Column Aaf Brandt Corstius

Bellende mensen afluisteren in de trein: een zeldzaam, luxe en onverwacht pleziertje

Bellende mensen in de trein; ooit waren ze er niet, toen zat de hele trein er vol mee en ontstonden er rubrieken in kranten met afgeluisterde gesprekken. Daarna ontdekten mensen dat het veel makkelijker is om met elkaar te appen en werd het afluisteren van een telefoongesprek een zeldzaamheid, een luxe, een onverwacht pleziertje tijdens een treinreis.

Deze week mocht ik het eindelijk weer eens meemaken, een persoonlijk gesprek afluisteren – en keihard gevoerd. Lekker ouderwets. Het was een millennial die telefoneerde met een andere millennial, een jonge vrouw die de jonge vrouw aan de andere kant van de lijn regelmatig ‘wijffie’ noemde. Hier moest iemand worden gerustgesteld, dat was duidelijk.

‘Dus toen zei hij gewoon…? Nou ja, zeg. Jezus. Ja. Wat een eikel. Hoe kán je dat nou doen?’

Aan de andere kant van de lijn werd er iets verteld.

‘Ja, maar hóé dan,’ zei het meisje naast me.

Haar vriendin schetste de situatie nog wat verder, en werd beloond met een nog meelevender: ‘Ja, jezus hé, maar hóé dán.’

Uit het gesprek dat volgde, maakte ik op dat er binnenkort een paasdiner in een studentenhuis zou zijn, waarvoor elk meisje een date moest meenemen, en de date van die vriendin, een man bij wie ze al diverse keren had ‘geslapen’ – dat slapen vond ik een goeie omschrijving – liet het nu half afweten. Hij ging misschien toch maar niet mee naar het paasdiner. En dat was natuurlijk verschrikkelijk, dat begreep ik ook wel.

Na een heleboel ‘HOE DAN’, ‘eikel’ en ‘wijffie’ was het tijd voor strategie. Hoe te handelen zodat hij toch meeging.

Er was geen sprake van één strategie, nee, het meisje dat naast me zat te bellen zette een heleboel strategieën tegelijk uit om haar vriendin zo goed mogelijk te helpen. De vriendin zou tegen die jongen kunnen zeggen dat ze ‘wel met iemand anders ging’ om hem superjaloers te maken. Of ze zou die avond alleen kunnen gaan ‘want er kwamen heel veel mannen’ en dan zou ze er daar ‘een van kunnen kiezen’. Of de vriendin zou, en nu werd de stem van het bellende meisje nog luider, want ze zat ineens in een heel goeie groef qua ideeën, kunnen doen alsof ze zelf niet meer ging, en dan zou hij toch ineens heel graag willen gaan, en dan zou hij dus toch gaan, en zij ook.

Dit vond het meisje aan de andere kant van de lijn geloof ik wel een goed plan, en het gesprek werd nu, na ongeveer drie kwartier, langzaam afgerond. Er was weer veel sprake van ‘wijffie’ en ‘we gaan sowieso zuipen’ en ‘Barcelona’ – kennelijk was dat een in de nabije toekomst liggende troost.

Het bellende meisje hing bijna op, maar ze wilde nog een ding kwijt. ‘Mánnen. Bóéie. Ik bedoel: mánnen. Wat doen ze ertoe? Ze zijn compleet onbelangrijk!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden