interview lust en liefde

Aziz (29):‘Ik kende de verhalen over overweldigende liefde, maar vermoedde dat ze overdreven waren’

Jeannine en Aziz trokken beiden door de woestijn. Maar daarmee houden hun overeenkomsten wel op.

Beeld Saša Ostoja

Jeannine (61)
‘In februari dit jaar was ik met vakantie in Marokko en werd ik verliefd op de kok die met ons meereisde door de woestijn. Of misschien moet ik zeggen: ik werd verleid, en daarna werd ik verliefd. Want tot het moment dat hij mij tijdens die voettocht door die enorme zandvlakte op de ochtend van Valentijnsdag een briefje in mijn hand duwde, had ik weinig oog voor hem gehad. We reisden met vijf Nederlandse vrouwen, een gids, de jongen die voor de dromedarissen zorgde en de kok. Het was nog maar kort na mijn afschuwelijke onvrijwillige echtscheiding en daar in de Sahara was het of ik voor het eerst vrij was. Niet alleen van verdriet maar ook van sociale conventies. De kleuren van het zand, eerst beige dan rood, de zonsopgang die zich altijd van het een op het andere moment leek te voltrekken, de eindeloze verten en het gezelschap van die Marokkaanse mannen die alle aandacht die ze maar hadden gaven aan hun ogenschijnlijk eenvoudige taken, maakten dat alle zorgen veel verder leken dan vier uur vliegen. Het briefje van Aziz verraste me, er was zoals gezegd tot op dat moment nauwelijks contact tussen ons geweest. Een van de gesprekjes dat had plaatsgevonden was een paar dagen eerder en had bestaan uit zijn vraag, bent u getrouwd en mijn antwoord, nee, ik ben gescheiden. Het papier was dichtbeschreven. Ik stopte het snel weg, want niemand mocht het zien. Het brandde in mijn zak en pas een uur later toen we bij onze lunchplek aankwamen, durfde ik het eruit te halen. Ik ging zitten in de kleine oase, en las dat ik hem meteen de eerste dag was opgevallen, dat hij vijf nachten niet had kunnen slapen omdat hij alleen aan mij kon denken.

En nee, ik haalde niet cynisch mijn schouders op, nee, ik dacht niet: daar zal wel iets anders achter zitten dan genegenheid. Ik was onmiddellijk in alle staten van opwinding. Ik besloot een van de vrouwen in vertrouwen te nemen. In afwachting van de lunch zat ze een eindje verderop Het verboden dakterras te lezen. Lief hoorde ze me aan en beloofde er die avond met me over te praten. Maar zover kwam het niet. Deze man die me had gezien als eerste man in jaren, moest ik verlossen uit zijn onzekerheid. Zei hij niet dat hij vijf hele nachten niet geslapen had? Ik schreef een briefje terug waarin ik hem bedankte voor zijn lieve woorden en hem en zijn familie het allerbeste wenste voor de toekomst. In zijn veldkeuken drukte ik het in zijn handen en vanaf dat moment veranderde mijn hervonden onbevangenheid in het hyperbewustzijn van een vrouw die weet dat er naar haar verlangd wordt. De rest van de dag was ik me steeds bewust waar hij zich bevond. Ik begon me af te vragen: zal ik hem om water vragen als ik dorst heb of juist een van de andere mannen, zal ik met hem een praatje aanknopen tijdens het lopen of juist niet? En die avond bij het uitdelen van de dekens nodige hij mij fluisterend uit hem te ontmoeten als iedereen sliep, als voorschot op zijn dank gaf hij mij een extra deken. Ik wist, ik wilde geen seks, maar zoenen wilde ik wel. Mijn leven lang was ik een serieuze echtgenote geweest en waar had me dat gebracht, in de steek gelaten door mijn man. Wat kon het voor kwaad als ik een keer in mijn leven gewoon deed wat mijn hart me ingaf?

Die nacht sloop ik mijn tent uit, ik zag hem zitten tegen een duin. De deken die ik had meegenomen wilde ik voor ons uitspreiden maar hij vouwde die op tot een klein vierkant zodat er geen zand op kon komen. Toen gingen we zitten. Zijn zoenen waren onmiddellijk en teder, hij rook naar de Gauloises die zijn tanden danig hadden verkleurd, maar wat zou het. We zoenden en kletsten en pas na driekwartier sloop ik terug mijn tent in. Twee dagen later, terug op de basisplek, hadden we seks en hoe anders was die dan de seks die ik kende. Raakte ik in slechts achtenveertig uur dus verliefd op de aandacht, of op de man zelf? Ik denk eerst het een, direct gevolgd door het ander. Hij is zo lief, zo attent. Toen ik de dag van vertrek hoorde dat mijn moeder was overleden plukte hij bloemen voor me. We wisselden telefoonnummers uit, en sindsdien facetimen we iedere dag zes keer. Ik ben al een keer terug geweest naar Marokko waar we rondreisden en picknickten en in de herfst ga ik opnieuw. Hij is dertig jaar oud en getrouwd. Vroeger, als ik hoorde van mannen die een relatie begonnen met veel jongere gebonden vrouwen sprak ik er schande van. Nu weet ik niks zeker meer.’

Aziz (29)
‘Vanaf het moment dat ze haar naam noemde, houd ik van haar. We stonden op het punt een paar dagen de woestijn in te trekken met een karavaan waarbij ik de kok was. Zij reisde met vijf andere Nederlandse vrouwen, deed een stap naar voren en zei ‘Hallo, ik ben Jeannine.’ En ik werd als door een pijl getroffen. Niet dat het daarmee beklonken was. In het begin van de voettocht bleven onze conversaties beperkt tot korte zinnen als: ‘Heb je goed geslapen, Jeannine.’ ‘Ja, ik heb goed geslapen Aziz. Al was het wel een beetje koud.’ Kennelijk heeft liefde geen taal nodig. Haar verschijning was genoeg. Alle dagen hield ik in de gaten waar ze was, waar ze liep, of ze wel goed at en of ze het naar haar zin had. Eerst begreep ik mijn verwarring niet. Wat wist ik van liefde? Ik ben jong getrouwd met een vrouw die door mijn familie geschikt werd geacht, een lieve vrouw met wie ik drie kinderen heb. Tot februari dit jaar leek zij mij het hoogst haalbare. Ik kende de verhalen wel, over grote overweldigende liefde, maar vermoedde dat ze flink overdreven waren en misschien zelfs alleen voorkwamen in films en boeken. Tot ik Jeannine ontmoette: een Nederlandse vrouw van 61 jaar oud. Niet lang, niet kort, brildragend. Geen idee waarom juist zij het moest zijn die mij zo raakte. Die eerste nachten in de woestijn heb ik geen oog dicht gedaan. Ik sprak erover met de Bergé, de jongen die voor de dromedarissen zorgde en met mijn zwager die ook mee was. Ze schrokken en waarschuwden me, s’il te plait, Aziz, ben je gek geworden. Die vrouw is 61, jij bent 29 en getrouwd. En dan komt ze ook nog eens uit Nederland. En hoewel ik hen in alles gelijk moest geven lukte het me niet haar uit mijn hoofd te zetten.

Ik besloot een kort briefje te schrijven en haar dat te geven als niemand keek. Het was 14 februari 2019, de vijf vrouwen hadden ons verteld dat deze dag in hun land de dag van de liefde werd genoemd. We spraken af die avond met zijn allen Nederlandse en Arabische liefdesliedjes te zingen. Maar ik kon niet wachten tot de avond, ik moest nu weten wat Jeannine van mij dacht. Verrast nam ze het briefje van me aan en stopte het weg om het later te lezen en toen we na een uur aankwamen bij de plek waar ik de lunch ging bereiden probeerde ik haar blik te vangen. Mijn hart bonkte. Was ze boos? Hoe reageerde ze? Toen gaf ze mij schichtig een vriendelijk briefje terug. Nee, ze was niet boos. Integendeel, ze leek zelfs een beetje gevleid. Ik kreeg hoop, nu moest ik doorpakken, ik moest haar zien te spreken, tê­te-à-tê­te. En die avond, toen iedereen ging slapen deelde ik de dekens uit. Ze was alleen in haar tent. Ik vroeg of ik binnen mocht komen, gaf haar een handkus en een extra deken en vroeg of ze later met mij naar de sterren wilde kijken. Ja, zei ze. En daar was ze al. We gingen zitten op de zandduin en kusten. ‘Merci, Jeannine’, zei ik. En zij zei, ‘Nee, Aziz, daar hoef je me niet voor te bedanken.’ Vanaf dat moment werd mijn liefde nog heviger. Ik dacht iedere minuut van de dag aan haar. Als ik opstond, als ik kookte, zelfs als ik met mijn vrienden sprak. Als dit echte liefde was, hoe kon het dan dat ik daar nooit eerder kennis mee had gemaakt? Ik kookte wel vaker voor toeristen. Mooie jonge, blonde meisjes zaten daartussen, maar ik deed altijd gewoon mijn werk, en daar bleef het bij.

 Aan het slot van de tocht, terug in Zagora, gingen de vijf vrouwen naar de hamam, en even later verscheen Jeannine in een jurk, het zand van de reis was afgespoeld. Die middag kreeg ze slecht nieuws, haar hoogbejaarde moeder was overleden, ze was erg verdrietig en ik knuffelde haar, dat Nederlandse woord had ze me inmiddels geleerd. Ik plukte bloemen en zei, c’est la vie, de dood hoort bij het leven. Toen vertrok ze, terug naar Nederland. Thuis vroeg mijn vrouw: wat ben je stil. Ik heb haar verteld over mijn wonderlijke verliefdheid. Ze was boos en begreep er natuurlijk nog minder van dan ikzelf. Vier dagen was het oorlog in huis. Maar na een gesprek met mijn vader die uitlegde dat Jeannine geen enkele bedreiging was, heeft ze zich erbij neergelegd. De twee vrouwen hebben elkaar inmiddels ontmoet. Mijn broers kunnen het goed met Jeannine vinden. Iedere dag bel ik meerdere malen met haar. Soms vraag ik: ‘Houd je echt van me?’ Ik kan het niet geloven.’

De volledige namen van Jeannine en Aziz zijn bekend bij de ­redactie.

Overleeft een liefde ziekte, een miskraam of vreemdgaan? In Van Twee Kanten interviewt Corine Koole twee partners apart van elkaar over een heftige gebeurtenis in hun relatie.

Meedoen? Meld het lust@volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden