Column Arnon Grunberg

Arnon Grunberg is terug om zijn kijk op het ancien régime kenbaar te maken

Arnon Grunberg zal vanaf vandaag twee keer per week het ancien régime uitzwaaien, in de breedste zin van het woord. 

Een kennis citeerde ‘ter afronding van ons e-mailcontact’ de Duitse benedictijnenpater ­Anselm Grün, die had beweerd dat nieuwsgierigheid, met dank aan ­Heidegger, ‘chaotische rusteloosheid’ was. De nieuwsgierige zou het nieuwe zoeken ‘om meteen weer naar iets anders toe te vliegen’. Ook schreef Grün: ‘Je bent begerig om steeds iets nieuws te vernemen – om je eigen waarheid te ontlopen.’

Vaak heb ik nieuwsgierigheid bejubeld, als bron van geluk, literatuur en liefde; zo ik al iets wil zijn, dan een nieuwsgierige. En waarheid zoeken is onvermijdelijk ook een poging eraan te ontkomen. Erg leefbaar zal die waarheid niet uitpakken.

Maar de gevaren van nieuwsgierigheid zijn duidelijk. Het schijnbaar exotische lijkt meer recht te hebben op onze aandacht dan het nabije, behoefte aan spanning is nauwelijks te onderscheiden van oprechte belangstelling. En dan is er het onuitgesproken verwijt van deze kennis: waarom ben je niet nieuwsgierig naar mij?

Men meent recht te hebben op andermans nieuwsgierigheid. De kiezer eist de nieuwsgierigheid van de politicus op, verleidingspogingen zijn dan min of meer charmante pogingen om andermans nieuwsgierigheid op te eisen. En privacy waarnaar zo verlangd zou worden, boezemt angst in, want dat niemand meer nieuwsgierig naar je is, dat is een definitie van eenzaamheid.

Omdat Anselm Grüns ideeën mij nieuwsgierig maakten, besloot ik terug te gaan naar het oude, een boek dat ik op mijn 15de las en dat mij niet heeft losgelaten, De mythe van Sisyphus van Albert Camus. Zijn obsessie met zelfmoord komt me nu minder aangrijpend voor dan toen, verder tref ik daar vooral waarheid over mezelf en deze wereld aan die niets aan kracht heeft ingeboet.

‘Het enige wat mij interesseert’, schrijft Camus, ‘is of de mens kan leven zonder dat hij zich ergens op beroept. Alleen dat wil ik onderzoeken.’

God, het vaderland, rechtvaardigheid, rassentheorie hier, existentiële angst daar, het is lastig om te leven zonder je ergens op te beroepen, toch is het de moeite van het proberen waard. Camus bedoelt met dat ‘je nergens op beroepen’, dat het leven groter is dan elke menselijke, al te menselijke poging het te ordenen, er een doel aan te ontlenen, het van een eindhalte te voorzien: daar moet het met ons heen.

Ook ik verlang naar een wereld die rechtvaardiger is, maar pogingen om die wereld gestand te doen, komen veelal neer op het creëren van vijandbeelden, sektarisme en tribalisme, hang naar zuiverheid.

Als iets me niet interesseert, is het zuiverheid. Mensen zijn niet zuiver. Wat na ons komt, zal zuiver zijn en dat zal eerder komen dan wij nu ­denken. Dan zal de film Human Park worden gemaakt, waarin mensen worden afgebeeld zoals de dinosaurussen zijn afgebeeld in Jurassic Park, afschrikwekkend maar esthetisch gezien bevredigend, overgoten met de saus van milde nostalgie.

Als mensen een en al vreemdeling zijn geworden op hun eigen planeet, zullen zij schaterlachen als zij horen over onze discussies over vreemdelingen. Een bittere schaterlach, maar misschien is bitterheid het kenmerk van de ware schaterlach.

‘Een mens is meer mens door wat hij verzwijgt dan door wat hij zegt. Ik zal veel verzwijgen’, schrijft Camus. Ik onderstreepte het nu pas, niet in 1986. ­Verzwijgen is kennelijk belangrijker in mijn leven geworden.

Wat ik niet zal verzwijgen, is dat het besef is gerijpt dat de naoorlogse orde als het ancien régime moet worden beschouwd. Of het over twee maanden, twee jaar of twintig jaar bezwijkt, is vanuit het perspectief van de geschiedenis een detail. Soms moet je dat perspectief innemen om niet te bezwijken aan eigen angsten.

Noem me een conservatief, maar het ancien régime is mij ondanks alles lief. Zoals de schrijver Joseph Roth zijn leven lang heimwee had naar de Oostenrijks-Hongaarse keizer – begrijpelijk en onbegrijpelijk, zo goed was die keizer niet, wat erna kwam was erger – zo heb ik nu al heimwee naar Angela Merkel, terwijl dat nog niet nodig is.

Twee keer per week zal ik hier onder de titel Koptekst het ancien régime in de breedste zin van het woord uitzwaaien, eer betuigen, uitlachen om zijn groteske stuiptrekkingen, ­proberen het leven ervan een beetje te rekken.

Ik vrees wat op het ancien régime zal volgen, maar wij hebben geen keus, wij moeten ook nieuwsgierig zijn naar wat ons gruwelijk voorkomt.

Meer over