Column Arthur van Amerongen

Arthur van Amerongen heeft zijn dag niet

Deze aardse wandelaar heeft zijn dag niet. Opnieuw een etappe met kraak noch smaak.

Een van de redenen waarom ik de Via Algarviana loop in de heetste periode van het jaar, is de zekerheid dat ik niemand tegenkom onderweg. 

Ik krijg de kriebels van wandelaars die ongevraagd hun kinderachtige levensfilosofietjes prediken. Van die aanstellers die temen dat ze het nirvana hebben bereikt terwijl ze eruitzien als levende lijken waar zelfs de gieren niet in willen pikken.

Ik ben meer een aardse wandelaar: een hedendaagse Bertus Aafjes zonder toffelemoonse toeters en bellen. Verder wil ik slechts van mijn vette pens verlost worden en ik vind het fijn om per gelopen meter dommer te worden.

Nog even wat de hitte betreft: ik woonde zes jaar in Paraguay. Als het kwik daar onder de 25 graden daalt, zetten de inheemse Guaraní wollen mutsen op tegen de kou.

Ondanks deze bombarie is het niet mijn dag. 20 kilometer van Furnazinhas naar Vaqueiros. Afzien. Zelfs geen droevige snackbar onderweg. Daarom heb ik een lupa met pindakaasbammies en 6 liter water bij me, want ik gok niet op de goedertierenheid van de vijf inwoners van het gat Malfrades. Die sturen eerder de hond op mij af dan dat het zwijn feestelijk wordt geslacht en ik de jongste dochter van 75 krijg aangeboden voor de nacht. 

Het is opnieuw een wandeling waar kraak noch smaak aan zit. Over flora en fauna valt niets te melden, behalve dan dat het bucolische landschap wordt verpest door de cistus ladanifer, een vervelende plant uit de zonneroosjesfamilie. Uit de hars wordt labdanum gewonnen, een ingrediënt dat gebruikt wordt voor het produceren van parfum, maar het is vooral kleverige troep die op mijn goeie goed blijft plakken. Bovendien brandt die rommel als een fakkel. Daarmee is het net zo’n handlanger van bosbranden als de invasieve eucalyptus.

Uit beleefdheid bezoek ik het Núcleo Museológico de Santa Justa, in hoofdzaak een nostalgische schoolklas uit het Estado Novo-tijdperk, met foto’s van Vadertje Staat (kuch) António de Oliveira Salazar aan de muur. 

Het leven was toen mooi overzichtelijk en de kindertjes hoefden tenminste niet door metaaldetectiepoortjes zoals nu in het verre Amsterdam.

Met een geluwde hersenstorm en de tong op de schoenen bereik ik Vaqueiros. Slechts de naam van het gehucht bekoort mij. Het betekent letterlijk cowboys. Nog wetenswaardiger: het Spaanse vaqueros betekent spijkerbroek. Overigens zijn de bosbranden 100 kilometer verderop, lieve lezers, maar toch bedankt voor de dekens en de voedselpakketten. Liever heb ik dat u geld stort. Dan zorg ik er wel voor dat het t.z.t. bij onze dappere brandweer terechtkomt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.