Beste Maarten,

Nu deze briefwisseling, althans in openbare vorm, haar einde nadert en het eeuwige leven hier dus wel van benauwend korte duur bleek, wordt het tijd dat wij het over de dood hebben....

Want over de dood spreken, dat hoort niet. ’t Is ongepast, ’t is smakeloos, ’t is vulgair.

Ik ben omringd door mensen die het eeuwige leven hebben – of ten minste zeshonderd gaan worden. Dat verrast mij nog vrijwel dagelijks, want lange tijd heb ik gemeend dat het hier om een privilege ging dat aan babyboomers was voorbehouden. Die leefden om nooit te sterven. Ik vond het een vermakelijk spektakel, zeker toen zij een dagje ouder werden, kwaaltjes kregen en steeds vaker rouwberichten in hun postvakje vonden. Je hoort weinig meer van ze: ze zullen zich toch niet aan het voorbereiden zijn op hun eigen dood?

Kinderen traceren, adressen van exen achterhalen, ludieke kist uitzoeken, verongelijkt snijden in de vergeelde lijst van de nare uitvaartmuziek waar zij hun levenlang ook anderen naar hebben laten luisteren.

Maar zij blijken in hun ontspannen levensverwachting niet in de steek gelaten door de volgende generatie, de onze. Begin onder mensen eind 40, begin 50 een gesprek over de dood – hoe lang hebben wij nog, 25 jaar? En hoe walgelijk zullen de laatste vijf tot tien jaar daarvan zijn? – en je weet dat je voorlopig geen last meer van je telefoon zult hebben en geen uitnodigingen voor etentjes tegemoet hoeft te zien. Doodgaan is duidelijk niet de bedoeling, je daar rekenschap van geven obsceen.

Soms gaan ze opsnijden over wat zij aanvaardbaar achten en wat niet. Vooral in Nederland, al moet gezegd dat een aanzienlijk aantal van mijn buitenlandse kennissen overweegt om, zodra zij slecht ter been zijn geraakt, aan het infuus liggen en hun verstandelijke vermogens verloren hebben, naar Nederland uit te wijken. Het idee is, dat je in Nederland waardig sterven kunt, dat wil zeggen, dat er altijd wel iemand beschikbaar is die met het oog op jouw toestand bereid is een einde aan jouw leven te maken. ’t Is iets klinisch, met een heldere diagnose en een onomstreden therapie.

Curieus fenomeen: juist de mensen met de meest uitgesproken opvattingen over de omstandigheden die hun eigen einde noodzakelijk maken, dragen de beslissing daarover lijdzaam aan familie en huisarts over. Zelf zijn zij nergens verantwoordelijk voor, nog geen gedachte zullen zij eraan wijden. Geheel autonoom stellen zij resoluut en liefst met veel bravoure vast wanneer hun leven de moeite niet langer waard is. Let ook op de onverdraagzaamheid daarvan: de bravoure moet de superioriteit van hun overtuiging onderstrepen. Niet ‘ik is een ander’ is de postmoderne levensvoorwaarde, maar ‘de dood is een ander’. Zodra ‘ik’ ‘een ander’ geworden is, dan moet de dood eraan te pas komen – en De Dood heeft zijn kale schedel ingeruild voor een stethoscoop, zijn zeis voor een injectienaald. Geen wonder dat de animo onder artsen afneemt om de puinruimer van andermans leven uit te hangen.

Eigenlijk wordt er al mijn hele leven gestorven om mij heen, compleet met verwarring, verdriet, rouw, afleggen, kisten en bezwerende formules. Eén van mijn hardnekkigste kinderdromen behelsde mijn onterechte verblijf in een doodkist: ik probeerde te schreeuwen om de dragers op een beter idee te brengen, maar het wou niet. Ik weet, zolang ik weet dat ik leef, niet beter of vroeg of laat ben ik zelf aan de beurt.

‘De kwade dagen’, waar de Prediker het over heeft, zijn inmiddels ophanden, maar ik herinner mij niet ooit te hebben geleefd zonder dat ik hun komst besefte. Er is wat afgetakeld, in mijn omgeving. Mooie tekst, overigens: de dagen ‘van dewelke gij zeggen zult: ik heb geen lust aan dezelve ... de dag wanneer de sterke mannen zich zullen krommen ... omdat zij minder geworden zijn, ... en alle de zangeressen nedergebogen zullen worden.’

Ik houd veel van het bezwerende vermogen van de taal, maar nog meer van het onthullende.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden