'Bij ivf worden de meest elementaire vragen niet gesteld'

Veel te klakkeloos passen artsen reageerbuisbevruchting toe, meent prof. dr. B. Fauser. Ivf is voor de vrouw een zware ingreep en de kans op succes is beperkt....

Reageerbuisbevruchting, ofwel ivf, wordt overgewaardeerd: maar een op de drie behandelde ouderparen krijgt uiteindelijk een kind. Bovendien is de behandeling ingewikkeld en zeer belastend voor de vrouw. Prof. dr. Bart Fauser, hoogleraar in de gynaecologische endocrinologie, vindt dat er door die overwaardering te weinig wordt nagedacht over de oorzaken van kinderloosheid.

'Er is te veel aandacht voor technische hoogstandjes', zegt de 'hormonendokter'. Fauser werkt in het Academisch Ziekenhuis Dijkzigt in Rotterdam en is tevens als hoogleraar verbonden aan de Vrije Universiteit van Brussel. Hij is bang dat er bij ongewenst kinderloze paren valse verwachtingen worden gewekt door alle succesverhalen, alsof alles mogelijk is. In zijn twee weken geleden uitgesproken oratie noemt hij 'het invriezen en bewaren van stukjes eierstok, het verplaatsen van genetisch materiaal naar een andere eicel, pre-implantatie embryodiagnostiek en gentherapie.'

De voortplantingsgeneeskunde - het onderzoeksterrein van Fauser - is meer dan manipuleren, multipliceren, reduceren (bij een grote meerlingenzwangerschap), eventueel termineren of zelfs kloneren, concludeert hij. Voortplantingsgeneeskunde wordt nog te veel geassocieerd met ivf. 'Wel of niet zwanger worden, heeft te maken met kansen. De mogelijkheden om zich voort te planten zijn bij de mens beperkt. Waarom iemand niet zwanger wordt, is meestal niet vast te stellen.'

Dat verbaast hem niet. In zijn oratie wees hij er nog eens op dat 'wij maar beschamend weinig weten over de relatie tussen vermeende vermindering van zaadkwaliteit en het vermogen tot bevruchting van een eicel, van factoren die een rol spelen bij de kwaliteit van de vrijgekomen eicel, van bevruchting van die eicel en van de innesteling van het embryo.'

Bovendien gaat het ook nog eens om twee mensen, zegt hij. Gelukkig kan soms de een compenseren wat de ander tekort komt. Een vergelijkbare zaadkwaliteit kan bij het ene paar leiden tot de geboorte van een kind en bij het andere tot ongewenste kinderloosheid. Fauser citeert een van zijn leermeesters, die schoolcijfers uitdeelde. Als de een een vier krijgt en de ander een acht, is het eindresultaat toch een voldoende. Maar bij een vier en een zes staat er een onvoldoende.

Fauser vindt dat het behandelen van onvruchtbaarheid meer moet zijn dan het wegwerken van volle wachtkamers. Ook al is de druk van patiënten hoog. 'Het is onze plicht onderzoek te doen en te blijven doen naar ivf. Er moeten weer basale vragen worden gesteld. We moeten niet uitgaan van de status quo: zo doen we het nu eenmaal. Waarom doen we het zoals we het al vijftien of twintig jaar doen?'

Zo moet er dringend worden gekeken naar de langetermijngevolgen van eierstokstimulatie. Met hormonen kunnen de eierstokken worden aangezet meerdere eitjes te laten rijpen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij ivf, bij vrouwen bij wie zaad in de baarmoeder wordt ingebracht (de intra-uteriene inseminatie), bij vrouwen met ovulatiestoornissen, of om de vruchtbaarheid te bevorderen. Bij de eerste twee groepen vrouwen wordt goed gecontroleerd. Bij de andere vrouwen gaat het nog wel eens mis. Vooral bij de laatste groep vrouwen kunnen grote problemen ontstaan, onder meer door gebrek aan controle.

'Hoe harder je stimuleert, des te groter zijn de risico's voor de vrouw. Niet alleen kan dat leiden tot een grote meerling, getuige de geboorte van zeven veel te vroeg geboren baby's onlangs in Amerika, maar ook tot overstimulatie, een voor de vrouw gevaarlijke complicatie. Bij overstimulatie kunnen de eierstokken enorm groeien, er treedt vermindering op van de bloedcirculatie en de vrouw kan uiteindelijk op de intensive care van een ziekenhuis terecht komen.'

Bij ivf horen die grote meerlingen - drie of meer baby's - nu tot het verleden omdat er meestal niet meer dan twee embryo's worden teruggeplaatst. Maar de groep vrouwen die hormonen slikt zonder ivf of inseminatie is veel groter. 'De stimulatie is nu langdurig, kostbaar en potentieel gevaarlijk. Vrouwen moeten daarom goed worden gecontroleerd en het is de vraag of dat in alle gevallen ook gebeurt.'

Fauser doet veel onderzoek op dit terrein. Hij is voorstander van een kortere toedieningsperiode en lagere doseringen van een hormoonpreparaat. 'Het gaat niet alleen maar om: hoe meer hoe beter. De eitjes moeten ook van een goede kwaliteit zijn om succes te hebben.'

Er komt steeds meer basale kennis beschikbaar over de bevruchting, maar de vertaalslag naar de kliniek blijft uit. Fauser zou het liefst alle gynaecologen voor een tijdje het laboratorium insturen. Ivf-artsen zijn te veel praktijkgericht, vindt hij. Zelf bracht hij tweeënhalf jaar door in Amerikaanse laboratoria: kort na zijn afstuderen in San Diego als vrouwenarts, later als gasthoogleraar in Stanford.

'Evidence based geneeskunde', daar staat hij voor. Wat er gebeurt in het ziekenhuis moet zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en niet op intuïtie, ervaring of traditie. En dat gebeurt bij ivf nog te vaak, vindt hij. 'De ivf-behandeling moet voortdurend worden onderzocht. Behalve de hormoonstimulatie is het kweekmedium dringend toe aan onderzoek. Wereldwijd worden er vier of vijf gebruikt, maar de invloed op het uiteindelijke resultaat is nooit goed onderzocht.'

Het belangrijkste onderzoeksterrein is echter de implantatie. 'Dat is de sleutel tot succes', denkt Fauser. 'Daar gaat het meestal fout. Wat is de invloed van de embryo-kwaliteit en hoe beïnvloedt het baarmoederslijmvlies of er überhaupt wordt ingenesteld. Hoe kan embryokwaliteit eigenlijk worden beoordeld, zodat de beste kunnen worden teruggeplaatst. Bij ivf worden de meest elementaire vragen niet gesteld. En intussen staan de media vol met verhalen over klonen'. Een non-discussie, noemt hij deze vorm van 'hype-geneeskunde'.

Er is te weinig serieuze belangstelling voor voortplantingsgeneeskunde, die volgens hem nog te veel wordt vereenzelvigd met ivf. 'De commissie-Dunning suggereerde dat ivf een soort luxe-geneeskunde is. Niets is minder waar', benadrukt Fauser. Het vermogen tot voortplanten is een van de meest wezenlijke aspecten van het bestaan. Maar de overheid noemt het vaak in het geheel niet in haar rapporten.

'De besluitvorming is versnipperd. Commissies buitelen over elkaar heen en soms spreken ze elkaar ook nog tegen. Van draagmoeder tot Dolly; de overheid loopt van brand naar brand. Er is een geïntegreerde benadering nodig, een soort continue discussiegroep die de ontwikkelingen goed volgt.'

Als voorbeeld noemt Fauser het invriezen van embryo's, waarover in Engeland anderhalf jaar geleden grote consternatie ontstond, toen de vriezers vol waren en de niet gebruikte embryo's vernietigd moesten worden. 'Zo'n toestand is in theorie ook hier mogelijk. Ook in Nederland raken de diepvriezers steeds voller. Er zijn weliswaar afspraken over een tweejaarsregeling, waarbinnen moet worden besloten wat er met een embryo gebeurt, maar die worden niet overal even streng nagevolgd.'

Reageerbuisbevruchting schept steeds weer nieuwe mogelijkheden waarvan de consequenties niet kunnen worden overzien, vindt Fauser. 'De overheid moet daarin actief optreden en niet wachten tot het te laat is.'

Suzanne Baart

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden