Argeloze spermadonor, hulpeloos wijs geworden

Dertig jaar geleden, toen anonimiteit nog vereist was, doneerde Bart Jungmann aan de spermabank. Nu staat hij wangslijm af om zijn identiteit prijs te geven.

Beeld Claudie de Cleen

Spermadonoren waren we - maar aardige spermadonoren. Al zeg ik 't zelf. We zijn nu veel wijzer geworden, stakkerig wijs. Fijn om Nescio's Titaantjes weer eens van stal te kunnen halen. De eerste zin is inmiddels behoorlijk platgewalst. Maar dat geldt niet voor de laatste zin en die maakt het eigenlijk af, zeker in dit geval.

Op woensdag 31 oktober 1984 maakte ik mijn debuut als spermadonor. Daarover volgde een publicatie twee dagen later in het Leidsch Dagblad. Samen met de grote Wim Brands vulde ik een dagelijkse rubriek over kleine gebeurtenissen. Wim maakte zich boos over de dreigende sluiting van een gemeentelijke volière en ik doneerde sperma.

De plaatselijke spermabank, onderdeel van het academisch ziekenhuis, had alarm geslagen over nijpend gebrek. Ik ging ernaartoe voor een reportage en besloot ter plekke dat mijn bijdrage wel wat verder kon gaan. Kleine moeite, groot geluk.

Deze week nog even wat herinneringen opgehaald met een metgezel van toen. 'Lenie', is het eerste dat hij roept. Lenie was de kordate verpleegster die, bij gebrek aan ander materiaal, de fantasie op gang kon helpen. Aan seksblaadjes deed de spermabank namelijk niet.

Bij binnenkomst serveerde Lenie wijn en koffie. Wanneer het tijd was voor de daad vroeg ze: 'Ga je werken?' Lenie overhandigde een potje waarmee de spermadonor zich discreet terugtrok in een van de spreekkamers. Deur op slot.

Bart Jungmann: 'De spermabank was destijds niet op zoek naar vaderlijke gevoelens, maar naar levensvatbaar sperma.' Beeld Linelle Deunk

De inhoud van het potje werd bij terugkeer aan een eerste inspectie onderworpen en na goedkeuring ingevroren. 'Dat blijft tientallen jaren goed', herlees ik een uitspraak van Lenie. Tientallen jaren? Zolang?

Eens in de twee weken kon er gewerkt worden. Na afloop wachtte zo'n bruine enveloppe die destijds werd gebruikt voor kleine transacties. Van de inhoud gingen we een pizza eten en lachen om onze werkzaamheden.

De eerste keer was die enveloppe een grote verrassing. In het interview voor de krant had verantwoordelijk arts Kees de Bruyn daarover bewust gezwegen. Hij was bang dat de spermabank anders geldwolven zou aantrekken. De motieven dienden wel edel te zijn.

Dertig jaar later twijfel ik weleens aan mijn eigen motieven. Waren die zo edel? Achteraf is dat donorschap een reeks van anekdotische herinneringen, zo overmoedig jongensachtig als in Titaantjes.

Metgezel van toen spreekt geruststellende woorden. Heus, onze motieven waren best edel. Dat het daarna ook lollig werd, doet daaraan niets af.

Een altruïstische daad

Minister Schippers van Volksgezondheid sprak eind vorige week over 'een ontzettend goede tweede daad'. Ze vindt dat wij, spermadonoren van weleer, een vervolg moeten geven aan die ontzettend goede eerste daad. We moeten onze anonimiteit prijsgeven.

Aanleiding voor haar oproep was de publiciteit rond donorkind Emi Stikkelman. Een paar dagen eerder had zij in kranten en tv-journaals verteld over de pijnlijke en frustrerende zoektocht naar haar biologische vader.

Emi Stikkelman is in 1984 verwekt met anoniem zaad, nota bene uit een Leidse spermabank. Ook het donorpaspoort had nog wat verontrustende overeenkomsten in petto, waarna haar verhaal een afslag nam naar de andere kant van de wereld.

Een dna-test zette Emi Stikkelman op het spoor naar Australië. Dat was ze, samen met een halfzusje, achterna gereisd om hem in hoogsteigen persoon te confronteren met de gevolgen van zijn ontzettend goede daad. De laatste woorden van het indrukwekkende artikel kwamen uit zijn mond: 'Ik wil dat jullie weten dat ik opensta voor contact.'

Aan dat optimistische slot ging een passage vooraf die wat mij betreft de kern raakt. Daarin vertelt Emi Stikkelman hoe ze zich als kind moest verzoenen met het idee dat haar biologische vader 'een altruïstische daad had verricht'. Je proeft de minachting die ze in dat bijvoeglijk naamwoord legt.

Emi Stikkelman kan niet begrijpen waarom spermadonatie een daad van onbaatzuchtigheid zou zijn. Was het feitelijk niet zo dat haar biologische vader nog voor de geboorte afstand had gedaan van Emi? 'Noem dat maar helpen.'

Desgevraagd vertelt directeur Ellen Giepmans van Fiom dat de oproep van Schippers effect heeft gehad. De afgelopen dagen hebben zich twintig spermadonoren gemeld. Fiom is een instantie die donoren en donorkinderen aan elkaar kan koppelen. Dna wordt afgenomen, waarna het wachten is op de zogenoemde match.

Aan mijn donorschap in 1984 ging een toelatingsgesprek vooraf. De spermabank wilde zeker zijn van mijn motieven. Zou ik niet over een paar jaar langs schoolpleinen dwalen, speurend naar gelijkenissen?

Met andere woorden: die anonimiteit werd dertig jaar geleden juist geëist. De spermabank was niet op zoek naar vaderlijke gevoelens, maar naar levensvatbaar sperma. Daarmee zou, ergens aan de andere kant van dat miraculeuze proces van kunstmatige inseminatie, een kind worden gecreëerd.

Het woord donorkind bestond niet eens. Laat staan dat er werd nagedacht over erfelijke onzekerheden. Nee, er waren slechts wensouders en om hen draaide het. Zij zouden met dat anonieme zaad van ons de gelukkigste en dus ook beste ouders van de wereld worden. Dat geluk mocht niet verstoord worden door vreemde hangmannen op het schoolplein.

Voortschrijdend inzicht

Aan het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw begon die opvatting te schuiven. Ellen Giepmans van Fiom noemt dat de emancipatie van het donorkind. Die emancipatie mag inmiddels voltooid heten.

Vandaag de dag staat niet langer het verlangen naar een kind centraal, maar het recht van dat kind zijn herkomst te kennen. Na een reeks van compromissen werd dat laatste in 2004 wettelijk vastgelegd door de anonimiteit van spermadonoren voorgoed op te heffen.

Voortschrijdend inzicht heet zoiets en soms duurt het even voordat je dat inzicht hebt bijgehaald. Zelf kom ik uit een samengesteld gezin waarin papa gewoon papa was, al was hij dat strikt genomen niet van alle kinderen. Het interview met Emi Stikkelman leert dat het ook anders, minder vanzelfprekend, kan gaan.

Spermadonoren waren we. Aardige spermadonoren, maar ook argeloze spermadonoren. En ja, we zijn stakkerig wijs geworden. Onder de huidige voorwaarden zou ik me wel twee keer bedenken om me op te geven. Maar gedane zaken nemen geen keer en inzicht schrijdt voort. Mijn recht op anonimiteit weegt niet op tegen de worsteling van Emi Stikkelman. Zo simpel is het eigenlijk.

Erken ik daarmee iets? Ben ik de biologische vader die dertig jaar geleden vluchtte voor zijn verantwoordelijkheden? Nee, ik ben er slechts om een signalement te voltooien, om vragen te beantwoorden, om naar te kijken en wat dies meer zij. Ik ben het potje met sperma dat zegt: 'Ik wil dat jullie weten dat ik opensta voor contact.'

Van Fiom ontvang ik daarom een zelfhulppakket om met wangslijm mijn ware identiteit prijs te geven. Ik neem voor lief dat zo'n dna-procedure me het gevoel geeft een serieverkrachter te zijn. Wat ik ook voor lief neem, zij het knarsetandend, zijn de kosten van 150 euro.

Ellen Giepmans van Fiom begrijpt dat het bedrag een flinke drempel opwerpt. Ze heeft al een paar keer bij het departement van Edith Schippers gevraagd om subsidie, tot nu toe tevergeefs. Misschien wil de minister die ontzettend goede daad zelf nog even verrichten.

Van waarde

Hoe lang ben ik spermadonor geweest? Een jaar misschien, niet langer. De verplichte zaadlozing vereiste drie dagen onthouding. Dat werd steeds meer een opgave. Blijkbaar was dat funest voor de kwaliteit. 'Journalistenzaad', concludeerde De Bruyn op een gegeven moment misprijzend.

Maar bij het afscheid nam hij me wel even apart en fluisterde: 'We hebben je sperma wel kunnen gebruiken.' Daarmee overschreed hij de grenzen van anonimiteit, maar zo vertrouwd waren we toen al met elkaar. Dat zinnetje is altijd blijven hangen en kan nu dus nog weleens een staartje krijgen.

Overigens is dat journalistenzaad later toch nog van waarde gebleken. Het bewijs zit naast me op de bank dinsdagavond wanneer Emi Stikkelman in het NOS Journaal wordt geïnterviewd.

Ik vertel mijn 14-jarige dochter over de werkzaamheden in de spermabank van toen en over de consequenties die dat misschien gaat krijgen. Ze veert verheugd overeind. 'Krijg ik dan een halfzusje?'

Lees meer over spermadonatie

Jarenlang was Emi Stikkelman (32), kind van een zaaddonor, op zoek naar haar biologische vader. Diverse pogingen mislukten. Tot ze na een lange zoektocht samen met haar halfzus ineens tegenover hem zat. Hij was de psycholoog, zij de patiënt. (+)

Ook Moniek Wassenaar ging op zoek naar haar donor. Haar vader is waarschijnlijk de oud-directeur van een spermakliniek Jan Karbaat, die mogelijk zelf tientallen kinderen heeft verwekt. Er komt nu eindelijk een rechtszaak over DNA-onderzoek, al is de arts inmiddels overleden. (+)

Een zaaddonor was nog nooit zo makkelijk te vinden. Voor een paar honderd euro stuurt de Deense spermabank Cryos je een rietje met ingevroren zaad, dat je online bestelt. (+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden