Interview Stephan Wienjus

Bassist van Het Goede Doel speelt al meer dan 30 jaar succesvol in Radio Filharmonisch Orkest: ‘Kiezen kan ik echt niet’

Stephan Wienjus Beeld Erik Smits

Als Stephan Wienjus (60) vrijdag in TivoliVredenburg in Utrecht plaatsneemt op zijn gebruikelijke stoel in de contrabassectie (eerste lessenaar, rechts van de aanvoerder) van het Radio Filharmonisch Orkest, zullen weinig toeschouwers doorhebben dat ze hem eigenlijk al kennen.

Of beter gezegd: dat ze kennen wat hij heeft gemaakt.

Stephan Wienjus speelt niet alleen contrabas. Hij begon zijn muziekcarrière als basgitarist en was verantwoordelijk voor de baspartijen van hits als België, Vriendschap en Alles kan een mens gelukkig maken (zang: René Froger). De man die nu in relatieve anonimiteit tussen tachtig collega’s op het podium zit, was de bassist van de Utrechtse formatie Het Goede Doel, na Doe Maar de succesvolste nederpopband van de jaren tachtig.

Eigenlijk zijn we net te laat: zijn dertigjarig jubileum als vast lid in het Radio Filharmonisch was vorig jaar. ‘Dat wist je niet, hè? Zo anoniem ben ik dus,’ lacht hij in zijn studio-aan-huis in Almere. ‘Ik hoef niet zo veel aandacht. We hebben het kleinschalig gevierd. Maar het mocht wel, want ik ben inmiddels een van de langstzittenden in het orkest.’

Dat Wienjus zowel in de popmuziek als in de klassieke muziek actief is, is niet eens het verbazingwekkendste aan zijn verhaal. Vanaf 1987 (toen zijn proefjaar bij het Radio Filharmonisch Orkest inging) tot 1991 (er was steeds minder vraag naar de band), leidde Wienjus een artistiek dubbelleven: hij combineerde Het Goede Doel met zijn orkestbaan. Hij is een van de zeldzame figuren die zowel in de popwereld als in de klassieke muziek succes heeft gehad – en dus ideaal om die werelden met elkaar te vergelijken.

Als u zou moeten kiezen: basgitaar of contrabas?

‘Dat kan ik echt niet. De basgitaar was mijn eerste instrument. Ik was 15 en hoorde die klank… Dat stuwende, dat dragende ervan trok me. Dat kannnggggg, kanggggg, weet je wel. Vanaf mijn zestiende speelde ik in bands. Na de havo in Utrecht volgde ik een opleiding tot medisch analist. Ik stopte na driekwart jaar omdat ik alleen met muziek bezig was, dus ik zei tegen mijn ouders dat ik de muziek in wilde.’

Wat zeiden uw ouders?

‘Oké, dan moet je een beroepsopleiding volgen. Conservatorium, ik wist bij God niet wat het inhield. Dus ik informeer een beetje. Er was nog geen hoofdvak basgitaar. Oeps. Maar je kon wel contrabas studeren. Nou, dan doen we dat maar. Ik heb een half jaar les genomen aan de muziekschool en in al mijn naïviteit en onnozelheid belde ik aan bij Peter Stotijn, toen de conservatoriumdocent. Je hebt een bekende leermethode met oefeningen, van Simandl, en ik was op de helft in dat boek. Stotijn dacht: als hij dat in een half jaar kan, komt het wel goed. Hij nam me aan voor het voorbereidend jaar. Dat was in 1982.’

Toen speelde u al in Het Goede Doel.

‘Ja. Meneer Stotijn zei: nu moet je wel stoppen met dat bandje. Nog even niet, zei ik, het begint net lekker te lopen. In datzelfde jaar kwam onze eerste lp uit, België, en daar werden zoveel exemplaren van verkocht dat die meteen de platinastatus kreeg. We hadden drie optredens per week, het was best te combineren met mijn opleiding.

Het Goede Doel werd in 1977 in Utrecht opgericht. Stephan Wienjus kwam er snel bij, maar verliet de band voordat de eerste single (In het leven) werd gemaakt om in een andere Utrechtse band te gaan spelen, Superjones. Toen de single aansloeg, werd Wienjus teruggevraagd. Na het stille afscheid (Wienjus: ‘de fut was eruit’) in 1991 volgde een reünie in 2001 onder de noemer Tien jaar gelukkig uit elkaar. Zangers Henk Westbroek en Henk Temming maakten sindsdien nog drie studioalbums onder de naam Het Goede Doel, zonder dat de oude leden vast onderdeel werden van de band.

‘Andere leden hadden overdag een baan, ik studeerde. Dat waren andere tijden, hè? Het was net als met die profvoetballers vroeger, die hadden er ook een sigarenzaak naast. We hadden zes bandleden en een crew van vijf man, dat geld werd allemaal verdeeld. Henk Westbroek schreef de teksten en Temming de muziek, dus daar kreeg ik geen geld voor. Wel kreeg ik een deel van de opbrengst van de plaatverkoop. Maar ik leefde vooral van de toelage die mijn ouders me gaven.’

Stephan Wienjus Beeld Erik Smits

Hoe kon u het orkest met de band combineren?

‘De optredens met de band waren vaak ’s avonds laat. Ik weet nog dat ik eens een Zevende symfonie van Sjostakovitsj moest spelen op zaterdagmiddag in het Concertgebouw in Amsterdam, en daarna meteen door moest naar Leeuwarden voor een theateroptreden. Die symfonie is loodzwaar. Ik was net op tijd in Leeuwarden. In de band had ik op een gegeven moment een stand-in. Tegen het orkest kun je niet zeggen: ik kan dan en dan niet. Het is je báán.’

Hoe werd er in het orkest tegen uw andere leven aangekeken?

‘De meeste bassisten waren erg geïnteresseerd in wat ik deed. Een aantal speelde ook basgitaar, bijna iedereen luisterde wel naar pop of jazz. Er werd zeker niet op neergekeken. En ik heb ook profijt van mijn popverleden gehad. Als we nieuwe muziek spelen waarin een basgitaar wordt voorgeschreven, dan speel ik basgitaar. Dat ben ik ook wel aan mijn stand verplicht.’

Wat is het grote verschil tussen spelen in een band en een orkest?

‘Er zijn meer overeenkomsten. Vals spelen is vals spelen, slecht timen is slecht timen. Alleen het idioom is anders. In de pop ben je als ritmesectie echt bepalend voor het tempo en de dynamiek, iedereen doet daar zijn dingetje bovenop. In een orkest is het meer fluïde: je bent afhankelijk van de wil van een dirigent, maar als je de violen ziet versnellen, dan moet je niet ijzerenheinig in je eigen tempootje blijven, maar er een beetje in mee gaan.’

Zowel in het orkest als in de band staat u een beetje op de achtergrond.

‘Dat is nou eenmaal je rol, de muziek verlangt van een bassist dat-ie boem-boem doet. Als je graag die mooie melodie wilt spelen, moet je bij de eerste violen gaan of sologitarist worden. Ik vind die baslijnen juist altijd heerlijk. Gaat de melodie omhoog, dan gaan wij omlaag. En met basnoten kun je echt een verschil maken. Neem het nummer België. Ken je dat stukje ‘Is er leven op Pluto?’, de overgang naar het refrein? Je zou verwachten dat ik daar een c zou spelen, maar ik pakte een as, waardoor je een heel ander akkoord krijgt, een akkoord dat je niet verwacht. Dat heeft dat nummer veel sterker gemaakt.’

Een nummer waarin zijn invloed nog groter is, is Vriendschap. ‘In feite doe ik niet zoveel. Ik speel die noten allemaal strak, als een kralenketting. Doek-doek-doek-doek… Maar dan in dat refrein… Moet ik het even demonstreren?’ Hij pakt zijn bas, een zonder frets (de metalen reepjes op de hals waarmee je een toon afbakent), net als op de opname. Hij slaat fel aan met zijn vingertoppen en laat de snaar na elke noot een beetje loskomen van de toets. En dan, op dat moment vlak voordat je in je hoofd al ‘vriendschap is een illusie’ hoort, die twee uitgekiende glijtoontjes.

‘Op deze partij ben ik wel trots. Contrabas spelen is fysiek zwaar, het kost een hoop energie. Basgitaar spelen is gewoon lekker. Je gaat op een stoel zitten en hoppakee.’

Als ik u zo bezig zie, krijg ik toch de indruk dat uw liefde voor die basgitaar iets groter is.

‘Het is anders. Basgitaar is mijn eerste liefde. Maar op contrabas heb je zoveel ongelooflijke muziek die je kunt spelen, topcomponisten. Beethoven en Bruckner hebben niets voor basgitaar gemaakt. Hun muziek zou ik nooit kunnen missen.’

Concertgebouw of een popzaal?

‘Poeh. In een grote popzaal spelen, dat heb ik voor het laatst gedaan bij de Het Goede Doel-reünie in 2001 (in de Heineken Music Hall, red.). Ik had daar best een vervolg aan willen geven, maar het kwam er niet van. Ik mis het wel, ja. Dat je daar staat met een drummer en – klets! – een meedogenloze groove neer kunt zetten. Dat je samen een machine wordt. Dat je met één noot een zaal kunt verplaatsen. Daar kan ik echt emotioneel van worden.’

Stephan Wienjus speelt 19/4 met zijn Radio Filharmonisch Orkest mee in het Stabat Mater van Gioachino Rossini in TivoliVredenburg, Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden