Interview Willemijn Dicke

Bestuurskundige Willemijn Dicke: ‘Prozac had mij niet het antwoord gegeven’

Willemijn Dicke: ‘De zin van het leven ontstaat als je de liefde ook kan doen.’ Beeld Jitske Schols

Haar spirituele speurtocht maakte van atheïst Willemijn Dicke een gelovige. Maar wat heeft ze gevonden?, wil Fokke Obbema weten. ‘Ik moest weer ontdekken dat ik liefde ben.’

‘De atheïst en de orthodox-gelovige staan op dezelfde manier in het leven. Ze laten beiden absoluut geen twijfel toe. Voor mij is twijfel juist belangrijk. Ik probeer open naar de wereld te kijken.’ Tien jaar geleden begon de 48-jarige bestuurskundige Willemijn Dicke aan een spirituele speurtocht. Doel was haar bestaan weer zin te geven. Ze was vastgelopen, ondanks een goede baan als universitair hoofd­docent, een man en twee kleine kinderen. Wie zat er op haar wetenschappelijke werk te wachten? Kon ze wel een goede moeder zijn, wanneer ze over het bestaan somberde?

Religieus was ze op dat moment ­allerminst. In haar Nijmeegse studietijd behoorde ze tot een groep atheïstische studenten. Geloven was passé: ‘We keken neer op de domheid van gelovigen. Religie was iets voor zwakken van geest, voor mensen die het ­leven niet aan konden’.

Om een dreigende depressie te bestrijden zocht Dicke het gezelschap van zenboeddhisten, helderzienden en sjamanen. Met New Age-aanhangers onderging ze een peyotetrip in een zweethut. Ze beschrijft het op lichte toon, maar zonder te ridiculiseren in haar boek De sjamaan en ik. In die tijd ervoer ze ‘verbinding met het hogere’, dus deelt ze zichzelf nu in bij ‘de religieuzen’. Niet behorend tot een kerk, maar wel thuis bij mystieke stromingen: ‘Die zie ik als tegenhangers van orthodoxie.’

Wat is de zin van ons leven?

‘Voor mij is dat: liefde zijn en liefde doen. Dat klinkt misschien gemakkelijk, maar daarvoor moest ik weer ontdekken dat je liefde bent. Sommige mensen hebben dat vanzelf, bij mij was dat weggezakt. Ik was bezig met wat er allemaal anders moest, aan mezelf en aan de wereld. Daardoor had ik geen toegang meer tot de notie dat de liefde in mij zit. Dat moest ik weer ontdekken. De zin van het leven ontstaat als je de liefde ook kan doen. Dat kan op oneindig veel manieren: van het stoepje vegen van je buurvrouw via liefdevol contact met je ­kinderen tot geloven dat je in je werk meebouwt aan iets groters dan jezelf.’

Waardoor liep u vast?

‘Ik heb aanleg voor een zwaar gemoed. Daarbij was het de levensfase met kleine kinderen die iedere ouder wel kent: alles in je leven is dan zeer vastgelegd, bij iedere meter die je aflegt, moet je je afvragen: kan dit wel? Verder speelde mee dat de zin van mijn baan mij steeds minder overtuigde. Ik had altijd gedacht dat ­wetenschapper het allerhoogste was, maar zag mezelf artikelen typen waar ik geen enkele reactie op kreeg. Toen ik publiceerde in Public Management Review, het voornaamste tijdschrift op mijn vakgebied, kreeg ik maar één reactie: of ik toevallig familie was van een andere Dicke? Onderwijs geven en scripties begeleiden vond ik wel nuttig, maar het wetenschappelijke werk waar het me om te doen was: wat maakte het uit? Dat was een belangrijke prikkel om mijn zoektocht te beginnen. En het was voor mijn kinderen, die ik zo’n matte moeder niet wilde aandoen.’

De zin van het leven

Na een hartstilstand, die hem tussen dood en leven deed zweven, gaat Fokke Obbema op zoek naar antwoorden op die aloude vraag: waartoe zijn wij op aarde? In een serie interviews gaat hij daarover het gesprek aan met mensen met zeer diverse beroepen en achtergronden. Lees de interviews hier.

Was u depressief?

‘De diagnose is nooit gesteld, maar kijk je naar het lijstje symptomen dan klopte dat aardig. Maar ik denk niet dat ik het existentiële gat waarin ik verkeerde met Prozac had kunnen dichten.’

Wat was de meest vormende ­ervaring in die tien jaar?

‘In al die episoden heb ik wel iets geleerd. In mijn boek heb ik ze ook zo beschreven: soms laat ik scepsis doorklinken, maar ik zie ook telkens de waarde van die ervaringen in. Neem mijn retraite op Costa Rica, waar me gevraagd werd angsten en ergernissen uit te spreken. Wat je leerde, was in te zien dat je eigen waarde niet afhangt van anderen. We moesten wel dertig keer op een dag herhalen: ‘Vergeef me dat ik ben vergeten dat ik wijsheid ben, dat ik liefde ben, dat ik schoonheid ben, dat mijn waarde oneindig veel meer is dan deze verschijningsvorm.’ Dat herhalen, twee ­weken lang, had een veel groter effect dan ik van tevoren had gedacht.

‘Voor mij is vrijheid de ruimte vergroten tussen de prikkel die een ander geeft en mijn eigen gedrag. Wie dat onder extreme omstandigheden kon, was de schrijfster Etty Hillesum. Toen zij in het concentratiekamp zat, wilde ze toch de regie over haar eigen gedachten behouden en niet alle Duitsers gaan haten. Die vrijheid, die ruimte voor jezelf, kun je leren vergroten. Emoties vloeien voort uit gedachten die je al lang hebt. De vrijheid ontstaat wanneer je die gedachten onderkent en ze stil kunt maken. Dat past bij wat je in mystieke stromingen aan beoefening leert.’

Wat spreekt u zo aan in de mystiek?

‘Veel mensen zullen bij dat woord denken aan een winkel vol Tarotkaarten, dromenvangers en andere zweverigheid. Ik zie mystiek als een manier om wijsheid in jezelf te leren kennen en om open te gaan staan voor een dimensie buiten je. Mystiek zie ik als tegenhanger van orthodoxie, waarin alles is vastgelegd in leefregels en je doet alsof je alles zeker weet. Bij mystiek ga je ook op zoek naar het transcendente, maar dan door naar binnen te keren. Vanuit de stilte die je aantreft, leg je verbinding met het ­hogere. Alle mystieke richtingen hebben overigens dezelfde troostrijke boodschap voor je: je wordt niet geboren met schuld, alles is liefde, alles komt goed. Dat is ook de oorspronkelijke boodschap van het christendom.’

Wat bedoelt u met ‘wijsheid in ­jezelf’?

‘Van huis uit hechtte ik altijd veel belang aan intelligentie. Ik oordeelde snel over mensen. Als ze niet de juiste diploma’s hadden, dacht ik: ‘Jij kunt me niks leren.’ Maar waar het om gaat is wijsheid. Om die te ervaren zit intelligentie je eerder in de weg. Nu denk ik: iedereen is wijs, maar we laten ons door gebeurtenissen in ons leven ervan weg leiden. Als je stil wordt en echt naar jezelf leert luisteren, kom je erachter dat je al weet wat je moet weten. Het gaat dan niet alleen om je moreel kompas, maar ook wat goed is voor jezelf. Weten in welke context je gedijt. Het beeld dat ik daarbij heb, is dat van je ziel als een gong. In de ene kamer maakt hij een dof geluid, in een andere kamer klinkt hij prachtig vol en trilt hij uren na. Spreek je je ­innerlijke wijsheid aan dan weet je in welke kamer je ziel thuishoort.

‘Als iemand je een streek levert, kun je leren zien: ‘Alles is ofwel een roep om liefde ofwel een uiting van liefde.’ Dat vind ik een wijze manier om het leven te benaderen. In iedere situatie kun je daarmee helderder zien wat er aan de hand is. Maar het vergt wel dat je eerlijk naar jezelf kijkt. Als je vrolijk bent, kun je je afvragen: waardoor komt dat? Omdat de weegschaal zegt dat ik drie kilo ben afgevallen, omdat ik promotie heb gemaakt, omdat ik een compliment heb gekregen? Is dat nou echt wat mij ­vrolijk maakt? Je leert zien dat er dan eigenlijk niks verandert: je waarde is intrinsiek gegeven, onveranderlijk. Of iemand je prijst of beledigt, het verandert niets.’

Hoe ziet u die verbinding met het hogere?

‘Ik denk inderdaad dat die bestaat, al twijfel ik er soms aan. Maar ik heb ­momenten gehad waarin ik het heb ervaren. Je kunt het wellicht vergelijken met ervaringen die mensen met muziek hebben. Componist Reinbert de Leeuw zei eens over Bach dat het lijkt alsof de geschreven noten maar een deel zijn van de muziek die er klinkt. Er zit nog muziek achter.’

Leestip

‘F.M. Dostojevski, De groot-inquisiteur. In dit 16de-eeuwse verhaal verschijnt Jezus weer op aarde. Hij wordt meteen in de gevangenis gegooid. Wat de groot-inquisiteur in zijn monoloog over vrijheid zegt, heeft mijn leven veranderd. Hij laat zien hoe mensen bereid zijn die op te geven, in ruil voor leefregels. Dat herkende ik. We zijn zoveel vrijer dan we denken te zijn.’

Wanneer heeft u het zelf ervaren?

‘Ik heb een keer een ervaring gehad die mijn leven echt heeft veranderd. Ik was met mijn fiets in de natuur, met achterop een slapend kind. Opeens gleed ik helemaal weg. Zonder voorteken werd alles vloeibaar. De bomen, het zonlicht, het zandpad, de lucht en ik, alles vervloeide in elkaar. Ik versmolt met mijn omgeving, mijn lichaam was in verbinding met alles. Net als mijn geest. Dagenlang hield ik een gelukzalig gevoel. Ik leerde dat het een ervaring van eenheids­bewustzijn was: het inzicht dat we allemaal uit hetzelfde voortkomen, er is geen afscheiding tussen ons en wat ons omringt. Zo kwam ik bij de overtuiging dat er meer moet zijn en dat duid ik aan met: ‘Een Bron van Zijn.’ Daar voel ik me goed bij. Inmiddels kan ik ook ‘God’ zeggen, omdat ik weet wat ik eronder versta. Maar ik zou het niet snel gebruiken wanneer ik met een orthodoxe christen praat, want diens godsbeeld verschilt ­hemelsbreed van het mijne. Ik wil niet in een hokje met mensen die een Jezus Redt!-sticker op hun auto hebben. Ook met een atheïst vermijd ik het woord, want dan plakken ze ­meteen allemaal dingen op me die niet bij me horen.’

Hoe reageerde uw omgeving op uw zoektocht?

‘Ik ben er vriendschappen door kwijtgeraakt. Atheïstische vrienden misten de running gag over God als smeermiddel in de conversatie. Als ik alleen maar het woord spiritualiteit gebruikte, reageerden mensen al defensief. Een collega uit Delft riep: ‘Ik spuug van dat woord, ik kan het niet eens uitspreken.’ Wat ik jammer vind, is dat atheïsten niet de mogelijkheid openhouden dat een andere benadering dan de rationeel-wetenschappelijke van waarde kan zijn. Die technieken om verbinding met het transcendente te zoeken, zijn voor hen per definitie waardeloos. Waarom willen zij niet de mogelijkheid openhouden dat ze een hele dimensie zouden kunnen mislopen? Maar goed, dit gesprek lukt dus niet met atheïsten.’

Hoe kijkt u tegen de dood aan?

‘Als ik nu dood zou gaan, zou ik er vrede mee kunnen hebben. Dan laat ik mensen in liefde achter. Mijn kinderen zijn stevig genoeg om het leven aan te kunnen. Er is meer warmte om me heen en ik ben vooral blijer met mezelf. Of er daarna nog iets is? Ik vermoed dat onze ziel blijft bestaan, maar ik weet het verder ook niet.’

U begint aan een nieuwe baan. Gaat u die anders aanpakken dan tien jaar geleden?

‘Mijn baan is niet meer mijn identiteit. Ik streef naar transparantie en congruentie: ik wil me niet beter voordoen dan ik ben. Er is geen noodzaak meer voor defensiemechanismen. Verder wil ik goed zijn voor de mensen met wie ik te maken krijg, of dat nu de schoonmaker of de hoog­leraar is. En werken met meer lichtheid en lol. Tien jaar geleden was het alles of niets. Nu denk ik: nu ja, dit is ook een manier om mijn leven hier, op aarde, te leiden.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.