Balkenende schiep nieuw recht

In zijn strijd om opening van het Hofmans-dossier in het Koninklijk Huisarchief, bepleitte Lambert Giebels zijn zaak maandag bij de hoogste bestuursrechter....

De inzet van mijn geprocedeer is het sluitstuk boven water te krijgen van de Greet-Hofmans-affaire, te weten het dossier daarover dat Louis Beel in 1957 in verzegelde enveloppen op het Koninklijk Huisarchief (KHA) deponeerde.

De Greet-Hofmans-affaire is meer dan een incident. Wat Willem Drees in diens nagelaten en begin dit jaar boven water gekomen dossier ‘de Hofmans-zaak’ noemt, was een aaneenrijging van conflicten in de jaren vijftig van de vorige eeuw tussen koningin Juliana en de kabinetten van de lankmoedige, om niet te zeggen schroomvallige premier Drees.

Daarbij trok, volgens Drees-biograaf Hans Daalder, de met Oranje koppigheid behepte koningin enkele keren aan het langste eind. De aaneenrijging van conflicten schiep een constitutionele crisis, die uiteindelijk in een koningskwestie dreigde uit te monden, welke ternauwernood door de commissie-Beel is bezworen. De constitutionele crisis heeft aangetoond dat de formule van Thorbecke – de Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk – niet werkt wanneer de Koning van geen wijken weet. Beide, Koning en kabinet, worden dan gegijzelden van elkaar, zonder dat dit wegens de eenheid van de kroon naar buiten mag blijken.

Waar de tegenpartij mijn zaak tot een rechtsvraag op de vierkante centimeter reduceert, volg ik zelf de volgende twee redeneringen.

De eerste baseer ik op de motie-Kalsbeek en de reactie daarop van premier Balkenende. In januari 2005 heeft de Tweede Kamer met ruime meerderheid een motie aangenomen, waarin werd uitgesproken dat stukken op het KHA die betrekking hebben op het functioneren van het koningschap aan een openbaar rijksarchief moeten worden overgedragen. Premier Balkenende heeft dit nieuwe criterium voor het KHA-beheer aanvaard.

Hij heeft bovendien de Kamer op 19 april vorig jaar geschreven dat, wanneer blijkt dat stukken die voldoen aan het criterium van de motie, op het KHA zijn ‘verdwaald’, deze ‘onverwijld’ door de beheerder aan een openbaar rijksarchief zouden worden overgedragen.

Wat zegt de tegenpartij hierover? Zij betitelt het gebeuren in de Tweede Kamer als ‘niet relevant’. Als oud-Tweede-Kamerlid was ik verbijsterd door het dédain jegens ons parlementaire stelsel dat ik in deze uitspraak van de koninklijke advocaten proef. Zij ontkennen dat de overeenstemming tussen Kamer en premier nieuw recht heeft geschapen, te weten dat de beheerder van het KHA, voor zover hij dossiers van openbaar belang onder zich heeft, moet worden aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht en dat hij dan onder ministeriële verantwoordelijkheid staat.

De vergelijking dringt zich op met wat ik kortheidshalve de De Roy van Zuydewijn-zaak noem. Hier was de directeur van het kabinet der Koningin in het geding. Hij had buiten weten van enige minister een huwelijkskandidaat voor prinses Margarita, van wie werd gevreesd dat hij een stoorzender zou vormen in de koninklijke familie, door de AIVD laten screenen. Na een beschamende vertoning in een door tv uitgezonden Kamerzitting, en ook hier een motie-Kalsbeek, zegde Balkenende toe dat opdrachten door de directeur van het kabinet der Koningin om huwelijkskandidaten te screenen voortaan onder de ministeriële verantwoordelijkheid vallen.

Mijn tweede constatering is dat in onze constitutionele monarchie, waarin de Koning deel vormt van de regering, het adagium ‘the personal is political’ moet gelden. Zo redeneerde de Tweede Kamer kennelijk ook toen hij aan premier Kok uitleg vroeg over de voorgenomen skivakantie van koningin Beatrix in 2000 in Lech, toen kort daarvoor in Oostenrijk de partij van Haider tot de regeringscoalitie was toegetreden. Voor wat het KHA betreft, leidt dat tot een redenering die mij zeer aanspreekt: dat het hele archief openbaar dient te zijn, want alles wat zich daarin bevindt kan licht werpen op het functioneren van het koningschap.

Hierbij komt dat koningin Beatrix Cees Fasseur heeft verzocht een monografie te schrijven over voornoemde familiegeschiedenis. Zij heeft hem inzage gegeven in alle stukken daarover op het KHA – voor mij aanleiding een beroep te doen op het gelijkheidsbeginsel: majesteit kan een recht dat zij de ene onderdaan toekent, de andere niet ontzeggen.

In Balkenendes schrijven aan de Kamer stelde de premier dat het Hofmans-dossier een zuivere privé-zaak is. Hij gaf daarmee blijk van geringe belezenheid. Er is welhaast een boekenkast volgeschreven over de Hofmansaffaire en het openbaar belang daarvan, waaronder twee biografieën van illustere voorgangers van de premier.

Ook Drees, op wie Balkenende zich beriep, heeft zijn lange leven volgehouden dat de affaire een privé-zaak was. Balkenende was zich kennelijk niet bewust dat Drees wel eens jokte. Ik haast me te zeggen dat als onze grootste premier aller tijden jokte, het leugentjes om bestwil waren. In dit geval om de arme koningin Juliana, die hij zeer was toegedaan, te beschermen – misschien jokte hij ook wel omdat hij zijn zwakke optreden bij de constitutionele crisis niet graag geëtaleerd zag. Dat het hier om een constitutionele crisis ging, die bijna tot een koningskwestie leidde, is meer dan voldoende argumentatie om het Beel-dossier als van openbaar belang te kwalificeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden