Interview Lust & Liefde

‘Antwoorden zijn ook maar woorden. Wezenlijk had ik hem nooit kunnen begrijpen’

Judith (53) kende Teun nog maar tweeënhalf jaar toen hij ziek werd. Er was nog maar één doel: het geluk zo lang mogelijk vasthouden.  

Beeld Sasa Ostoja

‘Toen mijn lief in de zomer van 2012 ziek werd, kenden we elkaar pas tweeënhalf jaar. We zweefden als het ware op de toppen van wederzijdse bewondering, die sensatie die je hebt als iemand ineens mogelijkheden en talenten in je ziet die je zelf allang niet meer waardevol acht, toen hij tijdens een vakantie in Andalusië ineens door zijn knieën zakte. Boven op de brug van Ronda. Ik maakte me weinig zorgen. Hij was zestien jaar ouder dan ik, maar zo groot en sterk: ik kon me eenvoudig niet voorstellen dat hij geveld zou worden. Ook niet toen hij zich na thuiskomst had laten onderzoeken en we door de huisarts in allerijl werden opgetrommeld voor de uitslag. Misschien was het zelfbescherming, of mijn door Teun beminde optimisme: ik hoorde de arts vertellen over de darmkanker die was geconstateerd, maar stond er niet bij stil dat die binnen afzienbare tijd Teuns dood zou kunnen betekenen. 

Ook Teun zelf leek er niet aan te willen toegeven. Ik weet niet meer wat hij precies zei, maar het moet iets geweest zijn als ‘Verdomme, wat nu?’ Realistisch en zich meteen hernemend. Later zou hij zeggen dat zijn rouw en verdriet naast het leven zelf ook onze liefde betrof. ‘Ik had je graag wat langer gelukkig willen zien’, zei hij. En gelukkig waren we. Ik had maar één doel: dat zo lang mogelijk vasthouden en voor hem zorgen. Mezelf onbelangrijk maken, alles wat er gebeurde in me opnemen, zodat ik niets van ‘ons’ ooit zou kunnen vergeten. Mijn optimisme en zijn grote hang naar het leven maakten dat we onderweg van de dokter naar Teuns huis al weer in mogelijkheden spraken, niet in doem. Eerst werd hij geopereerd, daarna kwam de chemo. En toen die na anderhalf jaar allemaal niet het gewenste resultaat hadden, volgde een heel zware, experimentele behandelmethode in het academisch ziekenhuis in Utrecht.

Hoopvol, zo zou je de twee jaar dat hij ziek was het best kunnen typeren. Niet op een domme, naïeve manier, maar strijdvaardig, alsof er iets te winnen viel. Alsof wij samen net zo sterk waren als onze liefde en zo toch nog enige invloed konden uitoefenen op de uitkomst. Als ik eerlijk ben, wist ik na een tijdje wel dat hij zou sterven, maar dat was niet wat ik toegaf en uitsprak. Andersom ontzag hij mij ook. Dus spraken we over alles die laatste jaren, behalve over de dood. Ik herinner me hoe hij de weken na zijn onheilstijding in zichzelf gekeerd in zijn stoel zat. Diezelfde stoel van waaruit hij altijd gretig het wereldnieuws tot zich had genomen. In zijn gezonde weekenden hadden alle zaterdag­katernen verspreid om hem heen gelegen. Nu keek hij voor zich uit, niet uit somberte, maar om te begrijpen wat er gaande was, leek het. Dat waren momenten waarop ik niet tot hem kon doordringen, ik probeerde het niet eens. Ik had me immers voorgenomen hem tot steun te zijn, waarom zou ik lastige vragen opwerpen die hij zo zichtbaar liever in zijn eentje op zijn eigen plek beantwoordde? Nu heb ik daar wel eens spijt van, ik vraag me af: was hij eigenlijk bang? En waarvoor dan precies? Aan de andere kant: antwoorden zijn ook maar woorden. Wezenlijk had ik natuurlijk nooit kunnen begrijpen hoe het voor hem was om te sterven. 

Toen ook de laatste behandeling niet aansloeg, vroeg de arts: wat zou je nog willen doen? Teun antwoordde: naar Napels, in de meivakantie. Daarop zei de arts: ik zou geen twee maanden meer wachten. Het werd een bizarre vervroegde reis, waarvan ik weet dat hij die vooral voor mij maakte. Ik was de Italië-liefhebber, ik was het die zo graag met hem naar Napels en Capri wilde. Toen ik Teun leerde kennen waren we allebei gescheiden en voelde ik me op een zijspoor beland. Hoezeer veranderde dat toen hij verliefd op me werd: hij sprak over mijn puurheid en oprechtheid en waar anderen het weleens smalend over mijn naïviteit hadden, liet hij me zien wat ik allemaal kon. Wat treur je nou, zeiden kwaadwillenden na zijn dood soms, jullie waren nog maar zo kort samen. Maar juist die kortstondigheid maakte het zo intens en dubbel verdrietig. Soms is het alsof mijn leven met hem zich heeft afgespeeld in een ander, parallel bestaan, want er is niemand met wie ik gedeelde herinneringen over hem kan ophalen.

In Napels spraken we over zaken waar we altijd over spraken: kinderen, kleinkinderen, onze liefde voor elkaar. Alleen de context was anders, want alles wat we deden was voor het laatst: Voor het laatst duwde ik mijn neus in het holletje van zijn hals en snoof een mengeling van eau de toilette en lichaamsgeur op. Voor het laatst luisterden we tegen elkaar geleund naar muziek, voor het laatst tekende hij me in zijn schetsblok. Op een middag stonden we hoog boven de Golf van Napels toen hij zei: ‘Ik zou me nu het liefst voorover naar beneden laten vallen. Dood ga ik toch.’ Een paar ­weken later was het zover. In april 2014 belde ik de huisarts en sprak de krankzinnige woorden: dokter, wilt u mijn man euthanaseren? We spraken af op een maandag, zodat hij in het weekend afscheid kon nemen van iedereen. Wat onbeholpen duwde de huisarts een naald in een ader, ik zie nog hoe Teun uit ergernis daarover met zijn ogen rolde. Zijn kinderen en ik lachten nerveus. Ik hield zijn blik vast. Achteraf dacht ik: ik had aan het hoofdeinde moeten gaan zitten en zijn hoofd in mijn schoot moeten nemen. Maar op dat moment waren er geen gedachten, alleen intuïtie die me zei dat ik zijn oudste zoon die eerste plaats moest gunnen. Pas toen hij dood was, sloeg alle vergeefse hoop om in wanhoop. Het gebeurde dat ik minutenlang op de grond ging liggen, opgekruld als een aangereden kat. De optimist die ik was, is voorgoed verdwenen. In mij huist al vijf jaar een melancholie die van geen wijken weet.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Judith ­gefingeerd. Ook geïnterviewd worden? Mail een korte ­toelichting naar:

lust@volkskrant.nl

Corine Koole wil ook graag in contact komen met stellen die in onze liefdespodcast willen vertellen over een belangrijke fase in hun relatie. Zet het woord ‘podcast’ in het onderwerpveld van uw mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden