BANG VOOR ELKAAR

De gemeente Den Helder liet onlangs een van de 'roversholen' in de beruchte, troosteloze Falga-buurt ontruimen. Elders worden Antillianen 'strategisch geïsoleerd'....

De ambtsketen wordt weggeborgen. 'Anders wordt het helemaal apies kijken', vreest burgemeester Willem Hoekzema. Na een briefing met staatssecretaris Kohnstamm van Binnenlandse Zaken koerst hij naar de voorhoede van een klein kordon ellendetoeristen dat door de Falga-buurt wandelt. Op zijn rijwiel is hij er eerder en vaker geweest.

Hoekzema is burgemeester van een stad die een opvallend grote aantrekkingskracht op Antilliaanse emigré's uitoefent. Het 'Gibraltar van het Noorden', dat Napoleon voor ogen stond, zou niet de eerste keus van vestiging moeten zijn. Den Helder heeft te weinig werk, het is arm, hoe rijk en weldadig de natuur ook voor rijwielbezittende burgemeesters is.

Die combinatie van armoede en natuur heeft zelfs een aforisme opgeleverd dat plaatselijk nog altijd geweldig veel hilariteit opwekt: 'Den Helder is de gezondste stad van Nederland. Er is nog nooit een miljonair overleden.'

Zelfspot bestaat wel degelijk in de kop van Noord-Holland, maar de afgelopen maanden viel er 'verdomd weinig te lachen'. De dreiging, die iedereen al twee, drie jaar eerder voelde, werd tastbaar. De Falga-buurt werd opgeschrikt door pistoolschoten, openlijke handel in drugs, door ripdeals. De herrie was voor omwonenden niet te harden.

Daar begon het vaak mee. Nederlanders willen geen herrie, ze moeten 'ongestoord achter hun kachel kunnen zitten'. Antillianen zoeken luidruchtig vertier, ze missen de warmte van de Cariben. Enorm bravouregedrag schrijven de onderzoekers De Jong, Steijlen en Masson de Antillianen zelfs toe. Maar Arie Verhoef, een 'uitbater' in de Helderse Koningstraat, waarheen zich 's avonds de overlast verplaatst, zegt: 'Het is natuurlijk ook gewoon angst. Angst voor het onbekende. We zijn bang voor elkaar.'

Ben Verbrugge, die in Hellevoetsluis, dé Nederlandse marinestad tot Den Helder dat werd, lange tijd 'wijkbeheer en minderheden deed', vindt die wederzijdse angst niet onverklaarbaar. De afstand is te groot. 'We kennen elkaar niet, maar ik moet zeggen: de Antilliaan kent de Nederlandse maatschappij tien keer zo goed als Nederland de Antilliaanse. Het cultuurverschil is groot en wie teleurgesteld is, of crimineel, maakt daarvan gebruik.

'De Antilliaan weet dat een Nederlandse politieagent niet mag slaan. Het is daar het eerste wat de politie doet: slaan. Dan pas wordt er gepraat. Dat dwingt respect af. Wij Nederlanders worden 'makamba's' genoemd. Makamba stinkie is gierigaard. Mijn indruk is dat veel Antillianen een aversie hebben tegen Nederlanders. Veel sterker dan Surinamers. Het zou te maken kunnen hebben met de manier waarop Nederlanders zichzelf op de Antillen isoleren en opsluiten in aparte wijken.'

Verbrugge heeft zes jaar op de Antillen gewoond en ziet maar één oplossing voor het indammen van de migratiestroom: 'Zorg dat dáár de uitkeringen even hoog zijn als bij ons. Dat kost natuurlijk veel geld, maar ik ben ervan overtuigd dat het op den duur effectiever en goedkoper is. Ze krijgen er 'achterstand', wat bij ons de bijstand heet. 175 gulden per maand. Daar kun je dus niets mee doen, want het prijsniveau is hetzelfde als bij ons.'

Het Nederlandse onbegrip is één kant van de zaak, zegt Verbrugge. In Hellevoetsluis werd iemand neergestoken. De Antilliaanse dader zei, zo dacht de betrokken inspecteur te horen: soit. 'Hij schrok zich rot, want hij dacht: hoe ver zijn we heen? Hij vertaalde het voor zichzelf met so what. Maar het woord swa hoor je op de Antillen twintigduizend keer. Het is een soort bekentenis.

'Het taalprobleem is groot en maakt de verwijdering alleen maar groter. Antilliaanse jongeren die hier naartoe komen, omdat het hier tien keer beter lijkt, hebben een paar eenvoudige zinnetjes ter beschikking. Dan wordt geconcludeerd: hé, ze spreken Nederlands.

Het ís Nederlands, maar voor zover de Falga-buurt het kan begrijpen, is het zeer beangstigend Nederlands: 'Ik weet waar je huis woont.' 'Ik weet hoe jouw naam heet.' Jan Spoolder heeft zich opgeworpen als woordvoerder van een aantal huiseigenaren. Het gaat ook volgens hem om jongeren die zich ten opzichte van elkaar moeten bewijzen. Die geen belang hechten aan scholing.

Verbrugge in Hellevoetsluis: 'Maar kennis is belangrijk, minstens zo belangrijk als respect. Daar hechten Antillianen sterk aan. Veel mensen op de knoekoe, het platteland, hebben hun eigen stukje grond, met geiten en al. Je hebt een mes nodig voor je dagelijks werk; dus is rondlopen met een mes daar heel gewoon.'

'Híer is het een boterham met beleg, dáár is niet eens een boterham', zegt Verbrugge. Nederland moet dus staan voor 'goede voorzieningen ter plaatse'. De komst van misdadigers, drugsdealers, zal nooit volledig te blokkeren zijn maar de 'verplichte inburgering', zoals die nu in Nederland mogelijk is geworden, moet inderdaad in het land van herkomst beginnen.

Staatssecretaris Kohnstamm zei dat afgelopen dinsdag in Den Helder. Maar zicht op de 'juridische haken en ogen' had de bewindsman nog niet volledig. 'Den Haag' studeert nog.

Verbrugge was op de Antillen pionier in het vakbondswerk. 'We moeten gewoon zorgen dat criminele Antillianen hier niet komen. Maar niet zoals Bolkestein dat wil. Dáár moeten de voorzieningen beter. Ik weet zeker, als de Antillianen in Nederland morgen terug kunnen, met de wetenschap dat ze werk krijgen of een behoorlijke uitkering, dan gáán ze.'

Op het Helderse trapveldje spelen in windstilte, een lokale zeldzaamheid, een paar gedreven voetballertjes. Achter de ramen in de Falga-buurt verschijnen wantrouwende ogen. Ze kijken naar de zoveelste optocht door de buurt. Toen ooit veertien toezichthouders in de wijk Nieuw Den Helder patrouilleerden, leefde de buurt zichtbaar op. Maar de oppassers verdwenen en de verloedering kwam terug.

Zo'n vierhonderd Antillianen zijn er ingetrokken, een kwart van de totale Caribische populatie in Den Helder. Niet weinig Antillianen zien als enige oplossing voor de conflicten en tegenstellingen een eigen zwarte wijk. Met het argument dat Nederlanders in Australië of Amerika toch ook bij elkaar wonen, rust, koffie en taart wensen. Op Curaçao 'klitten' de Nederlanders in Julianadorp. 'We zullen elkaar toch niet begrijpen, wij houden van dansen, geluid, uitbundigheid. Daarom zal het hier nooit werken als we geen eigen wijk krijgen.'

Zo'n tien jaar geleden raakte de olie-industrie op de Antillen in verval, de werkloosheid kreeg dramatische proporties. Antillianen waren gewend in de haven werk te zoeken. Dat werk was er niet meer en dus werden het Nederlandse havensteden waar ze neerstreken. Het waren arbeiders, niet de sociale bovenlaag van welvarenden die al langer naar Nederland kwamen, om er op Nederlandse universiteiten te studeren en vervolgens in Nederland een loopbaan op te bouwen. De ene groep Antillianen is volkomen geïntegreerd, succesvol, de 'probleemmakers', de losers in eigen land, zoals Verbrugge ze noemt, zijn agressief, hard. Ze kijken op 'tegen de oom uit Amsterdam, die met zijn Mercedes en gouden koningskettingen om de pols de straat binnenkomt'. In de drugshandel valt geld te verdienen.

In Den Helder zijn ambtenaren over de balie heengetrokken. Na toewijzing van een flat was er geen geld voor de inrichting. Dat geld werd opgeëist, met bluf, bravoure. Onderzoeker De Jong stelde vast: gevoelens van onmacht en uitgeslotenheid leiden bij Antillianen tot vertoon van machogedrag. Het lijkt een te stereotype schets. Maar het maakt de bedreiging niet minder.

Wim Kok was maandag in Den Helder. Hij zei: 'Laten we in vredesnaam oppassen dat we mensen die van ver komen en Nederlanders niet tegen elkaar opzetten. Erger kan het bijna niet.'

De werkelijkheid was hem voor. Staatssecretaris Kohnstamm kwam na Kok, een dag later. Hij zegde Den Helder 1,3 miljoen gulden toe voor de komende drie jaar. Hij liep met burgemeester Hoekzema mee door de Volkerakstraat. Een enorme hoeveelheid heesters en 'onveilige' bosjes was intussen weggehaald. Wat hij zag was niettemin 'troosteloos'.

Het centrum van de stad, zegt kroegbaas Arie Verhoef, is door de Duitsers gesloopt. En daarmee verdween het hart van de stad. Dat hart wordt ook gemist in Hellevoetsluis. 'Karakterloos is het,' zegt Ben Verbrugge.

De Volkerakstraat is bijna een kilometer lang, maar slechts een paar honderd meter lang is de treurigheid. Daarna, in het noordelijke deel, verschijnen de doorzonwoningen. De bewoners ervan zijn bang voor ontwaarding. Eén van hen heeft, om iets te doen aan de beklemmende sfeer die verderop heerst, een wijkcomité opgericht. Burgemeester Hoekzema heeft zelfs een viersporenbeleid. Er moest iets gebeuren.

Een paar honderd meter lang is de treurigheid

Doorgesneden achillespezen. Een gekerfde onderarm. Een gewapend twaalfjarig kind. Ooit rukten uit Den Helder de adelborsten en de Jantjes op naar Amsterdam om het hoofstedelijk centrum schoon te vegen, maar nu is Den Helder de poel des verderfs. Het valt in een kleine stad sneller op als iets fundamenteel misgaat.

In de Koningstraat, hoofdader van het kleine uitgaanscentrum, zegt Arie Verhoef dat de problemen te voorzien waren, al twee, drie jaar. Maar er moest eerst landelijke ophef komen voordat er wat gebeurde. Hij heeft niets tegen 'categorale' gelegenheden. Er zijn hardrockcafés, cafés met jaren-zestigmuziek, cafés voor Antillianen. Geen probleem. 'Het gaat erom waar de verantwoordelijkheid ligt en hoe je die toewijst.

'Maar nu wordt door minister Borst de verantwoordelijkheid bij de horeca gelegd. Weer een stempel erbij. Of we dealen, of we discrimineren, of we laden mensen vol met drank. Alles wat God verboden heeft. Maar daar gaat het natuurlijk niet om. Het probleem is dat alles zo nodig groter moet, dat alles verhardt. Het gevolg is dat mensen minder aandacht krijgen voor elkaar. Borst walst over haar eigen verantwoordelijkheid heen.

'Ik heb in twintig jaar nog geen agent over de vloer gehad. Een café werkt socialiserend. Je kent je bezoekers, je weet wanneer je moet zeggen: joh, ga lekker naar huis. Maar als je schuurfeesten organiseert, zoals dat in Noord-Holland gebeurt, in niet-reguliere gelegenheden waarvan de belasting nog nooit heeft gehoord, en je krijgt daar vierduizend mensen, dan komen er geheid dealers op af, dan worden er pillen verkocht en ontstaat na twee dagen doorfeesten agressie.

'Zo kijk ik ook aan tegen het probleem met de Antillianen. Geef scholing, mogelijkheden, spreek ze aan op hun verantwoordelijkheden. De agressie in het algemeen is toegenomen, ook bij Nederlanders. Twintig jaar geleden was een uniform in de supermarkt ondenkbaar. Nu roept de burgemeester dat er hier portiers moeten komen. Om vechtpartijen te sussen. Voor mij is een portier iemand die klanten plezierig ontvangt, Hoekzema denkt de overlast op straat met een portier op 150 mensen te kunnen verminderen. Dat is eeen utopie.'

Bij ongeregeldheden in de Koningstraat moesten horecaondernemers uit de straat de twee vrouwelijke agenten van politie die erop uit waren gestuurd, tegen zichzelf in bescherming nemen. 'Niet bij de horeca zit de ellende', zegt Verhoef, 'die zit overal. Een hoop jongeren durven zich niet te onttrekken aan de kuddegedachte, ze zijn bang uitgepoept te worden, voor slijmerd of softie versleten te worden. Dat is niets Antilliaans. Het probleem met de Antillianen is alleen dat er geen aanspreekpunt is. Er is niemand met een bepaald overwicht. Het zijn allemaal splintergroepjes.'

In de Helderse Falga-buurt heerst tijdelijk stilte. Het is hún Antilliaanse territorium en 'Nederlanders begrijpen er geen kloot van'. 'Wij komen uit de storm. Hier stormt het koud, we worden in koude krotten gezet.'

Kroegbaas Verhoef heeft een collega op bezoek. 'Zeg nou eerlijk', zegt die, 'diep in je hart zou iedereen ze toch het liefst in een kamp zetten, met een hek eromheen.'

'Nee', klinkt het mistroostig, gelaten, maar tegelijk ook gedecideerd. 'Wat heeft de stad die jongens dan wel te bieden? Niets toch? Er gebeurt geen kloot. Natuurlijk is het shit als over de hel van Den Helder wordt geschreven, maar er worden nu tenminste maatregelen genomen. Misschien wordt door de publiciteit ook nog eens een staatssecretaris in Den Haag wakker.

'Weet je wat het hele probleem is? De marine wordt onttakeld, de dienstplicht is weg, dus het inwonertal van Den Helder dreigt onder de 60 duizend te dalen. Dat kost de gemeente en de burgemeester geld. Haal ze dus maar binnen, die Antillianen.'

Die beschuldiging wordt natuurlijk weggewuifd, de benadering dient behoedzaam te zijn. Maar Verhoef ziet met lede ogen aan dat de politie 'gewoon te weinig doet'. Woedend is hij om de aankondiging van hogerhand dat er na het jaar 2000 geen plaats meer is voor de 'harde horeca', zoals cafés en bars worden genoemd. Er is plaats voor een hardere aanpak, maar op de eerste plaats voor het geven van meer kansen aan de Antilliaanse jeugd.

In Hellevoetsluis beklemtoont ook Ben Verbrugge dat 'de focus op het onderwijs moet liggen'. 'Iedereen gaat aan het onderwijs voorbij. De reclassering zegt: we zien de Antilliaanse jonge criminelen steeds terugkomen in de strafgevangenissen van Scheveningen en Spijkenisse. We kunnen ze niet adequaat heropvoeden.

'Hellevoetsluis is een open gemeente, kent geen restricties; de uitkeringsgerechtigden gaan gewoon de molen in. Je hebt geen economische binding nodig om te worden gehuisvest. En dan krijg je de olievlekwerking. Iemand uit Curaçao die zelf uit een kleine gemeenschap komt, zoekt een klein dorp, waar bij voorkeur al vrienden of familieleden zitten. Ik vind intensieve begeleiding nodig. Gedwongen her- en bijscholing ook. Je moet niet een woning gratis gaan inrichten. Leen een bedrag en laat dat terugverdienen. Het lijkt een harde aanpak, maar je moet eenvoudig zakelijke afspraken maken.'

René van Loon valt Verbrugge namens de gemeente bij: 'Het is moeilijk, die verschillen in cultuur. Wij als Nederlanders gaan vergaderen als we iets willen. Maar de Antillianen krijgen we met geen stok georganiseerd.' Verbrugge: 'Ze hebben altijd een soort wantrouwen tegenover gezag. Veel geboorten worden op Curaçao niet eens aangegeven. Een vrolijk soort anarchie is het daar eigenlijk.'

Hans van Wissen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden