COLUMNAaf Brandt Corstius

Bij het Tikibad was alles dicht, behalve het Tikibad

Het Tikibad. Vraag me niet waarom. Ik was er. Het viel me op dat vrij willekeurige onderdelen van het Tikibad niet toegankelijk waren, zoals tegenwoordig vaker vrij willekeurige onderdelen van dingen door ‘de maatregelen’ ineens niet meer mogen worden gebruikt of betreden.

Bij het Tikibad was alles dicht, behalve het Tikibad. De kluisjes mocht je niet gebruiken, je mocht niet douchen, de bar met versnaperingen was gesloten. Ook waren er wonderlijke looproutes aangelegd, die allemaal eindigden bij een wegversperring in de vorm van een tropische parasol met daarnaast een bordje met NIET BETREDEN. In de wc’s waren ook maatregelen getroffen: alle prullenbakken waren weggehaald, waardoor vrouwen dan maar hun tampons in de wc-borstelhouders gegooid hadden, die geheel gevuld waren met bloed. Dit alles in het kader van de hygiëne, want hygiëne is heel belangrijk tijdens een pandemie.

Negentig jaar geleden was ik voor het laatst in het Tikibad geweest. Er waren toen twee glijbanen: een groene en een blauwe. Ik vond ze allebei erg eng.

Nu was het aantal glijbanen vertienvoudigd en waren ze nog enger. Je kon ervoor kiezen om jezelf in een trechter naar beneden te laten spoelen, of om in een verduisterde buis loodrecht naar beneden te vallen (waarom zeg ik er steeds ‘naar beneden’ bij?), of om gecentrifugeerd te worden waarbij er chloorwater in al je hoeken en gaten, vooral je ogen, werd gespoten. Het eind van het liedje was steeds dat je in een bad werd uitgebraakt en niet meer wist wat onder, boven, goed of fout was, en of je nog leefde, waarna je, nog steeds verblind, met een badpak dat nu verkeerd om zat, met honderd procent geveinsd zelfrespect het bad uit moest klimmen.

Ik wilde niet onderdoen voor de groep kinderen waarmee ik in het Tikibad was, al was dat moeilijk. Steeds als zij uit een glijbaan werden gekotst, zat hun haar nog prima, lachten ze blij en stonden ze meteen weer rechtop, al hun evenwichtsorganen op orde. Zij gingen ook in ‘het luikje’, een plastic cocon waar je in ging staan, waarna de vloer zich ineens onder je voeten opende en je keihard naar beneden stortte. Dit alles zonder dat je er veel geld voor kreeg, of de Nobelprijs.

Dat luikje durfde ik niet, en ik kwam ook al steeds zo aangeslagen uit die glijbanen, dus ik besloot dat ik om mezelf te bewijzen in de Flits zou gaan, een glijbaan waar de kinderen me al uren met natte, koude handen naartoe aan het manoeuvreren waren.

Ik maakte de lange tocht naar boven, ging zitten, vouwde mijn handen achter mijn hoofd, wachtte tot het licht op groen ging, zette me af en zag net nog, uit de hoek van mijn door chloor vertroebelde oog, een jongetje in een blauwe zwembroek dat naar me gilde: ‘SNELSTEGLIJBAANVANEUROPA!!!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden