Reconstructie Documentaire D'Angelo

Bij D’Angelo botsen roem, aantrekkingskracht en adoratie met diepe spiritualiteit

Documentairemaker Carine Bijlsma werkte zeven jaar met funkenigma D’Angelo. Wat begon met een mail, eindigde naast hem in de tourbus.

Carine Bijlsma Beeld Erik Smits

Documentairemaker Carine Bijlsma (36) werkte zeven jaar aan haar film Devil’s Pie, ook de titel van een van D’Angelo’s grootste hits, over aardse verlokkingen en zwak vlees.

D’Angelo was nog net geen 26 toen, vlak na de millenniumwisseling, zijn tweede plaat uitkwam: Voodoo. Het was duidelijk dat er een nieuw meisjesidool én muzikaal genie was ­opgestaan. Zijn plaat was zo funky, zo diep en zo lekker, zijn concerten waren zó swingend, zwoel en meeslepend, dat het duidelijk was dat ­D’Angelo tot het klasje der grote genieën van de soul­muziek (waaronder Prince, Marvin Gaye, Stevie Wonder en James Brown) kon worden ­gerekend.

Maar na die plaat werd het stil. Er kwam geen nieuwe muziek en geen nieuwe tour. Alleen af en toe een nieuwsbericht in een roddelprogramma: D’Angelo had een auto-ongeluk gehad, D’Angelo was gesnapt met een prostituee, D’Angelo had drugs gebruikt. De klassieke werdegang van een wereldster leek zich te voltrekken.

Carine Bijlsma, dochter van ­violist Vera Beths en cellist Anner Bijlsma, zusje van actrice Katja Herbers, was documen­tairemaker en maakte films over de hoge wereld van de klassieke muziek. Over mannen als Reinbert de Leeuw, Louis Andriessen en haar eigen vader. Maar ­D’Angelo was haar jeugdidool en ze bleef nieuwsgierig naar hem.

D'Angelo tijdens een concert in 2015, Los Angeles. Beeld WireImage
D'Angelo in de Battery Studio, New York, december 1995. Beeld Getty Images

‘Wat is er toch met hem gebeurd, vroeg ik me af. Als je zo’n waanzinnige muzikant bent, waarom wil je jezelf dan verstoppen?’

En toen, in 2012, uit het niets, gaf hij ineens weer wat concerten. ‘Ik ben naar de drie avonden in Paradiso geweest. Ik had hem daarvoor nog nooit live zien spelen, maar zijn gigantische live-reputatie bleek helemaal te kloppen. Elke avond was totaal anders. Zijn band zit vol met superheroes, en om een band met topmuzikanten zo sterk te leiden, iedereen steeds de goede kant op te dirigeren, is een prestatie van formaat. Hij noemt zichzelf ‘a music nerd’, ­iemand die zijn voorbeelden minutieus heeft bestudeerd. En van daaruit heeft hij helemaal zijn eigen sound gemaakt. Ahmir ‘Questlove’ Thompson (beroemd als funkprofessor, drummer van The Roots, mentor en voormalig drummer van D’Angelo) noemt hem ‘the last pure singer on earth’.’

D'Angelo in Paradiso Amsterdam, 31 januari 2012. Beeld EPA

Maar waarom was hij, met al dat talent en succes, dan vooral bezig zichzelf de afgrond in te helpen? Waarom maakte hij geen platen meer, waarom trad hij zo zelden op?

‘Ik moest het weten. Dan gaan mijn benen lopen, dan moet ik erheen. Hoe afgesloten hij ook van de ­wereld leefde, hoe weinig interviews hij ook gaf, ik had heel sterk het ­gevoel dat ik hem zou kunnen bereiken.’

Bijlsma schreef een brief. Ze stelde zich voor, beschreef wat ze had gedaan, legde uit dat muziek haar dagelijks brood is, en dat ze een film over hem wilde maken. Niet over ‘the dirt’, maar ‘an artful documentary’. Tijdens de concerten keek ze goed met wie D’Angelo op het podium het meest contact leek te hebben, spoorde het mailadres van de desbetreffende muzikanten op en stuurde ze de brief.

‘Wekenlang hoorde ik niks, ineens kreeg ik een reactie. Van D’Angelo zelf, via zijn achtergrondzangeres, die mij mailde: hij had het gevoel dat ik het ­begreep, hij was geïnteresseerd, hij vond het goed als ik een film zou maken. Weer een paar maanden later keek ik tv toen de telefoon ging: ‘Hey Carine, this is D’Angelo, I want you to come right now.’ Ik moest meteen naar Las Vegas komen, maar dat lukte mij niet. Daarna begreep ik van het management dat ze wilden dat ik zou wachten met filmen tot zijn nieuwe plaat uitkwam.’

Maar wanneer dat was? Volstrekt ­onduidelijk.

‘Ik had alleen zijn telefoonnummer en belde hem elke twee, drie maanden: ‘Wil je het nog?’ Daar is hij nooit op terug­gekomen.’

Carine Bijlsma Beeld Erik Smits

Bijlsma’s leven stond vanaf nu in het teken van D’Angelo, elk moment kon ze worden opgeroepen om daadwerkelijk te ­beginnen met filmen. En in ­oktober 2014, zijn plaat zou in december uitkomen, mocht ze dan eindelijk naar New York komen. ‘Toen ik voor het eerst zijn repetitieruimte binnenliep, was het als in Mary Poppins, wanneer ze in zo’n schilderij springen – ik liep ineens de ­muziek ín. Een droom en ­tegelijkertijd voelde het heel ­natuurlijk. In repetitieruimten zijn, bij muzikanten rondhangen die gaan repeteren, dat is de wereld waarin ik ben opgegroeid.’

Die nieuwe plaat, Black Messiah (2014), werd jubelend onthaald. De ­wereldtournee, The Second ­Coming, was een zegetocht. ­Carine Bijlsma behoorde inmiddels tot de D’Angelo-entourage: ze filmde de concerten, reisde mee in de tourbus, was one of the guys: ‘Tussen de groep en mij zat het meteen goed.’

Ze kreeg antwoorden op haar vragen. Bijvoorbeeld op die ene, heel simpele: waarom D’Angelo, met al dat talent, zo weinig optrad. ‘Een groot deel van het antwoord ligt denk ik in de kerk, hij is opgegroeid in de Pinkstergemeente, in een zeer religieuze gemeenschap. Met die achtergrond treed je niet op voor jezelf, je bent slechts een instrument. Het is een geschenk van God, iets groters dan jijzelf, maar ondertussen staan er duizenden mensen voor jou te gillen, jou te aanbidden. Dat is moeilijk voor hem: hij voelt krachten, ook de duistere.’

Singer D'Angelo in het Aire Crown Theater, Chicago, Illinois, 2000. Beeld Getty Images
D'angelo

Het zit allemaal in de film: een homevideo van D’Angelo als ­tiener aan de piano in de kerk, zijn worsteling met zijn sterrenstatus, de ­donkere jaren en ook de euforische concerten.

‘D’Angelo neemt een ongelofelijke energie met zich mee. Als hij binnenkomt, zit iedereen meteen op het puntje van zijn stoel. Óf hij gaat komen weet je nooit, maar als hij er eenmaal is, is het altijd geweldig. Ik filmde repetities, hij kwam steevast te laat. Soms kwam hij pas om 3 uur ’s nachts binnenzetten. Dan waren we allemaal kapot. Maar al hij er was, was iedereen meteen áán. D’Angelo laat mensen lang wachten, zijn concerten beginnen te laat, maar hoe ­chagrijnig het publiek ook is, zodra hij het podium betreedt, is alles vergeven en vergeten.’

En wat is hij nou voor iemand?

‘Ik vind hem innemend, lief. Hij heeft iets kwetsbaars, ik voel bijna de behoefte om hem te ­beschermen. Questlove zegt in mijn film dat hij in de duistere jaren van D’Angelo elke dag wakker werd met de angst dat er iets ergs met hem gebeurd zou kunnen zijn. Die angst begrijpt iedereen die om D’Angelo heen is. Maar het gaat nu heel goed met hem. En hij is natuurlijk geen teer vogeltje, hij is krachtig. In zekere zin is hij larger than life – als je ziet hoe hij zich oplaadt in de kleedkamer, als die energie in hem omhoogkomt, dan is hij een beest.’

Dat het leven voor D’Angelo geen glad geplaveide weg vol spetterende studio-opnames en knallende concerten is, is duidelijk. Roem, aantrekkingskracht, adoratie – allemaal dingen die botsen met zijn diepe spiritualiteit. Bijlsma heeft er veel over nagedacht, hoe komt het toch dat publiek zo extatisch op hem reageert, zijn grote kwaliteit en zijn vloek in één?

‘Muziek kan je ziel kan roeren zoals niets anders dat doet. ­D’Angelo heeft dat talent als geen ander. Als iemand die macht heeft, als je dat hebt meegemaakt, dan wil je gewoon steeds wéér, dat je ziel voor anderhalf, twee uur gerustgesteld wordt.’ Of, om Questlove te citeren, als D’Angelo speelt, is alles goed.’

Devil’s Pie is vanaf 16/5 te zien in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden