Column Peter Middendorp

Bij een vechtpartij in slow motion heb je alle tijd om in te grijpen

Ik zat laatst te werken aan een column over de billen van een meisje toen ik werd opgeschrikt door een hevig schreeuwen vanaf de galerijen van de seniorenflat achter ons huis. Mijn oude buurman en zijn oude buurman zaten elkaar weer in de haren. Het ging om vijftien euro, die de een nog van de ander kreeg. Ik had ze er al vaker over gehoord, maar het viel niet op te maken wie gelijk had, want wat dat betreft was het, verzuchtten we thuis weleens, hersenletsel tegen hersenletsel.

Nu leken ze begonnen aan de apotheose – ik stak toch maar even mijn hoofd uit de achterdeur. Mijn buurman stond met zijn rug tegen de balustrade van de derde verdieping, gevaarlijk achteroverbuigen was het eigenlijk meer, al bijna achteroverhellen, terwijl zijn buurman hem langzaam verder naar achteren duwde.

Ik wist niet hoe mensen bewegen voordat ze uit een flat vallen, achterover, ondersteboven, het achterhoofd het eerst op de tegels van de galerij van de tweede verdieping, die wat dieper is. Maar zoiets moest het ongeveer zijn: een angstig tasten van de schouders naar houvast in de lucht, steeds opnieuw. Je zag ineens waarom Duitsers schouderophalen ‘okseltrekken’ noemen, Achselzucken.

Ik realiseerde me dat ik stond te bedenken hoe iemand doet voor hij uit een flat naar beneden valt, terwijl de situatie zich in de werkelijkheid misschien wel aan me voor liep te doen. Een vreemde ervaring, was het, alsof ik naar een realityshow zat te kijken. Ik keek nooit realityshows.

‘Pas op, hè!’ schreeuwde de buurman tegen mijn buurman. En, na een adempauze en nog een schuifelstapje dichterbij: ‘Pas op, hè!’

Ik mocht van geluk spreken dat het een vechtpartij tussen oude mannen was, die weleens in betere conditie hadden gestoken. Anders had er allang een beneden gelegen. Of eigenlijk was het geen echte vechtpartij, maar meer een duw- en trekpartij, die langzaam naar een niveau dreigde te groeien waarop de ongelukken gebeurden.

Bij een vechtpartij in slow motion, een calamiteit in vertraagde wording, heb je alle tijd om in te grijpen, rustig de keel te schrapen en te roepen, te schreeuwen eigenlijk, anders horen ze je niet: ‘Jongens! Jongens!’

Even keken de heren naar mij, beneden, een man van 47, een oppassend burger mettertijd, op een been uit zijn achterdeur, die twee hoogbejaarden tot de orde riep: ‘Doe eens even rustig aan! Even normaal doen! Kom op!’

Ik heb me er weleens over beklaagd dat het middenstuk van het leven is verdwenen, weggevallen tussen jeugd en ouderdom – de stap van jong naar oud duurde misschien even, maar was uiteindelijk in een dag gezet. Misschien is dit het midden: de fase waarin je je zowel voor kinderen als ouderen verantwoordelijk mag houden.

De dreigende buurman trok zich traag terug in de hal. Mijn buurman, uit zijn benarde positie bevrijd, krakkemikte erachteraan: ‘Wat ben jij ja een dikke lul ja!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.