik veel energie. Ik praatte veel, was altijd druk. Toen sport een hoofdzaak werd, veranderde ik in een stil meisje. Ik zat zeven uur per dag in een zaal waar niet gepraat mocht worden. Drie dagen per week had ik ook school in de turnhal. Dan was ik daar twaalf uur. De radio stond nooit aan, we mochten niet afgeleid worden. Het liefst sliep ik ook nog in de turnzaal, dan kostte het geen energie om naar huis te gaan. Ik zat in een isolement.’

Hoe heeft dat je gevormd?

‘Ik heb veel van de wereld gemist. Ik voel me soms wereldvreemd. Ik ben nog steeds erg slecht in smalltalk. Mijn vriend heeft dat geleerd toen hij op zijn 15de voor het eerst biertjes ging drinken. Als ik ergens heen ga om zomaar met mensen te praten weet ik niet waarover. Dat vind ik jammer. Andere mensen halen daar wel plezier uit, voor mij is het heel vermoeiend. Na mijn carrière heb ik opnieuw moeten leren wat normaal is. Ik heb tien juffen en meesters gemist waar je verschillende dingen van leert. Ik heb maar één leermeester gehad. Zijn wil was wet, daar was ik heilig van overtuigd. Ik kan niet goed voor mezelf opkomen. Daar heb ik nu in het dagelijks leven last van. Het eerste wat ik denk is dat ik niet goed genoeg ben. Sommige turnsters zitten nu nog in therapie door wat ze hebben meegemaakt. Ik heb geluk gehad en ben goed terechtgekomen.’

De turnbond KNGU heeft de banden met coaches die in opspraak zijn geraakt, zoals Frank Louter en Patrick Kiens, verbroken. Vincent Wevers, de vader van turntweeling Sanne en Lieke Wevers, heeft berouw getoond voor zijn aanpak in het verleden. Zou het helpen als Louter ook zijn excuses zou maken?

‘Eigenlijk wel. Helaas wel. Ik had willen zeggen dat die man mij niks meer doet. Maar dat doet het wel. Hij heeft zo lang macht over mij gehad. Alles wat hij zei, geloofde ik. Nog steeds, terwijl ik weet dat het niet klopt. Anderhalf jaar geleden kwam ik hem tegen op een turngala waar ik ging kijken. Ik vertelde hem dat ik coschappen liep en dat ik het best zwaar vond. Hij zei: ‘Lichelle, als je maar 80 procent inzet geeft, krijg je ook maar 80 procent resultaat.’ Begon ik schaapachtig te lachen. Ik dacht: hij zal wel gelijk hebben. Twintig minuten later werd ik ineens witheet. Ik geef altijd honderd procent, ben enorm perfectionistisch. Het klopt gewoon niet wat hij zei. Als iemand nu iets negatiefs tegen mij zegt, hoor ik ergens zijn stem nog. Niet letterlijk, maar mijn lijf reageert daar dan op. Iets van binnen zegt dat het nooit goed genoeg is. Dat het altijd beter kan. Ik kan nog steeds minder goed tegen kritiek, zeker in situaties waarin een hiërarchie heerst die ik vanuit de turnzaal ken. Als ik ondergeschikt ben, kan ik niet goed reageren op situaties. Ik blokkeer dan volledig, er komt een soort error. Ik kan me dan op geen enkele manier uiten.’

Turnster Eythora Thorsdottir, die ook in Tokio in actie kwam, wil ondanks de verhalen niet met haar trainer Patrick Kiens breken. Begrijp je dat?

‘Ik snap dat wel. Het is heel moeilijk om dingen in te zien als je er nog middenin zit. Je bent superloyaal naar je trainer, dat was ik toen ook. Als mensen in die tijd weggingen uit Zoetermeer, vond ik dat vreemd. Frank was de allerbeste trainer, daar wilde je blijven. Ik was er heilig van overtuigd dat alles wat hij deed goed was. Als hij boos op me was of kritiek had, vond ik mezelf een huilebalk als ik me daar slecht over voelde. Hij was de beste, dus hij zal het wel weten.’

Lichelle Wong: ‘Na mijn carrière heb ik opnieuw moeten leren wat normaal is.’ Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Lichelle Wong: ‘Na mijn carrière heb ik opnieuw moeten leren wat normaal is.’Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Op je 19de heb je de liefde voor de sport hervonden in Amerika, toen je met een beurs voor een universiteit ging turnen. Wat was daar zo anders?

‘Je mocht jezelf zijn. Het leek alsof mensen om je gaven. In Amerika zijn er op het hoogste niveau ook vreselijke dingen gebeurd. College-turnen is natuurlijk anders omdat het om volwassen turnsters gaat op een niveau met andere eisen. Ik weet nog dat ik tegen een trainer zei hoe leuk ik het die dag weer had gehad. Hij stopte de zaal en riep om: ‘Meiden, Lichelle houdt van turnen!’ Heel grappig. Door dat avontuur heb ik mijn carrière toch met een fijn gevoel kunnen afsluiten. Ik heb daar ingezien hoe onnatuurlijk het turnen in Nederland is geweest. Je werd gebruikt als object. Jij moest ervoor zorgen dat die medaille werd binnengehaald. Verder deed je er niet toe.’

Is topturnen wel mogelijk op een pedagogisch verantwoorde manier?

‘Ik dacht vroeger dat je alleen goed kon worden als iemand tegen je schreeuwde. Dat je alleen de top kon halen als je heel dun was en heel hard trainde. Dat is één weg. Een andere manier is nooit geprobeerd. Er kwamen alleen maar trainers bij die het op de harde manier deden. Dat is ook logisch. Je neemt mensen aan die dezelfde visie hebben. Er moet nu gezocht worden naar trainers die andere methoden gebruiken. Natuurlijk moet je op jonge leeftijd veel vlieguren maken. Misschien kan de basis ook spelenderwijs gelegd worden. De cultuurverandering is nu in gang gezet. Maar het gaat wel even duren, misschien worden er een tijd geen medailles gehaald. Oude trainers moeten plaatsmaken voor nieuwe. Daarom vind ik het ook zo goed dat de turnbond trainers ontslaat die deel uitmaakten van dat verleden. Als je schoon schip wil maken, moeten alle mensen weg die iets met dat verleden te maken hadden. Een leraar zie je ook niet terug in de klas als hij zich misdragen heeft, waarom kan dat in de sport dan wel?’

Viervoudig olympisch kampioene Simone Biles besloot op de Olympische Spelen in Tokio niet meer in actie te komen vanwege mentale problemen. Biles was een van de slachtoffers van de Amerikaanse teamarts Larry Nassar, die honderden turnsters seksueel misbruikte. Ook in Amerika werd er weggekeken van misstanden. De turncultuur was daar bikkelhard. Hoe kijk je naar haar actie?

‘Ik vind het zo moedig dat ze dat heeft gedurfd. De turnsport was een cultuur van zwijgen en doorgaan tot het bittere einde, vooral in Amerika. Ik ken turnsters die met gebroken ledematen door hebben geturnd. Ik vind het mooi hoe Biles nu wordt gesteund. De verandering die daar gaande is, zie je nu terug in Tokio en hoe ze als een voorbeeld gezien wordt.

‘De bond laat zien dat ze gewaardeerd wordt voor meer dan haar kunstjes door haar, hoewel ze niet turnt, wel een actief onderdeel te laten uitmaken van het team. Als dit tien jaar geleden was gebeurd, werd ze niet meer aangekeken. Ik zag op televisie een Belgische turnster die haar sprong verprutste. Toen ze van de mat afstapte, draaide de trainer zijn rug naar haar toe. Zo ging het vroeger altijd en nu soms nog steeds. Maar de verandering is wel in gang gezet.’

Frank Louter wil niet reageren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden