Barbecue op poolijs

Namen als Bangen Hoeck en Verlegen Hoeck herinneren aan de tijd dat hier de traanovens van Hollandse walvisjagers rookten. Lange tijd was het eiland ook de uitvalsbasis voor Noordpoolexpedities....

Stipt om zeven uur 's ochtends klikt in de scheepshut de intercom aan.

'Good morning', zegt een beschaafde stem. 'Het is een prachtige dag. De wind is NNW, buiten is het twee graden boven nul, binnen is het twintig graden.'

De woorden zijn bestemd voor de vijftig passagiers die met een Russisch schip de wateren rond Spitsbergen doorkruisen. Wat drijft hen naar deze onherbergzame kusten vanwaar in het verledenmaar liefst negen expedities naar de Noordpool trokken? De meesten willen ijsberen en walrussen zien en de sfeer proeven van fjorden vol ijs en het door gletsjers ingepakte land. De vogelaars hopen de ivoormeeuw, het roze buikje van de Ross' meeuw en de bruine kop van de vorkstaartmeeuw in de kijker te vatten. Het kan haast niet anders of de meesten hebben in een grijs verledenSvalbard (1957) van Jan Strijbos gelezen, en voor altijd de ondertitel 'zwerftocht langs de koele stranden van Spitsbergen' onthouden. Dat geldt zeker voor onze gids Ko de Korte, specialist in arctische zeevogels, die eind jaren zestig op Spitsbergen overwinterde.

In de hoofdplaats Longyearbyen, een voormalig mijnstadje met een kerk, twee hotels, een ziekenhuis, een poolmuseum en een overdekt winkelcentrum, gingen we aan boord. Bij het vliegveld staat een wegwijzer die aangeeft hoeveel duizenden kilometers Moskou en Anchorage van deze plek zijn verwijderd. Die paal is het bewijs dat je in een uithoek van de wereld verzeild bent geraakt.

De Professor Molchanov vaart de IJsfjord uit en zet koers naar het noorden, richting Amsterdameiland en Smeerenburg, waar eens de traanovens van de walvisjagers rookten. De kaart maakt er geen geheim van dat wij ons op een buitenpost van de vaderlandse geschiedenis bevinden. Een deel van de namen, zoals Kwade Hoeck, Bangen Hoeck, Verlegen Hoeck, Zuyd Kaap, Wijdefjord en Liefde Baai is nu vernoorst.

Bij de eerste bijeenkomst in de lounge schetst de gids de sfeer aan boord als 'informeel'. Dat horen Nederlanders natuurlijk graag. Zelfs de brug is voor iedereen toegankelijk. Het domein van de Russische stuurlui krijgt algauw het karakter van een Hollandse huiskamer. Alleen kijkt men er niet naar de televisie, maar naar gletsjers, drijfijs, ijsberen en zeehonden.

In de Koningsbaai brengen Zodiacs ons naar Ny-Ålesund. Het voormalige mijndorpje is een internationaal centrum geworden voor arctisch onderzoek. Voor kenners van de poolhistorie heeft de naam een bekende klank: maar liefst vier keer was Ny-Ålesund het beginpunt van een expeditie naar het onzichtbare cartografische snijpunt dat wij Noordpool noemen.

Het gehucht is geen juweel dat door een ring van water, bergen, mist en gletsjerijs wordt omklemd. Het lijkt een lukrake verzameling van huizen en gebouwen die op de kust en de toendra zijn uitgestrooid. We zien het Noordpoolhotel, waar Jan Strijbos logeerde; een buste van Roald Amundsen, met de prominente, aartsvaderlijke neus; een stoomlocomotiefje met karretjes van gebleekt hout, voor altijd op een doodlopend stuk rail geparkeerd; zelfs een souvenirwinkel, waar laarzen van zeehondenbont en rendierhuiden worden verkocht. Fronsend kijkt Ko naar het winkeltje. 'Het wordt hier steeds erger', moppert hij.

Buiten het dorp steekt een hoge driehoekige mast zijn verroeste spijlen de lucht in. Het lijkt een baken, maar het was het anker waaraan de zeppelin van Umberto Nobile was vastgeketend. Zowel in 1926 als in 1928 zette Nobile koers naar de Noordpool. Beide keren slaagde hij in zijn opzet, alleen eindigde de tweede vlucht in een catastrofe.

Ineens ontstaat er beroering in het gezelschap. In looppas slepen de fotografen hun statieven en telelenzen naar een plek waar iemand een blauwgrijs vosje heeft gezien. Zij stellen zich in slagorde op. Het lijkt wel een mobiele persconferentie. Het vosje weet niet goed wat het moet doen. Het wil wegduiken onder een huis, maar blijft aarzelend staan, niet wetend wat al dat teleurgestilde gesis om hem heen moet betekenen. Op zijn beurt richt een dorpeling een videocamera op de persconferentie. 'Wat is er aan de hand?', vraagt een meisje dat nieuwsgierig naderbij komt. Ja, het vosje kent ze wel; samen met zijn familie heeft het deze zomer flink huisgehouden in de kolonies van noordste sterns en andere grondbroeders. Daardoor zagen Duitse en Franse ornithologen, verbonden aan lokale onderzoekscentra, zich gedwongen hun activiteiten te staken. Tot hun grote verdriet hoort ook de poolvos nu tot de beschermde dieren.

We laten Bangen Hoeck en Verlegen Hoeck, de noordpunt van het vergletsjerde Nieuw-Friesland, achter ons en gaan tegen de avond scheep in de rubberboten. Vanwege de mist blijven de boten op elkaar wachten en draaien ze rondjes om elkaar heen. Bij de kust van Lågøya, het 'lage' eiland', waaieren ze uit naar het strand. Het eiland blijkt een arctische woestenij van plassen, toendra en grindbanken te zijn. We krijgen een escorte van drie gewapende bemanningsleden mee. Met zijn hoge muts en ouderwetse schietgeweer biedt Ko een martiale aanblik – een kozak op patrouille in een woest berggebied, maar dan tachtig jaar geleden. Wij voelen ons afdoende beschermd tegen ijsberen, die overal kunnen opduiken en een mens niet anders behandelen dan een zeehond.

Bij de vloedlijn ligt een bruine berg spek te slapen. In je eentje op het zand liggen, het moet voor een walrus een schrikbeeld zijn. De wee makende stank van rotte vis, die door de groep wordt verspreid, is overweldigend. Uit de berg klinkt nu en dan een slaperig gegrom op. Een kop komt omhoog, slagtanden blinken op en rode bijziende ogen proberen een indruk te krijgen van de rustverstoorders. Anderen schurken zich over de stenen en beginnen zich met hun staartroer te krabben.

Een oudere stier begint richting zee te hobbelen. En ineens gaat de hele meute erachteraan, alsof die andere meute nu werkelijk een kritische grens heeft overschreden. Beurtelings steunend op flippers en staart rollen, golven en klotsen duizenden kilo's vet en vlees in de richting van de branding. In het water gedragen ze zich als reusachtige zeehonden. Blazend komen ze boven, nevels spuitend uit hun wijd opengesperde neusgaten.

Buiten de halve cirkel van fotografen blijft Ko stokstijf staan. Hij wijst naar twee vogels die er met hun bruine kop als kokmeeuwen uitzien.

'Vorkstaartmeeuwen', fluistert hij. 'Heel erg zeldzaam. Ik zie ze voor de tweede keer in mijn leven.'

Een dag later varen we een met ijs gevulde fjord binnen. Aan het eind strekt een octopus van ijs zijn armen over het gesteente uit. Vanaf een reepje ijs kijkt een oude baardrob ons met bange ogen aan. Langzaam koerst het schip op een ijsbeer af die zijn kop op de samengevouwen poten legt en net doet of hij wegdommelt. Dan slaat de onrust toe. Hij staat op, wandelt langs de rand van het ijs en maakt dan een sprongetje naar een volgende schol. Tot groot enthousiasme van de fotografen, voor wie dit hupje het hoogtepunt van de cruise vormt.

We slagen er niet in Noord Oost Land te ronden. Een paar dagen later heerst er rond het schip een chaos van opgestuwd ijs die ons een halt toe roept. Nu en dan klinkt er een flinke klap en vaart er een trilling door de scheepswanden. Soms schiet er een halve ijsberg onder de boeg vandaan. In feite bevinden we ons nu in de klassieke situatie van Willem Barentsz en de zijnen. Even krijg ik visioenen van een nieuw Behouden Huys.

'Ross' meeuw!' schalt het door de kajuit. En meteen daarna: 'Kijk eens, wat een prachtige roze buik!'

Onder vogelaars is de Ross' meeuw een legende. De vogel, die in Siberië broedt, brengt een groot deel van zijn leven boven het pakijs door. 'We worden weer ontzettend verwend,' zegt Ko traag, terwijl zijn kijker met de vogel mee draait.

Tegen de avond wordt op deze onwaarschijnlijke plek een 'arctische barbecue' georganiseerd. Dik ingepakt, getooid met bontmutsen en sjaals, verschijnen de passagiers aan dek, waar zij met aquavit, glühwein en discomuziek worden verwelkomd. De koks staan achter een tafel waar soep, gegrilde kip, worst en salade worden opgediend.

Onze Russische serveersters en kamermeisjes bewegen op het ritme van de Ketchup Song over de dansvloer. Met een vage glimlach kijkt Sheila om zich heen. 'Weet je wat zo jammer is?', vraagt ze aan mij. 'Dat de tijdmachine niet bestaat. Wat zou jullie Willem Barentsz voor gezicht hebben getrokken als hij onze barbecue had gezien!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden