Artis is geen dierentuin maar een mensentuin

Met zijn overstap van de filmwereld – hij produceerde successen als Schatjes en Mama is Boos – naar Artis verwezenlijkte Haig Balian zijn kinderdroom....

Haig Balian komt aangebeend. Steekt zijn hand – met mobieltje – op ter begroeting. ‘Kom, het is een echte Artisdag, lekker bewolkt.’ Luide lach. ‘Wat gaan we doen? Ken je Artis? De Middenlaan? De poort waar vroeger de stadswal liep?’ Zonder op antwoord te wachten: ‘Wacht, dit móét je zien.’

Zes jaar geleden maakte Haig Balian (55), afkomstig uit een Armeens goudhandelarengeslacht, de overstap van de filmbusiness naar de Amsterdamse dierentuin Artis. Hij, de selfmade man, werd de nieuwe directeur. Zijn voorgangers waren bioloog, dierenarts of vogelaar, Balian studeerde een blauwe maandag zoölogie en werkte bijna dertig jaar als filmproducent. Artis draaide verlies, had een negatief vermogen – het bestuur koos voor een directeur met meer verstand van geld en marketing, dan van lemuren en capybara’s.

Zes jaar na zijn aanstelling zijn de bezoekersaantallen met 20 procent gestegen naar 1,2 miljoen per jaar. Het aantal Artisleden verdubbelde en de financiële situatie is weer gezond. Maar Balian is nog lang niet klaar. Zo wil hij het museum, dat sinds 1950 gesloten is, in oude glorie herstellen. En de parkeerplaats moet wijken, want ‘waar ter wereld vind je nou 1,7 hectare beton midden in de historische binnenstad? Alleen in Bagdad en Kaboel. It’s a bloody shame!’

Balian heeft een ‘masterplan Artis’, dat hij presenteerde in november 2007. Het verouderde stadspark moest op de schop, er moesten nieuwe verblijven voor de roofdieren en olifanten komen, een apenhuis zichtbaar vanaf de straat en veel architectonische renovatie. De lijst is eindeloos. Einddatum: 2014. Beoogde kosten: 80 miljoen euro.

Waar gaat u die 80 miljoen vandaan halen?

‘Ach, dat is het communicatiebedrag. Je moet een bedrag naar buiten brengen, maar de kosten liggen over de jaren verspreid.’

De gemeente betaalt mee, maar waar komt het overige geld vandaan?

‘We krijgen geld van drie ministeries. Hopelijk ook van de provincie, die samen met de gemeente onze grootste belanghebbende is. Tegen de gemeente heb ik gezegd: als jullie niet meedoen, krijgen we nooit grote bedrijven mee. Nu doet DSM bijvoorbeeld mee, met de MicroZoo, een dierentuin voor schimmels, bacteriën en virussen. Ook als goed doel doen we het goed. Dit jaar hebben we een paar aanzienlijke erfenissen gekregen.’

Van particuliere weldoeners?

‘Gewoon van mensen die een band hadden met Artis. Zo zie ik mezelf ook. Ik doe dit werk niet voor mij, ik doe dit voor dieren, de mensen, voor Artis.

Artis dienen, dat is precies wat iedereen moet doen die hier werkt en als-ie dat niet wil, moet-ie hier niet werken.’

Aangekomen bij het gibboneiland, gaat Balian zitten. Terwijl hij een kort college over de herkomst van mensapen houdt, plukt het lichtbruine gibbonvrouwtje liefkozend aan de kont van het zwarte gibbonmannetje. ‘Gibbons leven in paren. Ze zijn monogaam. Maar net als bij mensen zijn ze nooit écht monogaam, alleen maar overwegend. Daar hebben de gibbons een handige oplossing voor. Ze zingen en scheiden zo hun territorium af, zodat er nooit anderen bijkomen. ’s Nachts liggen deze twee heel lief tegen elkaar aan te slapen.’

Tot spijt van zijn ouders hield Balian zijn studie zoölogie snel voor gezien. Onder het motto ‘wie niet wil leren, moet werken’, begon hij ruim dertig jaar geleden als manusje-van-alles in het filmbedrijf van zijn vader – Balian senior had de goudhandel gelaten voor wat hij was. De zoon groeide in het vak en bouwde zijn eigen filmdistributie- en productie-imperium op. Hij boekte successen met de productie van films als Schatjes, Terug naar Oegstgeest en Mama is boos. Nog altijd is hij voor 50 procent eigenaar van bioscoopketen Minerva.

In 2003 besloot Balian ‘ondanks een diepe liefde voor film’ het roer om te gooien. Zijn fantasieën over ‘een maatschappelijke functie’ en zijn kinderdroom van werken met dieren gaven de doorslag. Hij solliciteerde – iets wat hij voor het eerst in zijn leven deed – op de post van Artisdirecteur. ‘Ik heb wel getwijfeld. Ik wilde weten: is het nou een mausoleum van uitstervende soorten of niet?’

In het begin werd er met enige scepsis op uw aanstelling gereageerd.

‘Omdat ik geen bioloog ben? Onzin, alles is hier specialistisch. Als je iets van vlinders weet, weet je niet per se iets van olifanten. Stel je voor: er overlijdt een dier, zoals zojuist – tot ons verdriet – een zeeleeuw. Dan moet je uitvinden wat er is gebeurd. Het kan aan het water liggen, de tijd van het jaar, verzorging, ziekte. Het is een complexe situatie die je moet ontleden. Ik hoef dat niet zelf te doen, ik heb net voldoende kennis van biologie en chemie en verder zet je experts om de tafel.’

U bent ook de eerste zakenman die de dierentuin runt. Er waren mensen die vreesden dat ‘hun Artis’ te commercieel zou worden.

‘Wat is commercieel? Typisch jaren zeventig hokjesdenken. Omdat ik van arthousefilms hield, mocht ik niet naar Star Wars. Iemand uit de filmwereld is commercieel, dus Artis wordt commercieel.’

In het logistiek centrum wordt het eten klaargemaakt. Balian trekt een ernstig gezicht. ‘Die dieren kunnen niet zelf foerageren natuurlijk, dus dat is een heel gedoe, elke dag opnieuw.’ Bergen appels, wortels, slakroppen, broden. Bakken met alle soorten granen en korrels. ‘Cavia’s’ staat erop, of ‘papegaaien’. Balian opent een grote koelcel. ‘Kun je tegen dode dieren?’ Grote hompen vlees aan haken, vissen. ‘Dieren eten dieren, daar hoeven we niet stiekem over te doen.’

Vindt u een dierentuin nog wel van deze tijd?

‘Als er een tijd is waarin het belangrijk is, is het nu. De paradox is helaas dat veel mensen het ouderwets vinden. De natuur heeft geen centrale rol in ons leven. Om het oneerbiedig te zeggen: de natuur zit in het goede-doelen-verdomhoekje. Waar leer je nog wat over natuur? Als je als kind niet naar natuur leert kijken, hoe kun je er dan later rekening mee houden? Artis was ook míjn eerste kennismaking met de natuur. Ik kwam er vaak als kind, later ben ik met mijn eigen kinderen hier om de hoek gaan wonen.’

U doelt op de educatieve rol van een dierentuin.

‘Ik praat over Artis. Andere dierentuinen interesseren me niet, ik ben monogaam. De belangrijkste rol van Artis is om mensen kennis te laten maken met de natuur, van kleins af aan.’

Alles voor de mensen.

‘Artis ís ook voor de mensen. Het is geen dierentuin, het is een mensentuin. Op dierengebied is er wel een secundair doel: we doen regelmatig aan fokprogramma’s. Er zijn onnoemelijk veel bedreigde diersoorten, elke dag sterven er diersoorten uit. Dierentuinen in Europa hebben een regionale functie, we proberen dieren te redden door een reservebestand te kweken, dat je opnieuw kunt uitzetten. Wij hebben bijvoorbeeld de wisent, een Europese bizon.’

Nijlpaard Tanja ligt te zonnen, kinderen staan met hun neuzen tegen het glas gedrukt. ‘Eigenlijk is het verblijf van Tanja naar huidige maatstaven aan de kleine kant, maar voor verhuizen is het te laat. Ze is al 49, ze is geboren in hechtenis. Verplaatsen op deze leeftijd zou te stressvol zijn.’ Op de achtergrond roept een klein meisje: ‘Zeeleeuw, zeeleeuw.’ Balian – zachte stem – met frons: ‘Nee, dat is nou een nijlpaard.’ Dan: ‘Kom, we gaan naar de vlinders.’

In het vlinderpaviljoen lopen de bezoekers tussen de vrij vliegende glasvleugelvlinders, blauwe morpho’s en passiebloemvlinders. ‘Alles hier is kunstmatig. Het water wat je nu hoort is nep. Je bent je er misschien niet van bewust, maar het werkt. Je denkt: natuur.’ Op een bordje staat een foto van mascotte Artis de Partis met vastgeknoopte armpjes met de tekst: vlinders zijn om naar te kijken.

Wat trof u aan, toen u hier in 2003 begon?

‘Een starre, inflexibele organisatie met een hang naar het verleden.’

Na uw aanstelling begon u direct aan een grootschalige reorganisatie. Die verliep niet pijnloos.

‘Dat gaat nooit pijnloos. Mensen zijn net dieren, verandering is enorm bedreigend. Alles werd anders, de hele manier van werken. Ineens moesten mensen voor de schermen werken, in beeld, praten met bezoekers.’

Dat vonden ze niet prettig?

‘Natuurlijk niet. Jarenlang lekker achter de schermen werken en dan ineens met mensen praten. Dat wilden ze niet, maar ze moesten wel.’

Hoe ging u om met de weerstand?

‘Je moet stevig in je schoenen staan, Amsterdammers hebben zó’n bek.’

Uw zes voorgangers zaten hier heel lang. Twee zijn er letterlijk dood weggedragen. Hoe lang gaat u blijven?

‘Dat weet ik niet. Voor mijzelf: zolang het kan. Maar ik moet me ook afvragen of het goed is voor Artis. Voor mij is dit terug naar mijn basis, ik heb de cirkel in mijn leven rondgemaakt. Bovendien wilde ik iets maatschappelijks doen. Ik heb een leven lang in de film gezeten en daarmee veel geld verdiend. Ik ben niet superrijk, maar in wezen ben ik niet afhankelijk van werk om te leven.

‘Ik heb gezegd: ik doe het in elk geval tien jaar. Dat heb ik ook met mijn vrouw afgesproken. Je kunt niet ergens binnenlopen, de boel overhoop halen en dan ervandoor gaan, aju paraplu. Dus de vraag is straks, wat is goed voor Artis? Zoals ik iedereen hier behandel, zal ik ook mezelf moeten behandelen. Als het tijd is om te gaan, ga ik.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden