Column Eva Hoeke

Bij Eva Hoeke was het feest, maar bij haar vriendin van vroeger was het ietsje rustiger

De telefoon ging, er stond anoniem in het scherm.

Ik kwam net van boven, de dochters lagen eindelijk gewassen en gestreken in bed na een lange, lange dag die in teken had gestaan van schoonmaken, doorluchten, bijkomen, napraten, eieren bakken en heel veel water drinken, want de dag ervoor had ik mijn 40ste verjaardag gevierd, en hoe. Vanaf vier uur ’s middags was de bel gegaan en blijven gaan, op het hoogtepunt hadden er 37 volwassenen en 23 kinderen in de kamer gestaan, drie-en-twintig, en allemaal waren ze onder de 10 geweest en niet te houden, hier lag er een in een tent, daar trok er een het hobbelpaard over het parket, een 10-jarig knaapje dat ik zo een-twee-drie niet thuis kon brengen roste op het fietsje van de Dochter (3) door de tuin terwijl binnen aan de lopende band chips werden verdeeld en poffertjes bepoederd, en wij, de volwassenen, stonden erbij en keken ernaar, hardop mopperend maar stilletjes vertederd, want we begrepen allemaal dat het niet lang zou duren voor diezelfde koters lusteloos op de bank zouden hangen, te beroerd om hallo te zeggen, laat staan met vader & moeder mee te gaan naar een verjaardag van een ouwe tante. ’s Avonds, randje nacht, toen de Man aan het opruimen was en hij overal vergeten shawls en geplette rozijnen vond en ik de restjes nasi koening uit de pannen snoepte, bedacht ik me hoe mooi het was als je het leven zo kon vieren, eens per jaar, met elkaar.

De telefoon ging nog steeds.

Ik zuchtte, gooide de lege luierverpakking in de vuilnisbak en nam aan.

‘Ja hoi’, klonk een stem kortaf.

Het was Leni, mijn vroegere, van het normale leven weggedreven geadopteerde buurmeisje die onlangs weer in mijn leven was gekomen omdat ik een nooit gedragen merkjeans in maat 27 had teruggevonden die niemand anders zou passen, behalve haar. Terwijl we thee dronken in haar bijstandsflat aan de rand van de stad spraken we over vroeger, grappen makend, welwillend, zoekend naar nieuwe overeenkomsten die er niet waren, op de kinderen na. Die middag was het genoeg. De dag voor mijn verjaardag had ik haar gebeld en gefeliciteerd, ik wist hoeveel betekenis ze toeschreef aan het feit dat we op dezelfde dag jarig zijn. Ze stond net kip te bakken, de kamer was gedweild, ze verwachtte twintig man. ‘Jij mag ­natuurlijk ook komen’, zei ze, ik antwoordde dat ze andersom ook welkom was. We lachten. Daarna begon ze over die ene keer jaren geleden dat ze bij me had gewoond, tijdelijk, een noodoplossing, en we onze verjaardagen samen hadden gevierd in een café in een kelder aan een gracht. Terwijl ik gin tonics had gedronken en me vrolijk had gemaakt over de ironische ­cadeaus van mijn middelbare schoolvriendinnen was er de hele avond maar één gast voor Leni gekomen. Een klant.

‘Hee!’, zei ik. ‘Hoe is het? Je klinkt zo sip.’

‘Ja man’, zei ze waarna ze van wal stak. ‘Er zijn maar vijf mensen gekomen vandaag en mijn vriendin heeft niet eens netjes afgebeld, echt asociaal gewoon, en toen gingen mijn buren ook al om half acht weg, nou, zit je dan in een leeg huis, lekker kut weer.’ Er klonk een stem op de achtergrond. Leni, scherp: ‘Ga weg, mama is aan de telefoon.’

De stem vertrok weer.

Leni: ‘Ik had net zo goed naar jou toe kunnen komen, aan mijn vrienden heb ik toch niks. Was het bij jou wel leuk?’

‘Prima’, zei ik. ‘Niks bijzonders.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden