Bach op zee

Hij verkocht Den Uyl in de tijd dat hij ook Bolletje-beschuit van een leus voorzag. Boer, bakker, bolletje. Cees van Staal had er vervolgens genoeg van, verkocht zijn reclamebureau en trok naar zee....

CEES VAN STAAL: 'De zee was de laatste vrijheid, vluchten kon niet meer. Waar wou je naartoe? Alleen de zee was er.'

Reclameman en zeezeiler Van Staal begon in 1971 aan een wereldreis, opgejaagd door de sombere voorspellingen van de Club van Rome. Samen met zijn vrouw zeilde hij naar de Galápagos-eilanden, de archipel rondom de evenaar in de Grote Oceaan. 'Daar moest ik heen, de Beagle achterna, het oorlogsschip waarmee Darwin over de wereld had gezworven. Zijn evolutietheorie stoelt mede op de dierenwereld van de Galápagos-eilanden. Het is er wild, en er zijn onbewoonde eilanden. We hebben er drie maanden Robinson Crusoë gespeeld. We schoten wilde geiten en visten op tonijn. Af en toe zeilden we naar het hoofdeiland Isabela om verse groenten in te slaan.'

Vandaag verschijnt bij de Rotterdamse uitgever Karel Heijnen Zeven scheve zeeverhalen en een rechte van de zeventigjarige Cees van Staal. Een bundel sterke verhalen en één waargebeurd verhaal. Dat gaat over zijn vader die in de jaren twintig zeeman was op de grote zeilvaart.

'Ik was somber, het rapport van de Club van Rome was niet mis. Wat zeg ik: de honden lustten er geen brood van. We zouden over twintig jaar naar de bliksem zijn.'

Van Staal was een milieuactivist die zich sterk maakte voor radicale maatregelen. 'Ik was bevriend met Boebie Brugsma, onze nationale doemdenker. Ik heb de Stichting Aarde mee opgericht en het eerste affiche ontworpen. Dat was een foto van een embryo in een buik met eronder: Als we voor onze economie ons vruchtwater moeten vervuilen dan doen we het ook. Wham! We gingen er hard tegenin.'

De grote zeiltocht was een romantische droom. 'Met z'n tweeën op zee is het allermooiste wat er is. Vooral als je met een lange passaatwind op de tiende breedtegraad voor de wind uit over de oceaan jakkert. Om vijf uur 's middags dronken we in de kuip een borrel en zetten we Bach op. Het klinkt pathetisch, maar we deden het echt. Die gigantische oceaan, hoge golven, witte kruinen en de Kunst der Fuge van Bach. Fántástísch.'

Cees van Staal spreekt in superlatieven en accenten - eens reclameman, altijd reclameman. Als hij verhaalt over de nachten op zee, wordt hij lyrisch en schiet zijn zware, raspende stem omhoog. 'Die waanzinnige sterrenhemel boven je, ongelooflijk. Betelgeuze en al die prachtige sterren. Die enorme Melkweg die in je kijker ineens bestaat uit allemaal aparte sterren. Ik kon met mijn 7 x 50-zeekijker de kraters op de maan zien. En ondertussen hoorde ik het ruisen van het water.'

De zeeman Van Staal vond varen in het donker vaak bijna een religieuze beleving. 'Geen godsbeleving, maar het gevoel dat ik dicht bij de schepping was. Al die vier miljard jaar dat de oceanen bestaan, heeft de mens er niets aan veranderd. De continenten hebben we een totaal ander aangezicht gegeven, de oceaan is onaangetast. Op zee zijn wij nog altijd vrij machteloos. Nog steeds worden supertankers stukgeslagen in stormen. Het water is het enige waar we niet tegenop kunnen.'

Die gedachte streelt de ijdelheid van de schipper. 'Het is een verrukkelijk gevoel als je het voortjakkerende schip in de hand hebt. Je moet de zee niet als vijand zien. De kunst van het zeilen is meegeven. Supertankers rammen er tegenin. Een zeilschip dat op de windvaan staat voor het automatisch sturen, zoekt zijn eigen weg, alsof het een levend wezen is. Dat is een prachtige belevenis.'

Tijdens de grote zeiltocht bleef Van Staal weinig bespaard. Midden op de oceaan kreeg hij een acute hernia, waaraan hij op Curaçao werd geopereerd. In de baai van Santa Cruz moest hij met een pistool bandieten van zijn schip jagen. 'Ik schoot in de lucht en schreeuwde me schor. Dat was angstig hoor. Ik heb in m'n broek gepoept, man.'

Angstig was hij ook toen hij in Brazilië werd opgepakt door de geheime dienst van het kolonelsregime. 'Stelletje fascistoïde rotzakken. Pure Gestapo.' Twee mannen in bloemetjeshemd, zonnebril op en met een bult onder hun oksel grepen Van Staal. 'Ik had aan boord een pistool en twee geweren, waarmee ik die geiten heb geschoten. Dat vonden ze verdacht. Ze namen me mee naar een groot gebouw met allemaal antennes. In een kamer zat een man achter een groot bureau. De wand achter hem hing vol foto's van mannen en vrouwen. Boven stond er in grote letters: Gezochte socialisten en communisten. Op dat moment flitst er van alles door je heen. Niet alleen: stelletje tuig, daar gaan we weer. Maar ook: ze zullen me toch niet gaan martelen? Uiteindelijk ben ik vrijgelaten door tussenkomst van de ambassadeur.'

Zijn avonturenverhalen zijn niettemin voor het overgrote deel verzonnen. Erotiek speelt een grote rol in Van Staals fantasie. 'Erotiek is een fantastisch onderwerp. Als je romantiek in een verhaal wilt weven, dan is erotiek een onderliggende werkelijkheid. Ik schrijf ergens: verliefdheid leidt tot paringsdrang. Het is leuk om er ingetogen over te schrijven. De moderne literatuur met die literaire porno, daar vind ik geen reet aan. Ik heb nergens het neuken zelf beschreven. Dat is helemaal niet interessant.'

In 1957 begon Cees van Staal met Ruud Koster het reclamebureau Van Staal en Koster. Dat maakte snel naam met zijn directe aanpak en aandacht voor vormgeving en typografie. 'We probeerden vooral intelligenter naar het publiek te zijn. En eerlijk. Nou was ik toch helemaal vergeten hoe zo'n beschuitje smaakt. Dát werk.'

Dat Van Staal aan de weg timmerde, bleef niet onopgemerkt bij de PvdA, die in de jaren zestig oog begon te krijgen voor moderne reclamemethoden. 'Ed van Thijn was de eerste Nederlandse politicus die naar Amerika ging om daar de verkiezingen te volgen. Ed en ik hadden lange gesprekken over het verkiezingscircus en die fantastisch gedisciplineerde persbehandeling van de Amerikanen.'

Voor Van Thijn verzon Van Staal samen met Rob Tania de verkiezingsleuze Amsterdammers zijn lastig. Mogen ze misschien? 'Dat was een reuze succes. Zo ben ik in de PvdA gerold. Ik schoof aan bij vergaderingen en zat met mijn oren te tuiten. Ik begreep hooguit de helft, ik was alles behalve politicus. Als iemand me wat vroeg, zei ik hoe ik het zou aanpakken, als ik het tenminste begreep. Je kent dat boek van die tuinman wiens baas doodgaat. Hij verkondigt een paar wijsheden en dringt door tot in de hoogste kringen - Being there.'

Triomfantelijk: 'Dat was mijn situatie. Na verloop van tijd werd ik natuurlijk wijzer. Maar je moet niet denken dat ik belangrijk was; ik bedacht alleen dingen waar de partij niet opkwam.'

Zo maakte hij een verkiezingsspotje met vakbondsleider André Kloos, terwijl die een auto bestuurde. De cameraman zat naast Kloos, en Van Staal zat achterin en stelde de vragen. 'Een rijdend interview, dat was nieuw in Nederland. Had ik in Amerika gezien.' Rond 1970 baatte hij Den Uyls schaduwkabinet publicitair uit, 'dat fántástísche idee van Ed van Thijn'.

Van Staal stond in die jaren ook Den Uyl bij in de coulissen. 'Den Uyl vond het verschrikkelijk dat hij zichzelf moest verkopen. Ik moest bij Den Uyl vaak denken aan het verhaal van een SDAP'er die De Goes van Naters had vergezeld naar een bijeenkomst van stakende textielarbeiders in Twente. ''Goes moet praten, riepen de arbeiders. Toen hesen we Goes op een stoel en hij sprak een halfuur gloedvol over het marxisme. Ze begrepen er geen sodemieter van, maar de tranen liepen hun over de wangen.'' Daar had Den Uyl ook een handje van.

'We boetseerden met een clubje aan Den Uyl. Mensen van de VARA en Rinus Ferdinandusse van Vrij Nederland waren erbij. We bedachten teksten en oefenden tv-debatten. ''Joop, gebruik nou eens normale woorden. Ben duidelijker. Word wat volkser.'' Hij was er ontvankelijk voor, maar je kon geen populistisch mannetje van hem maken. Den Uyl was Den Uyl.'

Den Uyl had veel tegenwerkende eigenschappen, meent Van Staal. Zijn slordigheid in zijn kleding, bijvoorbeeld. 'In die tijd was een pak belangrijk. Zelfs een goede CPN'er liep in een pak. Het ideaal van een arbeider was op zondag in een keurig pak lopen met gepoetste schoenen en een hoed op. ''Joop, trek nou eens een net pak aan en doe je das recht'', zeiden we dan.'

In 1970 werd Van Staal en Koster overgenomen door Young and Rubicam, destijds het grootste reclamebureau van Amerika. 'We hebben ons bureau in grote naïviteit verkocht. Als we onze aandelen hadden gehouden, waren we nu multimiljonair geweest. Maar ik wilde weg. Ik was midden veertig, het was nu of nooit.'

Nadat Van Staal met zijn tweemaster Karin IV na zijn wereldreis in 1974 weer een Nederlandse haven was binnengelopen, begon hij opnieuw een reclamebureau, nu met Wim van Hoek. Zijn mooiste slagzin uit die tijd was Boer, bakker, bolletje voor Bolletje-beschuit. Hij zingt de kreet en zegt: 'Tekstschrijverij wordt sterk overgewaardeerd. Het is net als bij televisie. Als je maar een scheet talent hebt, word je lovend betaald.'

Van Staal verkocht ook zijn tweede reclamebureau. 'We hadden er geen zin meer in. Tekstschrijvers zijn een wispelturig volk.' Hij 'rotzooide een tijdje freelance', zeilde veel en werd uitgever-hoofdredacteur van het reclameblad Nieuwstribune. Toen dat vijf jaar geleden werd verkocht, ging hij sterke verhalen schrijven voor Zeilen. Die zijn nu herschreven en, aangevuld met grotere verhalen, gebundeld.

Na zijn wereldreis heeft Van Staal niet veel meer voor de PvdA gedaan. Ouder, cynischer en minder gelovig - hij had er geen zin meer in. Alleen zijn vriend Jan Schaefer kon nog een beroep op hem doen. Schaefer, de gewezen staatssecretaris van Volkshuisvesting, zat te verpieteren in de Tweede Kamer en vluchtte naar de Amsterdamse politiek. De dikke komt, schreeuwden de affiches van Van Staal. En In Amsterdam maakt het geen flikker uit wat je bent. 'Dat hangt in een New-Yorks kunstmuseum, heb ik gehoord. Maar hoe ze dat hebben vertaald, is me een raadsel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden