Die ene arts Ellen Hemmer

Bij het afscheid van Die ene patiënt: wat maakt van een dokter een goede dokter?

Na ruim honderd afleveringen komt er een einde aan de rubriek Die ene patiënt. Wat maakt een arts een goede arts? Om die vraag te beantwoorden, kantelt bij het afscheid voor één keer het perspectief. 

Beeld Olivier Heiligers

Wat maakt van een dokter een goede dokter? Wanneer dwingt een arts vertrouwen en waardering af? De wekelijkse serie Die ene patiënt riep de afgelopen twee jaar zo veel reacties op dat zo’n profielschets gaandeweg zichtbaar werd. In mails, in brieven, op sociale media: lezers toonden grote waardering voor de artsen en verpleegkundigen die durfden te vertellen over hun emoties, die toegaven dat ze soms werden geraakt, twijfelden, verdriet hadden. De beste samenvatting was een simpele zin die ooit op de Facebookpagina van de Volkskrant onder een van de verhalen stond: ‘Bedankt dokter, dat je er bent.’

Maar zet ze op een rijtje, de kenmerken van de allerbeste arts, en het worden droeve gemeenplaatsen: goed luisteren, de tijd nemen, contact maken, de juiste woorden vinden, een stapje harder lopen. Het zijn kwaliteiten die alleen tot hun recht komen in een verhaal met details, zo’n verhaal waarvan we er sinds de zomer van 2017 ruim honderd publiceerden, over ruim honderd patiënten, maar dat nu voor één keer een ander perspectief verdient. Het is een verhaal over een dokter in zomaar een ziekenhuis, die tientallen patiënten in de week behandelt, die dagelijks onderzoek doet en diagnoses stelt, gesprekken moet voeren met mensen die angstig, onrustig en verdrietig zijn, en die er toch in slaagt om bij zomaar een patiënt en haar familie een onvergetelijke indruk achter te laten. Een dokter die symbool staat voor die ene arts, die we als patiënt allemaal graag zouden omarmen.

Ellen Hemmer: ‘Op maandag was het eerste bericht gekomen: uitgezaaide longkanker. Mijn moeder, 63 pas, net een nieuwe liefde ontmoet, een paar maanden eerder gestopt met werken om meer te kunnen genieten, was opeens ernstig ziek en aan haar bed maakten we kennis met de arts die haar zou behandelen. Het zag er slecht uit, kregen we te horen, eventueel kon chemo de tijd nog wat rekken.

‘Op de dag van de eerste chemokuur ging ik mee naar het ziekenhuis. Toen we in het ziekenhuis de lift uitstapten passeerden we de longarts, die in gesprek was. In het voorbijgaan legde ze heel even haar hand op de schouder van mijn moeder en gaf daar een kneepje in. Subtiel, maar zo ontroerend. Zo gaf ze ons het gevoel dat we geen nummer waren, dat ze het erg vond wat er met ons gebeurde.’

‘We leefden toe naar de eerste longfoto, vier weken na de dag waarop het allemaal begon. Dan zouden we te horen krijgen of het over een paar dagen al afgelopen kon zijn, of dat ons iets langer met elkaar gegund zou zijn. We zaten in haar spreekkamer, ze draaide het scherm van de computer onze kant op en zei: Yes, dit is wat we willen zien. De tumor was verschrompeld. Wij huilden van blijdschap. En zij was blij met ons.’

‘Het jaar dat volgde was zwaar, met tal van ziekenhuisopnames, voor ondergewicht, te hoge waarden, te lage waarden, ontstekingen. Maar steeds was zij in de buurt, met rust en aandacht en een antwoord op al onze vragen. Ik was verrast te merken hoe belangrijk ik dat vond. Ik dacht altijd dat de beste dokter een arts was met de meeste vakkennis en in mijn oordeel was empathie minder belangrijk. Maar nu weet ik hoe makkelijk je verdwaalt als je wordt geconfronteerd met een ernstige ziekte. En hoe belangrijk het dan is om een arts te hebben die je het gevoel geeft het beste voor jou te willen.

‘Ik herinner me dat ik haar in die tijd een keer zag zitten in de kantine van het ziekenhuis. Dat zij tussen de afspraken door, afspraken waar wij dagen vooraf al mee bezig waren, die we met buikpijn in de wachtkamer afwachtten, dat zij tussen die levensbepalende afspraken door gewoon een broodje kon eten, hoe deed ze dat? Die vraag bleef me bezighouden: hoe vind je als arts een balans tussen afstand en betrokkenheid als je zo vaak heftig en verdrietig nieuws moet brengen? Je bent arts maar ook mens, hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Wat mogen patiënten van je zien?

‘Elf maanden na de diagnose bleek dat mijn moeder geen chemokuur meer aankon. Twee maanden daarna is ze overleden. Van de arts kregen we een handgeschreven kaart met een persoonlijke boodschap. Ze hoopte ons nog eens te zien, als alles weer wat rustiger was. Een paar maanden later heb ik haar opgezocht, zat ik met mijn zus weer op de bank in de wachtkamer, de plek waar we zo vaak in spanning hadden gezeten. Ze wist meteen wie we waren en dat verraste me. Zij was voor ons een jaar lang de centrale figuur geweest, maar voor haar waren wij toch een van de velen. Ze wilde weten hoe de laatste maanden thuis waren gegaan. Wij hadden tranen, zij ook. En dat deed me zo veel. Hier zat een arts die oprecht in ons geïnteresseerd was.

‘We hebben haar verteld hoe belangrijk ze voor ons is geweest in de meest emotionele periode van ons leven,  maar ik weet niet of we dat goed hebben kunnen overbrengen. Het is nu anderhalf jaar later maar ik denk nog vaak aan haar. Mijn ode aan haar is een eerbetoon aan alle artsen die erin slagen om in de hectiek van hun vak gewoon mens te blijven.’

Lees hier eerdere afleveringen van de rubriek Die ene Patïent

‘U bent geen dokter’, zei hij. ‘U bent een mens. Ik was verbouwereerd’

‘De ene dag ben ik dokter, de andere dag dochter van een kankerpatiënt’

‘Wat doe je als je geen antwoorden meer hebt? Dat heb ik samen met hem geleerd: eerlijk zijn, luisteren en vooral nooit weglopen’

‘Zijn doodswens stond niet op papier. Ik zei: jullie hebben zijn lichaam, maar ik heb zijn ziel’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden