postuumJuliette Gréco (1927-2020)

Belichaming van het Franse levensgevoel

De Franse zangeres Juliette Gréco, die het chanson tot kunst verhief, overleed woensdag. Ze was 93.

Gréco in 1968.Beeld AFP

Er was een tijd dat ze zowat in haar eentje de belichaming van het Franse levensgevoel was. Het waren de jaren vlak na de oorlog, de orde had haar greep op het leven van alledag nog niet hersteld en Parijs werd voor even weer de hoofdstad van de wereld. Kunstenaars van heinde en verre kwamen erheen om zich te laven aan de sfeer van vrijheid en avontuur en aan de losbandigheid waarmee dat alles gepaard ging.

Die kringen hadden een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de jonge Juliette Gréco, een meisje uit de provincie – ze werd in 1927 als dochter van een politiecommissaris geboren in Montpellier en groeide op in Bordeaux – dat actrice wilde worden; ze had al een beetje bij de Opéra gedanst.

Zo groot waren die artistieke kringen niet. Het was de omgeving van de Boulevard Saint-Germain-des-Prés, een hoekje van het Quartier Latin op de linkeroever van de Seine – precies dat hoekje waar nu de romantici heengaan in de hoop nog een vleug van dat Parijs te kunnen opsnuiven. De kunstenaars hingen rond in Les Deux Magots, Le Café Flore, maar vooral de Bar Vert en, als die rond middernacht sloot, Le Tabou.

Er werd gerookt, gedronken en gediscussieerd, alles in bovenmatige hoeveelheden. Boris Vian was er, Jean-Paul Sartre, Albert Camus, Jacques Prévert, Raymond Queneau, Jean Cocteau. Veel mannen sowieso, die betoverd werden door de jonge Juliette, die wist hoe je je moest kleden in existentialistische kringen: zwarte pony, petite robe noire, zwartomrande ogen. Simone de Beauvoir was er ook, met haar zou ze vriendschap sluiten.

‘De muze van Saint-Germain’ was de bijnaam die ze er aan overhield. Het was Sartre die haar tot een loopbaan als chansonnière aanzette. ‘Wilt u zingen, Gréco?’, had hij gevraagd. Een gedicht van zijn hand zou een van haar vroegste chansons worden.

Gréco in 2012.Beeld AP

‘Het waren mensen die hun kindertijd hadden verlengd omdat de oorlog er tussen gekomen was’, zei ze in een interview met de Volkskrant in 2011, vlak voor haar laatste Nederlandse concert, in Carré. ‘Grappenmakers die juist wat iedereen lelijk vond wisten te waarderen.’

Wat later zou ze een verhouding krijgen met een van de kunstenaars die was uitgeweken naar Parijs: de jonge Amerikaan Miles Davis, een zeer getalenteerde zwarte trompettist. In Parijs keek niemand op van hun romance. Toen ze Davis jaren later in New York opzocht, ervoer ze dat dat in de Verenigde Staten nog steeds heel anders lag.

Bekijk en beluister hieronder Je suis comme je suis, een van Gréco’s grootste hits. (Tekst loopt door.)

Ze verkeerde in kringen van de avant-garde, maar zou als zangeres juist trouw blijven aan de traditie. Een onverwacht stevige, zware stem met natuurlijke dramatiek en een heel eigen, vaak tegen parlando leunende dictie. De begeleiding was doorgaans sober en akoestisch, want alles stond in het teken van de teksten: het beste wat Frankrijk op dat gebied te bieden had. Ze bleef binnen de grenzen van het chanson, maar zocht het avontuur in telkens nieuwe tekstdichters en componisten. Ze vertolkte Sartre, Queneau en Prévert (Je suis comme je suis, Les feuilles mortes), maar ook Charles Aznavour (Je hais les dimanches), Jacques Brel en Georges Brassens. Ze was een van de eersten die het talent van Serge Gainsbourg herkende en om liedjes (La Javanaise, Accordéon) vroeg. Veel later, ze was de tachtig gepasseerd, zong ze teksten van jonge auteurs als Abd al Malik, Benjamin Biolay en Olivia Ruiz. 

’Ik heb er voor gekozen lief te hebben wie ik wil, wanneer ik wil’, schreef ze in haar autobiografie over haar liefdesleven. Ze zou drie keer trouwen. Eerst even met de acteur Philippe Lemaire, daarna van 1967 tot 1977 met de acteur Michel Piccoli, die eerder dit jaar overleed. In 1989 trouwde ze met Gérard Jouannest, haar vaste begeleider, en componist van veel van haar repertoire. Met hem aan de piano zou ze in 2016 haar afscheidstournee maken, die voortijdig moest worden beëindigd. ‘Ik wil stoppen voordat het meelijwekkend wordt’, zei ze. 

Gréco zingt Les feuilles mortes. (Tekst loopt door.)

Gréco zou het acteren nooit helemaal laten varen, van tijd tot tijd figureerde ze in speelfilms. Maar een keuze voor actrice of chansonnière hoef je in haar geval niet te maken. Ze was voor alles Gréco, stijlicoon en bron van inspiratie voor heel veel vrouwen die hun eigen plan willen trekken. Een femme de gauche tot aan het eind, die als meisje het Quartier Latin leerde kennen door de krant van de communistische partij te verkopen en altijd is blijven pleiten voor Frankrijk als een tolerant land dat anderen moet verwelkomen.

In 1943 werd ze als meisje van zestien samen met haar zus en moeder, die in het verzet zaten, opgepakt door de Gestapo. Een Duitse officier die haar wilde verhoren, sloeg ze in het gezicht. Door haar leeftijd, ze was zestien, was ze de enige die niet in het kamp eindigde. ‘Ik ben niet bang voor de dood, die ken ik al vanaf dat ik klein was’, zei Gréco in het eerder genoemde interview. ‘Als ik me niet meer nuttig voel, sterf ik.’

Reacties

De Franse pers komt grote woorden tekort om de ‘muze van Saint-Germain-des-Prés’ uitgeleide te doen. Gréco was de ‘personificatie van de esprit rive gauche’, schreef Le Figaro, refererend aan het deel van Parijs dat ten zuiden van de Seine ligt en in Gréco’s dagen het epicentrum was van de artistieke avant-garde. De zangeres was volgens het dagblad ‘het symbool van de existentialistische periode en de bruisende kunstzinnigheid van het naoorlogse Saint-Germain-des-Prés.’

Gréco roept herinneringen op aan een tijd waarin Saint-Germain-des-Prés ‘het centrum van de wereld’ was, aldus Libération. ‘En Gréco was de koningin.’

President Macron liet woensdagavond een lofzang optekenen op Twitter. ‘Zij was de elegantie en de vrijheid’, schreef de president. ‘Juliette Gréco heeft zich bij Brel, Ferré, Brassens en Aznavour gevoegd en al die anderen die zij zal vertolken in het pantheon van het Franse chanson. Haar gezicht en stem zullen onze levens blijven vergezellen. De ‘muze van Saint-Germain-des-Prés’ is onsterfelijk’.

Daan Kool

Lees verder

Verslaggever Ariejan Korteweg sprak Gréco in 2011. ‘Ik ben niet bang voor de dood, die ken ik al vanaf dat ik klein was.’ Lees hier het interview.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden