Column Thomas van Luyn

Bij nijlpaard nummer vijftig begonnen we even hard te gapen als die beesten zelf

Ik ben nog niet ontvoerd door bandieten en mijn kinderen zijn nog niet opgegeten door leeuwen. Wat niet is kan nog komen natuurlijk, maar tot zo ver valt Kenia reuze mee. Grootste pluspunt: geen muggen. Heel raar, inderdaad. Maar ondanks dat het ronduit buiig is, het gras zompig en de struiken weelderig, ondanks dat we kamperen aan een meer, heb ik nog geen mug gezien. Ergens is dat een teleurstelling, omdat we allerlei inentingen en pillen hebben gekregen tegen de ziektes die ze meedragen. Bovendien heb ik hectoliters muggenspul mee, want ze moeten mij altijd hebben – ik weet dat iedereen dat zegt, maar in tegenstelling tot al die jankers en aandachttrekkers is het bij mij echt waar.

Dat meer zit trouwens vol nijlpaarden. De eerste die we zagen tijdens een boottochtje ontlokte ons veel oeh’s en ah’s, maar bij nummer vijftig begonnen we even hard te gapen als die beesten zelf. Dat geldt een beetje voor alle dieren hier. Na een zebra of honderd heb je ze eigenlijk wel gezien, en wrattenzwijnen en bavianen zijn feitelijk ongedierte hier in Kenia. Alleen giraffen zijn steeds weer in staat mijn hart een sprongetje te laten maken. Woorden als ‘majestueus’ en ‘statig’ dringen zich op, evenals ‘ijdeltuiten’. Altijd spelen ze het klaar op de kam van een heuvel te gaan staan, zodat ze precies boven de horizon uittorenen, waarbij ze het liefst een paar boompjes op de voorgrond hebben waartussen je ze nét kan zien. Ze hebben duidelijk ervaring met modellenwerk.

Olifanten, leeuwen, neushoorns - de echt serieuze beesten moeten we nog tegenkomen. Toeristen die ons tegemoetkomen, verzekeren ons echter dat we die enorm gaan zien, op een toon die suggereert dat het ook wat hun betreft ook wel wat minder had mogen zijn. Het moet geen Beekse Bergen worden, natuurlijk.

Waar ik niet op gerekend had: het landschap. Dat is zo krankzinnig mooi en perfect, zo ontzettend het Hof van Eden, daar zijn duidelijk een paar hele goede goden aan te pas gekomen, zoals de god van de tuinarchitectuur en de god van de ruimtelijke ordening. Zo vlak na de regens is de hele streek één groot gazon, een exotische Engelse tuin vol vreemde bloeiende palmen en tropische kamerplanten. Een soort teletubbielandschap slash golfbaan, waar je eigenlijk de rest van je leven zou willen wandelen. Geen wonder dat de Britten de boel inpikten. Die zitten er nog steeds, in mooie landhuizen her en der. Kenianen zijn echter niet rancuneus naar de voormalige bezetter. ‘We have no problems with whites’, zei onze gids, ‘they provide jobs’. We zaten in een bootje met hem, dus het was geruststellend dat hij geen andere sentimenten uitdrukte. De man is overigens een held, want hij is met ons de enigszins overtrokken genaamde Hell’s Gate op en neer gefietst, waar hij geen hoger tempo kon opbrengen dan dat van een 80-jarige shagroker. Ik plaagde hem met de faam van Keniaanse atleten, maar zijn humor was hij even kwijt. ‘The bicycle, it is not in our culture’, hijgde hij. Met mijn zoon achterop sprintte ik heuvelopwaarts bij hem weg, gewoon om me even trots te voelen op wat we wél hebben in Nederland. Bovenop de heuvel wachtte ik op hem in de schaduw. ‘Arjen Robben’, pufte hij, terwijl hij langs me fietste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden