Interview Chloe Benjamin

Auteur Chloe Benjamin over haar bestseller: ‘Dit boek is geschreven vanuit mijn diepste ongemakken’

Chloe Benjamin. Beeld Lauren Justice

Leef je anders als je je sterfdatum weet? Dat onderzoekt Chloe Benjamin in haar tweede roman De onsterfelijken. Een vraag die zo blijkt aan te slaan dat het boek een onverbiddelijke bestseller werd. ‘Het is geschreven vanuit mijn diepste ongemakken.’

Toen Chloe Benjamin net haar tweede roman had afgerond, kreeg ze last van nachtmerries. Ze droomde dat ze geen idee had voor een volgend boek. Dan werd ze wakker – bezweet, met hartkloppingen, in paniek – en drong de werkelijkheid langzaam tot haar door: ‘Wacht! Nee, nee nee: ik heb wél een idee! Ik heb het al! Ik heb het al!’

Een mogelijke oorzaak voor die nachtmerries: ‘Ik heb heel weinig ideeën.’ Benjamin (30) vertelt het met vrolijkmakende openheid. ‘Daarom schrijf ik romans, en geen korte verhalen. Ik heb maar eens in de zoveel jaar een idee.’

Zo’n zeldzaam idee kan vervolgens wel een boek opleveren dat direct na verschijnen op de New York Times-bestsellerlijst belandt, en in ruim 30 landen wordt vertaald; ook de rechten voor een tv-serie zijn al verkocht. The Immortalists (in het Nederlands uitgegeven als De onsterfelijken, bij Meulenhoff) draait om de vraag: Leef je anders als je je sterfdatum weet?

De roman vertelt het verhaal van de vier broers en zussen Gold, die als jonge kinderen een waarzegster bezoeken die hun precieze dag van overlijden voorspelt. Waar of niet, die wetenschap beïnvloedt verregaand het verdere verloop van hun leven.

Benjamin schetst per hoofdstuk hoe de afzonderlijke Gold-kinderen met de voorspelling omgaan. Simon, die heeft gehoord dat hij jong zal sterven, vertrekt op zijn 16de naar San Francisco, waar hij (in de jaren zeventig) openlijk homo kan zijn, danst (in clubs, op het balletpodium), het leven ten volle leeft  tot het aidstijdperk toeslaat.

Er is Varya, die zich heeft gestort op wetenschappelijk onderzoek naar levensverlenging. Hoewel haar is voorspeld dat ze oud zal worden, is zij ziekelijk risicomijdend; je kunt je afvragen of zij werkelijk leeft. Daartussen zit Daniel, een keuringsarts die beslist of jonge soldaten naar oorlogsgebieden uitgezonden worden, en op wie de voorspelling aanvankelijk weinig vat lijkt te hebben. En dan is er nog Klara, die illusionist wordt in Las Vegas, en haar eigen trucs niet als zinsbegoocheling ziet maar als een opening naar een diepere werkelijkheid.

Wat geloof je en wat niet? Wat is voorbestemd, wat vrije wil? Sterven de Golds op de voorspelde datum omdat het hun lot is, of omdat dat wat zij geloven hun keuzes in het leven heeft beïnvloed; is de voorspelde datum een selffulfilling prophecy? Benjamin stelt filosofische, cerebrale vragen, en zet tegelijkertijd met weinig omhaal personages neer die zo echt aanvoelen dat je na elk afscheid een beetje om hen rouwt.

In haar huis in Madison, Wisconsin, zit ze opgekruld op de bank. Vergezeld door haar twee Maine Coons; de enige kattensoort waarvoor ze niet allergisch is, en die zulke lange haren hebben, vooral bij de poten, dat het van de achterkant lijkt alsof ze een harembroek dragen. ‘Kijk’, wijst ze. ‘Deze noemen we vaak MC Hammer.’

Of ze zelf haar laatste dag zou willen weten? Benjamin zet grote ogen op. ‘Neeeee! Jij toch ook niet?’ Ze stelt de vraag ook aan lezers, tijdens haar boektour door de Verenigde Staten, en tot haar verbazing is er altijd een handvol die het wél zou willen weten. ‘Het is interessant: veel mensen zeggen dat het boek hen inspireert het leven ten volle te leven. En daar ben ik blij om, dat is geweldig. Maar het is niet de opzet van dit boek. Voor mij was het meer een onderzoek naar de kracht van de geest. Hoe we verhalen vertellen of ons verhalen worden verteld die uitkomen omdat we erin geloven.’

Het idee voor deze roman komt ongetwijfeld voort uit haar ‘levenslange preoccupaties en ongemakken’, zegt ze. ‘Iedereen die mij en mijn angsten kent, is totaal niet verrast dat dit het uitgangspunt van het boek is geworden.’ Wat voor angsten dat zijn? ‘Nou ja, angst voor sterfelijkheid, voor verlies, voor het niet-weten. Onzekerheid is lastig voor mij, zeker in combinatie met eindigheid. Wat voor logica schuilt er in het feit dat we de ene voet voor de andere moeten zetten, zonder dat we weten hoe lang we hier nog zullen zijn?’

Chloe Benjamin op straat in Madison, Wisconsin. Beeld Lauren Justice

De personages in De onsterfelijken hebben elk hun eigen manier om houvast te zoeken in een onzekere werkelijkheid. Of het nu de joodse rituelen, de religie en het bijgeloof van vader en moeder Gold zijn, het rationalisme van Daniel, de wetenschap van Varya, Simons najagen van een passie, of het magisch denken van Klara. Benjamin: ‘Ik wilde onderzoeken hoe we onszelf verankeren, en zekerheid creëren te midden van onzekerheid. En ik geloof dat veel ervan neerkomt op verhalen creëren; de vertellingen volgens welke we leven en de manieren waarop we ons bestaan aan onszelf uitleggen. Omdat het alternatief is dat alles willekeurig is en losgezongen en betekenisloos – en dat is voor ons mensen moeilijk te verdragen.’

Hoe sterk de macht van verhalen kan zijn, beargumenteert legerarts Daniel wanneer hij in De onsterfelijken refereert aan het placebo-effect: patiënten die te horen krijgen dat ze een slaappil krijgen, vallen na een kwartier in slaap. Patiënten die verteld wordt dat ze een neppil slikken, vertonen een verhoogde hartslag en bloeddruk. De impact van een verhaal kan dus reëel en zelfs kwantificeerbaar zijn. Zolang hij maar niet gaat geloven in de voorspelling van de helderziende, houdt Daniel zich voor, zal die ook niet uitkomen. Maar ook Daniel zwicht.

‘Ik geloof graag dat als Simon of Klara of Varya of Daniel op een bepaald punt in hun leven werkelijk hun denkwijze hadden gewijzigd, ze anders waren geëindigd’, zegt Benjamin. In The Immortalists citeert ze de Griekse filosoof Heraclitus: Karakter is iemands lot. ‘Ik houd van die uitspraak. Omdat het volgens mij suggereert dat het mogelijk is te veranderen, omdat we worden gevormd door verhalen. Omdat niet alles is aangeboren, veel is ons opgelegd. Maar ik weet ook: veranderen is moeilijk.’

Dat ze schrijver zou worden wist ze misschien altijd al wel. Laatst kreeg ze de map met verhalen weer onder ogen die ze op haar 8ste of 9de schreef: hele láppen tekst. Ze vertrok uit San Francisco, waar ze opgroeide. Eerst met een beurs naar het prestigieuze Vassar College vlak bij New York, om Engels te studeren, vervolgens naar de universiteit van Madison, destijds ‘een van de betere plekken om je master in fictie te behalen’.

Op haar 24ste leverde ze hier haar eerste boek af, The Anatomy of Dreams. Op haar 25ste begon ze aan The Immortalists. ‘Dus ja, ik ben nogal doelbewust, ik wijk niet snel van mijn pad af. Ik ben niet zo experimenteel als sommige van mijn vrienden die verschillende dingen uitprobeerden. Ik wist gewoon altijd dat dit het was.’

Het is grauw en bitterkoud deze novemberdag. De straten van Madison zijn zo goed als uitgestorven. ‘Het is niet het beste seizoen’, verontschuldigt Benjamin zich voor haar stad. ‘Zeker nu er geen sneeuw ligt.’ Ja, het was ‘best een beetje een schok’, geeft ze toe, dat ze hier strandde. Maar als student ontmoette ze hier haar aanstaande echtgenoot, hij vond een baan aan de universiteit. En inmiddels is ze een ‘Midwest bekeerling’: ‘De universiteit trekt veel interessante types aan. En Madison zit met zijn neus in de boeken, de mensen hier zijn heel betrokken bij literatuur.’ Plus, de huren zijn hier nog laag. Kom daar in een bruisender stad maar eens om.

En dus zijn haar boeken hier ontstaan, wijst ze later op de middag: in een hip restaurant als Mint Mark, dat overdag verandert in een koffietent, of in een zaak als Johnson Public House – overal waar de koffie minstens even goed is als de sfeer. Research deed ze thuis, schrijven bij voorkeur in gezelschap. Van vrijdag tot en met zondag, tot voor kort naast een 4-daagse werkweek als assistent van de directeur van een stichting voor ALS-patiënten.

Haar tweede boek had eigenlijk zo snel mogelijk vergeten moeten worden. Dat was althans wat anderen haar voorhielden: niemand zit op tweede romans te wachten, uitgeverijen niet, lezers niet. Je kunt het maar beter zo snel mogelijk uit de weg hebben en je concentreren op het derde.

‘Probleem was alleen’, zegt Benjamin, ‘dat ik me heel verbonden voelde met The Immortalists. Het voelt alsof ik geboren ben om dit boek te schrijven. En ik besefte vrijwel meteen dat het uitgangspunt, leven met de kennis van je sterfdatum, een breed publiek kon trekken. Maar ik wist ook dat het lastig is door te breken met een tweede roman. Zeker als je debuut niet heel goed verkocht heeft. The Anatomy of Dreams is goed gerecenseerd, ik won er een regionale prijs mee. Maar een financieel succes? Het kwam niet eens in de buurt van een rendabele uitgave.’

Haar uitgever Simon & Schuster (een van de belangrijkste vijf in de VS) bood Benjamin voor The Immortalists daarom niet meer geld dan voor haar debuut. En toen deed de schrijfster, die naar eigen zeggen bang is voor onzekerheid, iets opmerkelijks: ze bedankte voor de eer. Benjamin: ‘Ik begreep hun standpunt. Het ging mij ook niet om het geld. Maar zo’n bedrag is denk ik wel een indicatie voor hoe hard een uitgever voor je boek wil werken. Ik vond dat ik het aan dit boek verplicht was om op zoek te gaan naar een uitgever die er zijn gewicht achter wilde plaatsen, ook al had ik geen garantie dat iemand enthousiast zou zijn, dat een uitgever het boek zou kopen. Het was doodeng. Ik wees mijn enige zekerheid van de hand.’

Beeld rv

Chloe Benjamin: De onsterfelijken

Uit het Engels vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap.

Meulenhoff; 368 pagina’s; € 19,99.

Het is een cruciale beslissing gebleken, zakelijk gezien, zegt ze. Uitgeverij Putnam (onderdeel van Penguin Random) kocht het boek, dat een bestseller werd. Nu kan ze fulltime als schrijver leven.

Waarom het voelde alsof ze hiervoor bestemd was? ‘Ik denk omdat het zo vanuit mijn hart komt, en vanuit mijn diepste ongemakken. Vanwege de onderwerpen ook. Sterfelijkheid. En familie-dynamiek. Families zijn zulke fascinerende ecosystemen. Een combinatie van mensen die veel geschiedenis delen maar ook drastisch van elkaar afwijken.’

Zelf komt ze uit een ‘modern gezin’, vertelt ze: een joodse vader en een katholieke moeder, die na hun scheiding nieuwe relaties kregen; haar moeder met een vriendin, haar vader hertrouwde met een joodse vrouw. Ze heeft twee broers: ‘De een is arts, heeft in Afrika gewerkt en ontwikkelt een antistof voor slangenbeten. De ander is marinier. Ik ben ontegenzeggelijk de minst avontuurlijke, meest voorzichtige van de drie.’

‘We zijn totaal verschillend. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat ik voor mijn boek zo graag wilde onderzoeken hoe vier broers en zussen die samen opgroeien zo uiteen kunnen lopen. Je kent elkaar op een manier die uniek is, en tegelijk ken je elkaar als volwassene helemaal niet zo goed. Er zijn genoeg boeken over broers en zussen in hun kindertijd, maar gek genoeg heel weinig over volwassen broers en zussen. Terwijl ik hun onderlinge relatie zo fascinerend vind vanwege die combinatie van intimiteit en afstand.’

Een ander thema dat haar fascineert: de manier waarop we de werkelijkheid verklaren. Haar debuut The Anatomy of Dreams draait (op licht horror-achtige wijze) om een experimenteel-wetenschappelijk onderzoek naar dromen, en wat die zeggen over ons ware ik. (Benjamin: ‘Het is zo verbijsterend dat wanneer we in slaap vallen onze hersenen verhalen vertellen.’). En ook in The Immortalists spelen niet-rationele manieren van begrijpen een rol: religie, bijgeloof, rituelen, en het magische denken van Klara, de illusionist die stelt dat de realiteit niet volstaat als verklaring voor de tegenstrijdigheden die we zien, horen en voelen. Daarom hebben we volgens haar magie nodig als ‘een vreemde flakkerende wetenschap in de kern van het onkenbare’.

Zelf is ze ‘een gegevensgestuurd iemand’, zegt Benjamin. ‘Ik waardeer het om dingen zeker te weten.’ In dat opzicht lijkt ze misschien het meest op de wetenschapper Varya uit het boek, al zou ze wensen iets meer van Klara te hebben. ‘Ik denk dat rationeel denken soms overschat wordt. Het is moeilijk over dit soort dingen te praten zonder supervaag of whoohoo te klinken, maar er zijn duidelijk terreinen van het bestaan die niet verklaard kunnen worden door rationeel denken, die mysterieus blijven. En ik denk dat het iets waard is het leven te benaderen vanuit alternatieve manieren van weten. Ik heb me laatst verdiept in mindfulness en meditatie, en wat me daarin trof was de nadruk op simpelweg zijn en ervaren, in plaats van op handelen en uitzoeken.

Chloe Benjamin, in haar huis in Madison, Wisconsin. Beeld Lauren Justice

‘Wat ik mooi vind aan religie is dat daar plek is voor mysterie, voor het niet-weten. Ik denk dat er waarde schuilt in het accepteren van niet-weten. Ik vind dat moeilijk, ik ben van nature een meer controlerend type – als ik een obstakel tegenkom, probeer ik er gewoon doorheen te rammen. Dat is denk ik de bron van een deel van mijn succes; ik geef niet snel op. Maar het is misschien gezonder het leven met al zijn onvoorspelbaarheden meer te accepteren.

Klara is een van de weinige personages in haar boek dat deels op een bestaand iemand is gebaseerd, zegt ze. Haar belangrijkste stunt in The Immortalists, een act die IJzeren Kaken heet, is geen goocheltruc maar echt: ze bungelt op grote hoogte aan een touw dat ze tussen haar tanden klemt. De act is ontleend aan ‘Jaws of Death’ van Tiny Kline, een circusartiest en vaudeville-artiest uit de jaren dertig.

‘Oh, ik moet je echt dit filmpje laten zien’, zegt ze, terwijl ze haar computer grijpt. Op YouTube staan spectaculaire zwart-witbeelden van Tiny Kline die – hangend aan haar tanden – langs een op grote hoogte gespannen touw met duizelingwekkende snelheid van de ene kant van Times Square naar de andere kant suist. ‘Is dat niet ongelooflijk?’, roept Benjamin. ‘Is dat niet bizar?’

‘Ik had vooraf nog nooit van Tiny Kline gehoord, ze kwam per toeval op mijn pad. Een geschenk! Serendipiteit: ook zo’n onverklaarbaar onderdeel van de werkelijkheid. Dus dat is wat ik mezelf blijf voorhouden: probeer het niet allemaal te controleren. Want je komt dingen tegen die passen en het verhaal in een richting dirigeren die beter is dan je van tevoren had gepland.’

CV Chloe Benjamin

1988 geboren in San Francisco, California

2014 Debuteert met The Anatomy of Dreams, waarvoor ze de Edna Ferber Fiction Book Award ontvangt

2016 Benjamin stapt over van Simon & Schuster naar uitgeverij Putnam. De rechten voor een tv-serie gebaseerd op de roman The Immortalists worden aangekocht door The Jackal Group.

2018 Publiceert The Immortalists, dat na verschijnen binnenkomt op nummer 7 van de New York Times-bestsellerlijst. The Immortalists is vertaald in 30 talen.

Chloe Benjamin studeerde aan het Vassar College in Poughkeepsie, New York en behaalde haar Master of Arts in fictie aan de Universiteit van Madison. Ze woont met haar man in Madison, Wisconsin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden