Rouw Dieren

Antoinnette Scheulderman over verdriet om een huisdier: ‘Mijn leven draaide om een ruwharige dwergteckel’

Beeld Paul Faassen

De rouw zat met Antoinnette Scheulderman op de bank: ze miste de onbevangen begroetingen, de nageltjes op het parket en de goedgehumeurde aanwezigheid van haar hond Bubbels. Ze schreef een boek over verdriet om een huisdier. ‘Ik wilde horen dat het niet gek was om een dier zo te missen.’

Acht jaar lang draaide mijn leven om een ruwharige dwergteckel. Acht jaar lang ben ik verliefd op haar geweest - dat is me met een man nog nooit gelukt. Waar ik ging, was zij. Ik at alleen in restaurants waar mijn hond net zo welkom werd geheten als ikzelf en sloeg luxe werkreizen over omdat ik liever bij haar bleef. Haar rasnaam was Moët et Chandon, haar roepnaam Bubbels.

Haar hele leven was ik bang geweest voor het moment dat ze dood zou gaan. Toen het gebeurde, overviel het me totaal. Toen ik geen andere keuze had dan mijn hond - veel te vroeg en onverwacht - te laten inslapen, verdween een deel van mij met haar. Ook nu, twee jaar later, realiseer ik me dagelijks dat ik gelukkiger was mét Bubbels.

Ik heb een jaar lang diep gerouwd. Het gemis was overal.

Als ik op de bank zat en het oorverdovend stil was zonder het gezellige getik van haar nageltjes op de houten vloer.

Als ik kaas raspte en er kwam niemand op me afstormen. Als ik thuiskwam en niet langer werd begroet alsof ik zojuist van een wereldreis was teruggekomen - ook als ik in werkelijkheid alleen even bij de Spar aan de overkant een pak melk was gaan halen. Als ik over straat liep en naast mijn voeten keek, en niet langer het vrolijke teckeltje zag waarmee ik acht jaar lang een duo had gevormd. Als ik huilend op de bank zat en geen gekriebel in mijn nek voelde; haar warme kop troostend tegen mijn wangen.

Goed humeur op pootjes

Hoe ik ook mijn best doe om het te bestrijden; van nature ben ik een zorgelijk type. Mijn hond liet me elke ochtend weer zien hoe het wél moest - de dag onbevreesd en vol gretigheid tegemoet treden. Bubbels was een goed humeur op pootjes, van haar aanwezigheid knapte ik altijd op.

Ik heb negen maanden gewacht met het van binnen wassen van mijn auto: omdat met het zemen van het bijrijdersraam ook de afdruk van haar natte neuzen (en daarmee weer een tastbare herinnering) zou verdwijnen. Die prachtige, fiere, idioot lange neus, die ze bij elke rit tegen het raam drukte. Altijd vol verwachting, altijd zin in wat komen ging.

In zijn boek Honden zoals ze echt zijn schrijft de bekende Belgische dierenvriend Chris Dusauchoit: ‘Hond. Hondje. Het zijn woorden die sprongetjes maken in mijn hoofd. Een hond zien is altijd een apart poortje dat opengaat. Soms als mijn hond naar mij kijkt, raak ik overspoeld door onversneden ontroering, alsof er ergens warme saus in mijn lijf loopt.’ Warme saus: een betere omschrijving voor het hete gevoel van ontroering dat dieren in je kunnen oproepen, is er wat mij betreft niet.

Een paar weken na haar dood organiseerden mijn beste vrienden een herdenkingsbijeenkomst voor Bubbels. Met champagne (Moët) en een tijdschrift vol herinneringen aan haar en mij samen. Het is het mooiste cadeau dat ik ooit heb gekregen. Vooral omdat ik wist dat de helft van hen niet helemaal begreep dat ik zo gek was op een hónd, maar met hun gebaar wel erkenden dat ze voelden hoe groot mijn verdriet was.

Hoe anders is dat ook geweest in de maanden na haar dood. Mensen die ik als vrienden beschouwde die zelden vroegen hoe het met me ging. Of plompverloren zeiden: ‘Oh, ben je nu nóg bezig met je hondje?’ Een kennis die opmerkte: ‘Goh, als je al zo verdrietig bent om een dier, kun je nagaan hoe het voor míj was toen mijn man overleed.’

Het lijkt me verschrikkelijk als je man overlijdt. Of een van je ouders, een broer of zus, een dierbare vriend. Laat staan een kind. Maar voor mij was het verschrikkelijk dat mijn hond doodging. Alleen: dat mag van veel mensen niet. Steeds weer die hiërarchie in rouw - wie er wel écht recht heeft op verdriet en wie een stuk minder.

Bubbels, de hond van Antoinette Scheulderman. Beeld Antoinette Scheulderman

Afscheid op de loer

‘Elk verhaal van liefde is een potentieel verhaal van verdriet’, schrijft de Britse auteur Julian Barnes in zijn boek Hoogteverschillen. Dat geldt zeker voor dierenliefde. ‘Wie een dier in huis neemt, krijgt er de garantie bij dat binnen een jaar of tien het afscheid op de loer ligt. Katten en de meeste vogels gaan gemiddeld langer mee dan honden of knaagdieren, maar toch: als het goed is, overleef je je huisdier, en word je vroeg of later geconfronteerd met verlies. Alleen maakt die wetenschap het gemis niet minder groot.

Naarmate het langer duurde, ging ik mijn verdriet steeds meer verbergen. Omdat ik geen zin meer had het idee te krijgen dat ik me moest verdedigen voor wat ik voelde. Of de pijnlijkste opmerking van allemaal te moeten aanhoren: ‘Dan neem je toch gewoon een nieuwe?’ Alsof mijn hond een oud bankstel was dat je zomaar even vervangt, in plaats van een persoonlijkheid met een zeer sterk karakter, die helemaal op mij was ingespeeld, en ik op haar. Ik houd van een planmatig leven, Bubbels was gek op routine. De term ‘gewoontedier’ was volledig van toepassing op zowel haar als mijzelf. Uit bed en meteen naar buiten, nooit éérst koffie. Weer thuis de vaatwasser uitruimen, dan pas haar eten - nooit andersom. Deed ik dat toch, dan raakte zowel zij als ik van slag.

Boek

Ik wilde horen dat het niet gek was, om een dier waarmee je dag en nacht samenleefde zo te missen. Iemand die haar hele leven mijn zorg nodig had gehad, omdat ze nou eenmaal niet kon poepen op de plee of haar eigen brokken pakken. Ik zocht naar boeken over het onderwerp, handvatten. Wat ik aanvankelijk vond, was spaarzaam. Een deskundige die schreef dat voor rouw om een geliefd dier gemiddeld achtenhalve maand staat. Even een moment van opluchting. Maar verder ging het grootste deel van haar dunne boekje over de vraag: hoe leer je kinderen omgaan met dat verlies? Alsof rouw om een dier alleen iets is voor kinderen en niet voor volwassenen.

Ik besloot zelf het boek te gaan schrijven dat ik toen had willen lezen. Om daarin te vertellen over mijn eigen gemis, en een rondgang te maken langs professionals en ervaringsdeskundigen. De professionals leerden me dat ik inderdaad geen andere keus had gehad dan euthanasie; ondanks haar voor een teckel nog jonge leeftijd had Bubbels alle symptomen van een dier dat stervende is. Ik schrok daarvan, het waren aanwijzingen die ik zelf destijds niet op die manier had herkend.

Dat de ervaringsdeskundigen die ik sprak BN’ers zijn, lag voor de hand, omdat ik velen van hen door mijn werk als interviewer al kende. Bovendien: vaak wordt er wat meewarig gesproken over mensen die rouwen om een dier. Dat het eenzame, sociaal zwakke gevallen zijn, of, zoals in mijn geval, mensen zonder kinderen die daarom ‘dan maar’ hun huisdier zo belangrijk zijn gaan maken.

Beeld Antoinette Scheulderman

Alleen maar leuke herinneringen

Voor mijn boek sprak ik achttien bij iedereen min of meer bekende leuke, normale, sociale en succesvolle mensen, met en zonder kinderen, die óók ontzettend veel van hun hond, kat, vogel of ander huisdier houden of hielden. Die het gemis maar al te goed kenden en tijdens de gesprekken vaker wel dan niet in tranen uitbarstten bij de herinneringen aan hun geliefde dier - zelfs als dat inmiddels zestien jaar daarvoor was gestorven.

Ik wilde niet alleen weten hoe het afscheid was gegaan, maar ook hoe leuk hun leven mét het dier was geweest. Want dieren zijn nou eenmaal leuk. Vrolijk, eigenzinnig, eigenaardig, aanhankelijk, soms onnavolgbaar, bezitterig of lastig. En, zoals een van de geïnterviewden in het boek zegt: ‘Aan een dier heb je alleen maar leuke herinneringen.’

Nederland telt volgens de laatste meting alleen al 2,6 miljoen katten en 1,5 miljoen honden. Bijna 60 procent van de Nederlandse huishoudens heeft een huisdier. Geen van die dieren heeft hun baasje ooit bedrogen, of iets lelijks tegen of over ze gezegd. Iedereen die van een dier heeft gehouden weet hoe intens de band kan zijn met iemand waarmee je nooit een echt gesprek zult voeren.

Zoals Zomergasten-presentator Janine Abbring zegt over haar (inmiddels overleden) hond Loïs: ‘Ik ben niet getrouwd, nooit heel lang met een man samengebleven en heb geen kinderwens. De stabiele factor in mijn leven is Loïs. Wij zijn echt een duo en zo zien mensen ons ook. Janine en Loïs. Ze is altijd bij me, als een soort ledemaat.’

Schrijver Saskia Noort, over haar Spaanse zwerfhond Lola, die ze ook op eerste dates meeneemt (‘Als een man niet van honden houdt, is hij zeker mijn type niet. Dus dat kan maar beter meteen duidelijk zijn’): ‘Met Lola voel ik me kwetsbaar. Ik ben bang dat haar iets overkomt. Ik heb een een-op-eenrelatie met haar. Wij leven samen. Ik ben met Lola bezig, zoals ik vroeger altijd met de kinderen bezig was.’

Auteur Annejet van der Zijl: ‘Een hond kan iets voor mensen betekenen waartoe medemensen vaak niet in staat zijn.’

En talkshowhost Eva Jinek: ‘Een leven zonder dieren is armoede, dat ervaar ik echt zo. Aan mensen die dat gevoel niet kennen, is het moeilijk uit te leggen waar het in zit. Maar het zou voor mij lastig zijn samen te leven met iemand die niet zo is. Of die niet begrijpt hoe belangrijk dieren voor mij zijn. Mijn vriend Dex noemt zichzelf inmiddels de stiefvader van mijn katten. Hij gunt mij mijn gekte.’

Beeld Paul Faassen

Last link pet

Voor een aantal mensen die ik voor mijn boek sprak, was het huisdier een zogeheten last link pet: de aanwezigheid van de (in dit geval) honden had een direct verband met overleden naasten. Marjan Huydts nam boxer Dopey in huis voor haar dochter, actrice Frédérique (Goede Tijden Slechte Tijden, Meiden van De Wit), die darmkanker had. Marjan Huydts: ‘Frédérique zei: ‘Mam, als mijn baarmoeder eruit moet, wil ik een hond.’ Na een chemokuur kwam ze altijd een paar dagen bij ons uitrusten. Dan mocht de hond natuurlijk doen wat-ie wilde. Dopey lag op haar hoofd, op de rand van het bad - en wij vonden het goed: alles voor het kind.’ In 2006 overleed Frédérique, tien jaar later Dopey. Marjan was toen al haar zoon Bobbie verloren, man John leeft inmiddels ook niet meer. Of mensen begrepen dat ze na al dat verlies nog rouwde om een hond, vroeg ik Marjan, waarop ze antwoordde: ‘Ik heb twee echte kinderen en een aantal honden gehad. Maar voor mij waren die honden ook als kinderen. Ik hield ontzettend veel van ze. Ik mis mijn kinderen en man nog steeds, maar ook Dopey. Het grootste verschil: een hond is een beetje vervangbaar. Maar de leegte daarna is wel te vergelijken. Bobbie en Frédérique waren het huis al uit toen ze stierven. Dus die zag of hoorde ik wel vaker een tijdje niet. Van een hond merk je iedere seconde dat-ie er niet meer is.’

Drie dagen nadat adoptiehond Elsa in het leven van ex-NOS-correspondent Tim Overdiek en zijn gezin was gekomen, stierf zijn vrouw Jennifer. Overreden op een Amsterdams zebrapad, door een roekeloze motoragent, die niet had gezien dat het stoplicht voor Jennifer op groen stond.

Jennifer had zojuist met haar twee zoons de nieuwe hond uitgelaten, maar liep terug naar het park waar ze vandaan kwamen, omdat Elsa haar speeltje had laten liggen. Op dat moment werd ze geschept.

Tim Overdiek: ‘Natuurlijk heb ik in het begin weleens gedacht: kúthond, jij had hier nooit mogen zijn, het is jóúw schuld, (...) maar we hebben ook ontzettend veel aan haar te danken gehad: door Elsa moest ik meteen na Jennifers dood toch naar buiten. In het begin vervloekte ik dat, maar de wandelingen met haar hebben me uiteindelijk gered. Kilometerslang zijn we samen door het Amsterdamse Bos gegaan, zodat ik kon huilen zonder dat de kinderen dat hoefden te zien. Elsa heeft mij zo vaak op de been gehouden. Een levend wezen dat gewoon bij je is, geen moeilijke vragen stelt of iets van je verwacht.’

Honden en katten

Gedurende de gesprekken was me een aantal dingen gaan opvallen. Bijvoorbeeld dat de meeste hondenbaasjes ook katten hadden (gehad), maar dat andersom katteneigenaren zelden met een hond in huis hadden geleefd en daardoor ook allerlei vooroordelen over honden koesterden. Zoals Sylvia Witteman, volgens wie alle honden stinken, schoenen opeten en tegen mensen oprijden. Al citeerde ze wel Nora Ephron, die zei: ‘Als je wilt dat er na je 50ste nog iemand blij is dat je thuiskomt, moet je een hond nemen.’

Ook werd me duidelijk dat de manier waarop mensen met hun dier omgingen, overeenkwam met hun professionele persoonlijkheid. Bijvoorbeeld ex-profvoetballer Jan Wouters, die over zijn grotendeels niet al te succesvolle pogingen om hoofdtrainer te zijn concludeerde: ‘Ik geloof niet dat ik er het karakter voor heb. Het is met voetballers net als met de hond: je moet overal bovenop zitten. En ik ben niet consequent genoeg, denk al snel: nou ja, oké, laat maar, dan doe je het toch lekker niet.’

Dat Linda de Mol al decennia de kijkcijferranglijsten aanvoert, verbaast me niets; ze is voor elke opname tot in de puntjes voorbereid en houdt de controle over ieder detail. Dat perfectionisme bleek ze ook thuis te hebben doorgevoerd; zelfs de stoelgang van haar labradors is strak geregisseerd. Teddy en Beer zijn dusdanig afgericht dat als met slecht weer de deuren naar De Mols tuin opengaan, ze niet op het secuur geknipte gazon hun behoefte doen, maar - hoe hoog de nood ook is - geheel naar de wens van hun blonde baas braaf doorlopen om pas áchter de rododendrons te gaan zitten kakken.

Dierenliefde zit in de familie: broer John de Mol was zo gehecht aan zijn schapendoes Sammie dat de hond ook meeging op vakantie naar de Algarve. Al was de vliegangst van Sammie wel een punt van zorg. Maar daarvoor werd al snel een oplossing bedacht. Zus Linda: ‘John heeft een privévliegtuig en wij zeggen weleens dat-ie dat niet voor zichzelf, maar voor zijn hond heeft gekocht. Sammie was als de dood in het ruim van een vliegtuig; in die privéjet kon hij gewoon in de cabine mee. Dat scheelde zowel de hond als John een hoop stress.’

Gebak voor de honden

Nog iets dat me opviel: stevige, succesvolle mannen, voor wie veel mensen ineenkrimpen, die zich verrassend zachtaardig tonen als het over dieren gaat. Toen zanger André Hazes en zijn vriendin Monique Westenberg een zoon kregen, werd er thuis gebak bezorgd. Van John de Mol, bestemd voor de honden van het stel. Een uit kluifjes opgebouwde taart met een aan honden Dunya en Gioia gericht kaartje erop. ‘Gefeliciteerd met jullie broertje.’

Succescoach Leo Beenhakker die vanuit de landen waar hij werkte ansichtkaarten stuurde. Uit naam van zijn hond, áán het huisdier van de geadresseerde, in dit geval Jan Wouters: ‘Groetjes aan Barney, van Chomine.’

Of beroepsmopperaar Johan Derksen: niet alleen kocht hij het breedste bed dat hij kon vinden zodat labradoodle Cuby ‘s nachts ook zo comfortabel mogelijk tussen zijn beide baasjes in kon liggen én een Land Rover om de hond in te vervoeren, ook gingen hij en zijn vrouw sinds de komst van Cuby niet meer samen op vakantie: te zielig voor de hond. Derksen: ‘Ik organiseer elk jaar het Blues Festival in Grolloo. Dan heb ik het even drie dagen hartstikke druk. De laatste keer bracht ik Cuby dus toch maar naar zo’n kennel in de buurt. (...) Hij stond te kijken alsof zijn laatste uur had geslagen. De volgende ochtend heb ik hem maar weer opgehaald. Ik sliep er zélf niet van; het idee dat-ie daar met vreemde honden in een houten hok lag, terwijl hij gewend is om tussen ons in te slapen.’

En omdat de 25 kilo wegende Cuby geen trappen af durft, gaat dat in huize Derksen als volgt: ‘Ik neem hem in mijn armen en ga zittend de trap af. Op mijn kont, met dat grote beest, en dan tree voor tree naar beneden. Erg, hè?’

Beeld Antoinette Scheulderman

Op de website van de BBC stond onlangs een artikel over de vraag: ‘Als een dier sterft, zou je dan vrij moeten krijgen van je werk?’ Een eenduidig antwoord wordt niet gegeven (al neigt het naar ‘nee’). Toen mijn hond overleed, was ik in elk geval blij zzp’er te zijn. Ik annuleerde al mijn klussen voor die maand omdat ik eenvoudigweg te verdrietig was om te werken. Geen van mijn opdrachtgevers reageerde daar raar op. Sterker nog: de redactie van Linda stuurde me bloemen, lieve berichten en een pluchen teckel.

Ook de opnamen van Yvette van Bovens populaire programma Koken met Van Boven werd twee weken stilgelegd nadat haar hond Marie, de tweede ster van de show, plotseling was overleden tijdens het draaien van seizoen vijf. Dat Marie er niet meer was, hield ze daarna ‘nog heel lang’ stil. Omdat ze er niet over kon praten: ‘In elk kookboek van mij staat Marie zevenhonderd keer. Vaker dan ikzelf. Op Instagram, waar Marie veel fans had, heb ik de eerste maanden niet over haar dood geschreven. Ik trok het niet. En ik trek het nog steeds niet. Toen mijn vader overleed had ik dit gevoel ook: dat je er echt helemaal af ligt.’

Volwaardig gezinslid

Uiteindelijk gaat rouwen om een dier waarvan je hield niet anders dan om een mens. Je moet de beruchte vijf stadia door: ontkenning, woede, marchanderen, depressie, aanvaarding. Het grote verschil, volgens Nienke Endenburg, de enige in rouw om een dier gespecialiseerde psycholoog in Nederland: ‘Na al die jaren is het taboe nog steeds niet verminderd. Uit onderzoek blijkt dat 80 procent van de mensen hun huisdier ziet als volwaardig lid van het gezin. Dan is het wel heel vreemd dat je je verdriet moet wegpoetsen zodra dat dier overlijdt. ‘Misschien ben ik een beetje raar’, hoor ik vaak van patiënten in mijn praktijk. ‘Je moest eens weten’, antwoord ik dan. Het zou juist raar zijn om níét te rouwen om een dier dat zo lang in je leven was.’

Het duurde uiteindelijk dertien maanden tot er een dag kwam waarop ik weer naar een mooi liedje kon luisteren zonder van binnen meteen uit elkaar te scheuren.

En ja, toen kwam er na lang twijfelen toch een nieuwe hond. Omdat ik de warme saus zo miste. Ik houd van veel mensen, maar voor niemand voel ik dezelfde ontroering als voor een dier. Dankzij een Spaanse asielhond die ik Dizzy noemde, stroomt het weer. Ik weet nu dat het echt kan: opnieuw van een dier houden. Wat niet betekent dat ik minder aan Bubbels denk. Volgens mijn vriend heb ik m’n appartement omgetoverd in een mausoleum. Er staan inderdaad veel foto’s van Bubbels. Omdat ik blij word als ik haar zie. Omdat het fijn is om nog iets tegen haar te zeggen, al hoort ze me niet meer.

Dan neem je toch gewoon een nieuwe: over mensen en dieren, leven en dood is deze week verschenen bij uitgeverij Lebowski.

Antoinette Scheulderman en hond Dizzy. Beeld Antoinette Scheulderman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden