Betalen voor een weitje met twee paarden?

Wanneer ik op het terras de omgeving eens goed in me opneem, komt een recent krantenartikel in mijn herinnering. Het nieuws luidde dat wordt overwogen uitspanningen op een mooie plek in Nederland te laten betalen voor het uitzicht dat zij hun klanten kunnen bieden....

Hoeveel zouden deze gigantische eiken en beuken de uitbater van Herberg Molecaten gaan kosten, vraag ik me af, mijn gezicht nog eens lekker naar de voorjaarszon wendend. En hoeveel duurder wordt dan mijn glas Spa, de soep en de salade? Een gulden extra per consumptie? Of wordt het een kwartje, net zoals bij het leengeld voor boeken in de bibliotheek?

Hoe zou dat weitje met de twee paarden door de heren van de natuurbelasting worden ingeschat, mijmer ik. Of het uitzicht op de oude watermolen en in de verte, door de bomen heen, het zicht op Huis Molecaten, een voormalige havezate? Of zou voor die molen en het Huis weer een andere belasting geheven gaan worden, de cultuurgoederenbelasting? Uitzicht op mooie gebouwen of pleinen lokt immers ook klanten. En net als de natuur kan ook monumentenzorg wel wat extra geld gebruiken.

Een windvlaag blaast de beschrijving van de wandelroute - mijn kaart van de omgeving en de bij de VVV Hattem opgehaalde folder over het Landgoed Molecaten - van mijn tafeltje. Als ik alles weer heb teruggehaald en met Spaflesje en bloempot windvast heb gezet, valt mijn oog op de als wervend bedoelde tekst op de voorflap van de folder: Rust te huur. Loopt Molecaten vooruit op die nieuwe belastingen?

Ik heb de trein naar Zwolle gepakt en was van plan de NS-route te gaan lopen die langs Molecaten voert. Mijn fiets is eigenlijk alleen bedoeld om tot aan het voet- en fietsveer over de IJssel te komen. Hoewel het boekje over alle Nederlandse veren vertelt dat het veer vanaf 1 mei vaart en die datum al achter ons ligt, is er geen boot te bekennen. Aan de overkant lokt Hattem en de Veluwe, maar de veerman heeft besloten pas vanaf 13 mei te gaan varen. Ik blij dat ik mijn fiets bij me heb.

Dus trap ik een eind langs de IJssel, de brug over en dan aan de andere kant weer terug langs de IJssel, richting Hattem. De stad viert dit jaar dat ze zevenhonderd jaar geleden stadsrechten kreeg. Overal vlaggen, met linten versierde bomen, een paar in oude dracht geklede vrouwen. Aan de zuidkant van het jubilerende Hattem ligt het Landgoed Molecaten.

Volgens de geschiedschrijvers is in 1348 voor het eerst sprake van Molecaten. Cate betekent hoeve, molen slaat op de watermolen. Volgens een trots plakkaat bij de ingang van de herberg is de uitspanning van veel latere datum, maar nog steeds van een eerbiedwaardige leeftijd: ruim 140 jaar oud. Het mooie weer lokt me naar het terras, maar door de hal lopend zie ik in de eetzaal met gesteven linnen en glinsterend glaswerk gedekte tafels en in de zaal daar tegenover juist eenvoudige houten tafels. Voor elk wat wils, schiet het door me heen.

Achter me loven twee oudere dames de appeltaart. Het is verleidelijk daar ook voor te gaan. Maar ik wil straks wat van het landgoed zien en moet nog op de fiets terug naar Zwolle. Dat lukt niet met alleen maar zoetigheid in de maag. Iets hartigs wordt het dus. Ik bestel de Molecatensoep en de Salade van het Landgoed.

Wanneer ik van de aspergesoep zit te lepelen, komt menig wandelaar langs het terras. Allemaal stevig de stap erin, de NS-wandelfolder in de hand: ze lopen alsof ze een missie hebben. Zouden zij geweten hebben dat het voetveer nog niet in het water ligt, vraag ik me af. Ik heb het zo druk met daarover nadenken dat ik pas na een paar happen merk wat ik zit te eten.

Om eens te spelen met de titel van een boek van Frans Pointl: over deze soep zijn de asperges heen gevlogen. De paar stukjes van deze voorjaarsgroente die erin zitten, zijn bovendien te hard. En hoe jammer, maar de stukjes zalm smaken net zo min naar de vis als de soep naar de groente.

Met de Salade van het Landgoed heb ik meer geluk. Flinterdunne stukjes lamsbout, gebakken paddestoelen die écht smaak hebben, krulsla met een heerlijk zachte, iets zoetige dressing. En tot mijn verrassing ontdek ik onder de sla hele kleine stukjes snijboon. Idee, onthouden denk ik. Alleen, hoe hebben ze die snijbonen zo dun en beetgaar gekregen?

Gaandeweg leggen ook andere wandelaars en fietsers aan bij de herberg. Aan zo'n terras als van Herberg Molecaten kun je ook niet voorbij lopen, denk ik, ook al zit je knapzak vol etenswaar. Net voordat ik wil afrekenen, komen twee heren het terras op. Overduidelijk hier voor zaken. Zij krijgen van de serveerster het lunchmenu uitgelegd dat bij slecht weer in de sjieke eetzaal geserveerd zou zijn. Ze weet haar klanten blijkbaar goed te taxeren.

Als ik vertrek, heb ik ruim anderhalf uur mogen genieten van het prachtige uitzicht, de ruisende bomen, het gekletter van de watermolen en vooral ook van de rust. Bij het afrekenen moet ik zo'n 25 gulden betalen. Dat blijkt alleen voor de consumpties te zijn. Het natuurschoon was nog gratis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden